Categoriearchief: Muzikale impressies

Dag 11. 2 Juli. 16.00 uur. Carluke, Edinburgh.

Als in een soort verdoving reed ik binnen 50 minuten van Falkirk naar Carluke, waar ik precies op de tijd van onze afspraak het hekje door stapte. Ik was nu niet meer bang van het geblaf van de hond. Mick kwam weer vanuit de tuin en had nu een strohoed op die hem tot een ware Britse pensionado maakte. “Hoe was Edinburgh?” vroeg hij, nadat hij ook nu zijn zelfgemaakte bessensiroop inschonk. Ik voelde een hete gloed over mijn gezicht trekken. “Goed. Een mooie stad. Ik ben vanmiddag naar de Kelpies geweest.” Mick knikte goedkeurend. “Imposant he? Je hebt je tijd als toerist goed besteed.” Ik schudde mijn hoofd. “Ik had een afspraak met Craig Lockhart.” zei ik zo nonchalant mogelijk. “De klarinettist?” vroeg Mick tot mijn verbazing. ” Ja. Die ik je noemde vanmorgen, die ik gisteren in de pub had gezien.” “Hij is een hele goede jazzmuzikant. Ik ben er vanmorgen niet op ingegaan aan de telefoon maar ik weet zeker dat hij niet van de familie is waarnaar je op zoek bent. Hij is niet van hier. Maar wat kan hij spelen!” Ik knikte blanco. Het was niet de zin die ik wilde horen omdat het veel te foute associaties opriep. ” Ja, het klonk goed.” beaamde ik zo neutraal mogelijk. “En je had gelijk. Ik had helemaal niet met hem hoeven afspreken want het is geen Don Lockhart uit Cannich.” Mick leek me even van hoofd tot sneakers te bekijken. ” Teleurgesteld?” vroeg hij simpel. “Een beetje. Het leek zo lekker makkelijk. Leuke muzikant van ongeveer dezelfde leeftijd als mijn “Lost Person,” naam en adres doorgeven aan Malcolm en voilà, mijn werk is gedaan en ik kan weer naar huis.” Mick schudde zijn hoofd. “Ik geloof niet dat je dat meent. Volgens mij begin je van Schotland te houden. Ik ben nog even verder gaan zoeken, ook in de gegevens van mijn voorganger op de school en ik kom niet verder dan dat Don Lockhart hier inderdaad in Kilncadzow geboren is, getrouwd is met Phoebe Macallister en dat ze volgens jou een zoon kregen 8 jaar later, in Cannich. Dus in 1928. Maar wat ik wel merkwaardig vindt is dat er een kleine Donald Macallister een paar jaar bij mij in de klas zat, van zijn zesde tot zijn negende ongeveer, die bij hoog en bij laag volhield dat zijn opa omgekomen was in de Scapa Flow bij de aanslag op de Royal Oak. Ik heb geprobeerd te achterhalen waar het gezin heen verhuisde toen hij negen was maar zulke dingen werden toen niet accuraat genoteerd. hij was simpel uit de schoolarchieven geschreven met “verhuizing” als reden.”

Opnieuw vroeg ik me af aan welke kant van de bol wol ik moest trekken. Ik vertelde Mick over het telefoontje van de wijkverpleegkundige uit Invermoriston, lichtjaren geleden en slechts een paar uur voordat mijn hoofd begon te zoemen door de ontmoeting met de muzikant. “Dat was een William Donald Lockhart, geboren en gestorven in Inverness.” Mick dacht na. “Theoretisch zou hij de vader van mijn jongetje Macallister kunnen zijn. Maar ik zie werkelijk de link niet. Of het zou Phoebe moeten zijn, die na het overlijden van haar man haar meisjesnaam weer heeft aangenomen.” Ik probeerde zijn gedachtegang te volgen. “Phoebe kan onmogelijk van William Lockhart een kind hebben gekregen dat bij jou in de klas zat in de jaren 80. Ze was al met Don de tweede in 1920 getrouwd.” “Dat kan inderdaad niet. Toch denk ik wel dat zij er iets mee te maken heeft. Zullen we eens alles wat we weten op een rijtje zetten?” Ik knikte, moe ineens van alle indrukken. Mick haalde een blocnote en begon in een keurig schoolmeestershandschrift te schrijven. “Don Lockhart 1. Cannich, 1868. Verhuisde eind 1868, vermoedelijk door de Clearances rondom Guisachan.” Ik vroeg ook een velletje papier en schreef als een brave leerling met hem mee. “Don Lockhart 2. Kilncadzow. 1898. Getrouwd in 1920 met Phoebe Macallister in Carluke. Vermoedelijk wordt Don Lockhart 3 uit dit huwelijk geboren in Cannich in 1928. Don Lockhart 2 stierf in 1939. Dan weten we niets totdat er in 1955 een William Donald Lockhart geboren wordt in Inverness, ouders vooralsnog onbekend. Hij is niet getrouwd en heeft geen kinderen en sterft op 46 jarige leeftijd in de gemeente Inverness. Vervolgens zat er van 1984 tot 1987 een Donald Macallister op school in Carluke, die daarna is verdwenen.”

Ik nam een grote slok van mijn bessenlimonade. “Moeten de Lockharts uit Newcastle er niet bij?” vroeg ik een beetje hoopvol. Mick keek me onderzoekend aan. “Ze lijken er niets mee te maken te hebben en het geeft een verkeerd en onrustig beeld. Maar als jij er persé een aantekening van wil maken, dan ben ik de laatste die je tegen zal houden.” Ik keek nogmaals naar het onsamenhangende lijstje. “Familie van Craig Lockhart, Newcastle.” schreef ik er bij. Ik had geen idee hoe oud Craig was, laat staan hoe oud zijn vader was. Ik verwoordde dat hardop tegen Mick. “Dat kunnen we wel opzoeken. Die Craig is redelijk bekend, dus ik Google hem wel even.” Hij ging het vervallen huis binnen, mij in de zonnige tuin achterlatend. Een bijna 80 jarige schoolmeester die gaat googelen, het werd steeds zotter. In een mum van tijd kwam Mick terug. “De muzikant is van 1980 en geboren in Newcastle. Vader en moeder komen daar beide vandaan en er is nog een oudere zuster.” Het was raar om Mick te horen praten over “de muzikant” terwijl ik zijn lippen nog op mijn wang leek te voelen, maar ik zweeg en krabbelde de gegevens op mijn papiertje. Hij was dus 6 jaar ouder dan ik. Dat schreef ik er niet bij.

Mick vroeg me of ik wilde blijven eten, maar dat wimpelde ik af. Ik had eigenlijk behoefte om helemaal terug naar de cottage te rijden en me in de stilte onder te dompelen omdat ik aan vanmiddag wilde denken, maar het was niet verstandig om nu nog vier uur in de auto te gaan zitten. We spraken af dat we elkaar op de hoogte zouden houden. Met een hartelijke omhelzing, mijn tweede vandaag, namen we afscheid.

Opnieuw reed ik rond de spits Edinburgh in. Ik zette de auto op vrijwel dezelfde plek en liep even een blokje om langs de pub waar de band gisteren gespeeld had. Nu hing er geen aankondiging. Ik liep een beetje doelloos nog wat verder en ging toen richting station waar ik in een boekwinkel een krant kocht. De charme van de grote stad leek me nu minder te omarmen en ondanks het zachte zomerweer besloot ik met een omweg terug naar het hotel te gaan. Bij de receptie vroeg ik of er afhaalmaaltijden mogelijk waren en het meisje in het stijve uniform gaf me een kaart. “U kunt laten bezorgen maar vanzelfsprekend kunt u ook een maaltijd via roomservice uit ons restaurant bestellen.” Het leek alsof ze dat eigenlijk liever had, dus ik knikte vriendelijk en nam mijn sleutel en de menukaart mee naar de kamer. De ramen stonden open, het was opgeruimd en fris. Ik snakte naar een groot glas wijn maar wilde het kleine flesje dat in de minibar stond niet open maken. Dus werd het geen afhaalmaaltijd, maar roomservice. Ik bestelde een fles gekoelde Pinot Grigio, een uitgebreide salade met bacon en geitenkaas en een soort dik brood met gezouten boter, schopte mijn schoenen uit en haalde de spelden uit mijn haar en wilde domweg op de TV wat gaan zappen om mijn hoofd van het gezoem van vandaag af te leiden. Toen de wijn en de salade gebracht waren kon ik me eindelijk ontspannen. Ik keek naar een Brits programma over huizen in “the Country” die verbouwd moesten worden, heel kneuterig en precies met de juiste spanningsboog die ik nu aankon, toen mijn Iphone aangaf dat er een appje binnen kwam. Ik hoopte dat het Marianne uit Amsterdam was die me zou vragen hoe het allemaal in Schotland was en ik zou eindeloos met haar kunnen appen terwijl ik de Pinot dronk en de huizen aan me voorbij zag gaan. Maar het was een foto van vanmiddag. De muzikant met zijn verschrikkelijk leuke hoofd dicht tegen het mijne en het gigantisch stalen paardenhoofd hoog boven ons. “Hi Jaimie, leuk toch? Hoe was het bij je oude schoolmeester, nog wat meer te weten gekomen? xxx”

Vooral die drie kruisjes deden het. Ik appte meteen terug. “Super leuke foto. Niet veel meer wijzer geworden dan ik al was. Thnx voor het doorsturen!” Ik durfde zelf geen kruisjes te zetten. Nam nog een slok. Keek naar een huis in Exeter dat een extra serre nodig had. Probeerde niet te wachten op een nieuw berichtje. Dat wel kwam, net toen ik even in de badkamer was. “Ben je alweer terug in je cottage? Of nog dichtbij?” “Heel dichtbij. Ik ben terug gegaan naar Edinburgh, geen zin in de lange de rit naar de Highlands.” Ik hoopte dat het niet te suggestief overkwam. Meteen bromde het antwoord: “Dat snap ik. Zin in een “wee dram” in een rustige pub met een Lockhart die geen Don is?” Mijn hart begon te bonzen. Ik zag dat het inmiddels over negenen was. Ik had een halve fles wijn op, mijn haren uit de plooi en eigenlijk klaar voor een vroege nacht. Ik had nauwelijks geslapen en was erg moe. Ik was hier voor mijn werk. “Leuk! Waar?” appte ik terug.

5 maanden uit de lucht..

…En nu er weer in! Inmiddels is het half maart 2019, bijna 4 jaar en 4 maanden zonder Gijs, en dat dit nog steeds met vallen en opstaan een dagelijks “werk” is, getuigen de komende blogs die een terugblik zijn op de afgelopen tijd vol emotionele, zware en zeker ook lichte momenten… kortom, hogmanay.nl is weer in bedrijf!

12 november. Koud.

Het is vijf uur in de ochtend als Lizzie en ik beneden zijn, zij aan haar ontbijt en ik aan mijn breiwerk. Lief, dat verzin je toch niet. Maar het is zo. Je dochter, die volgend jaar op de universiteit van Amsterdam theaterwetenschappen gaat studeren en drie dagen geleden haar opa heeft verloren, moet over een uur op de fiets zitten om de Blokker te gaan bevoorraden na de verbouwing.

Het vriest flink en dat brengt me terug naar november 1994, toen het ook vroor en we elkaar elke dag warm hielden, zo verliefd dat sneeuw en kou ons niet deerden, zelfs niet in dat piepkleine huisje waar jij tijdelijk woonde. In die tijd was het in november, december en januari altijd koud. Maar in die tijd waren we samen. God, wat mis ik die tijd.

Als Lizzie goed een dikke 20 minuten weg is, gaat de telefoon. Bizar, om kwart over zes in de ochtend. Ik hoor aan de andere kant van de lijn hoe ze hijgt. “Mijn fiets is in zijn versnelling vastgevroren en ik krijg hem niet los. Zo kan ik niet nog drie kwartier doorfietsen. Ik ga mijn collega bellen om te vragen of ik met haar mee kan rijden, ze woont hier tien minuutjes vandaan..” Ik vertel haar dat ik het een goed plan vind, erger me er aan dat ik niet voor een oplossing kan zorgen, maar Lizzie is zelfstandig genoeg om dat zelf te doen.

Opnieuw buig ik me over de muzikale interludes van pappa’s uitvaart. Opera? Nee, dat zou hij graag horen maar ik heb te maken met de mensen die aanwezig zullen zijn en omdat de familie zo klein is geworden, zijn het voornamelijk de kinderen van zusje lief met hun partners. Die kan ik de champagne-aria van Don Giovanni niet aan doen, maar ook niet de beeldschone Russische dans van Tsjaikovski of een vioolconcert van Mendelssohn. Maar tegelijkertijd wil ik niet de alle dertien goed klassieke dingen, omdat die wel bekend zijn. Jij weet ook dat pappa zich in zijn graf zou omdraaien terwijl hij daar niet eens in ligt! Dus… ik zoek en probeer uit en bedenk en neem nog een matineuze kop koffie. Pieker hoe ik mijn “speech” ga indelen. Ik ga het op de muziek gooien, dat wat pappa me zo intens heeft meegegeven en waar ik hem dagelijks dankbaar voor ben.

De BBC laat Mozarts “Eine kleine nachtmusik” horen. En dat lijkt een tekentje. Oké, dat is licht genoeg voor de niet klassieke muziekliefhebbers onder de genodigden. En het is Mozart genoeg om de sfeer van mijn meisjestijd op te roepen, waarin pappa met zijn sigaartje en zijn zondagochtend-muziek een prominente rol speelde. Dat wordt dus een van de muziekstukken.

Zusje wilde “iets van Grieg.” Pappa was niet echt een liefhebber van Grieg en de “morgenstemming van Peer Gynt” is mij teveel aanwezig op de crematoriumlijst. Maar Solvej’s dans zou pappa’s goedkeuring wel kunnen wegdragen. Zusje vindt het mooi. Welke muziek moet ik nog laten klinken?

En dan open ik de oude dekenkisten en ga ik opnieuw binnen vijf weken door oude foto’s heen. Opnieuw afbeeldingen zoeken van vroeger, van toen alle opa’s er nog waren, de kinderen klein, jij en ik jong…. En opnieuw denk ik met een brok in mijn keel, zoals al meer dan vier jaar: “Wie verzint dit toch allemaal? Waarom toch?” Tegelijkertijd beseffend dat het gewoon, niets anders dan Het Leven is…

8/9 augustus. Kind thuis en test.

Zaterdag blijf ik het lichte grijnsgevoel houden, na het etentje van gisterenavond. Er moet natuurlijk weer veel gewassen worden, met de twee reuen erbij is het een extra wandeling die ik graag doe maar die me ook anderhalf uur meer kost, dus ik ga pas weg als ik zeker weet dat Iona de pups heeft gevoed en ze met volle buikjes tevreden liggen te slapen. Het is prettig om het zo te kunnen doen, volledig in het ritme van Iona en de pups en dat ik daardoor op de meest vreemde tijden buiten ben of juist niet, dat doet er weinig toe. Mijn eetritme was deze dagen ook anders dan anders, maar dat deerde niemand. Vanaf vandaag moet daar weer structuur in komen want mijn kind moet op tijd gevoed worden, zeker als ze over een week weer naar school gaat.

In de middag, als ik de pups heb verschoond en de derde was draait, valt mijn oog op een berichtje dat blijkbaar vanmorgen al verstuurd was: Lizzie komt om negen uur thuis. Ik neem aan dat ze dan al wel gegeten heeft, maar ik moet toch nog boodschappen doen dus ik neem een extra stokbroodje mee voor als ze nog wat wil knabbelen.

Ik sta op het punt om met Bikkel naar de bushalte te lopen om haar op te pikken in de avond, als ik stemmen hoor en zie dat ze samen met Laura haar tassen uit de auto van M. hijst. hij was zo lief om haar naar huis te brengen, een grote omweg van Harlingen naar Amsterdam. Maar een kop koffie en een blik op de puppies is de prijs die we daarvoor moeten betalen en dat is geen probleem, natuurlijk. Ze zien er alledrie goed uit, heerlijke zongebruinde gezichten maar ik zie bij Laura iets wat niet bij een opgewekte, uitgeruste vakantieganger hoort. Als ze aangeeft dat ze ook wel vaker heeft moeten huilen, dan klopt mijn idee. Helemaal zonnig was het dus niet voor haar.

Het is fijn om Lizzie weer om me heen te hebben, te horen vertellen, ja, ze heeft nog wel trek in een stukje stokbrood met de kruidenkaas van de boer en een groot glas limonade erbij. Er ligt weer nieuwe was,  er staan tassen in het klompenhok en het huis is niet meer exclusief van de honden en mijzelf.

Ze gaat nog even in de werpkist bij de puppies zitten en samen doen we de laatste weegsessie van de dag. 

Zondag begint mijn dag erg vroeg, omdat ik om kwart over tien alle honden heb uitgelaten en verzorgd heb, de ezels buiten heb staan en een tas heb ingepakt met spullen. Ik maak Lizzie wakker, die in het kraamkamertje wat gaat liggen bijkomen en lezen en dan stap ik op de bus. Een dik half uur later stapt J. daar ook in en reizen we samen door naar Assen en nemen daar de trein naar Groningen. Daar worden we opgehaald door de baas van het hondje Donder, zus van Iona, waarvan we de pups vandaag gaan bekijken en testen. Die zijn inmiddels zeven weken en bijna klaar om naar hun eigen nieuwe huizen te gaan.  

Via een omweg komen we in een pittoresk, Gronings dorpje en gaan we een even pittoreske, door rozen overwoekerde voortuin in. Het huis, waar Donder woont is een mengelmoes van een oude authentieke boerderij, een Zwitsers chalet en Villa Kakelbont. Overal kleur, overal oud hout, overal schilderijen, hoekjes en nisjes waar je ogen te kort komt omdat er mooie dingen te zien zijn. Het ademt de sfeer uit van mijn persoonlijke verleden, toen ik als jong meisje in een klein huisje op het platteland in Denemarken logeerde, om dagelijks met de trein naar Kopenhagen te reizen voor mijn balletlessen. Dat huisje was in dezelfde tinten geschilderd: okergeel, flessengroen, bordeauxrood. Overal schilderijen en oude muziekinstrumenten aan de muur, vazen met rozen en groen, oud aardewerk.. en ook dat huis was een lust voor het oog. 

We lopen door het huis naar een diepe tuin, waar aan een grote, houten tafel M. en haar man en dochtertje zijn. Ze hebben de verzorgers van de reu meegenomen en Chap, de reu zelf, om alle pups te bekijken en het is goed om hen te zien en te omhelzen, dat was alweer te lang geleden. De eigenaresse van Donder begroet me enthousiast, laat koffie voor me aanrukken en houdt dan een klein toespraakje, waarin ze M. en mij bedankt voor onze hulp bij de totstandkoming en opgroei van dit nestje. We krijgen allebei een mooie klimroos, een fles wijn en lekkere chocola en dan zijn de officiële woorden gezegd en gaan we na de koffie met de pups aan de gang. m. zet de op tafel om te kijken naar het exterieur en omdat het er toch acht zijn en we een wat beperkte tijd hebben, ga ik ondertussen de karaktertest bij de pups afnemen. 

De tuin van de familie O. is zo mogelijk nog specialer en mooier dan hun huis en het is enorm uitgestrekt. Overal bomen met boomhutten erin, kleine stukjes gras, overal rozen en bloeiende planten, houten bruggetjes, stroompjes, vijvertjes, houtwallen. Een walhalla voor een hond en zelden heb ik zulke vrij losscharrelende pups gezien die overal in holletjes, hoekjes en plekjes liggen. Wat een mooie wereld voor die kleine hondjes en wat zal het ingewikkeld zijn als ze later aan regels moeten voldoen. 

Ik begin met de test en zie dat het over het algemeen hele vrije, zorgeloze, niet timide pups zijn. Hier en daar is een hondje wat gevoelig en daar maak ik een aantekening van. Het dochtertje van het gezin is erbij en ziet de hondjes hel anders reageren dan ze gewend was in het nest. Ik leg uit dat het precies daarom is, dat het goed is om zo’n test af te nemen, zodat je een completer beeld krijgt van een pup. Bij de moeder, broertjes en zusjes en op veilige, bekende plekjes is het heel anders dan wanneer ze alleen, met een vreemd iemand op onbekend terrein zijn. 

Door wat M. heeft gezien op “de tafel” en ik in de test, kunnen we een advies geven over welk hondje de mensen zelf kunnen gaan houden en welk hondje naar welk gezin het beste kan gaan.

Na een lange evaluatie in de zon, een kop soep en een knuffel aan de naar buiten ruikende pups, worden J. en ik weer naar de trein gebracht. Thuis heeft Lizzie als vanouds voor alle honden en pups gezorgd en is mijn nestje nog wel erg klein vergeleken bij hun neefjes en nichtjes. Iona en haar zusje Donder zijn precies gelijk opgegaan met zes dochters en twee zonen en met de data waarop dingen speelden… Erg bijzonder ook weer. Helemaal omdat Gijs en ik destijds het hondje Donder niet hebben toegewezen aan deze baasjes omdat ze met haar een nestje wilden, maar omdat ze een huishondje ging worden in een gezin met drie kinderen, heel veel tuin, heel veel buiten en heel veel andere dieren.

Ook dit is anders geworden. Maar goed.

17 april. In het midden van alles…

Gisterenavond zijn er drie logeerhondjes gekomen, waarvan de jongste nog maar tien weken is. De beide oudere teefjes waren hier enkele weken geleden ook al voor een langere periode, maar nu blijven ze twee tot drie nachtjes slapen. De kleine pup wond Lizzie onmiddellijk rond haar pootje en het is grappig om weer zo’n ukkepuk in huis te hebben. Ondanks dat ze thuis niet meer in een bench slaapt, heb ik hem toch maar opgezet en klik ik het show-rennetje er ook aan. Want zo’n kleintje tussen mijn grote, lompe roedel en bij de twee oude, dove en onhandige mannetjes is geen optie. Ik moet haar af en toe, als mijn aandacht even op iets anders gericht is, veilig apart kunnen zetten. Omdat ze nog een beetje in de zindelijkheidstraining zit, heb ik besloten dat ik de paar nachten op de bank doorbreng.

tessa

Lizzie, Laura en ik hebben maanden geleden al kaartjes gereserveerd voor een concert in het theater in Leeuwarden van de Zeeuwse band Blof. Alhoewel ik niet zo’n populaire concertganger ben, kan ik hun muziek heel erg waarderen en voor Lizzie is het een verbintenis die ze met Gijs had… hun gemeenschappelijke muziekkeuze. Ik heb in mijn vroegere werk ook wel voor deze band en hun technici de catering gedaan en het is een uitje waar de meisjes zich al langer op verheugden.

Vanwege de kleine pup moet ik het een en ander organiseren, dat ze halverwege ons avondje uit nog wel even naar buiten gelaten wordt en we moeten proberen de eerste trein na het concert terug te nemen. een bus gaat er dan niet mer, dus een NS taxi wordt besteld. Lizzie en ik eten vroeg en we zorgen dat alle dieren zodanig uit zijn geweest en verzorgd, dat we strak om tien over half zeven de deur uit kunnen. Puppenkind heeft lekker gegeten en een wandeling gemaakt, waardoor ze al in de bench in slaap is eer wij weg zijn.

Op het station horen we dat ook vandaag weer de trein naar Leeuwarden tien minuten vertraging heeft. Even mopper ik en schiet in de stress: komen we dan nog wel op tijd? het is toch nog even lopen naar het theater en ik weet als geen ander hoe vervelend het is als er mensen na aanvang pas binnen komen vallen.

We treffen Laura in de trein. Ze heeft een groot koffer bij zich en we moeten lachen bij het idee dat ze met een koffer naar een concert gaat.

In Leeuwarden komen we om vijf over acht aan en moeten we flink doorstappen om op tijd binnen te zijn. maar het lukt en als we eenmaal hoog op het balkon onze plaatsen hebben ingenomen zijn er nog minstens twee minuten over. Gelukkig heb ik een nieuw horloge!

Het concert, “In het midden van alles” is akoestisch en dat maakt het intiem en sterk. Er is een mooie mix van oude en nieuwe nummers en het klinkt goed. Bij sommige nummers houd Lizzie mijn hand vast en dat is niet overbodig want af en toe schiet ik vol bij het horen van de soms wat heftige, maar heel poëtische teksten. Daar hield Gijs zo van.

Om me te vermannen kijk ik naar boven en zie de loopbruggen met de vaste theaterspots. De “snijders.” Maar dat helpt niet tegen de golf van enorme heimwee en ander verdriet. Want woonde ik niet zo ongeveer ooit op zulke loopbruggen, tussen de spots? Heb ik niet een groot deel ziel en zaligheid gegeven aan een theaterzaal als dit? Was ik niet meer dan dertig jaar vertrouwd met alles wat in een schouwburg gaande is? En, vooral, werd ik niet reddeloos verliefd op die jongen met zijn zwarte haren en zijn blauwe ogen en zijn lange benen, die samen met mij de lampen stelde, het geluid inhing, de balletvloer legde en al die dingen die dagelijks op een toneel gebeuren? Vergeet ik ooit dat ik op de zaalbrug stond om de schijnwerpers te kleuren, terwijl ik hem beneden over het toneel zag lopen en wist dat ik er alles aan zou doen om hem tenminste een keer te kunnen vasthouden?

Blof zingt zijn mooie liedjes. Naast me zingen mijn dochters luidop mee, dansend. Een hele nieuwe ervaring voor mij, als theaterbeest, om te zien en te merken dat ook dat kan in een schouwburg. Lizzie straalt nog meer dan de schijnwerpers boven onze hoofden. De mannen beneden op het toneel vervagen en krijgen kleurige contouren vanwege het tegen,- en toplicht en vooral door de tranen die niet weg te vegen zijn.

In het midden van alles. Dat kun je zeker zeggen. Deze belevenis ontroert me bovenmatig. Om wat was, om wat is, het midden van alles en om wat allemaal gaat komen. En dat ik niet alleen ontroerd kan raken door mijn “eigen” klassieke muziek maar dat Blof me ook zo kan raken, maakt dat ik me op een andere manier nog meer verbonden voel met mijn kinderen en de mooie man die hun vader was.

11080601_849249611812923_4718655976477608549_o

18 februari.

Omdat vanaf morgen de vakantie-opvang gaat beginnen, wil ik vandaag het laatste stuk van het blog bewerken, zodat ik voor het manuscript alleen nog maar wat verfijningen hoef aan te brengen. Lizzie is met de bus naar school. Gisteren belde ze om kwart voor vijf op en vertelde dat ze een lekke band had; ze was bij een dorp tussen Heerenveen en huis en zou dus een stuk later thuis zijn. Onvermijdelijk dat daar een verdrietige bui op volgde: zo’n moment van groot besef. Als Gijs thuis was geweest, was hij haar tegemoet gereden, de fiets achterin de auto en dan samen met Sky Radio op naar huis. Dan was het zelfs leuk geweest. En zorgde hij dat haar band gerepareerd werd voor vandaag.

Maar zo werkt dat tegenwoordig niet meer. Ik breng haar fiets in de middag naar de fietsenmaker, zie dat de band wel heel erg poreus en slecht is geworden. Dat wordt een nieuwe…

Omdat op de oude computer het manuscript staat, ga ik in het kantoor zitten met de kachel aan, nadat ik met de honden ben uit geweest. Ze liggen allemaal tevreden te slapen in de huiskamer en ik kan rustig naar de andere kant van het huis.

Ik ben met de laatste bewerking tot en met oktober 2014 gekomen, lees met verbijstering terug hoe snel Gijs achteruit ging en die onmogelijke keuze van een mogelijke alternatieve behandeling. Nu begrijp ik dat het zo goed is geweest dat Gijs er niet voor gekozen heeft. Het was onherroepelijk fout gegaan, want zijn ziekte had zich al zoveel verder gemanifesteerd dan we toen nog dachten. Ook het feit dat Iona niet drachtig was, blijkt achteraf beter te zijn geweest… want ook dat was niet mogelijk geweest. Gijs was veel zieker dan hijzelf en onze huisarts vermoedden.

Ik bereid me op de laatst opgetekende weken voor: het is heftig om het te herlezen.  Dat blijft.

Als ik aan de laatste levensdag toe ben, is het precies half twee. Tijd om af te sluiten. Mooie timing. Het verhaal heeft zichzelf geschreven en ik ben op tijd klaar om Lizzie in Heerenveen op te gaan halen. Om nog even samen een boodschap te doen, voordat ik weer een week niet echt veel verder dan het dorp ga komen met alle hondjes, behalve de hoogst noodzakelijke dingen zoals Lizzie’s EMDR.

 Ik heb de honden, nadat we uit de stad terug waren, nog even een stuk meegenomen en op het veld laten spelen zodat ze lekker moe zijn. Terwijl ik het stalletje zo goed en zo kwaad uitmest (er is een chronisch tekort aan vlas, stro en hooi vanwege het overlijden van de fourage-man) wordt het buiten vreemd roze van kleur. Als ik over het weiland kijk, zie ik een magisch schouwspel van rode wollige stippen in een grijze hemel. Toch weer even stilstaan bij dat wat ver over onze kleine leventjes reikt. De natuur gaat gewoon door met doorgaan. 

DSC_6004

Om zeven uur, nadat we vroeg gegeten hebben, is A. er om Bikkel op te halen. Voordat ze hem meeneemt, neemt ze mij eerst mee. Naar een dorp verderop waar de gelegenheid tot afscheid nemen is van onze hooi en stro leverancier. A. wil me brengen zodat ik niet in het donker op de fiets hoef en ik ben haar daar dankbaar voor. Het scheelt me een uur heen en terug fietsen in het donker. 

Er staat een enorme rij mensen, niet alleen de dorpsgenoten maar ook van de omringende plaatsjes zijn er mensen die de familie willen condoleren. Waar we voor Gijs met een register genoeg hadden, liggen er hier zeker 10. Ik herken ze, zoals ik de enveloppe van de rouwkaart herkende. 

S. ligt in een half open kist en ik kijk even, groet hem in stilte en ga dan in de rij staan om zijn gezin te condoleren. Als zijn vrouw me ziet, pakt ze me vast en ik omhels haar. Niet gebruikelijk, zie ik aan de mensen achter me, maar het is mijn gebruik. Ze kust me op beide wangen, zegt dat ze blij is dat ik er ben: “je komt toch een keer langs, he? We zijn nu allebei weduwvrouw…” Ik beloof haar zeker een keer koffie te gaan drinken en dan loop ik door naar de rest van de familie. 

Onder de indruk stap ik even later weer bij A. in de auto. Ze neemt Bikkeltje mee naar huis en ik ben op tijd om amen met Lizzie op de bank naar GTST te kijken. Dat gaat gewoon door, gelukkig. Net als de natuur.

DSC_6010

13 september. Auld Lang Syne.

Lizzie gaat vandaag naar het afsluitende World Servants festival met haar Bolivia-reisgenoten. Maar eerst moeten Gijs en ik weer met Iona naar Steenwijk. We zijn binnen het uur terug, maar het trekt toch een flinke wissel op de energie van Gijs. Zo fijn als ik het vind dat hij dit stukje van Iona’s avontuur mee kan maken, zo naar vind ik het om te merken dat het veel van hem vergt. En als ik het verlossende telefoontje van vandaag krijg, is het duidelijk dat er nog niet helemaal een einde aan is gekomen: Iona is ook nu weer wel wat gestegen, maar nog niet genoeg om acute plannen te maken. Ik stuur een SMSje naar Schotland, krijg vrijwel onmiddellijk een berichtje terug. Ook daar heerst spanning die nu even is geweken. Vóór morgen hoeft er niets te gebeuren. Ik wilde eigenlijk naar papa toe, maar omdat Gijs niet echt lekker is en Lizzie weg, wil ik niet ook de rest van de dag op pad zijn. 

Daarom ga ik met de honden op het veld, languit liggen in het gras en kijken naar kleine dingen die vandaag sprookjesachtig groot zijn. Omdat ik even de realiteit niet wil zien.

DSC_5175

In de eikenboom waar de bramentakken doorheen slingeren….

DSC_5195

Bij de uitgebloeide Schotse distels die nu slechts wat pluizenbolletjes zijn….

DSC_5189

En in het gras, dat ruikt naar late zomer.

Aan het einde van een lome middag ga ik de dagelijkse dingen van de zaterdag oppakken. De honden hebben zondoorstoofde velletjes en ik ben nog wat rozig. Heb ik geslapen? DSC_5206

De kleuren van de oude schuur verdiepen zich in het middaglicht. Ik moet vlees voor de honden uit de vriezer halen, maar kijk toch nog even gefascineerd naar het schaduwlijnenspel op de schuurdeur…

DSC_5210

 

DSC_5209

We eten bijtijds een uitgebreide Salade Niçoise met stokbrood. Gijs heeft niet veel trek, maar dit vindt hij altijd wel lekker. Ik verzorg de dieren ook vroeg, want wil helemaal klaar zijn als één van mijn jaarlijkse hoogtepunten van start gaat. De “Last Night of the Proms..” die we op de televisie zullen kunnen zien, in tegenstelling met vorig jaar. Er kleven wat zware gedachten aan: het is het einde van weer een zomer, weer een periode. En natuurlijk rijst de bittere vraag op: “Kunnen we de volgende Proms weer samen beleven?”

Het is heerlijk. Er zijn enkele stukken waar Gijs niet zo van houdt, maar als het tweede gedeelte alle klassieke, laatste-Proms-avond-favorieten brengt, vindt hij het toch een feestje. Met twee gezichten, weliswaar.

Auld Lang Syne klinkt als laatste. Hymne van melancholie, van Oud en Nieuw en herinneringen en een “wee dram.” Het staat voor ons voor Iona, die Auld Lang Syne op haar stamboom heeft staan. 

Ik zing het mee en hoop dat de symboliek van vandaag de hoop van morgen met zich meevoert.

8 september. Overdracht.

In plaats van naar Maastricht af te reizen pak ik nu de trein die me naar Gouda brengt. Papa wordt met een ambulance over gebracht en het was dit keer niet nodig dat één van ons mee reisde. Zusje wacht hem op: zij woont tien minuten van de kliniek vandaan. Ondanks alle spanning die haar rit naar Maastricht gisteren heeft veroorzaakt, zijn we beiden hoopvol. Het is zomers en warm als ik van het station naar de kliniek loop. Eerst verkeerd, maar het is niet vervelend om langs de groene zoom van de stad te wandelen.

Gouda is vanaf mijn vierde tot mijn zeventiende mijn thuis geweest, mijn jeugd ligt daar. Ik ben er in mijn volwassen leven met kleine Laura nog een paar jaar terug gekeerd. Maar sinds mijn moeder overleden is en we haar huis hebben verkocht, nu acht jaar geleden, ben ik er eigenlijk niet meer geweest. Er zijn plekken in de stad, die ik koester maar het is niet een plaats waar ik me weer zou kunnen vestigen. Daarvoor houd ik er niet genoeg van. Bizar is wel, dat nu onze vader er is, wellicht als zijn laatste woonplaats. Na ruim dertig jaar. Op een steenworp afstand van waar mijn moeder haar laatste adem uitblies. Het voelt “rond.” En tegelijkertijd ook vreemd. 

12_10_12_stadhuis_gouda_by_herdervriend-d5ioylo

Tijdens de lange ambulancerit heeft Papa opnieuw hartklachten gehad en dat brengt onmiddellijk weer heftige zorgen met zich mee. Zusje en ik worden samen voor een intake-gesprek een kantoortje binnengeloodst en tot mijn verwondering is de indicatie en vraagstelling voor revalidatie uitsluitend gebaseerd op de milde bijverschijnselen van het herseninfarct. Wat er daarna allemaal met hem gebeurd is, heeft de intake-mevrouw niet op papier. Al pratend vullen zusje en ik van alles aan. Terug bij Papa zien we dat hij werkelijk uitgeput is. Hij lijkt piepklein in het grote bed en hij lijkt zich goed te realiseren dat zijn leven volkomen anders is geworden. Hij refereert naar Maastricht als: “dat is verleden tijd” en verbeelden we het ons, of heeft hij zelfs al enig idee dat zijn huis zijn huis niet meer is? Ik streel zijn magere hand en vertel hem dat we nu met zijn drieën verder gaan. We laten hem niet meer los.

Zusje beloofd hem vanavond nog op te zoeken. Hij sluit intens vermoeid zijn ogen en zijn hartslag is als een trillende vlindervleugelslag onder zijn pyjamajasje te zien.

Op het terras drinken we nog samen een kop koffie. En dromen wat: Stel, dat papa toch iets gaat opknappen, wat meer zin in een laatste stukje leven krijgt, dan kunnen we hem nog een beetje kwaliteit geven wat hij zo heeft moeten missen de afgelopen jaren.

Onze kinderen kunnen zo nu en dan even binnen lopen, we gaan zorgen dat hij wat fijne dingen om zich heen krijgt, dat hij misschien naar zijn geliefde muziek kan luisteren. Misschien kan hij een keer op een kort ritje mee naar zijn dierbare Rotterdam, langs de havens, langs al die lievelingsplekken. Ik probeerde hem al een reactie te ontlokken door hem te vertellen dat ik een CD van “Don Giovanni” voor hem mee zal nemen, de volgende keer. Wat hield hij daar vroeger van!

Ik luister naar de aria, die papa graag meezong, als we samen de reis van Gouda naar Parijs maakten, voor mijn balletlessen daar. Lange nachtelijke ritten met Mozart. Door die herinneringen komt er ineens een stroom van hoop vrij. Hoop op meer rust, betere tijden. Op een verlegging van onze focus die op allerlei verdrietige, moeilijke en akelige dingen gebaseerd is, deze dagen. Ik laat me verleiden tot een vorm van blijheid.

Het is zomer, Papa is weg uit Maastricht en in onze handen. Gijs voelt zich niet slecht. Iona gaat goed door haar loopsheid heen, ik verheug me op de komende dagen met haar.

Maar tijdens de treinreis terug worden de blijheid en die hoop door een telefoontje weer verijdeld.

3 juli. Serenade…

Midden in de nacht word ik met een schok wakker. Vanuit een verwarde droom, iets beklemmend op mijn borst. Ik heb het benauwd. Mijn hart gaat als een wilde tekeer, ik voel het tot in mijn rug bonzen. Het is te stil om me heen. Het is stil naast me. Omdat we geen gordijnen voor de kleine raampjes hebben, valt er altijd wel iets van licht in de slaapkamer: licht van de ezelstal, licht van het erf van de buren. Ik kijk naar waar het stil is naast me en zie het kale koppie van Gijs op het kussen. Zacht gaat zijn ademhaling op en neer, op en neer. Ik probeer mijn eigen, schokkerige teugen lucht naar de zijne te voegen. Langzaam word het wilde kloppen van mijn hart wat rustiger. Ik ga naar de huiskamer, waar alle honden slapen en zelfs het opvanghondje me niet opmerkt. Een glas sap klok ik met haast naar binnen. Mijn nacht is over.

Als ik een half uur later opnieuw de slaap  tracht te vatten, het spelletje “met Gijs mee ademhalen” als een mantra blijf herhalen en merk dat de nacht lichtblauw kleurt tot ochtend, wil ik eigenlijk weer opstaan. Maar dan knijp ik mijn ogen dicht. Mijn hart klopt niet meer te heftig. Ik ga een ander slaapmiddel proberen. In mijn gedachten stap ik terug naar mijn vroeger, dat andere leven waarin ik muziek in en uit ademde, waarin mijn voeten gekluisterd waren in roze satijn en waarin ik mijn lijf in elk willekeurig keurslijf kon dwingen. 

tumblr_n0g46j5SSN1qha0swo5_500

In de stille, vroege ochtend, met de stille, rustig slapende Gijs naast me, roep ik de wals uit de Serenade voor strijkers van Tsjaikofski op. Daar heeft George Balanchine in 1934 het meest dansante, organische, vrouwelijke en verrukkelijke ballet op gemaakt.  Wat heb ik zielsveel van dit ballet gehouden, wat voel ik het nog in mijn benen als ik de muziek hoor…

bilde

Ik haal de wals in de stille slaapkamer achter mijn ogen en in mijn hoofd terug. In mezelf, zodat Gijs zijn rustige ademhaling kan blijven gaan en hij er niet van wakker wordt. Rijke, volle dansende noten, weelderig en warm. En dan, nadat ik het helemaal in gedachten heb uit gewalst, is de slaap daar. Tsjaikovski, wat heb je ons, dansers en oud dansers toch veel gegeven!  Zelfs slaap aan iemand die wakker ligt. 

article-0-16728690000005DC-722_964x636

 

NB: Deze foto’s komen van verschillende sites en zijn om hun sfeer gekozen. Want zo was het om Serenade te dansen.

19 juni. Im Abendrot…

Als ik naast Lizzie’s bed sta, kijkt ze me vermoeid aan: “Ik heb eigenlijk het eerste uur vrij…”zegt ze zacht. Ik realiseer me dat ze meestal in haar vrije uren wil leren, maar ik denk dat het nu beter is als ze dat uurtje blijft slapen. Ik ga de honden verzorgen, want ik moet bijtijds met het logeetje klaar staan. We gaan met de voorlopige eigenaren naar een specialist, die misschien kan onderzoeken waarom het dier zich zo gedraagt als dat het doet. Gijs en ik hebben daar wel een idee over… maar wij zijn geen dierenarts.

Gijs slaapt nog als ik de deur achter me dichttrek, ik hoop van harte dat hij rustig kan blijven liggen. Ik verwacht een postpakketje voor mijn stichting maar met een beetje goede wil komt dat pas wanneer ik weer terug ben. Het regent, dus ik laat ook de ezels nog op stal staan. De honden zwaaien ons na.

DSC_8805 (2)

 De specialist begint aan een blanco blad en heeft nog geen enkel inzicht in de klachten en de eerdere onderzoeken. We doen ons verhaal, elkaar afwisselend. Zij over de eerste levensperiode van de hond, ik over wat ons is opgevallen sinds het dier bij ons is gekomen. Als ik een bepaalde omschrijving geef, zie ik de arts verrast opkijken. Het lijkt erop dat dat wat ik zeg exact past in een duidelijk beeld. Hij onderzoekt dat wat ik hoopte dat hij zou onderzoeken en als de hond een schreeuw van pijn geeft, lijkt het ons duidelijk. Met de juiste medicijnen en een groot vertrouwen dat het goed komt, gaan we de spreekkamer uit… lief logeerhondje van ons; vermoedelijk wordt je nu snel beter!

DSC_2052bew

Thuis is Gijs wakker. Hij ziet er slecht uit, alsof de nacht hem niet gunstig gezind is geweest. De mensen blijven nog even om wat dingen te bespreken over het hondje, we drinken koffie, maar Gijs is daarbij wat afwezig. ik herken dat: mijn lieve echtgenoot heeft iets in zijn hoofd waarover hij veel en lang nadenkt en daar moet ik niet over gaan vragen want dat werkt niet. ons hele huwelijk lang al niet. Hij komt er vanzelf mee wanneer hij het de moeite waard vind om te delen.

Hij komt er inderdaad mee, later op de avond, als hij tot mijn verbazing de CD van de Vier Letzte Lieder van Richard Strauss opzet. Voor mij heel dierbare, heel erg belangrijke muziek die me steeds opnieuw tot in het diepst van mijn wezen kan ontroeren en zoveel troost biedt. Gijs had er eigenlijk nooit iets mee. Nu luistert hij ernaar alsof hij het door mijn oren hoort. En dan begint hij ineens te praten. Over wat hem bezig houdt. Over dat nabije later van ons, zo niet samen. Over waarom hij naar deze muziek wil luisteren. Het wil begrijpen. En vooral over het genoeg hebben aan zichzelf. Door de louterende klanken, de helende melodieën en de warme woorden snap ik wat hem bezig houdt. Maar dat, wat ik begrijp, kan Gijs me niet vertellen omdat het pijn doet. De tekst van het laatste lied vertelt het wel. Zonder pijn.

DSC_2053bew

Im Abendrot.

Wir sind durch Not und Freude
gegangen Hand in Hand;
vom Wandern ruhen wir
nun überm stillen Land.

Rings sich die Täler neigen,
es dunkelt schon die Luft.
Zwei Lerchen nur noch steigen
nachträumend in den Duft.

Tritt her und laß sie schwirren,
bald ist es Schlafenszeit.
Daß wir uns nicht verirren
in dieser Einsamkeit.

O weiter, stiller Friede!
So tief im Abendrot.
Wie sind wir wandermüde–
Ist dies etwa der Tod?