Categorie archief: Muzikale impressies

12 november. Koud.

Het is vijf uur in de ochtend als Lizzie en ik beneden zijn, zij aan haar ontbijt en ik aan mijn breiwerk. Lief, dat verzin je toch niet. Maar het is zo. Je dochter, die volgend jaar op de universiteit van Amsterdam theaterwetenschappen gaat studeren en drie dagen geleden haar opa heeft verloren, moet over een uur op de fiets zitten om de Blokker te gaan bevoorraden na de verbouwing.

Het vriest flink en dat brengt me terug naar november 1994, toen het ook vroor en we elkaar elke dag warm hielden, zo verliefd dat sneeuw en kou ons niet deerden, zelfs niet in dat piepkleine huisje waar jij tijdelijk woonde. In die tijd was het in november, december en januari altijd koud. Maar in die tijd waren we samen. God, wat mis ik die tijd.

Als Lizzie goed een dikke 20 minuten weg is, gaat de telefoon. Bizar, om kwart over zes in de ochtend. Ik hoor aan de andere kant van de lijn hoe ze hijgt. “Mijn fiets is in zijn versnelling vastgevroren en ik krijg hem niet los. Zo kan ik niet nog drie kwartier doorfietsen. Ik ga mijn collega bellen om te vragen of ik met haar mee kan rijden, ze woont hier tien minuutjes vandaan..” Ik vertel haar dat ik het een goed plan vind, erger me er aan dat ik niet voor een oplossing kan zorgen, maar Lizzie is zelfstandig genoeg om dat zelf te doen.

Opnieuw buig ik me over de muzikale interludes van pappa’s uitvaart. Opera? Nee, dat zou hij graag horen maar ik heb te maken met de mensen die aanwezig zullen zijn en omdat de familie zo klein is geworden, zijn het voornamelijk de kinderen van zusje lief met hun partners. Die kan ik de champagne-aria van Don Giovanni niet aan doen, maar ook niet de beeldschone Russische dans van Tsjaikovski of een vioolconcert van Mendelssohn. Maar tegelijkertijd wil ik niet de alle dertien goed klassieke dingen, omdat die wel bekend zijn. Jij weet ook dat pappa zich in zijn graf zou omdraaien terwijl hij daar niet eens in ligt! Dus… ik zoek en probeer uit en bedenk en neem nog een matineuze kop koffie. Pieker hoe ik mijn “speech” ga indelen. Ik ga het op de muziek gooien, dat wat pappa me zo intens heeft meegegeven en waar ik hem dagelijks dankbaar voor ben.

De BBC laat Mozarts “Eine kleine nachtmusik” horen. En dat lijkt een tekentje. Oké, dat is licht genoeg voor de niet klassieke muziekliefhebbers onder de genodigden. En het is Mozart genoeg om de sfeer van mijn meisjestijd op te roepen, waarin pappa met zijn sigaartje en zijn zondagochtend-muziek een prominente rol speelde. Dat wordt dus een van de muziekstukken.

Zusje wilde “iets van Grieg.” Pappa was niet echt een liefhebber van Grieg en de “morgenstemming van Peer Gynt” is mij teveel aanwezig op de crematoriumlijst. Maar Solvej’s dans zou pappa’s goedkeuring wel kunnen wegdragen. Zusje vindt het mooi. Welke muziek moet ik nog laten klinken?

En dan open ik de oude dekenkisten en ga ik opnieuw binnen vijf weken door oude foto’s heen. Opnieuw afbeeldingen zoeken van vroeger, van toen alle opa’s er nog waren, de kinderen klein, jij en ik jong…. En opnieuw denk ik met een brok in mijn keel, zoals al meer dan vier jaar: “Wie verzint dit toch allemaal? Waarom toch?” Tegelijkertijd beseffend dat het gewoon, niets anders dan Het Leven is…

8/9 augustus. Kind thuis en test.

Zaterdag blijf ik het lichte grijnsgevoel houden, na het etentje van gisterenavond. Er moet natuurlijk weer veel gewassen worden, met de twee reuen erbij is het een extra wandeling die ik graag doe maar die me ook anderhalf uur meer kost, dus ik ga pas weg als ik zeker weet dat Iona de pups heeft gevoed en ze met volle buikjes tevreden liggen te slapen. Het is prettig om het zo te kunnen doen, volledig in het ritme van Iona en de pups en dat ik daardoor op de meest vreemde tijden buiten ben of juist niet, dat doet er weinig toe. Mijn eetritme was deze dagen ook anders dan anders, maar dat deerde niemand. Vanaf vandaag moet daar weer structuur in komen want mijn kind moet op tijd gevoed worden, zeker als ze over een week weer naar school gaat.

In de middag, als ik de pups heb verschoond en de derde was draait, valt mijn oog op een berichtje dat blijkbaar vanmorgen al verstuurd was: Lizzie komt om negen uur thuis. Ik neem aan dat ze dan al wel gegeten heeft, maar ik moet toch nog boodschappen doen dus ik neem een extra stokbroodje mee voor als ze nog wat wil knabbelen.

Ik sta op het punt om met Bikkel naar de bushalte te lopen om haar op te pikken in de avond, als ik stemmen hoor en zie dat ze samen met Laura haar tassen uit de auto van M. hijst. hij was zo lief om haar naar huis te brengen, een grote omweg van Harlingen naar Amsterdam. Maar een kop koffie en een blik op de puppies is de prijs die we daarvoor moeten betalen en dat is geen probleem, natuurlijk. Ze zien er alledrie goed uit, heerlijke zongebruinde gezichten maar ik zie bij Laura iets wat niet bij een opgewekte, uitgeruste vakantieganger hoort. Als ze aangeeft dat ze ook wel vaker heeft moeten huilen, dan klopt mijn idee. Helemaal zonnig was het dus niet voor haar.

Het is fijn om Lizzie weer om me heen te hebben, te horen vertellen, ja, ze heeft nog wel trek in een stukje stokbrood met de kruidenkaas van de boer en een groot glas limonade erbij. Er ligt weer nieuwe was,  er staan tassen in het klompenhok en het huis is niet meer exclusief van de honden en mijzelf.

Ze gaat nog even in de werpkist bij de puppies zitten en samen doen we de laatste weegsessie van de dag. 

Zondag begint mijn dag erg vroeg, omdat ik om kwart over tien alle honden heb uitgelaten en verzorgd heb, de ezels buiten heb staan en een tas heb ingepakt met spullen. Ik maak Lizzie wakker, die in het kraamkamertje wat gaat liggen bijkomen en lezen en dan stap ik op de bus. Een dik half uur later stapt J. daar ook in en reizen we samen door naar Assen en nemen daar de trein naar Groningen. Daar worden we opgehaald door de baas van het hondje Donder, zus van Iona, waarvan we de pups vandaag gaan bekijken en testen. Die zijn inmiddels zeven weken en bijna klaar om naar hun eigen nieuwe huizen te gaan.  

Via een omweg komen we in een pittoresk, Gronings dorpje en gaan we een even pittoreske, door rozen overwoekerde voortuin in. Het huis, waar Donder woont is een mengelmoes van een oude authentieke boerderij, een Zwitsers chalet en Villa Kakelbont. Overal kleur, overal oud hout, overal schilderijen, hoekjes en nisjes waar je ogen te kort komt omdat er mooie dingen te zien zijn. Het ademt de sfeer uit van mijn persoonlijke verleden, toen ik als jong meisje in een klein huisje op het platteland in Denemarken logeerde, om dagelijks met de trein naar Kopenhagen te reizen voor mijn balletlessen. Dat huisje was in dezelfde tinten geschilderd: okergeel, flessengroen, bordeauxrood. Overal schilderijen en oude muziekinstrumenten aan de muur, vazen met rozen en groen, oud aardewerk.. en ook dat huis was een lust voor het oog. 

We lopen door het huis naar een diepe tuin, waar aan een grote, houten tafel M. en haar man en dochtertje zijn. Ze hebben de verzorgers van de reu meegenomen en Chap, de reu zelf, om alle pups te bekijken en het is goed om hen te zien en te omhelzen, dat was alweer te lang geleden. De eigenaresse van Donder begroet me enthousiast, laat koffie voor me aanrukken en houdt dan een klein toespraakje, waarin ze M. en mij bedankt voor onze hulp bij de totstandkoming en opgroei van dit nestje. We krijgen allebei een mooie klimroos, een fles wijn en lekkere chocola en dan zijn de officiële woorden gezegd en gaan we na de koffie met de pups aan de gang. m. zet de op tafel om te kijken naar het exterieur en omdat het er toch acht zijn en we een wat beperkte tijd hebben, ga ik ondertussen de karaktertest bij de pups afnemen. 

De tuin van de familie O. is zo mogelijk nog specialer en mooier dan hun huis en het is enorm uitgestrekt. Overal bomen met boomhutten erin, kleine stukjes gras, overal rozen en bloeiende planten, houten bruggetjes, stroompjes, vijvertjes, houtwallen. Een walhalla voor een hond en zelden heb ik zulke vrij losscharrelende pups gezien die overal in holletjes, hoekjes en plekjes liggen. Wat een mooie wereld voor die kleine hondjes en wat zal het ingewikkeld zijn als ze later aan regels moeten voldoen. 

Ik begin met de test en zie dat het over het algemeen hele vrije, zorgeloze, niet timide pups zijn. Hier en daar is een hondje wat gevoelig en daar maak ik een aantekening van. Het dochtertje van het gezin is erbij en ziet de hondjes hel anders reageren dan ze gewend was in het nest. Ik leg uit dat het precies daarom is, dat het goed is om zo’n test af te nemen, zodat je een completer beeld krijgt van een pup. Bij de moeder, broertjes en zusjes en op veilige, bekende plekjes is het heel anders dan wanneer ze alleen, met een vreemd iemand op onbekend terrein zijn. 

Door wat M. heeft gezien op “de tafel” en ik in de test, kunnen we een advies geven over welk hondje de mensen zelf kunnen gaan houden en welk hondje naar welk gezin het beste kan gaan.

Na een lange evaluatie in de zon, een kop soep en een knuffel aan de naar buiten ruikende pups, worden J. en ik weer naar de trein gebracht. Thuis heeft Lizzie als vanouds voor alle honden en pups gezorgd en is mijn nestje nog wel erg klein vergeleken bij hun neefjes en nichtjes. Iona en haar zusje Donder zijn precies gelijk opgegaan met zes dochters en twee zonen en met de data waarop dingen speelden… Erg bijzonder ook weer. Helemaal omdat Gijs en ik destijds het hondje Donder niet hebben toegewezen aan deze baasjes omdat ze met haar een nestje wilden, maar omdat ze een huishondje ging worden in een gezin met drie kinderen, heel veel tuin, heel veel buiten en heel veel andere dieren.

Ook dit is anders geworden. Maar goed.

29 juli.. Ineens twee weken verder…

…… en een nestje van een week oud, dat knorrend en tevreden in de werpkist ligt. De week van 15 tot en met 21 juli is razendsnel voorbij gegaan. Laura heeft een paar dagen bij ons aan de verbetering van haar Masterthese gewerkt, zodat de week vol was van heerlijke familiare aangelegenheden. Ze heeft hard gewerkt, hele dagen geschreven en in de avond was ze vrij. Dan maakte ik een lekkere maaltijd, die we zelfs een paar keer buiten hebben kunnen eten, ze genoot van een glaasje wijn erbij en in de avond was het tijd om naar een serie of film te kijken ter ontspanning. Lizzie heeft haar vakantie optimaal benut door veel uit te slapen, maar ook met vriendinnen een avondje door te brengen. Op vrijdag is ze mee geweest naar Schiphol, om haar vriendinnetje E. weg te brengen, die ook dit jaar weer voor World Servants een werkproject meemaakt.

We hebben een Heerenveen een schattig nieuw Italiaans winkeltje ontdekt waar we met zijn drieën op een regenachtige middag een lekkere koffie met verrukkelijke “Dolci” genoten, ook weer zo’n plek die we in ons hart sluiten omdat het leuk en lekker en “ons” is. Lizzie en Laura haalden er op de zaterdag allerlei hapjes om het samen met brood en salade tot een feestmaal te maken.

Mijn verjaardag, maandag, werd door Lizzie ingeluid met ontbijt in het kraamkamertje. Ik sliep sinds een paar dagen met Iona in het kamertje, zodat ze kon gaan wennen aan de werpkist. Lizzie heeft zichzelf overtroffen: ze heeft zelfs beschuitjes met aardbeien voor me gemaakt, terwijl ze ervan gruwelt om de zomerkoninkjes alleen al te snijden. Ik krijg lieve cadeautjes en ze heeft slingers opgehangen. Wat een tegenstelling met de intrieste sfeer die er vorig jaar hing… het veroorzaakt een brok in mijn keel.

H. is op de koffie gekomen en brengt lavendel en nog meer verjaarsvrolijkheid mee. En als in de middag ook vriendinnetje L. koffie komt drinken en een mooi Golden Age schilderij mee neemt, dan heb ik een vorstelijke verjaardag gehad. Het regende echter weer flink en het bezoekje van L. werd afgebroken omdat we ineens beiden zagen dat Iona een andere blik in haar ogen kreeg en in zichzelf gekeerd raakte… iets zei me dat ik haar nu niet meer uit het oog wilde verliezen.

11731718_693758710729493_5874508032542051694_o

De dinsdag was de opmaat van de cocoonperiode die er altijd rondom een bevalling is. Dit keer geen Maigrets of andere detective-leesstof, want ik kan me helaas niet meer permitteren om 24 uur in het kamertje bij Iona te zijn zoals bij de eerdere nesten. De verzorging van de andere honden en het huishouden gaat niet vanzelf.

Omdat Iona’s onrust poot over poot toeneemt en ze een duidelijke temperatuursdaling heeft gehad, weet ik dat de bevalling in ieder geval tussen nu en 48 uur gaat plaats vinden. Ik bericht A. dat het lijkt door te zetten en we maken ons op voor een lange nacht.

006Die inderdaad komt en weer voorbij gaat. A. gaat onverrichterzake terug naar huis om nog een paar uur te slapen alvorens ze weer aan het werk moet, en ik ga een paar lange wandelingen maken met de grote honden, als Lizzie beneden is, zodat Iona niet alleen is. Tegen het middaguur ga ik met haar wandelen. Het is zonnig en Lizzie ligt te lezen in haar hangmat. Nadat ik terug ben met Iona, merk ik dat ze vruchtwater verliest en binnen een half uur zie ik ook de eerste perswee door haar lijfje trekken. Het duurt nog een tweetal uren voordat ze volledig ontsloten is, maar dan haal ik toch Lizzie naar het kleine kamertje om erbij te zijn als om half vier het eerste teefje springlevend ter wereld komt. Iona is vanaf het moment dat ze de pup ruikt volledig moeder. Ze likt de pup schoon, bijt de navelstreng door en werkt de placenta weg. De pup weet ook precies wat ze moet doen. Als ik haar gehemelte check om te voelen of die goed gesloten is, begint ze krachtig op mijn vinger te zuigen: ik leg haar bij Iona aan en tegelijkertijd rollen er nieuwe weeen door Iona’s lichaam. Binnen een half uur is het tweede pupje er. Ik heb inmiddels een berichtje van M. uit Schotland gekregen en kan haar blij maken met het bericht dat er nu een teefje en een reutje zijn… en Iona gaat snel, accuraat en zo fantastisch zelfverzekerd door dat tegen de tijd dat ik A. aan de telefoon heb er al vier pups zijn geboren.

033A stapt binnen op het moment dat Iona aan haar zesde pupje bezig is, dat wat pootjes in de aarde heeft omdat hij dwars ligt en de navelstreng om het halsje zit. Toch, ondanks dat ik Lizzie voorzichtig voorbereidde dat we het misschien zouden verliezen, is ook deze pup kerngezond en Iona lijkt oprecht blij met haar zestal. A. gaat even met de auto naar de supermarkt, omdat ik dringend een baltje hooi voor de ezels nodig heb en in die tussentijd ziet nummertje zeven het levenslicht. Om kwart over negen, vijf en een half uur na de eerste pup, heeft Iona een zevental dochters en twee zoontjes het leven geschonken.

023

A. gaat midden in de nacht terug naar huis. Ons gezamenlijke Schotlandavontuur is in negenvoud doorgezet!

23 juli staatie

Lizzie is donderdag jarig en tussen de vele naweeën van Iona door, het puppen verzorgen en de enorme berg was, vieren we toch samen het feit dat ze zeventien is en thuis. In de namiddag komen er een drietal vriendinnen van haar, onverwacht, en ik ben daar zo blij mee dat ik vraag of de meisjes blijven eten. De babyfoon die ik in november kocht om Gijs te kunnen horen als hij pijn had, installeer ik nu in de kraamkamer, zodat ik bij de Streekboer-uitgifte mijn bestelling kan halen. Ik braad een stuk rosbief voor Lizzie en als ik zeker weet dat Iona rustig met haar pupjes ligt te slapen, gaan we in de tuin eten. M. komt met twee dochters op verjaarsvisite en we genieten van elkaars gezelschap, een glas rosé en alle goeds. Als het donker is en het bezoek naar huis, de hondjes uit zijn geweest, de pupjes gewogen en de ezels op stal, will Lizzie nog een vuurpotje met marshmallows, maar de grote vuurton is -alhoewel snel aan- weer snel uit vanwege het hoge vochtgehalte van alle takken en twijgen. We steken wat kleine waxinelichtjes aan en roosteren daar onze kleverige snoepjes op.. en dan is er alweer een dag, een jaar voorbij.

Vrijdag krijg ik vanuit Schotland het meest verdrietige bericht dat denkbaar is. Jock, de fantastische vader van Iona’s nest, is er niet meer. Inwendige bloedingen na zijn miltoperatie van een maand geleden zijn hem fataal geworden en hij is in de armen van M. en S. ingeslapen. 

jock

Het werpt een schaduw over de hele dag en was het nestje van Iona al speciaal, nu is het nog precieuzer. Tegelijkertijd maak ik me zorgen om een van de teefjes, dat wat achter blijft in groei en gedrag. Dat is het nu allemaal samen met Lizzie moet doen, dat er geen Gijs is die even iets van me kan overnemen, met wie ik kan overleggen en die me tegen zich aan zou trekken nu ik het verdriet om Jock een weg moet laten vinden, dat kost me vandaag moeite. Het lijken wel kraamtranen: ik voel me van streek, moe en alleen. Heb al vroeg in de ochtend Islay voor de show van zaterdag getrimd en ze is door J. opgehaald, die haar te logeren heeft om haar morgen te kunnen showen.

Het volgende weekend heeft zorgen met zich meegebracht om het kleine pupje en het verlies van Jock in Schotland is voelbaar tot in de werpkist in Oudehorne. Ik heb veel contact met M. en met haar vriendin F, die een puppeteefje van Iona gaat en het maakt me duidelijk dat de vriendschap die ontstaan is, verder gaat dan de Noordzee.

Omdat ik denk M. een beetje te begrijpen, bel ik met P. en S. in België. Het wordt een emotioneel gesprek, waarin ik hen vraag om een gunst. Ze willen er graag over nadenken en vanzelfsprekend moeten ze die tijd krijgen. Sommige beslissingen komen niet op een dag aan.

Zondag bellen ze terug: ze willigen mijn vraag in en dat ontroert me tot in mijn ruggengraat. Ik kan M. een pupje uit het laatste nest van haar lieveling Jock aanbieden. 

boys6days2

Maandag zijn R. en H. er met hun jarige dochter en hun bijna jarige zoon en ze nemen Laura mee. Het regent pijpenstelen, de honden zijn tot op hun huid nat, ik kan wel aan het dweilen blijven. Lizzie heeft een verjaardagstaart gemaakt en we lunchen met zijn allen.

031Het is zoals altijd warm en heerlijk dat ze er zijn. Ook nu weer is het gat dat Gijs heeft geslagen groot, maar we lachen er ons allemaal dapper doorheen. In gedachten is hij er toch. Tussen koffie en borrel krijg ik een emotioneel berichtje van M. uit Schotland. Ze gaat graag op mijn aanbod in. Een van de twee reutjes gaat “naar huis..”waar hij ontstaan is. De andere blijft hier. Opnieuw zijn Iona’s puppies een dimensie specialer voor me geworden.

En eer je het dan in de gaten hebt, is het nestje alweer een week oud, zijn ze dubbel zo zwaar en alhoewel het kleine pupje toch een zorgenkindje blijft, gaat het goed en wennen Iona en ik per dag meer aan onze nieuwe rollen. Ik kan meer bij de pups zijn tussen de gewone werkzaamheden door terwijl Iona juist meer afstand van ze durft te nemen. Het is zo intens mooi hoe dit allemaal weer gaat…. Gijs heeft gelijk gehad met zijn keuze. Het is goed zo en ik ga verder met veel meer dan een reutje.

27 juli 8

 

 

 

17 april. In het midden van alles…

Gisterenavond zijn er drie logeerhondjes gekomen, waarvan de jongste nog maar tien weken is. De beide oudere teefjes waren hier enkele weken geleden ook al voor een langere periode, maar nu blijven ze twee tot drie nachtjes slapen. De kleine pup wond Lizzie onmiddellijk rond haar pootje en het is grappig om weer zo’n ukkepuk in huis te hebben. Ondanks dat ze thuis niet meer in een bench slaapt, heb ik hem toch maar opgezet en klik ik het show-rennetje er ook aan. Want zo’n kleintje tussen mijn grote, lompe roedel en bij de twee oude, dove en onhandige mannetjes is geen optie. Ik moet haar af en toe, als mijn aandacht even op iets anders gericht is, veilig apart kunnen zetten. Omdat ze nog een beetje in de zindelijkheidstraining zit, heb ik besloten dat ik de paar nachten op de bank doorbreng.

tessa

Lizzie, Laura en ik hebben maanden geleden al kaartjes gereserveerd voor een concert in het theater in Leeuwarden van de Zeeuwse band Blof. Alhoewel ik niet zo’n populaire concertganger ben, kan ik hun muziek heel erg waarderen en voor Lizzie is het een verbintenis die ze met Gijs had… hun gemeenschappelijke muziekkeuze. Ik heb in mijn vroegere werk ook wel voor deze band en hun technici de catering gedaan en het is een uitje waar de meisjes zich al langer op verheugden.

Vanwege de kleine pup moet ik het een en ander organiseren, dat ze halverwege ons avondje uit nog wel even naar buiten gelaten wordt en we moeten proberen de eerste trein na het concert terug te nemen. een bus gaat er dan niet mer, dus een NS taxi wordt besteld. Lizzie en ik eten vroeg en we zorgen dat alle dieren zodanig uit zijn geweest en verzorgd, dat we strak om tien over half zeven de deur uit kunnen. Puppenkind heeft lekker gegeten en een wandeling gemaakt, waardoor ze al in de bench in slaap is eer wij weg zijn.

Op het station horen we dat ook vandaag weer de trein naar Leeuwarden tien minuten vertraging heeft. Even mopper ik en schiet in de stress: komen we dan nog wel op tijd? het is toch nog even lopen naar het theater en ik weet als geen ander hoe vervelend het is als er mensen na aanvang pas binnen komen vallen.

We treffen Laura in de trein. Ze heeft een groot koffer bij zich en we moeten lachen bij het idee dat ze met een koffer naar een concert gaat.

In Leeuwarden komen we om vijf over acht aan en moeten we flink doorstappen om op tijd binnen te zijn. maar het lukt en als we eenmaal hoog op het balkon onze plaatsen hebben ingenomen zijn er nog minstens twee minuten over. Gelukkig heb ik een nieuw horloge!

Het concert, “In het midden van alles” is akoestisch en dat maakt het intiem en sterk. Er is een mooie mix van oude en nieuwe nummers en het klinkt goed. Bij sommige nummers houd Lizzie mijn hand vast en dat is niet overbodig want af en toe schiet ik vol bij het horen van de soms wat heftige, maar heel poëtische teksten. Daar hield Gijs zo van.

Om me te vermannen kijk ik naar boven en zie de loopbruggen met de vaste theaterspots. De “snijders.” Maar dat helpt niet tegen de golf van enorme heimwee en ander verdriet. Want woonde ik niet zo ongeveer ooit op zulke loopbruggen, tussen de spots? Heb ik niet een groot deel ziel en zaligheid gegeven aan een theaterzaal als dit? Was ik niet meer dan dertig jaar vertrouwd met alles wat in een schouwburg gaande is? En, vooral, werd ik niet reddeloos verliefd op die jongen met zijn zwarte haren en zijn blauwe ogen en zijn lange benen, die samen met mij de lampen stelde, het geluid inhing, de balletvloer legde en al die dingen die dagelijks op een toneel gebeuren? Vergeet ik ooit dat ik op de zaalbrug stond om de schijnwerpers te kleuren, terwijl ik hem beneden over het toneel zag lopen en wist dat ik er alles aan zou doen om hem tenminste een keer te kunnen vasthouden?

Blof zingt zijn mooie liedjes. Naast me zingen mijn dochters luidop mee, dansend. Een hele nieuwe ervaring voor mij, als theaterbeest, om te zien en te merken dat ook dat kan in een schouwburg. Lizzie straalt nog meer dan de schijnwerpers boven onze hoofden. De mannen beneden op het toneel vervagen en krijgen kleurige contouren vanwege het tegen,- en toplicht en vooral door de tranen die niet weg te vegen zijn.

In het midden van alles. Dat kun je zeker zeggen. Deze belevenis ontroert me bovenmatig. Om wat was, om wat is, het midden van alles en om wat allemaal gaat komen. En dat ik niet alleen ontroerd kan raken door mijn “eigen” klassieke muziek maar dat Blof me ook zo kan raken, maakt dat ik me op een andere manier nog meer verbonden voel met mijn kinderen en de mooie man die hun vader was.

11080601_849249611812923_4718655976477608549_o

18 februari.

Omdat vanaf morgen de vakantie-opvang gaat beginnen, wil ik vandaag het laatste stuk van het blog bewerken, zodat ik voor het manuscript alleen nog maar wat verfijningen hoef aan te brengen. Lizzie is met de bus naar school. Gisteren belde ze om kwart voor vijf op en vertelde dat ze een lekke band had; ze was bij een dorp tussen Heerenveen en huis en zou dus een stuk later thuis zijn. Onvermijdelijk dat daar een verdrietige bui op volgde: zo’n moment van groot besef. Als Gijs thuis was geweest, was hij haar tegemoet gereden, de fiets achterin de auto en dan samen met Sky Radio op naar huis. Dan was het zelfs leuk geweest. En zorgde hij dat haar band gerepareerd werd voor vandaag.

Maar zo werkt dat tegenwoordig niet meer. Ik breng haar fiets in de middag naar de fietsenmaker, zie dat de band wel heel erg poreus en slecht is geworden. Dat wordt een nieuwe…

Omdat op de oude computer het manuscript staat, ga ik in het kantoor zitten met de kachel aan, nadat ik met de honden ben uit geweest. Ze liggen allemaal tevreden te slapen in de huiskamer en ik kan rustig naar de andere kant van het huis.

Ik ben met de laatste bewerking tot en met oktober 2014 gekomen, lees met verbijstering terug hoe snel Gijs achteruit ging en die onmogelijke keuze van een mogelijke alternatieve behandeling. Nu begrijp ik dat het zo goed is geweest dat Gijs er niet voor gekozen heeft. Het was onherroepelijk fout gegaan, want zijn ziekte had zich al zoveel verder gemanifesteerd dan we toen nog dachten. Ook het feit dat Iona niet drachtig was, blijkt achteraf beter te zijn geweest… want ook dat was niet mogelijk geweest. Gijs was veel zieker dan hijzelf en onze huisarts vermoedden.

Ik bereid me op de laatst opgetekende weken voor: het is heftig om het te herlezen.  Dat blijft.

Als ik aan de laatste levensdag toe ben, is het precies half twee. Tijd om af te sluiten. Mooie timing. Het verhaal heeft zichzelf geschreven en ik ben op tijd klaar om Lizzie in Heerenveen op te gaan halen. Om nog even samen een boodschap te doen, voordat ik weer een week niet echt veel verder dan het dorp ga komen met alle hondjes, behalve de hoogst noodzakelijke dingen zoals Lizzie’s EMDR.

 Ik heb de honden, nadat we uit de stad terug waren, nog even een stuk meegenomen en op het veld laten spelen zodat ze lekker moe zijn. Terwijl ik het stalletje zo goed en zo kwaad uitmest (er is een chronisch tekort aan vlas, stro en hooi vanwege het overlijden van de fourage-man) wordt het buiten vreemd roze van kleur. Als ik over het weiland kijk, zie ik een magisch schouwspel van rode wollige stippen in een grijze hemel. Toch weer even stilstaan bij dat wat ver over onze kleine leventjes reikt. De natuur gaat gewoon door met doorgaan. 

DSC_6004

Om zeven uur, nadat we vroeg gegeten hebben, is A. er om Bikkel op te halen. Voordat ze hem meeneemt, neemt ze mij eerst mee. Naar een dorp verderop waar de gelegenheid tot afscheid nemen is van onze hooi en stro leverancier. A. wil me brengen zodat ik niet in het donker op de fiets hoef en ik ben haar daar dankbaar voor. Het scheelt me een uur heen en terug fietsen in het donker. 

Er staat een enorme rij mensen, niet alleen de dorpsgenoten maar ook van de omringende plaatsjes zijn er mensen die de familie willen condoleren. Waar we voor Gijs met een register genoeg hadden, liggen er hier zeker 10. Ik herken ze, zoals ik de enveloppe van de rouwkaart herkende. 

S. ligt in een half open kist en ik kijk even, groet hem in stilte en ga dan in de rij staan om zijn gezin te condoleren. Als zijn vrouw me ziet, pakt ze me vast en ik omhels haar. Niet gebruikelijk, zie ik aan de mensen achter me, maar het is mijn gebruik. Ze kust me op beide wangen, zegt dat ze blij is dat ik er ben: “je komt toch een keer langs, he? We zijn nu allebei weduwvrouw…” Ik beloof haar zeker een keer koffie te gaan drinken en dan loop ik door naar de rest van de familie. 

Onder de indruk stap ik even later weer bij A. in de auto. Ze neemt Bikkeltje mee naar huis en ik ben op tijd om amen met Lizzie op de bank naar GTST te kijken. Dat gaat gewoon door, gelukkig. Net als de natuur.

DSC_6010

13 september. Auld Lang Syne.

Lizzie gaat vandaag naar het afsluitende World Servants festival met haar Bolivia-reisgenoten. Maar eerst moeten Gijs en ik weer met Iona naar Steenwijk. We zijn binnen het uur terug, maar het trekt toch een flinke wissel op de energie van Gijs. Zo fijn als ik het vind dat hij dit stukje van Iona’s avontuur mee kan maken, zo naar vind ik het om te merken dat het veel van hem vergt. En als ik het verlossende telefoontje van vandaag krijg, is het duidelijk dat er nog niet helemaal een einde aan is gekomen: Iona is ook nu weer wel wat gestegen, maar nog niet genoeg om acute plannen te maken. Ik stuur een SMSje naar Schotland, krijg vrijwel onmiddellijk een berichtje terug. Ook daar heerst spanning die nu even is geweken. Vóór morgen hoeft er niets te gebeuren. Ik wilde eigenlijk naar papa toe, maar omdat Gijs niet echt lekker is en Lizzie weg, wil ik niet ook de rest van de dag op pad zijn. 

Daarom ga ik met de honden op het veld, languit liggen in het gras en kijken naar kleine dingen die vandaag sprookjesachtig groot zijn. Omdat ik even de realiteit niet wil zien.

DSC_5175

In de eikenboom waar de bramentakken doorheen slingeren….

DSC_5195

Bij de uitgebloeide Schotse distels die nu slechts wat pluizenbolletjes zijn….

DSC_5189

En in het gras, dat ruikt naar late zomer.

Aan het einde van een lome middag ga ik de dagelijkse dingen van de zaterdag oppakken. De honden hebben zondoorstoofde velletjes en ik ben nog wat rozig. Heb ik geslapen? DSC_5206

De kleuren van de oude schuur verdiepen zich in het middaglicht. Ik moet vlees voor de honden uit de vriezer halen, maar kijk toch nog even gefascineerd naar het schaduwlijnenspel op de schuurdeur…

DSC_5210

 

DSC_5209

We eten bijtijds een uitgebreide Salade Niçoise met stokbrood. Gijs heeft niet veel trek, maar dit vindt hij altijd wel lekker. Ik verzorg de dieren ook vroeg, want wil helemaal klaar zijn als één van mijn jaarlijkse hoogtepunten van start gaat. De “Last Night of the Proms..” die we op de televisie zullen kunnen zien, in tegenstelling met vorig jaar. Er kleven wat zware gedachten aan: het is het einde van weer een zomer, weer een periode. En natuurlijk rijst de bittere vraag op: “Kunnen we de volgende Proms weer samen beleven?”

Het is heerlijk. Er zijn enkele stukken waar Gijs niet zo van houdt, maar als het tweede gedeelte alle klassieke, laatste-Proms-avond-favorieten brengt, vindt hij het toch een feestje. Met twee gezichten, weliswaar.

Auld Lang Syne klinkt als laatste. Hymne van melancholie, van Oud en Nieuw en herinneringen en een “wee dram.” Het staat voor ons voor Iona, die Auld Lang Syne op haar stamboom heeft staan. 

Ik zing het mee en hoop dat de symboliek van vandaag de hoop van morgen met zich meevoert.

8 september. Overdracht.

In plaats van naar Maastricht af te reizen pak ik nu de trein die me naar Gouda brengt. Papa wordt met een ambulance over gebracht en het was dit keer niet nodig dat één van ons mee reisde. Zusje wacht hem op: zij woont tien minuten van de kliniek vandaan. Ondanks alle spanning die haar rit naar Maastricht gisteren heeft veroorzaakt, zijn we beiden hoopvol. Het is zomers en warm als ik van het station naar de kliniek loop. Eerst verkeerd, maar het is niet vervelend om langs de groene zoom van de stad te wandelen.

Gouda is vanaf mijn vierde tot mijn zeventiende mijn thuis geweest, mijn jeugd ligt daar. Ik ben er in mijn volwassen leven met kleine Laura nog een paar jaar terug gekeerd. Maar sinds mijn moeder overleden is en we haar huis hebben verkocht, nu acht jaar geleden, ben ik er eigenlijk niet meer geweest. Er zijn plekken in de stad, die ik koester maar het is niet een plaats waar ik me weer zou kunnen vestigen. Daarvoor houd ik er niet genoeg van. Bizar is wel, dat nu onze vader er is, wellicht als zijn laatste woonplaats. Na ruim dertig jaar. Op een steenworp afstand van waar mijn moeder haar laatste adem uitblies. Het voelt “rond.” En tegelijkertijd ook vreemd. 

12_10_12_stadhuis_gouda_by_herdervriend-d5ioylo

Tijdens de lange ambulancerit heeft Papa opnieuw hartklachten gehad en dat brengt onmiddellijk weer heftige zorgen met zich mee. Zusje en ik worden samen voor een intake-gesprek een kantoortje binnengeloodst en tot mijn verwondering is de indicatie en vraagstelling voor revalidatie uitsluitend gebaseerd op de milde bijverschijnselen van het herseninfarct. Wat er daarna allemaal met hem gebeurd is, heeft de intake-mevrouw niet op papier. Al pratend vullen zusje en ik van alles aan. Terug bij Papa zien we dat hij werkelijk uitgeput is. Hij lijkt piepklein in het grote bed en hij lijkt zich goed te realiseren dat zijn leven volkomen anders is geworden. Hij refereert naar Maastricht als: “dat is verleden tijd” en verbeelden we het ons, of heeft hij zelfs al enig idee dat zijn huis zijn huis niet meer is? Ik streel zijn magere hand en vertel hem dat we nu met zijn drieën verder gaan. We laten hem niet meer los.

Zusje beloofd hem vanavond nog op te zoeken. Hij sluit intens vermoeid zijn ogen en zijn hartslag is als een trillende vlindervleugelslag onder zijn pyjamajasje te zien.

Op het terras drinken we nog samen een kop koffie. En dromen wat: Stel, dat papa toch iets gaat opknappen, wat meer zin in een laatste stukje leven krijgt, dan kunnen we hem nog een beetje kwaliteit geven wat hij zo heeft moeten missen de afgelopen jaren.

Onze kinderen kunnen zo nu en dan even binnen lopen, we gaan zorgen dat hij wat fijne dingen om zich heen krijgt, dat hij misschien naar zijn geliefde muziek kan luisteren. Misschien kan hij een keer op een kort ritje mee naar zijn dierbare Rotterdam, langs de havens, langs al die lievelingsplekken. Ik probeerde hem al een reactie te ontlokken door hem te vertellen dat ik een CD van “Don Giovanni” voor hem mee zal nemen, de volgende keer. Wat hield hij daar vroeger van!

Ik luister naar de aria, die papa graag meezong, als we samen de reis van Gouda naar Parijs maakten, voor mijn balletlessen daar. Lange nachtelijke ritten met Mozart. Door die herinneringen komt er ineens een stroom van hoop vrij. Hoop op meer rust, betere tijden. Op een verlegging van onze focus die op allerlei verdrietige, moeilijke en akelige dingen gebaseerd is, deze dagen. Ik laat me verleiden tot een vorm van blijheid.

Het is zomer, Papa is weg uit Maastricht en in onze handen. Gijs voelt zich niet slecht. Iona gaat goed door haar loopsheid heen, ik verheug me op de komende dagen met haar.

Maar tijdens de treinreis terug worden de blijheid en die hoop door een telefoontje weer verijdeld.

3 juli. Serenade…

Midden in de nacht word ik met een schok wakker. Vanuit een verwarde droom, iets beklemmend op mijn borst. Ik heb het benauwd. Mijn hart gaat als een wilde tekeer, ik voel het tot in mijn rug bonzen. Het is te stil om me heen. Het is stil naast me. Omdat we geen gordijnen voor de kleine raampjes hebben, valt er altijd wel iets van licht in de slaapkamer: licht van de ezelstal, licht van het erf van de buren. Ik kijk naar waar het stil is naast me en zie het kale koppie van Gijs op het kussen. Zacht gaat zijn ademhaling op en neer, op en neer. Ik probeer mijn eigen, schokkerige teugen lucht naar de zijne te voegen. Langzaam word het wilde kloppen van mijn hart wat rustiger. Ik ga naar de huiskamer, waar alle honden slapen en zelfs het opvanghondje me niet opmerkt. Een glas sap klok ik met haast naar binnen. Mijn nacht is over.

Als ik een half uur later opnieuw de slaap  tracht te vatten, het spelletje “met Gijs mee ademhalen” als een mantra blijf herhalen en merk dat de nacht lichtblauw kleurt tot ochtend, wil ik eigenlijk weer opstaan. Maar dan knijp ik mijn ogen dicht. Mijn hart klopt niet meer te heftig. Ik ga een ander slaapmiddel proberen. In mijn gedachten stap ik terug naar mijn vroeger, dat andere leven waarin ik muziek in en uit ademde, waarin mijn voeten gekluisterd waren in roze satijn en waarin ik mijn lijf in elk willekeurig keurslijf kon dwingen. 

tumblr_n0g46j5SSN1qha0swo5_500

In de stille, vroege ochtend, met de stille, rustig slapende Gijs naast me, roep ik de wals uit de Serenade voor strijkers van Tsjaikofski op. Daar heeft George Balanchine in 1934 het meest dansante, organische, vrouwelijke en verrukkelijke ballet op gemaakt.  Wat heb ik zielsveel van dit ballet gehouden, wat voel ik het nog in mijn benen als ik de muziek hoor…

bilde

Ik haal de wals in de stille slaapkamer achter mijn ogen en in mijn hoofd terug. In mezelf, zodat Gijs zijn rustige ademhaling kan blijven gaan en hij er niet van wakker wordt. Rijke, volle dansende noten, weelderig en warm. En dan, nadat ik het helemaal in gedachten heb uit gewalst, is de slaap daar. Tsjaikovski, wat heb je ons, dansers en oud dansers toch veel gegeven!  Zelfs slaap aan iemand die wakker ligt. 

article-0-16728690000005DC-722_964x636

 

NB: Deze foto’s komen van verschillende sites en zijn om hun sfeer gekozen. Want zo was het om Serenade te dansen.

19 juni. Im Abendrot…

Als ik naast Lizzie’s bed sta, kijkt ze me vermoeid aan: “Ik heb eigenlijk het eerste uur vrij…”zegt ze zacht. Ik realiseer me dat ze meestal in haar vrije uren wil leren, maar ik denk dat het nu beter is als ze dat uurtje blijft slapen. Ik ga de honden verzorgen, want ik moet bijtijds met het logeetje klaar staan. We gaan met de voorlopige eigenaren naar een specialist, die misschien kan onderzoeken waarom het dier zich zo gedraagt als dat het doet. Gijs en ik hebben daar wel een idee over… maar wij zijn geen dierenarts.

Gijs slaapt nog als ik de deur achter me dichttrek, ik hoop van harte dat hij rustig kan blijven liggen. Ik verwacht een postpakketje voor mijn stichting maar met een beetje goede wil komt dat pas wanneer ik weer terug ben. Het regent, dus ik laat ook de ezels nog op stal staan. De honden zwaaien ons na.

DSC_8805 (2)

 De specialist begint aan een blanco blad en heeft nog geen enkel inzicht in de klachten en de eerdere onderzoeken. We doen ons verhaal, elkaar afwisselend. Zij over de eerste levensperiode van de hond, ik over wat ons is opgevallen sinds het dier bij ons is gekomen. Als ik een bepaalde omschrijving geef, zie ik de arts verrast opkijken. Het lijkt erop dat dat wat ik zeg exact past in een duidelijk beeld. Hij onderzoekt dat wat ik hoopte dat hij zou onderzoeken en als de hond een schreeuw van pijn geeft, lijkt het ons duidelijk. Met de juiste medicijnen en een groot vertrouwen dat het goed komt, gaan we de spreekkamer uit… lief logeerhondje van ons; vermoedelijk wordt je nu snel beter!

DSC_2052bew

Thuis is Gijs wakker. Hij ziet er slecht uit, alsof de nacht hem niet gunstig gezind is geweest. De mensen blijven nog even om wat dingen te bespreken over het hondje, we drinken koffie, maar Gijs is daarbij wat afwezig. ik herken dat: mijn lieve echtgenoot heeft iets in zijn hoofd waarover hij veel en lang nadenkt en daar moet ik niet over gaan vragen want dat werkt niet. ons hele huwelijk lang al niet. Hij komt er vanzelf mee wanneer hij het de moeite waard vind om te delen.

Hij komt er inderdaad mee, later op de avond, als hij tot mijn verbazing de CD van de Vier Letzte Lieder van Richard Strauss opzet. Voor mij heel dierbare, heel erg belangrijke muziek die me steeds opnieuw tot in het diepst van mijn wezen kan ontroeren en zoveel troost biedt. Gijs had er eigenlijk nooit iets mee. Nu luistert hij ernaar alsof hij het door mijn oren hoort. En dan begint hij ineens te praten. Over wat hem bezig houdt. Over dat nabije later van ons, zo niet samen. Over waarom hij naar deze muziek wil luisteren. Het wil begrijpen. En vooral over het genoeg hebben aan zichzelf. Door de louterende klanken, de helende melodieën en de warme woorden snap ik wat hem bezig houdt. Maar dat, wat ik begrijp, kan Gijs me niet vertellen omdat het pijn doet. De tekst van het laatste lied vertelt het wel. Zonder pijn.

DSC_2053bew

Im Abendrot.

Wir sind durch Not und Freude
gegangen Hand in Hand;
vom Wandern ruhen wir
nun überm stillen Land.

Rings sich die Täler neigen,
es dunkelt schon die Luft.
Zwei Lerchen nur noch steigen
nachträumend in den Duft.

Tritt her und laß sie schwirren,
bald ist es Schlafenszeit.
Daß wir uns nicht verirren
in dieser Einsamkeit.

O weiter, stiller Friede!
So tief im Abendrot.
Wie sind wir wandermüde–
Ist dies etwa der Tod?

7 juni. Soms…

… moet ik even de herinneringen, die nog maar zo kort geleden zijn gemaakt, terug halen. Omdat het alweer ver weg is. Omdat er alweer verdriet overheen is gekomen.  En vermoeidheid. En op sommige momenten verslagenheid, niet meer door willen gaan, regen en kou tot op het bot. Natuurlijk zijn er in de afgelopen weken ook mooie momenten geweest: warme omhelzingen en hartelijk gelach op een regenachtige hondenshow,  Laura die zomaar een weekend thuis was tussendoor, een heel erg fijn etentje met allerliefste vrienden. Maar toch die brok in de keel, tranen die zo dicht achter mijn wenkbrauwen zitten dat ze dagelijks wel even buiten spelen, heimelijk, alsof ze door de regen daar biggelen.

Ik dwing me herinneringen te proeven. Ga terug naar mei 1998, waarin ik zwanger was. Na heel lang wachten en teveel complicaties om onbezorgd te zijn, leek het erop dat Gijs en ik ieder een andere kant uit groeiden. Het was zwaar. Voor ons alle twee. En toch was het kindje, dat eindelijk ging komen, zo pijnlijk innig gewenst dat we onszelf dwongen naar een toekomst samen, als gezin, te kijken.

Het was een vroege ochtend in mei. Ik had een heftige droom gehad waarin ik samen met, de toen negenjarige, Laura de weg kwijt was en door een stad liep waar ik niets kende. Ik had een wandelwagen bij me. Daarin zat een klein meisje. Mijn tweede dochtertje. We dwaalden door de vreemde stad en kwamen uit bij een straatje dat uitzicht bood op de zee. Een bekende zee, grenzend aan de onbekende stad. We gingen een huis binnen en kwamen in een slagerswinkel terecht. “Mag Sarnia een stukje worst? ” vroeg de man achter de toonbank. “Ja, Sarnia mag een stukje worst…” zei ik. Toen ik wakker werd, bleef de droom hangen. Omdat het zo natuurlijk was. Ik durfde het niet aan Gijs te vertellen; hij had op dat moment heel andere dingen aan zijn hoofd. En een vage droom van een zwangere vrouw hoorde daar niet bij.

Gijs ging die ochtend naar de dokter en ik bleef thuis. Bloemen op tafel, de klassieke muziekzender aan, ouwe krantjes doorlezend, een beetje na-mijmerend over mijn beelden in de nacht. Er klonk dromerige pianomuziek door de kamer. Ik kende het niet maar op de een of andere manier sprak het me heel erg aan. En toen vertelde de presentator dat het een pianowerk was van de Britse componist John Ireland. Het pianowerkje bestond uit drie delen en heette “Sarnia, An Island Sequence.” Hij had het geschreven naar aanleiding van zijn verblijf op Guernsey. Het middendeel, “In a May Morning” was vandaag. 

Iets in mij ging borrelen en dat was niet het kleine kindje dat zich daar ontwikkelde. Zoals altijd was ook in dit geval mijn gevoel: “dit is het…” zo sterk dat ik er niet aan kon ontsnappen. Ik schreef de toevalligheden op in een notitieboekje en ging verder met waar ik mee bezig was. Oude krantjes doornemen. Eén van die krantjes kregen we wekelijks in de brievenbus na ons laatste bezoek aan Guernsey. We hadden uit een sentimenteel oogpunt een abonnement daarop genomen om zo toch wat voeling te houden met  het dierbare eiland.

De kunstreportage van deze week ging over een nieuw te bouwen hal. De “Sarnia Hall,” waarin concerten gegeven moesten worden, bijeenkomsten, lezingen enz. Sarnia Hall… de derde keer op deze mei-morgen waarop de naam van het meisje uit mijn droom naar voren kwam.

Toen Gijs thuis kwam, wachtte ik niet. Ik durfde en deed. “Als het een meisje wordt, heet ze Sarnia..” was mijn overtuiging.

Sarnia is de oorspronkelijke, Romeinse naam voor het eiland Guernsey. Over het hele eiland kom je nog resten van deze oorsprong tegen: een hotelketen, een aannemersbedrijf, een reddingsboot, een makelaar… de meest mooie bordjes met de naam van ons kind.

En: Het “volkslied” van Guernsey luidt: “Sarnia Cherie.” Een van de eerste slaapliedjes die het kleine meisje enkele maanden later te horen kreeg.

Lyrics “Sarnia Cherie”

Noot: Voor deze blog zijn de namen van mijn gezinsleden gefingeerd. Lizzie is dus genoemd naar een eiland, daar komt het eigenlijk op neer.  Net als haar eigen naam. Omdat “Lisia” ook één van de Romeinse namen was waarmee Guernsey in een vroeger leven werd aangeduid… snapt U het nog?