Categoriearchief: Nieuwe blog.

Dag 39. 31 juli. Newcastle. Afvaart.

De dagen na Craigs optreden in de pub waren omgevlogen. Ik had met veel moeite afscheid genomen van Donald, Britney en Pat en vooral van Don. Die had Craig op zijn hart gedrukt om goed voor me te zorgen, anders zou hij me komen halen. Ik had door mijn lach heen moeten huilen, dikke tranen die hij onhandig had proberen weg te vegen. “Kom snel een keer terug. Met mijn neefje. Mijn huis staat altijd voor jullie open.” waren zijn afscheidswoorden.

De laatste keer dat ik de deur van de cottage achter me dicht trok, was ook een moment dat ik liever wilde overslaan. Ik maakte nog snel een foto van het uitzicht op het meer en “mijn” bergen, om het vast te kunnen houden.

In Edinburgh haalde Craig een deel van een garderobekast leeg. “Om je mooie jurk uit te hangen. En daarna blijft deze helft voor jou. Voor als je hier bent.” Zijn nette pakken werden achteloos aan de kant geschoven. Ik haalde wat van mijn kleding uit het koffer en hing het in de kast. Het rode rokje dat ik gekocht had op de dag dat we elkaar ontmoetten en de bijbehorende dunne trui. Een andere jurk en een wat dikker vest. Nog een trui. Een jeans. En mijn leren jasje dat ik droeg toen ik in juni naar hier was gevlogen. Ook de sjaal die hij mee naar Engeland had genomen hing ik erbij. En schoof toen zijn kostuums er weer ruimer in. “Zo. Dan weet ik in ieder geval dat je weer terug komt en dat we een stel zijn.” lachte hij vergenoegd.

“Pap, Mam, hier is ze dan, mijn Jaimie.” stelde Craig me een dag later verrukt voor. Hij sprankelde van trots en zijn liefhebbende uitstraling deed me slikken. Zijn ouders omhelsden me spontaan en we mochten elkaar meteen. Het waren warme en sympathieke mensen. Craig’s vader was zichtbaar geroerd geweest toen ik hem tijdens een aperitief het fotootje van het jonge meisje liet zien dat Don senior altijd had gekoesterd. “Mijn moeder toen ze nog jong was. En niet mijn zuster..” zei hij met een dikke stem. Craig beloofde zijn vader om er een kopie van te laten maken. We hadden een heerlijke avond met elkaar. Het diner was in een prachtig restaurant en het was een zalig menu dat Craig had uitgekozen. Hij vertelde zijn ouders over de erfenis en er ontspon zich een interessante discussie tussen vader en zoon over hoe een ruim 50 jaar oude whisky zou smaken. Craigs moeder keek vertederd naar haar mannen die het over kleur, neus en afdronk hadden. “Een van de flessen gaan we wel proeven, Pap,” hoorde ik Craig zeggen. “Een fles van 7000 pond. Ik dacht het niet.” vond zijn vader.

Dinsdagochtend maakte Craigs moeder een ontbijt voor ons. Ik hoorde Craig ergens in het huis zingen terwijl ik de tafel dekte, nadat ik had gevraagd waar ik alles kon vinden. “Jaimie, hij is zo blij met je! We hebben ons wel eens afgevraagd waarom onze vrolijke zoon alleen bleef, we verweten het zijn werk, het reizen, zijn grote liefde voor zijn muziek. Maar nu begrijpen we dat hij gewacht heeft op jou. Je maakt hem gelukkig.” Ze knuffelde me hartelijk en zette een schaal met warme broodjes op de tafel. “Jullie lieve, knappe, vrolijke zoon maakt mij gelukkig. Ik ben diep dankbaar dat ik hem mijn geliefde mag noemen.” zei ik uit de grond van mijn hart. Het onderwerp van ons gesprek kwam de keuken binnen en sloeg zijn arm om zijn moeder. “Mijn twee favoriete vrouwen. En mijn lievelingsbroodjes. Beter kan het niet worden.”

Toen hij me aan het einde van de middag naar de haven bracht, waren we allebei stil. Craig liet een hand op mijn knie rusten en ik had mijn hand op zijn been. Elkaar niet aanraken kon niet. Hij liep met me mee naar het gebouw waar ik moest inchecken. “Dit wordt een verschrikkelijk lange maand.” prevelde hij terwijl hij mijn gezicht vast hield. “Maar na het laatste concert kom ik zo snel mogelijk naar Amsterdam. Dan heb ik een paar weken vrij.” zei hij, positief als altijd. “Ja, maar dan moet je daarna naar Japan.” dacht ik er achter aan maar ik zei het niet. Ik wilde zijn werk niet tussen ons in laten komen. Nu niet en later ook niet. We kusten elkaar bijna wanhopig. Ik speldde hem de kleine dasspeld uit Guernsey op. “Ik zal hem alle 32 optredens dragen.” beloofde hij. Toen werd er omgeroepen dat de laatste voetpassagiers aan boord moesten gaan. “Ik hou van je. Bel me als je morgenochtend thuis bent.” zoende hij in mijn oor. “Ik beloof het. Dag lief.” zoende ik terug tegen zijn lippen. En toen draaide ik me los en liep naar de balie.

Ik was een van de laatsten die aan boord was gegaan en nadat ik mijn koffers in de hut had gezet ging ik aan dek. Er klonk een lange toon van de scheepshoorn en stipt op tijd zette het schip zich in beweging. Op de kade zag ik hem staan. We zwaaiden. Ik gleed langs hem heen, in een mist van tranen, steeds verder van hem weg totdat er nog maar een klein stipje waarneembaar was.

Mijn Schotse avontuur was ten einde. Ik was op weg naar huis. Met een diamantje aan mijn vinger dat nieuwe belevenissen beloofde. En in gedachten een melodie: “It had to be you..”

Dag 36. 28 juli. Afscheid in Fort Augustus.

In de ochtend stuurde Malcolm me een berichtje dat er een hut op de ferry van Newcastle naar IJmuiden voor me was gereserveerd voor dinsdagmiddag. 1 augustus was ik weer thuis, na zes weken. Met gemengde gevoelens. Ik pakte zoveel mogelijk alles in, we maakten samen de cottage schoon en behalve het beddengoed en de handdoeken die ik na onze laatste nacht in de wasmachine zou doen, was alles vrijwel klaar om achter gelaten te worden. Ik vond het een bizar idee dat de cottage binnen een paar dagen weer aan vakantiegangers verhuurd zou zijn. Mijn huisje, waar onze liefde was ontstaan. Het stemde me behoorlijk melancholiek.

Craig nam nog een duik in het meer alvorens we aan het begin van de avond naar Fort Augustus gingen. Daar was Don bezig een klein podiumpje op te bouwen. Britney schreef op het schoolbord een speciaal menu en we ontmoetten ook Daniel die met zijn vrouw mee was gekomen. “Op de muziekavonden is het altijd stampvol, dan hebben we alle handjes nodig.” verklaarde Don. De andere drie muzikanten waren ook gearriveerd, dus Craig gaf me een kus en verdween naar een gebouwtje achter de keuken. “Ik ga nog even een wandeling maken.” zei ik tegen Don, want ik wilde hen niet in de weg lopen. Toen ik de straat overstak richting de sluizen zag ik Donald aan komen. Dit keer had hij Larry niet bij zich. “Je bent vroeg.” constateerde hij. “Ik ga naar de vuurtoren. Heb het nodig om Loch Ness nog even te bewonderen.” “Mag ik mee lopen?” vroeg hij. “Natuurlijk! Je moet de groeten van Mick hebben.” zei ik terwijl we langs de rondvaartboten liepen. “Ach, dat is leuk. Ik zal hem een keer gaan opzoeken. Het lijkt alsof ik er onverwacht heel wat kennissen bij heb gekregen.” Ik keek hem van opzij aan. Het klonk niet bitter maar ik had het idee dat Donald een eenzaam mens was. Het ging me vanzelfsprekend niet aan maar mijn nieuwsgierigheid zat me weer in de weg. “Heb je een partner?” vroeg ik op de man af. “Nee, niet meer. Ik heb een lange relatie achter de rug. Maar ik functioneer beter alleen. Ik heb als kind nooit hoeven delen en kan dat blijkbaar nog steeds niet, volgens mijn ex geliefde.” Hij was onverwacht openhartig. We gingen op een bankje bij het witte torentje zitten met het Loch Ness uitgestrekt, zacht spiegelend voor ons. “Delen kan op zoveel manieren.” probeerde ik hem op te beuren. “Don en Craig zijn geweldige mannen die werkelijk kunnen delen. Het feit dat ze mij willen opnemen in hun familie en zelfs een deel van hun erfenis met mij en de andere nichtjes willen delen, is onvoorstelbaar. Dat is een manier van delen die velen hen niet na zullen doen.” Hij keek van me af. “Ze zijn heel speciaal, allebei. Maar dat ben jij ook. Ik weet het zeker.” hoorde ik mezelf zeggen en ik meende het. “Dat is lief van je, Jaimie.” zei hij zacht. We keken een late rondvaartboot na die traag het Loch op gleed. De avondzon wierp lange schaduwen over het water en kleurde de bergen donker. In de verte pinkelden de eerste lampjes. Weldra zou de vuurtoren zijn bundel over het meer laten flitsen. Vanaf een grasveld achter ons klonk geritsel en ik zag een groepje konijnen achter elkaar aan rennen. Een klein speedbootje scheerde langs. Bijna tegelijkertijd stonden we op. Het werd sneller donker nu en ik huiverde even. “Je hebt het koud.” constateerde Donald en sloeg zijn jasje zorgzaam over mijn schouders. “Zie je wel dat je deelt?” Hij keek vragend. “Je colbertje.” zei ik. Hij grinnikte en dat klonk leuk. “Jij bent gemakkelijk om iets mee te delen. Misschien is het dat.” voegde hij aan zijn grinnik toe. Opgewekt liepen we terug naar de pub.

Pat stond met een paar mannen aan de bar en het was enorm druk. Ik keek even rond of we ergens konden zitten maar alles was bezet. Don kwam vanuit de keuken met een blad vol borden. Hij knikte naar me. Nadat hij de maaltijden had uitgeserveerd verdween hij door een klapdeur en kwam terug met een paar stoelen. Daniel liep er achter aan met een groot stuk boomstam dat als bijzettafeltje moest dienen. Zodra we zaten en Donald onze drankjes had gehaald, ging Don achter de bar staan en bediende van daar een paar lampen die het podium aanlichtten. De vier muzikanten kwamen naar binnen en er werd geklapt. Ze begonnen met een jazzy nummer als opwarming. Er was een gezellige sfeer, heel anders dan op het diner in Cannich of in het concertzaaltje. Hier werd niet gedanst, maar gewoon door de muziek heen gekletst, er werd gelachen, gedronken en gegeten. Iemand floot een stukje van een melodie mee. Craig soleerde regelmatig en dat leverde hem steeds een geestdriftige bijval op. Britney laveerde met een blad vol lege glazen langs ons heen. Ze bukte om die van ons ook mee te nemen. “Wat is hij leuk!” zei ze enthousiast. Ik voelde me groeien van trots. Ik merkte dat Craig het met deze drie mannen erg naar zijn zin had. Toen de pianist samen met de drummer speelde gaf hij al vingerknippend de maat aan, swingend met zijn hele lijf, geconcentreerd opgaand in de muziek. Ik boog me naar Donald toe. “Kijk, ik zal mijn vriendje altijd met zijn muziek moeten delen.” Hij klopte bemoedigend op mijn hand. “Jij kunt dat. Want je hebt hem lief.” wist hij.

Na een korte pauze waarin er veel gasten naar buiten gingen en Craig een paar slokken van mijn wijn had gestolen, kwam Pat bij ons zitten. “Leuk is het!. Ik hou van de muziekavonden, ben er vrijwel elke maand bij. Wat een goeie muzikant is jouw vriendje.” zei hij waarderend. “Fijn dat ze hem vandaag met ons wilde delen.” vond Donald ad rem. Ik moest lachen en blijkbaar werkte dat aanstekelijk, want Donald en Pat gingen met me mee. Het leek alsof de muziek vanaf het podium ook moest lachen. Britney had een schaal met allerlei hapjes op het bijzettafeltje neergezet. “Als ik dan toch aan het delen ben, dan dit ook maar.”

Het laatste nummer was mijn geliefde “Stardust.” Craig speelde de eerste maten en ik voelde de tranen over mijn wangen gaan, toen de piano en de drums invielen. “Sometimes I wonder why I spend the lonely night dreaming of a song.” Zijn ogen waren over zijn instrument heen op mij gericht. En nu danste ik niet in de armen van Don. Na een lang applaus en een “we want more” zette de pianist een snel nummer in. De hele kroeg leek mee te stampen en te zingen, toen Craig, de bassist en de drummer invielen. Het leek op het collectieve “Walking de Dog” gejuich. Het was heerlijk om zijn succes mee te beleven. Na een zoveelste heftig applaus liep hij naar de pianist en fluisterde hem iets toe. Die zette een langzaam nummer in wat ik in de eerste instantie niet kende. Maar toen Craig de melodie overnam wist ik het. “It had to be you..” Opnieuw liet hij zijn blik over het instrument naar mij toe dwalen. Hij lachte terwijl hij speelde, ik zag het aan het kuiltje in zijn wang en zijn wenkbrauwen dansten mee. Ik hief mijn hand op en kuste mijn ring terwijl ik zijn blik beantwoordde. We converseerden over de melodie heen en vertelden elkaar: “jij moest het zijn.”

Dag 32 tot en met 35. 23 juli tot en met 27 juli. Vakantie.

Na de toch wel doorwaakte nacht en alle indrukwekkende ontwikkelingen hadden we een uitgebreid ontbijt van Britney gekregen. Don had ons voorgesteld aan John, zijn stiefvader, maar ik kon me heel goed voorstellen dat hij voor de kleine Don zoveel meer was geweest dan dat. Ik vond hem buitengewoon aardig en was blij dat Britney in hem haar grote liefde had gevonden na de ellende met William. Craig had na het ontbijt met mijn telefoon naar Malcolm gebeld om te informeren of er nog bijzonderheden waren. En om te zeggen dat we mijn huurauto in Inverness bij de vluchthaven zouden inleveren, want twee auto’s waren niet nodig. Op de laatste zaterdag van de maand was er in de pub altijd een muziekavond en dit keer zou er een trio spelen, een pianist, bassist en drummer maar na wat heen en weer gepraat zou Craig als speciale gast er aan toegevoegd worden. “Dan kan Pat je ook een keer horen spelen.” zei Don tevreden. Dus we namen hartelijk afscheid met de wetenschap dat we elkaar allemaal zaterdag hier weer gingen treffen. Craig en ik reden achter elkaar naar Inverness waar ik de Fiësta door een wasstraat haalde, alle mijn spullen er uit nam en hem toen met een lichte spijt achterliet. Ik had veel kilometers gereden en het was echt mijn autootje geworden. Daarna gingen we naar de cottage waar onze vakantie begon. We maakten een lange wandeling, hand in hand, in de zon en het groen met alleen het geluid van de vogels boven ons en de kruidige geur van varens en kamperfoelie. Craig zwom in het meer, ik had stokbrood met paté, kaas, aardbeien en een flesje rosé meegenomen en we genoten van de rust, de schoonheid om ons heen en van elkaar. Meer had ik niet nodig om me volmaakt gelukkig te voelen.

Dinsdag aan het einde van de middag gingen we naar Edinburgh waar ik in Craigs bestaan werd opgenomen. Zijn appartement was precies zoals ik had verwacht, een reflectie van zijn levenslustige, georganiseerde en hartstochtelijke persoonlijkheid. Het was eenvoudig maar chique en doelmatig ingericht. Een zachte bank, een mooie fauteuil, een wand vol boeken en muziek. Een kleine strakke houten eettafel met vier comfortabele leren stoelen en aan de muur een collage van zwart wit foto’s van tal van oude jazzmuzikanten. Een glanzend diepzwarte vleugel. Een keuken met weinig tierlantijnen maar met alles wat een klein huishouden nodig had. Openslaande deuren. Vanaf het smalle balkon was in de verte de blauwe streep van de Firth of Forth te zien. Met zijn armen om me heen sprak ik mijn bewondering uit. “Wat een heerlijk huis. Zo anders dan mijn rommelige, oude etage in Amsterdam. Hier leeft een tevreden mens.” Hij kuste me. Natuurlijk kuste hij me, we leken vrijwel niets anders te doen bij alles wat we deelden. “Een tevreden mens, ja, lieverd. Die leefde hier. Maar nu niet meer. Nu staat hier een gelukkig mens.” We bleven op het balkonnetje staan. Ik hoorde het gedruis van de stad onder me. Zag hoe een topdeckbus vol toeristen door de straat manoeuvreerde. “Ik hoop jouw rommelige etage ook te zien.. Ik hou van rommelige etages.” Zijn stem zong, zoals gewoonlijk. We brachten de avond door in elkaars armen op de zachte bank, met de balkondeuren open, met muziek om ons heen en alle oude jazzmuzikanten op ons neerkijkend. Mijn verliefdheid was over gegaan in iets anders.

Woensdagochtend opende ik mijn ogen in een zonnige, lichte slaapkamer terwijl zachte pianoklanken door de ruimte zweefden. Mijn kleren hingen netjes over een stoel en ik greep naar het shirt dat over de andere stoel hing. In de huiskamer zat Craig in een badjas achter de vleugel en speelde Brahms. Wat kon hij eigenlijk niet? Het geurde naar verse koffie. Ik sloeg mijn armen om hem heen en snuffelde in zijn hals, rook zijn aftershave. “Craig Lockhart. Ik hou van je.” verklaarde ik.

We gingen later op de dag naar het park, slenterden wat rond, gingen de oude straten in en eindigden bij het kasteel. De stad maakte zich aan alle kanten op voor het jaarlijkse culturele festival dat een week later zou losbarstten. “Wij spelen vanaf de eerste tot de laatste dag, het wordt razend druk. in 24 dagen hebben we 32 optredens. Ik zal echt niet naar Amsterdam kunnen komen, deze weken.” bereidde hij me voor. “Ik zal de dagen aftellen. Maar ik beloof je, ik zal niet twijfelen en zeuren.” zei ik. Ik had hem verteld dat ik me akelig en een beetje afgewezen had gevoeld. Wat hij op zijn Craigs had weggezoend. Om me vervolgens serieus op mijn hart te drukken dat hij dat zo niet bedoeld had.

Na onze omzwervingen door de stad gingen we terug naar zijn huis waar we iets eenvoudigs aten en waar hij zich douchte en omkleedde voor het optreden in Stirling dat dit keer niet in een pub was maar voor een publiek van 500 man in een klein concertzaaltje. We gingen er bijtijds heen voor de soundcheck. Craig vond een plaats voor me in het midden van de zaal naast de geluidstechnicus en zijn vrouw. “Dit is mijn Jaimie.” stelde hij me aan hen voor. Het echtpaar begroette me enthousiast. “Hallo Jaimie van Craig. Leuk om je erbij te hebben!” Het concert was geweldig. De band speelde een aantal nummers die ze op het feest in Cannich ook hadden laten horen. De avond vloog voorbij. Na afloop haalde Craig me uit de zaal op en nam me mee het toneel op, waar zijn collega’s stonden na te praten nadat de instrumenten waren ingepakt. “Mannen, ik wil jullie voorstellen aan mijn meisje. Jaimie zal hopelijk vaker mee komen.” Hij klonk jong, blij en trots. De bassist kwam op me af en gaf me een ferme hand. En de trombonist deed er nog een schepje bovenop en gaf me een kus op mijn wang. “Welkom Jaimie. Wat fijn voor Craig! Goed dat je er bent.” zei hij vriendelijk. Er werd nog een drankje in de foyer genuttigd met de hele groep. Ik voelde me thuis tussen deze bevlogen muzikanten. “Zijn alle dagen samen met jou zou heerlijk?” vroeg ik later, toen we in elkaar genesteld in zijn bed lagen. “Ik hoop het, mijn lief. Dat al onze dagen en weken en maanden en jaren samen zo heerlijk zullen zijn..”

Donderdag reden we terug naar de cottage. Ik had me voorgenomen dat ik Mick zou bellen, ik wilde hem op de hoogte brengen dat ik Donald had ontmoet en hem bedanken voor zijn hulp en gastvrijheid. Craig, zielsblij dat hij weer was herenigd met zijn telefoon, ging met de pianist van het trio het repertoire voor zaterdag doorpraten. Ondertussen begon ik een deel van mijn spullen in te pakken. Ik nam mijn nieuwe jurk van het haakje en wilde hem voorzichtig in een van mijn koffers doen, toen Craig de slaapkamer binnen kwam. “Wil je hem nog een keer dragen? Ik vind je er zo verschrikkelijk mooi in..” “Lieverd, ik ga hem echt niet in de pub dragen, ik zou behoorlijk uit de toon vallen.” lachte ik. “Nee, niet in de pub. Maar ik zou het zo fijn vinden als je mijn ouders zou ontmoeten en ik jullie mee kan nemen voor een diner. Ik geef er niet zoveel om, maar ik weet hoe ze van een beetje luxe kunnen genieten en dat zou ik ze heel graag willen aanbieden, om te vieren dat ze de leukste en de liefste vrouw leren kennen. In die oogverblindende jurk.” De jurk ging weer terug aan het haakje, omdat ik de leukste en liefste man niets kon weigeren.

De dag erna ging hij in de ochtend naar Inverness om met het trio een paar nummers te repeteren. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om met Malcolm de laatste afspraken te maken. Omdat ik met Craig naar zijn ouders zou gaan had ik bedacht dat ik de boot vanuit Newcastle zou nemen, in plaats van het vliegtuig. Marianne wilde me in IJmuiden ophalen met mijn bagage die door de weken heen tot een koffer extra was aangegroeid.

Vroeg in de middag reden we voor de laatste keer de mooie rit naar Guisachan. In Cannich was de tent weg en het terrein weer sportveld voor de jeugd. En in Tomich zagen we nog maar een enkele Golden Retriever. Toen we langs het beeldje kwamen zag ik dat er een bos bloemen lag en iemand had een gewonnen rozet achter gelaten. We liepen het pad over. Het was weer kalm, alsof er vorige week geen 360 honden hadden gelopen. Ik keek rond of ik ergens de landrover van Don zag staan, maar hij was waarschijnlijk op een ander stuk van het landgoed aan het werk. Het zware houten hek was dicht. Craig hielp me eroverheen. Het “Huis” lag grijs en groen in de zon te glanzen en ik nam het beeld diep in me op met de wetenschap dat het er bij een volgend bezoek vermoedelijk anders uit zag. “Zo bijzonder dat hier jullie oorsprong ligt.” memoreerde ik. We gingen om het gebouw heen en hervonden onze plek onder de oude boom. Ik sloeg mijn armen om mijn knieën en liet de stilte en de schoonheid op me inwerken. Craig leunde tegen de dikke stam. “150 jaar Lockharts. 150 jaar Golden Retrievers.” zei hij zacht. We bleven ieder in onze eigen gedachten weg dwalen. Toen kwam hij naast me zitten en trok me tegen zich aan. “Misschien moeten we er ooit ook eentje nemen. Als we gesetteld zijn.” opperde hij ineens. “Wat? Een Golden Retriever?” vroeg ik. “Ja. En een kleine Lockhart. Om de traditie voort te zetten.” Ik keek hem aan en zag een paar lach-glinsters in zijn ogen. Het was een interessante gedachte. Craig rommelde wat in de zak van zijn jeans. “Als we gesetteld zijn.” herhaalde ik. “Ik hou van je, Jaimie. Ik denk dat dit het is. Ik wist niet goed wat het was, wel wat verliefd zijn was. Maar zo graag uitkijken naar lang en veel samen zijn lijkt mij echte liefde te zijn. Is dat niet een goed begin van settelen?” Ik zoende hem en voelde zijn kus terug, innig vertrouwd. “Ik weet bijna zeker dat dit het begin van settelen is. En dat dit houden van is.” Hij pakte iets glinsterends uit zijn broekzak. Nam mijn hand in de zijne en kuste traag elke vinger. Schoof toen een ringetje om een ervan. “Wil je deze dragen? Om te voelen dat ik van je hou, ook als we niet samen zijn door Edinburgse festivals of buitenlandse tournees?” Ik keek naar het gouden sieraad, elegant, eenvoudig met een enkel diamantje in een stervormige zetting, zo mooi en ontzettend lief. “Ik doe het nooit meer af, lieveling.” zei ik ontroerd. Hij boog zich naar me over.. “It had to be you..” zong hij zacht in mijn oor.

Toen we later over het pad terug liepen schoof ik ongezien het pinkringetje van Raff af en liet het onder de hondsroosjes vallen. Het hoorde niet meer aan mijn hand. Het hoorde niet meer in mijn leven.

Dag 31. 22 juli. Onthullingen.

Britney had nog een rondje laten brengen en Don vertelde dat later op de avond ook Donald Mcallister langs zou komen voor een drankje. Ik praatte Pat en Craig bij over hem alhoewel ik merkte dat Don er met Craig over gesproken had. “Hij is hoe dan ook een familielid, alhoewel van de andere tak.” Don ging naar de keuken voor ons eten terwijl Pat, duidelijk een stamgast, met hem mee liep. Craig streelde mijn hand toen we alleen zaten. “Ik vond het zo naar dat ik je niet heb kunnen spreken, lieverd. Mijn telefoon was ik verloren en het was een koortsachtige rit naar mijn ouders. En eigenlijk, tot vanmorgen, is het een voortdurende rollercoaster van toestanden geweest. Mijn vader was erg onder de indruk nadat hij vorige week van het ene op het andere moment geconfronteerd werd met het bestaan van zijn biologische vader, iets wat altijd min of meer verzwegen was. En ineens kwam ik thuis na maanden en had acuut allerlei documenten nodig. En dan die breekbare oude man, zoveel uren verderop in het ziekenhuis in Birmingham, zijn sterven waar we allemaal bij waren. Het regelen van een andere muzikant, dat is onze verantwoording als we door omstandigheden niet kunnen.. Ik verlangde naar je maar kon me onmogelijk los trekken.” hij boog zich naar me over en ik kuste hem met alle liefde die ik in me had, opnieuw beschaamd dat ik zo getwijfeld had. Aan hem en aan ons. “Ik heb Malcolm gesproken, ik weet dat zijn client overleden is. Ik wist niet dat jullie er nog bij waren. En mijn contract loopt tot de 31e door, dus ik heb wat vakantie.” Craigs ogen lichtten op. “Wat heerlijk! Zullen we vannacht hier blijven? Mag ik een stukje vakantie met je mee vieren?” Vakantie met Craig was het meest aanlokkelijke wat ik kon bedenken. Ik zag Marianne’s woorden weer. “Met je hunk de Hooglanden in..” “Het lijkt me heerlijk om samen vakantie te vieren.”

Don en Pat kwamen met met borden, bestek en schalen. Het werd een buitengewoon gezellige en overheerlijke maaltijd. De meest verse gebakken zalm, zo lekker als ik het zelden had geproefd, allerlei beetgare groenten, een vederlichte hollandaisesaus en stukken romige aardappelgratin. Dat in combinatie met het bijzonder aangename gezelschap maakte het tot een feestje. Craig en Don hadden onmiskenbaar dezelfde soort humor en het was fascinerend om te zien hoe snel ze een stevige band aan het opbouwen waren. Zij konden dat. Dat had ik zelf aan den lijve ondervonden. Hoe kort geleden was het nog maar dat ik geen van hen beiden kende en me nu niet meer kon voorstellen dat ze er niet waren? Pat diste ondertussen allerlei sterke verhalen en anekdotes op die ons tot tranen toe lieten schateren van het lachen. Na een verrukkelijk dessert zaten we aan de koffie toen Donald zich bij ons voegde. Hij had Larry de mooie hond bij zich die braaf onder de tafel ging liggen nadat hij van Don een bak water had gekregen. Donald had niet de kenmerkende trekken van de Lockharts die bij Craig en Don op hun gezicht gebeeldhouwd waren, maar hij was evenals zijn verre neven een open en zachtaardig mens met wie het ook onderling klikte. Britney kwam vragen of alles naar onze zin was. “Craig en Jaimie willen graag de laatste kamer, mum. Dan hoeven ze niet terug te rijden.” Pat stond op. “Ik ga wel terug naar huis, beste mensen. Het was een heel aangename avond, maar ik voel aan mijn oude botten dat ze rust nodig hebben. Jaimie, ik ben erg blij dat Morris je naar me toe stuurde en laten we alsjeblieft zo nu en dan wat van elkaar horen!” Ik beloofde hem zeker contact te houden en bedankte hem voor al zijn hulp en de prachtige foto. Met een armzwaai ging hij de deur uit. “Een bijzondere man.” zuchtte ik.

Craig aaide me over mijn arm. “Jij bent een bijzondere vrouw.” begon hij. Don stond op en vulde aan: “Je bent heel bijzonder, Jaimie en je hebt heel bijzonder werk gedaan. Daarom gaan we nu aan de whisky en willen Craig en ik je op de hoogte brengen van ons avontuur.” Britney kwam met een fles Dalwhinnie bij ons zitten en Don schonk voor ons allemaal een “dram” in. “Lieve Jaimie, lieve mam, beste Donald. Craig en ik zijn heel erg verrast geweest dat Jaimie ons na een lange zoektocht bij elkaar heeft gebracht als neven en kleinzonen van Don Lockhart senior. En we waren nog verbaasder dat we zo snel werden opgeroepen door Malcolm Macleary. Wat niet overbodig was, zo bleek. Opa Don heeft een jaar of vijftien geleden aan zijn oude schoolvriend, Peter Robertson, een certificaat toevertrouwd dat hij aan zijn kleinzoon moest geven voor zijn veertigste verjaardag als hij er zelf niet meer zou zijn. Er was verwarring om wie van ons het zou gaan. Andrew, de kleinzoon op Guernsey, leek niet degene te zijn die Don senior bedoelde, ook al was het van belang dat Jaimie hem vond. Mr. Robertson was ervan overtuigd dat ik degene was die zijn vriend bedoelde, ook al ben ik twee jaar “te jong,” maar toen bleek dat Craig de zoon was van het -in opa’s ogen- verloren gewaande kind, werd het even lastig. Want hoe blij zou Don senior zijn geweest als hij geweten had dat hij nog een derde kleinzoon had. Was hij misschien toch degene geweest die opa bedoelde? Kort en goed, het certificaat wat in de eerste instantie voor mij zou zijn, wordt nu omgezet zodat het op onze beider naam komt. De erfenis wordt dus door Craig en mij gedeeld en Peter Robertson heeft dat zelf gelukkig nog kunnen vastleggen terwijl hij bij zinnen was. Het houdt in dat er in de distilleerderij op Islay een volledig vat whisky ligt dat in 1967 door Don senior gekocht is. Het is een whisky uit deze omgeving maar de distilleerderij is in 1970 gestopt, vandaar dat het is overgebracht naar Islay. De huidige marktwaarde loopt tegen de 21000.000 pond, al naar gelang de hoeveelheid flessen die eruit gebotteld kunnen worden. Het is een zogenaamd “Sherry Butt” vat van Amerikaans eiken met een inhoud van 500 liter. Momenteel gaan ze uit van zo’n 300 flessen omdat er een deel door de jaren heen verdampt is, “opbrengst voor de engelen,” wordt dat genoemd. Maar een enkele fles zal al gauw voor 7000 pond verkocht kunnen worden. Craig en ik moeten ons dus rustig gaan oriënteren in de wondere wereld van de whiskybeleggers.” Er viel een eerbiedige stilte. Britney snufte. “Ach, mijn schoonvader.. wat een schitterend gebaar en zo fijn dat het tot een verdeling heeft kunnen komen.” Don sloeg zijn arm om zijn moeder heen. “Gisterenavond hebben Don en ik het er vanzelfsprekend uitvoerig over gehad. Zodra we exact weten om wat voor een bedrag het precies gaat, en daar kunnen nog wel de nodige maanden overheen gaan, willen we beiden dat er een bepaald percentage naar de zusters van Andrew gaat. Maar Donald, ook jou willen we er in betrekken en laten vastleggen dat er een deel jou toekomt. We zullen dat allemaal door Peter’s raadsheren laten uitzoeken en berekenen. Want uiteindelijk zijn we allemaal nazaten van de eerste Lockharts op Guisachan en dat de Clearances hen uit elkaar heeft getrokken mag geen reden zijn om niet tot de familie te behoren.” vulde Craig zijn neef aan. Nu was het Donald, die schor klonk. “Mijn hemel, mannen, wat een vorstelijke gedachte. Ik ben sprakeloos. En dan te bedenken dat ik door toeval door Jaimie werd aangesproken. Want ik zou eigenlijk helemaal niet naar de show gaan. Wat is dit prachtig.” Hij stond op en trok Don en Craig in een ontroerde omhelzing. Britney greep over de tafel naar mijn hand. “Wie had dat ooit kunnen bedenken, toen je hier binnen stapte..” zei ze met tranen in haar ogen. De mannen waren weer gaan zitten, we proostten met onze 12 jaar jonge whisky van 50 pond de fles. Ik wist niets uit te brengen. De opgetogen gesprekken gingen langs me heen. Ik hoorde Don zeggen dat hij zeker een bedrag zou gaan doneren ten behoeve van de restauratie van Guisachan en de keuken van de pub wilde moderniseren, waardoor Britney opnieuw moest snuffen. Craig had het over een fonds voor gehandicapte kinderen die hij van instrumenten en muzieklessen wilde voorzien, waar Donald op in sprong door zijn hulp voor de organisatie daarvan aan te bieden. En ik keek van de een naar de ander met een steeds groter groeiend gevoel van liefde. De whisky verspreidde een diep warme gloed in mijn keel en innerlijk. Don vulde de glazen nog een beetje bij. “Lieve Jaimie, weet wel dat we jou zeker niet zullen vergeten in de uiteindelijke verdeling. Want tenslotte ben jij degene die ervoor heeft gezorgd dat we elkaar hebben leren kennen en we beiden door Peter zijn erkend.” Nu was het mijn beurt om te gaan sniffen. “Ik heb jullie toch al als mijn vrienden.” hikte ik, diep dankbaar. Er werd gelachen. “Maar deze vriend is je geliefde en wil jou dichterbij zich hebben, dus zal daarvoor met het grootste plezier in de buidel tasten.” zei Craig en sloeg een arm om me heen. “En deze vriend is niet jouw geliefde, maar wil dat ook.” lachte Don. “Al is het maar om zo nu en dan mee te gaan om een baljurk uit te kiezen.” Nu moest ik ook lachen. Don vertelde over onze winkelmiddag in Inverness aan zijn moeder, die ondertussen haar tranen had gedroogd.

Uren later lag ik tegen Craig aan in een gerieflijk hotelbed en luisterde naar zijn regelmatige ademhaling. De slaap wilde me niet meenemen omdat ik te gelukkig was. “Ik hoop minstens zo veel jaren samen te zijn als de whisky in dat vat heeft liggen rijpen.” had hij me toegefluisterd tussen kussen door. En die hoop was precies de mijne.

Dag 31. 22 juli. Fort Augustus.

Het was zondag en omdat ik niet veel zin had om de hele dag in de cottage te blijven, reed ik naar Beauly en trakteerde ik mezelf op een middag-latte met scones in het hotel. Zo kon ik ook voor het eerst sinds dagen uitgebreid op FaceBook rondneuzen en mijn vrienden laten weten dat ik nog steeds leefde. Ik wel. Want ik bleef het triest vinden dat er tijdens deze rare zaak twee sterfgevallen hadden plaatsgevonden. Ik zag door het raam wat mensen lopen met Golden Retrievers en ook dat voelde vreemd. Alsof het allemaal heel ver weg was. Marianne was online en ik liet haar weten dat het terrasje op het Leidseplein nog niet in de pen zat omdat ik ruim een week “vakantie” had gekregen. “Oh, met je “hunk” de Hooglanden in? Zijn slechtere vooruitzichten.” Ik antwoordde maar met een smiley want wilde er niet verder op in gaan. Na mijn “afternoon coffee” reed ik richting Fort Augustus, maar kwam langs Drumnadrochit en het leek me een goed idee om wat cultuur te gaan snuiven, dus was het Urquhart Castle de stop van de dag. Ik liet me in een massa toeristen meezuigen om rond de ruïne te wandelen, las op de borden een stukje van de geschiedenis, kocht een ijsje en begreep dat ook van dit kasteel het dak was verwijderd om de belastingen te ontlopen. Het was voor mij persoonlijk bij lange na niet zo magisch en mysterieus als Guisachan, maar evengoed vond ik het indrukwekkend en was uiteindelijk blij dat ik er geweest was. Het korte ritje langs het Loch Ness voerde me langs Invermoriston, het dorp waar Don’s vader overleden was. Het was een klein Schots vlekje met wat witgepleisterde huisjes, een traditioneel postkantoortje, de rode telefooncel, nu omgebouwd tot mini bibliotheek en de nodige hotels en logeergelegenheden. Het Loch Ness beheerste de hele omgeving. Ik had geen flauw idee waar William gewoond had en het had ook niet bepaald veel zin om dat te gaan te gaan uitzoeken, dus ik reed door naar Fort Augustus. Het plaatsje schitterde in de middagzon. Ook vandaag waren er bussen met veelal Aziatische toeristen en ik werd onwillekeurig een beetje vrolijk van hun opgetogen gekwetter en hun fotografeermomenten. Het terras van het Lovat zat vol en het was druk bij de sluizen. Ik kocht een Nessieknuffel voor Marianne en keek rond in een schattig winkeltje waar ze prachtig gegraveerd glaswerk hadden.

Het was bijna 5 uur toen ik in de pub werd begroet door Britney’s schoondochter. Net als de vorige keer stonden er wat mannen aan de bar in kilt en met sneakers aan als merkwaardige tegenstelling. Ik ging aan het tafeltje bij het raam zitten en bestelde een Irn Bru en een zakje cheddar-snacks. Het was in vergelijk met de andere gelegenheden erg rustig, waardoor ik begreep dat de pub van John en Britney meer door de lokale bevolking bezocht werd. De mannen aan de bar bevestigden dat. Ik hoorde ze bulderen van het lachen en hun taal was zo sterk Gaelic dat ik er geen touw aan kon vast knopen. De deur ging open en ik zag Pat binnenkomen. “Hi love, wat leuk om je nog weer eens te zien. En dat Morris de Don is die je moest zoeken, hilarisch.” Ik begreep nu pas dat er bij Pat geen belletje had gerinkeld toen ik bij hem was. We hadden het voornamelijk over Guisachan en de registers gehad en niet bepaald over zijn stap-maatje die hij steevast Morris noemde als afkorting van zijn achternaam. Hij bestelde een pint en haalde een pakje uit een plastic boodschappentasje. “Ik heb iets voor je meegenomen. Een ingelijste oude foto uit 1880 van de hondenverzorgers op Guisachan. Er zit een jongetje bij, het zou zomaar de eerste Donny kunnen zijn.” Ik bedankte hem uitgebreid en probeerde zo dichtbij mogelijk de mensen op de foto te bekijken. Pat lichtte met de zaklantaarn van zijn telefoontje bij maar de foto was niet scherp genoeg om meer dan de contouren van de gezichten te kunnen zien. Ook de honden leken niet bepaald op de Golden Retrievers anno 2018. “Ik weet niet zeker of dit wel de Retrievers zijn waar Donny later zijn werk in kreeg.” zei Pat en wees op een figuurtje dat er eerder als een soort grote spaniël uit leek te zien. We bekeken de andere honden ook zo scherp mogelijk met het lampje erbij en daardoor merkte ik niet dat er weer nieuwe mensen de pub in kwamen. We bogen ons over de prent toen ik een bekende geur rook en ik een warme kus in mijn nek voelde. Ik draaide me om en daar was hij. Stralend, onwaarschijnlijk knap en in niets de gespannen man die eergisteren overhaast vertrokken was. Zijn mond lachte over de mijne en ik wilde niet dat het ophield. Maar Don stond naast ons en tikte Craig op zijn schouder. “Ik mag ook even dat meisje een knuffel geven. Ga jij maar wat te drinken bestellen, matey, we zijn er aan toe.” Craig liet me los en Don voegde de daad bij het woord en trakteerde me op een berenomhelzing. Een van de mannen bij de bar begon te fluiten, Don was hier natuurlijk kind aan huis. “Ze is niet mijn meisje hoor!” riep hij verontschuldigend. “Dat is de geluksvogel.” Hij wees op Craig die terug kwam met een blad met een paar pints en een glas witte wijn. “Je hoeft straks niet te rijden.” zei hij trouwhartig. Ik kon het nog niet geloven dat hij hier zomaar weer was, alsof ik me niet suf getwijfeld had. “Je telefoon ligt in de cottage. Je had hem in bed verloren.” zei ik zacht toen hij naast me was gaan zitten. “Ik kwam er pas achter toen ik in Newcastle was. Ik heb aan een stuk doorgereden want wilde op tijd zijn voor het gemeentehuis. Maar lieverd, ik vertel je later alles wel. Nu wil ik alleen maar voelen dat je naast me zit.” Don stelde hem voor aan Pat en we proostten. Op ons.

Don vertelde dat de reis naar Birmingham lang was geweest. Hij was vrijdag direct na het afscheidsdiner met de organisatie onderweg gegaan en had in Glasgow overnacht. Terwijl hij zijn reis schetste, vertragingen, rare opstoppingen, moe na een lange dag op het show-terrein, realiseerde ik me weer wat een enorme afstanden de mannen hadden moeten afleggen. Van hier naar Birmingham was meer dan acht uur rijden. “Maar vannacht ben ik bij Craig in Edinburgh gebleven.” besloot hij. Craig hief zijn pint. “Niet op kunnen treden, maar het was goed om samen een en ander door te kunnen spreken.” vulde hij aan. Natuurlijk was ik nog steeds enorm nieuwsgierig naar wat er nu eigenlijk tijdens de bijeenkomst had plaatsgevonden, maar zowel Don als Craig lieten niets los. Pat vroeg waar Craig in de komende tijd zou spelen, hij zou graag een keer komen kijken. “Ik heb voor dit weekend een hele goeie blazer bereid gevonden om mijn plek over te nemen, anders zat ik niet hier.” lachte hij. “Woensdag spelen we in Stirling. En dan zijn er een week geen optredens met de band. We gaan het bizar druk krijgen tijdens het Edinburgh festival, soms wel twee concerten op een dag.” Ondertussen was Britney binnen gekomen en kwam bij ons zitten. Ze omhelsde haar zoon en mij en werd voorgesteld aan Craig. Pat kende ze wel. “Maaltijd van het huis, beste mensen.” bood ze aan. “En als jullie niet meer naar huis willen, er is nog een kamer vrij. Ik ben veel te blij dat ik mijn kind eindelijk weer zie, de Golden Retrievers hebben hem wel erg lang bezig gehouden, dit keer.” Don knuffelde zijn moeder. “Ik blijf hier, de honden worden goed verzorgd. Ik heb je veel te vertellen, moedertje.” Ze klopte hem vertederd op zijn hand. “En er moet voor volgende week nog het een en ander gebeuren.” Hij gaf haar een kus op haar wang. “Dat komt in orde. Ik heb nu weer tijd.”

Dag 30. 21 Juli. Avond.

Het duurde behoorlijk lang, maar uiteindelijk nam hij toch op. Het klonk alsof hij in een lege hal zat. “Malcolm, hoe gaat het allemaal? Ik heb niets meer van je gehoord, is de bijeenkomst geweest?” Craigs naam liet ik even achterwege, in verband met de “belangenverstrengeling.” Ik wilde niet dat Malcolm wist dat ik me ongerust begon te maken. “Jaimie, ja, ik had je willen updaten, maar het is allemaal erg heftig geweest. Nadat je gisteren de uittreksels naar me toe had gestuurd moest er toch ook nog het bewijs van inschrijving van Alastair Lockhart in Newcastle zijn. Dus daar ben ik achteraan gegaan en dat was maar goed ook want ik kon zijn zoon niet bereiken, Craig.” Het klonk bijna verwijtend. Maar hier had ik werkelijk niets mee te maken. Ik wist niet eens de voornaam van Craig’s vader. “Craig is eerst naar zijn ouders gegaan toen hij terug was uit Schotland, daar heb ik hem uiteindelijk kunnen bereiken en konden de laatste documenten in een keer geregeld worden. En kon de bijeenkomst vastgelegd worden. Die was vanmiddag. Het was een lange, intensieve sessie voor ons allemaal. En nauwelijks twee uur geleden is de oude man overleden.” Dit was onverwacht. Ik was er stil van.

“Hij zal zich misschien hebben durven overgeven nu hij wist dat hij zijn taak had volbracht.” probeerde ik vol empathie te vissen naar wat die taak was. “Ja, dat denken we ook. Maar omdat we midden in de notariële afwerking zitten moet het allemaal met een derde raadsman erbij omdat hij gestorven is voordat de acte van overdracht geregistreerd is. Een ingewikkeld proces, maar het komt in orde. Ik ben daarnaast belast met het regelen van de uitvaart als zijn raadsman van de afgelopen tijd.” Ik wilde nog steeds niet informeren naar wat en wie. En Malcolm bleef walgelijk discreet. “Was je client wel blij met de uitkomst?” vroeg ik voorzichtig. “Ja, zeker. Alhoewel hij het onverwacht vond dat het drie kleinzoons waren. En hij er maar twee zag. Hij was verdrietig toen hij hoorde over het onverwachte overlijden van de zoon van Rupert. We hebben dat zo voorzichtig mogelijk gebracht. Al met al is alles naar tevredenheid van hem en de familie geschikt. Hij was helder en monter tot op het laatst. Maar er kwam toch nog onverwacht de gevreesde hartaanval overheen. Hij heeft nu rust.” Hij wilde echt niet meer loslaten. “Malcolm, ik heb vandaag de laatste column en het interview naar de Cannich Gazette gestuurd. In principe ben ik dus klaar. Hoe moet het met de huur van de cottage, kan dat per direct opgezegd worden?” Hij kuchte even. “Het huisje is tot 1 augustus gehuurd en dat valt onder je contract. We hadden de einddatum “tot nader order” gezet en die nader order is vandaag gewijzigd in “tot en met 31 juli.” Dat wil zeggen dat je nog wat vakantie kan vieren. Geef van de week even aan wanneer je terug wilt vliegen, dan regel ik het ticket.” Hij was uiterst zakelijk maar tegelijkertijd lief dat hij me 9 dagen “gaf.” “Ik wilde je nog wel een ding vertellen, Malcolm Ook al waren we gestopt met het zoeken naar de kleinzoon van de op het schip omgekomen Don Lockhart, ik heb hem toevalligerwijs wel gevonden. Hij woont in Kendal, Donald Macallister, en was gisteren aanwezig in Cannich.” Nu was David verrast. “Dat is bijzonder. We kunnen voor hem niets doen want hij is geen rechtstreekse nazaat, dat weet hij, neem ik aan?” Ik beaamde dat. “Nou, dan ben je dubbel en dwars geslaagd voor je opdracht en dan is een ruime week vakantie helemaal verdiend!” Ik bedankte hem en we braken af met de afspraak dat we elkaar aan het einde van de week zeker nog een keer zouden spreken. Daar had ik tenminste wat aan.

Tijdens ons telefoongesprek was er een boodschap van Don binnengekomen. “Hee meisje, het was een lange zit met een heftige afloop, maar alles is in orde. Morgen bij mijn ouders in de pub? Dan vraag ik Pat ook of hij komt. Kan ik je bijpraten. Uurtje of 5, Happy Hour?” Ik typte snel terug: “Uurtje of 5, prima, ik zal er zijn. Tot morgen!” Ik had hem van alles willen vragen, vooral of hij Craig ook gesproken had maar ik moest mijn ongeduld inslikken. Birmingham was uren ver weg van hier en wellicht dat Don inmiddels op de terugreis was. En Craig kon me niet spreken, simpel omdat zijn telefoon hier lag.

Ik besteed de rest van de avond aan de was, ik keek wat televisie en ging opnieuw bijtijds naar bed. Het zwarte gat was nog steeds voelbaar en ook al wist ik dat Craig me niet had kunnen bellen omdat zijn telefoon in mijn bed had gelegen, toch bleef ik me lichtelijk verongelijkt voelen dat hij niet ten minste had geprobeerd contact met me te zoeken bij zijn ouders thuis of desnoods via Don. En ik was onder de indruk dat de oude man die alle touwtjes al weken lang in handen had gehad, er ineens niet meer was. Net als de onthutsend onverwachte dood van Andrew was ook dit niet wat ik had zien aankomen, zelfs niet nadat Malcolm me eergisteren had duidelijk gemaakt dat het heel slecht ging.

Dag 30. 21 juli.

Ik was redelijk bijtijds in de cottage terug en het nare gevoel dat me in de greep had, werd niet minder bij de herinnering aan de heerlijke nacht en het vreemde afscheid daarna. Tijdens de show was ik genoeg afgeleid geweest, helemaal vanwege de kennismaking met Donald, maar hier in de stilte van de bergen miste ik Craig verschrikkelijk. Voortdurend checkte ik of er niet een berichtje van hem was gekomen en toen ik na het eten nog niets had gehoord, besloot ik zelf iets te sturen. Ik probeerde het zo opgewekt en nonchalant mogelijk te laten zijn: “Hallo lief, heb je een goede reis gehad? Is alles gelukt? Ik mis je.. xxx” Maar er kwam geen antwoord en uiteindelijk was ik de logeerkamer in gegaan, teleurgesteld en moe.

Doordat ik vroeg in slaap was gevallen was ik ook vroeg wakker geworden. Er was geen antwoord van Craig. Ik maakte een ontbijt en probeerde me zo goed mogelijk te concentreren om het interview uit te schrijven. Het was niet heel ingewikkeld. Jack was een gemakkelijke causeur geweest. Ik schreef de laatste column over het festival, corrigeerde er het een en ander aan en ging toen naar de dam om aan de oever van het meer alles te verzenden. Daarna bleef ik werkeloos zitten. Zodra Jack zijn toestemming had gegeven of wat wijzigingen wilde aanbrengen, zou het interview naar de redactie gaan en dan was ik werkelijk helemaal klaar. En moest ik een plan gaan maken wat ik verder zou gaan doen. Natuurlijk was het fijn om voor een laatste keer naar Cannich te gaan om afscheid te nemen van Don, misschien wel met Donald en Pat erbij. En ik wilde ook nog een keer naar “het Huis.” Maar boven alles wilde ik Craigs stem horen. Hem horen zeggen dat we wel een modus gingen vinden om elkaar te blijven zien. Dus ik durfde nog niet definitief een terugvlucht te boeken ook al was mijn taak volbracht. De huur van de cottage, de huur van de auto, dat alles zou ik laten doorgaan op mijn eigen kosten totdat ik wist waar ik aan toe zou zijn. Om over een paar dagen met Marianne op het Leidseplein te zitten was een aanlokkelijke gedachte, maar tegen een prijs die ik nog niet kon betalen.

Ik keek voor de zoveelste keer op mijn Iphone en realiseerde me ineens dat er wel een vinkje stond dat mijn boodschap verzonden was, maar nog niet dat het gelezen was. Dat vond ik merkwaardig. Craig reageerde over het algemeen vrij snel op berichtjes en dat hij sinds gisteren niet meer online was geweest was niets voor hem. Bovendien, hoe langer het duurde dat ik niets van hem hoorde, hoe vreemder ik het vond. Want onze dagen en nachten samen konden in mijn beleving onmogelijk slechts een luchtige flirt zijn geweest. Ik bleef nog wat bij de dam hangen in de hoop dat ik in ieder geval van Jack een fiat zou krijgen maar ook dat bleef uit. Ging toen naar Dingwall voor een paar boodschappen, besloot buiten het stadje op een terrasje te gaan zitten met een tijdschrift en kon mijn draai niet vinden. Het was alsof ik in een gat gevallen was. De afgelopen maand hadden mijn dagen en zelfs sommige nachten alleen maar gedraaid om die rare opdracht. Het was mijn leven gaan beheersen en het had mijn hart gestolen. En nu wist ik werkelijk niet wat ik met mezelf aan moest. Het was ondertussen al middag en in gedachten was ik in Birmingham. Waren Don en Craig al daar, zaten ze met elkaar te wachten? Wat was dan toch die “kostbaarheid” waar ik voor naar hier was gekomen en wat door de weken heen uitgegroeid leek te zijn tot een volwaardige erfenis? Wie van de twee mannen zou het in ontvangst mogen nemen? Naarmate ik er meer over speculeerde op het terrasje, hoe geïrriteerder ik werd dat ik op het “moment supreme” opzij gezet was. En dat noch Malcolm, noch Craig de moeite hadden genomen om me op de hoogte te houden.

Ik besloot om in Dingwall te blijven eten ondanks de boodschappen die ik gedaan had. Ik kon me er eenvoudig niet toe zetten om terug te gaan naar de cottage. Dus ik bestelde wat knoflookbrood met een groene salade en probeerde het zo prettig mogelijk te vinden. Het was nu half zes. De bijeenkomst zou toch zeker voorbij zijn. Craig had een vervanger voor het optreden van vanavond moeten regelen. Maar zou hij wel terug naar Edinburgh gaan? Misschien ging hij terug naar Newcastle, naar zijn ouders. Tot mijn schaamte zag ik nu pas in wat Craig aan kilometers had moeten rijden in de afgelopen dagen. Dat ik eigenlijk wat bozig was omdat hij niet meer 6 uur terug wilde rijden. Het was niet sierlijk van me en ik schaarde het onder dat verwende deel van mijn karakter. Toch bleef er iets van binnen na-mopperen. Hij had op zijn minst een berichtje kunnen sturen dat hij in Newcastle was aangekomen. Of dat hij in Birmingham was. Of, en dat nog het meest, dat hij mijn boodschap had gelezen.

Terug in de cottage begon ik allerlei dingen op te ruimen. Ik haalde het hemelbed af, daar zou ik sowieso niet meer in slapen en deed de lakens in de wasmachine. Ik maakte de grote badkamer schoon, het bad op pootjes met het uitzicht op het meer, want ik wilde toch niet meer in deze ruimte zijn en haalde de handdoeken uit de wasmand. Toen ik de machine aan wilde zetten en er een bolletje wasmiddel in deed, voelde ik met mijn vingers iets hards in een van de slopen. Ik haalde het eruit en zag toen dat het de Iphone van Craig was. Met veel gemiste oproepen waaronder meerdere malen het nummer van Malcolm. En mijn berichtje.

Ik zette de machine aan, schonk een glas wijn in en belde naar Malcolm. Ik moest nu echt iets weten.

Dag 29. 20 juli. Eindkeuring, Shinty Field, Cannich.

Tussen alle exposanten en bezoekers door probeerde ik de man met de hond te vinden en uiteindelijk waren ze niet meer bij de ring, maar stond hij in de rij te wachten bij het podium voor een foto. Nadat ik zonder enige gene op iedereen was afgestapt die ik voor mijn onderzoek nodig had, vond ik dit op de een of andere manier lastiger. Maar de hond hielp me door enthousiast naar me te kwispelen toen ik langs liep. Ik vroeg of ik hem mocht aaien en de man knikte vriendelijk. Zoals ik verwachtte brak dat onmiddellijk het ijs. De hondenmensen, hoe gesloten binnen hun wereldje ze ook leken, kwamen los zodra je over hun geliefde viervoeter begon en ik zei hem dat ik hem al in de ring had bewonderd. En dat zijn naam me was opgevallen in de catalogus. Omdat ik voor mijn werk op zoek was geweest naar de familie Lockhart uit deze streek. Hij trok even een wenkbrauw op. “Ik kom zo wel even bij je, ik moet nu Larry neerzetten.” Hij was inderdaad aan de beurt voor de foto en ik bleef even staan kijken hoe hij de hond neerzette. Een pootje iets meer naar achter, zijn hoofd iets geheven en zijn staart zo recht mogelijk. De foto werd professioneel en snel gemaakt. De hond sprong van de verhoging af en we liepen naar de reuen-ring waar hij in een rennetje werd gezet en ging liggen op een kleed. Zijn baas klapte een extra stoeltje uit en bood me een blikje Irn Bru aan. “Noem me maar Donald. Tja, de familie Lockhart. De kant waar ik uit kom is eigenlijk erg klein. Ik heb begrepen dat mijn overgrootouders na de geboorte van hun tweeling een van de twee hebben laten adopteren en dat ze vanwege de Clearances verhuisd zijn naar Lanarkshire. Mijn opa is daar geboren en is vlak voor de oorlog omgekomen. Mijn moeder is pas na zijn dood geboren en ik ben alleen door haar opgevoed. Ze is eigenlijk vrijwel altijd alleen geweest. Er was wel een tijdje een vriend in ons leven, maar het boterde uiteindelijk niet zo tussen hen.” Hij vertelde dingen die ik wel al wist, maar vulde mijn kennis ook aan door te vertellen dat hij na de drie jaar die hij in Carluke op school had gezeten, met zijn moeder naar Engeland verhuisd was. “Mijn oma Phoebe was toen overleden en mijn moeder wilde weg uit haar oude leven. Dus we zijn naar het Lake District gegaan, waar ik de rest van mijn lagere schooltijd heb afgemaakt. Daarna ben ik naar de universiteit van York gegaan en heb Engels gestudeerd. Sinds een paar jaar ben ik weer terug in Kendal.” Ik gaf aan dat het inderdaad wel wist van zijn opa en oma door mijn onderzoek en ook dat hij in Carluke bij Mick in de klas had gezeten. Zijn gezicht lichtte op toen ik dat vertelde. “Dat was een fijne man, ik heb het in die tijd op school erg naar mijn zin gehad. Wat mooi dat hij je wilde helpen, maar ook precies zoals ik hem herinner; behulpzaam, joviaal en ook al waren wij soms behoorlijke rotzakjes, hij hield ons er met respect en vooral een consequente aanpak goed onder.”

Ondertussen was de open klasse begonnen. Dat betekende dat het grootste deel van de honden gezien was en het niet lang meer zou duren eer de eindkeuringen begonnen waarbij alle honden die in hun klasse eerste waren geworden, nu tegen elkaar zouden uitkomen. Ik zag Don bezig met van alles want de beide ringen werden samen gevoegd. Ik wees naar hem: “Kijk, dat is Don Lockhart waar ik in de eerste instantie naar op zoek was. Hij is een van de twee rechtstreekse achterkleinzoons van jouw overgroot-oom.” Hij lachte even. “Wat is de familie origineel met roepnamen geweest! In ieder geval is het erg interessant allemaal. Ik heb dan toch nog een stukje familie en dat hier op de Guisachan Gathering kampioenschapsclubmatch.” Ik had nog wel wat langer met hem willen praten, maar ik merkte dat hij over mijn schouder toch graag de keuring van de open klasse wilde volgen en ik had gezien dat het bijna tijd was voor mijn interview met Jack. Zoals alle mensen die ik tijdens mijn weken hier was tegen gekomen gaf hij aan dat ik hem altijd kon opzoeken als ik meer wilde weten. Zijn adres stond in de catalogus en daar schreef hij zijn telefoonnummer bij. Ik vroeg me af of hij kennis wilde maken met Don maar dat was eigenlijk niet mijn zaak dus ik aaide Larry en bedankte hem hartelijk voor zijn informatie.

Het interview met Jack ging gemakkelijk. Ondanks dat hij een gesloten mens leek, kon hij enthousiast vertellen en hij was in alle opzichten de gedistingeerde landheer. Hij had Guisachan nog maar kort in eigen beheer van de trust, maar hij begreep hoe belangrijk het landgoed was voor velen over de hele wereld. Financieel zou het onmogelijk zijn om het “Huis” in volledige glorie te herstellen daarom was zijn eerste doel nu om verder verval tegen te gaan en wanneer de fondsen daarvoor toereikend zouden zijn, zou als eerste met veel voorzichtigheid de begroeiing binnenin de ruïne verwijderd gaan worden. Dat waren inmiddels volwassen bomen, die met hun wortels het gebouw dusdanig ondermijnden dat er instortingsgevaar dreigde. Daarna zou het gebouw op een bepaalde manier gestut en beveiligd kunnen worden. Aan het einde van ons gesprek vroeg ik hem of hij na deze week zelf van plan was een Golden Retriever te nemen. Hij lachte beleefd. “Daar is momenteel in mijn leven nog geen plaats voor, maar ik ben het ras wel bijzonder gaan waarderen, dus wie weet..” Er waren mensen die hem hadden gezien en graag met hem op de foto wilde, er werd hem een pup in de armen gedrukt en ik beloofde hem om het interview uit te werken en het hem eerst te laten lezen voordat ik het naar de Gazette op zou sturen. Op het terrein waren de eindkeuringen in volle gang, beste pup teef tegen beste pup reu, beste jeugdhond, beste veteraan. Daarna kwamen alle klasse-winnaars van de teven bij elkaar. Ik merkte dat de spanning langs de ring opliep, er zat nu vrijwel niemand meer in de tentjes en mensen stonden in rijen dik te kijken wat er ging gebeuren. Een luid applaus ging op voor het teefje dat het beste van de dag werd. Er werd een enorme rozet uitgereikt en foto’s gemaakt. Daarna leek de spanning zo mogelijk nog meer te stijgen, want het was het moment waarop de beste reu werd uitgekozen. Opnieuw kwamen alle klassenwinnaars de ring in. Don stond ineens achter me. “Dit zijn de uitmuntende vertegenwoordigers van ons mooie ras.” zei hij en ik zag inderdaad een aantal honden staan die ik erg mooi vond. Er vielen een paar af en er bleven een paar staan. Het werd uiteindelijk de Nederlandse veteraan. Die moest tenslotte tegen het beste teefje. De beide keurmeesters bekeken de twee honden nog eens grondig, onder applaus liepen ze een ronde door de ring en toen draaide de hoofdkeurmeester zich om naar het publiek en vertelde dat ze heel blij was dat ze de in haar ogen mooiste hond van de dag had gekozen, om zijn geweldige kwaliteit en wat hij voor het ras over de hele wereld betekende vanwege zijn kampioenwaardige nageslacht. Ze koos voor de veteraan. Ik was verbaasd, want dat was de hond van de Nederlandse vrouw. Die sprong letterlijk een gat in de lucht, knuffelde haar winnaar en begon zo hard te huilen dat de keurmeester haar moest troosten en vroeg of het wel met haar ging. Er werd opnieuw luid geklapt, er kwamen ereprijzen, de enorme rozet, de fotograaf en het was een heel spektakel. “Ben je trots, een landgenote die hier wint?” vroeg Don in mijn oor. “Eerlijk gezegd snap ik het niet zo goed, maar ik ben natuurlijk een leek. Als ik denk aan een Golden Retriever dan zie ik toch een andere hond voor me. Meer zoals Larry van Donald.” Don lachte. “Dat kan natuurlijk. Deze hond is een beroemde multi kampioen, in die zin dus heel welverdiend en dit is de kroon op haar werk met hem.” “Was het de hond die je dacht dat zou gaan winnen?” vroeg ik nieuwsgierig. Don knikte. “Ja, daarom verbaasde het me niet. Maar het is haar gegund. Ze is in ieder geval door het dolle heen!” We zagen hoe de vrouw geknuffeld werd door de mensen die bij haar hoorden en ook de keurmeester gaf haar nog een innige omhelzing. Het was leuk om te zien hoe blij de vrouw was. De voorzitter bedankte iedereen voor hun aanwezigheid en sloot de week af met veel lovende woorden. De Guisachan Gathering 2018 was een succesvol evenement geweest waar veel mensen jarenlang met plezier op zouden terugkijken. Hij noemde nog een laatste keer Lord Tweedmouth die het ras zo had ontwikkeld, dat er nu zoveel mensen een heerlijke hondenvriend hadden en hij wenste iedereen een veilige terugkeer naar huis. Om ons heen begonnen mensen weg te lopen, tentjes werden afgebroken en honden in auto’s gezet. Don had me gevraagd of ik bij het etentje met de organisatie wilde zijn, maar ik sloeg het af. Ik wilde naar de cottage om het interview uit te werken. Hij zou morgen naar Birmingham gaan en we spraken af dat we elkaar nog zouden treffen als afscheid, voordat ik terug naar Amsterdam zou gaan. “Donald heeft me net aangesproken. Hij is met zijn hond nog een paar dagen hier op vakantie, dus we gaan een avond de pub van mijn ouders onveilig maken. Misschien is het leuk als je er bij bent? Dan vraag ik Pat ook, kun je daar ook meteen afscheid van nemen.” Het voelde naar. Ik wilde helemaal geen afscheid nemen. Maar het was zoals het was. Ik omhelsde hem, hij beloofde me te bellen na het gesprek morgen en ik liep met lood in mijn schoenen het terrein af.

Dag 29. 20 juli. Middag, Shinty Field, Cannich.

De knoop in mijn maag bleef onopgelost maar desalniettemin vond ik het hele showgebeuren interessant. Ik had aan Don gevraagd of hij al die honden ook persoonlijk kende. “Nee, alhoewel er een aantal zijn die ik qua stamboom ken. En sommigen herken ik wel aan hun hoofd of bouw, maar ik ken ze echt niet allemaal. Ik heb een idee wie er gaat winnen, maar dat is voornamelijk een kwestie van exposanten kennen. Het zou me dan ook niet verbazen als een van de buitenlandse honden het gaat worden, ik durf je bijna aan te wijzen wie.” Ik was verbaasd. “Hoe zit dat dan? Als je al van tevoren kunt zeggen wie er gaat winnen? Dat klopt toch niet?” Don lachte zijn leuke grijns die me rechtstreeks in de lach van Craig voerde. “Een prestigieuze hondenshow als deze is heel veel meer dan louter honden showen. Het is een soort jurysport waar erg veel passie mee gemoeid is. En vooral die passie kan tot minder sierlijke situaties leiden. Zie het zo: fokker A heeft een gerenommeerde kennel en een flink aantal goede kampioenen gefokt. Fokker B koopt een hond bij die kennel en dan is er al iets wat hen bindt. Ze vallen voor hetzelfde type. Gevolg is dan dat fokker B met haar hond naar de keurmeesters gaat waarvan ze weet dat ze van de honden van fokker A. houden. En voilà. Een volgende generatie kampioenen kan gaan ontstaan.” “Maar de anderen van het alfabet dan, met hun honden? Komen zij dan niet aan bod? Ze staan hier wel met een dikke tweehonderd.” Don haalde zijn hand door zijn stugge haren. “Ja, het is best ingewikkeld. De meeste exposanten willen winnen. Dat is onderdeel van dit soort sporten. Maar uiteindelijk zijn het toch voornamelijk de grote spelers die de hoge plaatsen krijgen. Als een hond internationaal heel hoog scoort zal hij dat blijven doen, er zijn dan weinig keurmeesters die om hem heen kunnen of willen. De sociale media hebben er ook debet aan, de wereld is klein. Als jij met je hond de hoogste plaats wint, dan ziet de hele hondenwereld dat. Niet alleen mede-exposanten en eventuele concurrenten, maar ook keurmeesters, die net als honderden anderen “vriendjes” zijn. Het is er niet leuker op geworden, zeg ik als ouwe mopperaar, maar we hebben het er mee te doen. Vaststaat dat de hond die vandaag zal winnen, ook echt wel een schitterend exemplaar is, ongeacht of het “terecht en zuiver” is, of niet. De hondententoonstelling is eigenlijk ontstaan om het publiek te laten zien wat de goede rasvertegenwoordigers waren om als ouderdieren te fungeren. Men kwam naar een tentoonstelling om kennis te maken met het ras en de fokkers. Nu is het een prestige-kwestie geworden, men wil zijn hond minstens tot kampioen maken want dat lijkt op een ticket naar naam en roem en goed verkoopbare nesten. Onder het mom van “het ras verbeteren.” Maar zeg nu zelf, je kent de geschiedenis misschien al beter dan veel mensen die hier aanwezig zijn en je weet waarvoor mijn oudoom Donny de Gele Retriever fokte.. hoeveel moet er werkelijk verbeterd worden aan de hond die Sir Dudley voor ogen had? Door de huidige verbeteringen gaan we juist steeds verder van zijn ideaalbeeld af. Toch is dat natuurlijk niet allemaal zo zwart wit. Ik vermoed dat vandaag ook genoeg exposanten zijn die alleen al blij zijn om hier te kunnen staan. Die trots zijn op hun lieveling en hun honden graag laten zien. Ook al heeft hij zijn staart en zijn oren aan de verkeerde kant zitten. Maar lieve schat, ik ga je hier niet een hele lezing geven over wat een goede en geen goede hond is. Geniet van wat je ziet, de honden die hier zijn ingeschreven zijn stuk voor stuk honden waar de eigenaren in ieder geval gelukkig mee zijn en trots op zijn. Hier is een catalogus. Kijk ook eens naar de fraaie stamboomnamen. Alleen dat is al een genot om te zien!” Hij gaf me een klein boekje en ik bladerde het even door, zag inderdaad de meest klinkende namen. Ik zag ook de namen van de exposanten erbij en zocht chauvinistisch naar de Nederlanders. Er waren een stuk of tien. Een van hen was de jarige vrouw met de rollende hond. Hopelijk deed hij dat nu niet in de ring. De winnaar van de veteranenklasse in de reuen-ring was ook een Hollandse exposant. Ergens vond ik dat als medelander wel leuk.

De lunchpauze was voorbij en er waren nu wat grotere klassen aan de beurt. Ik had mijn stoeltje van de teven naar de reuen verplaatst, omdat ik die eigenlijk mooier vond. Imposanter, met brede koppen en stevige lijven. Als ik dan toch van Golden Retrievers moest houden omwille van mijn artikel, dan moesten het maar reuen zijn. Ik keek in het programma-boekje, of de catalogus, zoals Don het noemde, en zag dat we aan de “Mid Limit klasse” waren. Ik had geen idee wat het betekende, maar er was een reu die ik met mijn lekenogen prachtig vond. Een diep glanzende, goudkleurige vacht, een gangwerk waarvan Don het zeker goed zou vinden en een heerlijke kop. Een knuffelhond met allure en kracht. Zijn baas of zijn “handler” zoals Don het noemde, was een elegante man die opviel, omdat er niet heel veel mannen showden en als ze er al waren waren ze een stuk ouder. Deze handler had een strak gesneden colbertje aan en liep het driehoekje, het op en neertje en de cirkel als een danser zo lichtvoetig. De manier waarop hij zijn hond neerzette was ook iets anders dan wat ik tot nu toe gezien had. Hij hield de hond niet bij de kop en de staart vast zoals de meesten maar stond ervoor, zodat de hond hem aankeek en bleef kwispelen. Ik vond dat er veel natuurlijker uitzien. Hij leek niet met zijn blik te communiceren met de dame die keurde, iets wat me was opgevallen dat sommige mensen deden als ze achter hun hond geknield zaten. Alsof ze haar om goedkeuring vroegen. Wat in zekere zin ook zo was. Deze man leek op te gaan in het samenspel tussen hem en de mooie hond. Ik wilde aan Don vragen of ik daar gelijk in had toen ik zag dat hij de tweede plaats kreeg. Hij knuffelde de hond en liep ermee naar de zijkant van de ring. Ik zocht in mijn catalogus het nummer op wat hij op zijn jasje droeg, daarmee kon ik zijn naam en dat van de hond vinden. Het was bizar. “D. Macallister. “Driftwood Laird of the Royal Oak.” Ik pakte mijn catalogus op en haastte me naar de tent, waar Don bezig was met het herinrichten. Er stonden aan alle kanten stoelen en rennetjes en er waren overal honden, maar op de plek waar het podium van de band had gestaan een paar dagen terug, werden weer tafels geplaatst. “Een etentje als afsluiting voor het ringpersoneel en de organisatie.” legde hij uit. “Don, kun je even kijken naar deze naam. Hoe moet ik dat lezen?” Hij keek mee. “De exposant is D. Macallister. Zijn kennel heet Driftwood. Dat is een kleine kennel met in mijn ogen knappe honden. De reu heet Laird of the Royal Oak. Vind je het een mooie hond?” hij leunde tegen de tafel aan. “Ik vind het een prachtige hond. Maar die naam. D. Macallister. Die naam had ik ook in de eerste instantie op mijn werklijstje staan. Er is een Donald Macallister van de radar verdwenen. Zoon van Ivy Macallister. En Ivy Macallister was de dochter van Don Lockhart die tijdens de ramp op de Royal Oak het leven liet. Zoon van William Lockhart uit Carluke. De tweelingbroer van Donny.”

“Dat zou wel heel toevallig zijn. Juist nu. Ik kreeg net een telefoontje van Malcolm dat er morgen inderdaad een bijkomst gepland is in het ziekenhuis in Birmingham met een notaris, hemzelf en de oude man. En met Craig en mij.” Ik huiverde. Noch Malcolm, noch Craig hadden het me doorgegeven. “Als deze exposant werkelijk de zoon van Ivy is, dan is hij niet de kleinzoon van Don senior. Dus zal niets veranderen aan jullie situatie. Maar het is wel erg frappant dat we hem hier moeten tegenkomen.” Don schudde zijn hoofd. “Zo frappant is dat niet. Guisachan was de basis van de Lockharts. En hoe bijzonder is het om een kennel te hebben met de wetenschap dat je voorvaderen ten tijde van de eerste Golden Retriever op Guisachan leefden? Ik vind dat niet vreemd. Ik heb zeker wel eerder van de Driftwood kennel gehoord, de stambomen van zijn honden gaan terug naar prachtige rasvertegenwoordigers.” “Ik zou graag een praatje met hem willen maken. Om er achter te komen of hij inderdaad de zoon van Ivy is. Maar ik heb ook nog mijn afspraak met Jack staan.” Don pakte me even bij mijn arm. “Vind je het vervelend dat de afspraak bij de notaris al is vastgelegd?” Hij sloeg de spijker op zijn kop. “Ik vind het vervelend dat Malcolm het me niet heeft doorgegeven. En ik heb ook niets van Craig gehoord. Dat vind ik nog vervelender. Maar hee! The show must go on. En zie daar, de laatste “lost person” staat zomaar zijn hond te showen.” Ik hoorde mijn stem schriller klinken dan gewoonlijk. Don trok me broederlijk tussen zijn knieën en hield me bij mijn schouders vast zodat ik hem moest aankijken. “Jaimie. Geef Craig de kans om uit te zoeken wat er voor hem en zijn familie gaat veranderen. Misschien is hij nog niet eens in Newcastle, het is zo’n rot eind weg. En ondertussen, ja, waarom zou je niet een praatje maken met een exposant omdat je zijn hond mooi vind en hij misschien, heel misschien familie is.” voegde hij er aan toe. Hij had me, zonder onaangenaam te zijn, op mijn nummer gezet. Ik schaamde me een beetje dat ik me zo onzeker voelde over Craig. Ik trok me los uit Don’s grip. “Oké. Ik ga Driftwood Laird of the Royal Oak maar eens aaien.. Mag ik straks hier een plaatsje aan tafel pakken als ik met Jack ga praten?” Hij gaf me een kus op mijn wang. “Natuurlijk mag dat. Als je lief bent voor mijn muzikale neefje.”

Dag 29. 20 juli. Kampioenschapsclubmatch.

Ik vertelde Marianne in het kort wat er gaande was. Ze begreep me omdat ze me al zo lang zo goed kende. “Kan het niet zo zijn dat Craig zelf ook gespannen is, of ongerust? Tot kort geleden was hij alleen maar een flierefluiter, een blije muzikant zonder complexe familie, laat staan met een onderzoekend vriendinnetje. Bekijk het eens van zijn kant. En wat is er nu eigenlijk veranderd? Hij moet 6 uur verderop papieren in orde te maken voor de notaris bij wie hij met spoed ontboden gaat worden. Goed, dat je hem daarop hebt kunnen voorbereiden. En hij moet een optreden afzeggen. Vervelend, maar overmacht. En, o ja, zijn hele leven staat ondertussen op zijn kop. Maar voor de rest gaat het best goed. Als jullie verliefdheid zo diep gaat als je zegt, dan moet je hem laten doen wat hij moet doen. Jullie kennen elkaar alleen nog maar in dat lekkere gevoel van verliefd zijn en elkaars lijf ontdekken. Maar elkaar ontdekken is ook elkaar leren kennen in lastige situaties. En dit is er een.” Ik moest even diep nadenken over haar woorden. Mijn dierbare, altijd wijze vriendin had gelijk. “Maak nu de heleboel af zoals je hebt aangenomen. Die andere leuke vent moet ook je ook nog even vertellen wat hem boven de bol hangt als hij bij die honden vandaan kan, zoek het papierwerk uit en stuur het naar je baas, schrijf dat artikel en kom dan gewoon terug naar huis. De Amsterdamse terrassen zijn minder gezellig zonder jou. Het is hier zomer, toevallig!” Zoals ze het schetste leek het veel te eenvoudig. Want in haar draaiboek moest ik een stuk van mijn hart achterlaten.

Ik zag dat Don en de voorzitter naar het midden van het terrein kwamen met een microfoon. “Ik denk dat de show gaat beginnen.” zei ik door de telefoon. “Jaimie? Maak je niet zo druk. Die ‘hunk’ van je is ook maar een mens. En ik wil over een paar dagen weer lekker op het Leidseplein met je kunnen kletsen, regel het maar. Hier zijn erg leuke jazzbandjes die vast een exoot uit Edinburgh willen hebben.” Ik moest onwillekeurig lachen om haar manier van troosten. “Luf joe.” zei ik. De voorzitter opende de speciale kampioenschapsclubmatch ter ere van 150 jaar Golden Retrievers en stelde de beide keurmeesters voor. Marianne lachte. “Gek gedoe, daar.” zei ze en we braken af.

De regen was overgegaan in een zacht buitje en eigenlijk vond ik het wel fascinerend wat er allemaal in de ringen, gebeurde. Een exposant stond klaar met een hond, die werd dan aan alle kanten betast en bevoeld en in de bek gekeken. Vervolgens moest de hond dan keurig een driehoekje lopen en nog een keer op en neer en dan met een grote cirkel terug naar de lijn waar de andere honden opgesteld stonden. Tijdens de laatste cirkel werd de volgende hond alweer in positie gebracht. Als dan alle honden waren geweest, en soms waren het er wel twintig of meer, zocht de keurmeester er vijf uit die ze op volgorde van kwaliteit een plaats gaf met een daarbij behorende kleur rozet. En terwijl de honden dan de ring verlieten en er nieuwe binnen kwamen dicteerde ze een verslag over de eerste en de tweede hond. Don was bij me komen zitten en legde me van alles uit: het opstellen heette een line-up, het driehoekje lopen was zodat de keurmeester dan zag hoe de hond van achter, van opzij en van de voorkant liep. Hij wees me op een hond waarvan het gangwerk niet goed was. “Die gaat in telgang. Dat kan wijzen op een constructie-fout of op luiheid.” Na een paar “klassen” zoals de groepen heetten, vroeg ik aan Don of ik hem even over iets anders kon spreken. “Kom, we gaan een kop koffie halen.” zei hij en we liepen naar het Dorpshuis waar de muffins al bijna allemaal op waren. “Waarom moest Craig nu zo plotseling weg? Hij hoefde toch morgen pas in Edinburgh te zijn?” Hij keek onderzoekend naar me. “Gisterenavond laat werd ik gebeld door Malcolm, mijn opdrachtgever.” begon ik en vertelde de situatie. “Ik ga nu naar Inverness om alle officiële papieren te halen en als Malcolm dat binnen heeft dan krijgen jullie zo snel mogelijk een oproep, vermoedelijk voor morgen al.” Don was even stil. “Ik ga zo wel even mee, misschien krijg je mijn geboortebewijs niet zomaar als niet-familie-lid. Ik kan er een paar uurtjes tussenuit. Als het in Inverness snel gaat en we zijn nog voor de lunchpauze bij de burgerlijke stand, kunnen we binnen twee uur weer terug zijn, ruim op tijd voor de eindkeuringen.” Ik slaakte een zucht van verlichting. Don maakte het allemaal een stuk gemakkelijker.

Inderdaad waren we iets na half twaalf in Inverness. Don had gelukkig zijn legitimatiebewijs bij zich en kreeg heel vlot een uittreksel uit het geboorteregister, maar ik moest moeite doen om ook de gegevens van William en Craigs vader te krijgen. Met een telefoontje naar Malcolm die een aanvraag van de notaris door mailde, was het uiteindelijk toch sneller gelukt dan ik verwachtte. Er was binnen het gebouw van de burgerlijke stand een internet-plek met printers en scanners, zodat ik meteen alles kon inscannen en doorsturen. Om half een zaten we weer in de auto. En zat mijn taak er op. “En hoe nu verder?” was Don zijn vraag, dezelfde die mij voortdurend leek bezig te houden. “Malcolm gaat nu de afspraak regelen voor jullie. En ik maak dit weekend mijn verslag voor de Gazette af. En zal daarna terug naar huis gaan.” Hij keek voor zich uit en ik zag, net als bij Craig, een spiertje in zijn kaak trillen. Dat moest een Lockhart-trekje zijn ten teken dat ze gespannen waren. “En hoe verder met Craig? Je kunt me niet wijsmaken dat het klaar is tussen jullie.” “Nee. Dat hoop ik van niet..” mijn stem brak en het huilen dat vanmorgen nog inwendig was, klonk nu hardop. “Ach meissie toch..” zei Don en zette de auto stil op een kleine inham. Hij nam me in zijn armen en liet me huilen totdat ik het bizarre van de situatie inzag. “Waar ben je bang voor? Ik heb zo duidelijk gezien hoe stapelgek Craig op je is. Dat was geen flirt of iets leuks tussendoor. Ik ben hem niet, natuurlijk, maar ik kan me niet voorstellen dat hij je nu al wil loslaten. Hij lijkt juist zo blij je te hebben gevonden.” Ik snikte nog wat na toen ik rechtop ging zitten. “Ik ben bang dat deze hele toestand tussen ons in komt te staan. Hij ging inderdaad halsoverkop weg en ik heb geen idee wanneer we elkaar weer spreken.” Don diepte een enorme zakdoek vol hooi op uit zijn bodywarmer. “Natuurlijk zijn hij en ik niet hetzelfde en kan ik ook niet echt voor hem spreken. We kennen elkaar niet eens. Maar ik kan me zo voorstellen dat hij naar Newcastle wilde om ook met zijn vader te praten. Zou dat niet een juiste verklaring zijn? En.. een Lockhart eigenschap is dat we alles zelf willen doen. Zo min mogelijk dingen aan het toeval of aan anderen willen overlaten.” Hij had een punt, dat zag ik ineens. Ze waren beiden zelfstandig. Of, om met Craigs eigen woorden te spreken, hij was een “zelfredzame muzikant.” Don startte de auto weer, aaide me over mijn wang en beloofde me dat het goed kwam. De regen was nu helemaal opgehouden en een vaag zonnetje kwam door het wolkendek.