Categoriearchief: Langs de weg

De terugtocht aanvaarden..

Voor 9 uur zoemt de telefoon weer: het bootje vaart om negen uur, maar de latere boten worden om 11 uur aangekondigd want er is opnieuw slecht bevaarbaar weer op komst. Ik maan de meisjes tot spoed: we moeten ervan uit gaan dat we met de eerste boot het eiland af gaan. Als er niets vaart, of alleen om vier uur, hebben we een enorm probleem.

Veel van onze spullen zijn al ingepakt en we maken een verdeling: Laura zorgt voor de vuilnis en haalt de bedden af, Lizzie helpt met stofzuigen en ik maak de keuken op orde. Zo zijn we mooi om elf uur klaar en als we dan om tien over elf horen dat er inderdaad  een bootje vanaf Herm om kwart over twaalf en om half vijf vertrekt, is alles in orde. Dan zijn we ruimschoots op tijd op de vluchthaven. 

Onze bagage wordt door de tractor opgehaald en wij lopen alvast naar beneden om in de pub een laatste drankje te drinken. Het is er rustig: voor twaalf uur wordt er geen alcohol geschonken en er is een enkel gezin, waarvan de kinderen bij het biljart staan. Ik kijk weemoedig naar de vertrouwde omgeving, de open haard, de scheef hangende, oude zwartwitfoto’s van de geschiedenis van Herm aan de muren. Schreef ik hier niet over in mijn boek? Kom ik hier ooit terug?

010

Het bootje vaart af bij Rosaire Steps. We gaan er vroeg heen. Er loopt een eenzame man met onze tassen te sjouwen, van een afstand zien we hoe hij met een schop en een bezem bij de trappen bezig is en hoe hij zand weg schept en op de rotsen gooit. Zand. Op. De. Rotsen. Gooit.

tas

Even ben ik bang: doet hij dat omdat hij ziet dat er iets ligt dat er niet hoort? Maar de meisjes stellen me gerust. Hij is de trappen aan het schoonmaken omdat ze anders erg glad zijn. Als je niet weet wat het is, kan je het zachte, witte stof niet met iets associëren zoals wij dat doen. En het heeft ook iets symbolisch. Wordt er niet zand over een kist gestrooid?  

We zien het bootje aankomen en het is erg druk: er komen toch veel dagjesmensen vanaf Guernsey. Wij zijn vrijwel de enigen en het inschepen gaat snel. De meisjes willen bovenop het dek zitten. We zijn de enigen. Als het scheepje zijn draai maakt en de golven tegemoet gaat, de witte trap, het poortje en de rotsen steeds sneller van ons vandaan gaan, welt er een enorme huilbui in me op. Ik laat Gijs daar achter. Hij huilde destijds ook zo toen het zijn laatste blik op Herm was. Komen we hier ooit weer? De meisjes houden me alletwee vast en huilen mee. Ik voel me verschrikkelijk. Laura zegt: “Mama, Gijs ligt onder het huis van Matthew.. dat is toch ook bijzonder.” Matthew was de mannelijke hoofdpersoon uit mijn roman. De man waar mijn “heldin” verliefd op werd. Hij woonde daar. En inderdaad, vanaf een bepaalde hoek op de zee lijkt het alsof de rotsen de cottage steunen. Het neemt mijn verdriet niet weg.

Als het witte trapje niet eens meer een streepje is, zijn we midden op het water en begrijpen we waarom men zich afvroeg of er wel gevaren kon worden. Het bootje lijkt een speelbal van de golven, duikt, rijst, stampt en ploegt en we moeten ons krampachtig vasthouden. Nu benedendeks gaan is geen optie. Gelukkig is het nauwelijks twintig minuten eer we de haven van St. Peter Port in varen. Als we boven aan de kade zijn, zet ik de meisjes en de bagage bij een bankje en loop ik naar de Boulevard waar ik de taxistandplaats weet. In minder dan een half uur zijn we op de kleine vluchthaven, waar Lizzie in het winkeltje nog een sleutelhanger van Guernsey koopt omdat haar vorige kapot is en waar we anderhalf uur moeten wachten voordat we tegen zonsondergang het vliegtuigje in gaan.

Vreemd genoeg is de onredelijke angst voor het vliegen eigenlijk weg. Ik zit weer alleen en merk dat de benauwende greep om mijn maag en keel er niet is. Ik haal mijn fototoestel tevoorschijn, hoop een allerlaatste blik op Herm te kunnen richten als we net zijn opgestegen en dat maakt dat ik al van te voren naar buiten kijk. Iets wat de afgelopen vijftien jaar onmogelijk was, sinds we ooit als gezin naar Griekenland vlogen en in een storm terecht kwamen waardoor er een noodlanding op een van de eilanden gemaakt moest worden. De heftige vliegangst die ik daarna ontwikkelde, kam rechtstreeks daar vandaan. Na kan ik mijn ademhaling controleren en kijk ik ontspannen naar beneden. Tegelijkertijd ben ik verwonderd, dat het zo plotseling als het gekomen is, ook zo verdwenen is en ben ik boos op de vreemde wendingen van zoiets. Mijn extreme vliegangst heeft ons jarenlang ervan weerhouden om op vakantie te gaan naar hier…en naar elders. Heb ik Gijs misschien wel mooie momenten ontnomen. En opent het nu hij er niet meer is, ineens weer perspectieven.

Door die gedachten vergeet ik bijna waarom ik naar buiten tuur en dan, heel even, zie ik het kleine eilandje onder me door glijden. Nee, de witte trap is niet waarneembaar. Maar de contouren van die geliefde plek worden voor de laatste maal nog even op mijn netvlies gebrand.

hermvliegtuig2

Als de nacht is gevallen sluiten Lizzie en ik de honden weer in onze armen. Skye is heel zwaar geworden in die week, Barra is gegroeid, Iona krijgt haar mooie vacht weer terug, Gigha danst zoals altijd om ons heen en Islay drukt zich tegen me aan.  We zijn na een week vol emotie en ervaringen, thuis.

skye

Plaats rust.

Ook Skye is thuis ziek geworden. Aan de ene kant een opluchting: dan is de afwijking van Islay’s darmen, die ze gisteren op een echo zagen, inderdaad het gevolg van een infectie en niet van iets anders waar ik bang voor was. Aan de andere kant een gevaarlijke situatie. Als Skye er erg ziek van gaat worden, zoals Islay in de afgelopen dagen, dan kan ze haar pups verliezen. Natuurlijk gaat me het welzijn van Skye zelf boven alles, maar verdrietig zou het wel zijn. J. kijkt het nog even een paar uur aan en gaat dan naar de dierenarts.

De meisjes slapen wat uit. We hebben bedacht dat we vandaag uitgebreid lunchen in de pub, zodat we vanavond de restjes van ons Kerstmaal met de varkensfilet kunnen opmaken. Lizzie wil naar de hoogste top van Herm en misschien, als het weer het toelaat, kunnen we alsnog een klifwandeling langs de Zuidkust doen. 

Weemoed beheerst mijn gemoedstoestand vandaag. Om de zieke hondjes thuis, omdat het de laatste dag hier is en omdat we gisteren hebben afgesloten wat we een jaar geleden hadden afgesproken. En gewoon, omdat het Kerst-mis is. Met de nadruk op gemis.

Na een lome, kalme start gaan we tegen het vroege middaguur naar buiten. We zien dat er een bootje in de haven aanlegt, er komen veel dagjesmensen naar Herm. Het tij is extreem laag, vandaag zien we de hele voormalige oesterkwekerij bloot liggen. Rijen en rijen kale banken waaraan oesters en mosselen zich hechtten.. al enkele tientallen jaren niet meer rendabel.

oesterbanken

De klim naar de hoogste top valt erg mee omdat er een weggetje over het gras is aangelegd. Vreemd idee, dat Gijs en ik dit 19 jaar geleden ook beklommen, alleen toen zonder hekjes en paadjes en uitgehouwen stukjes rots. Als we boven staan is het uitzicht adembenemend. Herm is aan alle kanten te zien. Ik draai richting haven en zie een foto van het strandje voor de haven.

De cover van mijn boek ligt aan mijn voeten. Dat blijft een merkwaardig thema tijdens deze week. Dat ik in mijn boek terug ben, zonder dat ik ben die ik dacht dat de hoofdpersoon was. Ik ontdekte bij het schrijven al dat het zichzelf schreef. En nu weet ik het zeker. Het schreef een epiloog die mijn huwelijks- epiloog is geworden.

22127

We schuimen wat op Shell Beach rond, het mooiste strand van Herm omvat in een handpalm duinen, waar het zand bestaat uit talloze kleine schelpjes. De kleine zalmkleurige, waar ik ooit een hangertje voor mezelf en een dasspeld voor Gijs van liet maken, zijn in grote getale aangespoeld. Laura is ze nu weer aan het verzamelen. Een plastic zakje wordt voor de komende etmalen een opslagplaats van steentjes en schelpjes en een piepklein fossieltje.

Na de wandeling gaan we naar de pub. De maaltijden zijn beperkt want we zijn al laat en vanwege de drukte van bezoekers is er veel al uitverkocht. Maar vers gebakken zuurdesembrood met Cumberlandworstjes en gebakken uitjes, fish and chips en brood met cheddar en pickles is een mooie lunch. Laura wil na de lunch naar huis om wat te gaan dutten en puzzelen, Lizzie en ik gaan toch nog even naar Rosaire Steps.

lastpost3klein

Het is een prachtige zonsondergang als we daar zijn en omdat de zee nu niet heel erg hoog en woest is, kunnen we bij de lage trappen komen. Als we de poort doorgaan zien we een van de bruingroenige rotsen met een open, poreuze structuur. Fijn wit stof heeft zich in de poriën van het stenige oppervlak genesteld. Lizzie en ik kijken elkaar aan. Dit was niet de bedoeling. Maar het is wel bijzonder.

lastpost23klein

We brengen er een adembenemend mooi half uur door met het spel van de zon, de zee en de schaduwen die langer en intenser worden. 

lastpost4.1.1

We moeten onze gedachten bijstellen. Ons hele idee van deze reis bijstellen. We moeten ons aanpassen aan de vreemde wending die de storm van afgelopen nacht heeft veroorzaakt. Gijs is niet meegenomen door de wind en ook niet met de zee weggespoeld. Gijs heeft zijn laatste rustplaats op Herm gevonden, op een grote rots naast Rosaire Steps.

Dat maakt het allemaal anders. Als iemand begraven wordt, heeft hij een tastbare plek waar men naar kan terug gaan. Gijs wilde dat niet omdat hij ons niet wilde verplichten om voor een graf te zorgen en hij niets met begraafplaatsen en kerkhoven had. Hij vond het een vervelend idee als we naar zijn graf moesten. Bovendien wist hij niet waar. In Utrecht, waar hij geboren was? Hij wist dat wij daar niets mee hadden en het was ook niet meer de plek waar hij wilde eindigen. In Amersfoort? Dat vond hij een akelig idee, een laatste rustplaats aan de “Dodeweg”zoals de straat van de begraafplaats heet. In Friesland, met het risico dat er een tijd komt waarop de meisjes een eigen leven hebben en niet meer naar Friesland zullen gaan als ik er niet meer woon…. we hebben het er nog over gehad dat hij daar niet achtergelaten wilde worden als ik noodgedwongen toch de boerderij moet verlaten. Nee, hij wilde gecremeerd en uitgestrooid worden in de zee tussen Guernsey en Herm. 

lastpost27klein

En nu ligt hij hier. Zo voelt het. Het is tastbaar echt. Op de mooiste plek van Europa in onze ogen. Elke lichtbeschenen dag is hier het wondere schouwspel van een zonsondergang te zien. Op deze trappen heeft hij zelf gelopen en komen dagelijks mensen vol verwachting en vakantieplezier aan. 

Dit maakt dat Gijs niet weg is. 

laatste blik 26                                        

Kerstmis en windkracht acht.

Eerste Kerstdag heeft een gebroken wolkendek en dat belooft een goede “Polarbear Swim” voor alle Hermites en bezoekers. Lizzie en Laura zijn vastbesloten om ook aan deze Kerst-duik mee te doen. De azuurblauwe zee is het tegendeel van de modderige poel waarin Lizzie volgende week haar traditionele Nieuwjaarsduik voor World Servants zal nemen.

251246

Op het thuisfront is het spannend. Islay is nog steeds erg ziek en J. zorgt ervoor dat ze naar de dierenarts gaat. Het maakt me onrustig en ook verdrietig: zo ver weg van mijn harige lievelingen en de berichten zijn niet goed. toch kan ik van hier uit niets doen, dus moet ik het los laten en erop vertrouwen dat het goed gaat komen met mijn hondenmeisje. De prijs die ik moet betalen als hondenmens op vakantie is op deze manier behoorlijk hoog.

Na een ontbijt van warme crumpets en koffie lopen we met handdoeken en droge kleren over de rug van het eiland naar “Belvoir Bay.” Aan alle kanten komen we mensen tegen, iedereen begroet elkaar steevast met een vrolijk “Happy Christmas!” en onder de jongste bewoners heerst een opgewonden spanning.

25127

Het baaitje ligt er prachtig bij en alhoewel het aardig waait, is de beloofde storm van vandaag nog niet ingezet. Onze kennissen met de hondjes komen ook de steile trap af. Er druppelen steeds meer mensen het strand op en dan is het de tijd voor de meisjes om hun dikke truien uit te doen en staan ze te rillen in hun zwemkleding.

25126

Er wordt een groepsfoto gemaakt van alle dappere duikers en dan is daar het startsein om het zand over te rennen en de zee in de springen. Hoge gillen klinken enthousiast, de twee honden rennen er achteraan en dan ligt iedereen in het water.

251218

Lizzie duikt er een tweede keer in als de meeste mensen zich al aan het afdrogen zijn. Er staat bovenaan de trap een tractor klaar met grote kannen warme chocolademelk met brandy of marshmallows en aan de tevreden gezichten van de meisjes te zien zijn ze, terecht, trots op zichzelf. Ook dit evenement was mooi om mee te maken. We worden nog wel eens een echte “Hermite!”

251247

In de middag maken we een lange wandeling en willen eigenlijk langs de Zuidkust maar inmiddels is de wind weer zo flink opgestoken dat het ook nu niet verantwoord is om die kant van het eiland te verkennen. De klifpaden zijn zo smal en het is ronduit gevaarlijk, dus we houden ons aan de gebaande paden die niet minder mooi zijn.

251271

Tegen de schemer komen we weer uit bij “Rosaire Steps,” de karakteristieke aanlegplaats waar alle bootjes aankomen als het getijde te laag is om het haventje te kunnen bereiken. 

De allereerste keer dat Gijs en ik Herm aandeden, kwamen we hier ook aan en de entree met het mooie poortje en de witgekalkte, grillig gevormde, steile trap was voor ons daarna steevast het begin van een mooie tijd. We hebben er zelfs nog met ouderwetse melkbussen gesleept, die indertijd van en naar Guernsey vanaf de enige boerderij op Herm vervoerd werden met het bootje. Of je nu toerist of “local” was, je werd altijd geacht mee te helpen en de trappen van Rosaire op en af met de melkbussen was een vast ritueel. 

rosaire5

Ik kijk door het poortje naar de zee en zie beelden van zo lang geleden. De keer dat Gijs met de meisjes op me wachtte, zittend op de trappen, nadat ik boodschappen was gaan doen op Guernsey. Of de keer dat kleine Laura me van de boot haalde en een boekje zat te lezen in de zon, omdat ze veel te vroeg was. Maar ik heb hier ook een keer op Gijs gewacht toen hij een dagje Guernsey was gaan doen en in zijn eentje naar het scheepswrakmuseum was geweest omdat de meisjes dat niet interessant vonden.

Rosaire Steps. Lief stukje Herm.

Na onze heerlijke wandeling zet ik in het huisje de oven aan omdat we een enorm stuk varkensgebraad hebben gekocht, dat minstens drie uur moet garen. We eten scones met brandy butter en drinken koffie. Er wordt gepuzzeld, gelezen, ik haak de bandjes voor de aanstaande pups en we laten de avond over de Kerstmis vallen. Thuis is Islay naar de dierenarts geweest en heeft medicijnen. Vermoedelijk heeft ze en ernstige darminfectie en moeten we hopen en bidden dat de hoogdrachtige Skye het niet ook gaat krijgen. Een vroeggeboorte is afschuwelijk in deze fase, dus de spanning is niet verdwenen.

Lizzie heeft in een getijdenboekje de waterstanden van vandaag opgezocht. Vanwege de volle maan is het springtij en dat houdt in dat het water op zijn allerhoogst staat om half zeven vanavond. Als we een half uur daarna Gijs aan de zee willen toevertrouwen, zou het theoretisch met het tij mee wegtrekken van het strand. Dat lijkt ons alledrie het beste moment, dus om half zeven draai ik de oven uit zodat het vlees kan nagaren en haal ik met een zwaar hart de asbus uit mijn koffer. Doordat het open is geweest bij de douane kost het me even om het goed te kunnen mee nemen, maar dan doen we de deur achter ons dicht en lopen we over het inkzwarte weggetje naar het strand beneden. 

Windkracht acht en de zee is zo woest dat we onmogelijk aan de rand van het strand kunnen komen om de as te verstrooien. Zoute druppels vermengen zich met mijn eigen warme, zoute tranen. Dan zegt Lizzie tegen de storm in: “Waarom gaan we niet naar Rosaire Steps? Daar kunnen we op de trappen dichtbij de zee komen, ook al staat ze heel hoog. En het is er mooi…” Zowel Laura als ik vinden het een prachtig idee, want hier gaat het niet lukken. We draaien ons om en lopen op het weggetje naar Rosaire.  Wolken waaien weg en dan wordt het pad door een ronde, heldere maan beschenen.

volle maan kerst2515

Bij Rosaire merken we pas goed wat windkracht acht met vloed doet. De zee kolkt en slaat en stampt en beukt tegen de trappen op, maar we kunnen er bij komen en ik open de asbus om de inhoud te laten vervliegen.  In een grote stormvlaag slaat een deel van de as op de rotsen naast de poort. Lizzie en Laura laten een voor een de rest de zee in vliegen, bruisende schuimkoppen nemen het lichte stof met zich mee. Het is op de maan na aardedonker en het enige wat we horen is het gebulder van het water en de storm. Een snoer lieflijk pinkelende lichtjes aan de overkant is een contrastrijke omlijsting van de woedende elementen.

thenight

Ondanks de hoge golven komt de zee niet hoog genoeg om de eerste teug as van de rotsen te spoelen, dus ik probeer water te vangen om het zelf te doen. De golven slaan mijn laarzen in, ik kan niet genoeg voorover buigen en de wind is te fel om water te kunnen scheppen. Mijn frustratie stormt net zo hard met de zee mee, ik ben helemaal doornat en moet onbedaarlijk huilen en lachen tegelijkertijd. De as van Gijs ligt op de rotsen en is ondanks windkracht acht en de hoogste vloed niet van plan daar weg te waaien. Na diverse pogingen geven we het op. Stil en onder de indruk verlaten we Rosaire Steps en lopen in het maanlicht terug naar boven, naar ons Kerstdiner. 

We hebben Gijs zijn laatste wens vervuld. Hij is uitgestrooid in de zee tussen Guernsey en Herm. Maar is dat echt zo?

Feest op Herm.

Van het schitterende weer op Guernsey is niet veel meer over vandaag. Grimmige wolken jagen de blauwe hemel weg en het ochtendSMSje illustreert dat. Harde wind en grote getijdenverschillen omdat het morgen volle maan is. Lizzie, Laura en ik hebben besloten dat we Gijs morgen, op eerste Kerstdag, “wegbrengen”  dus vanmiddag gaan we naar het strand om te kijken welke plek het meest geschikt is. We ontbijten uitgebreid en op ons gemak en gaan dan, gewapend met onze camera, naar buiten.

24122

 

Het is eb als we beneden komen, zo laag zelfs, dat we de verlaten oesterbanken kunnen waarnemen en dat de meisjes een piepklein vogeleilandje willen beklimmen, wat doorgaans alleen een topje boven de zeespiegel is. Een van de trappetjes naar het strandje is afgesloten, dus we gaan via de haven naar de onderlaag van Herm en lopen over de stenige bodem richting strand. We moeten een beetje klauteren over de rotsen, roestige kettingen zijn stille getuigen van wat eens een drukke aanlegplaats was. Hier te lopen met de meisjes, maakt me weemoedig. Ik zie de beelden van mei 2014, toen Gijs hier met zijn camera aan het struinen was, op zoek naar mooie, fotogenieke dingen, hijgend en benauwd, maar gelukkig. De meisjes lopen door en gaan hun klim naar het rots-topje maken en ik ga zitten tegen een grote kei, waar ik destijds ook zat. Toen met een zonnetje in mijn gezicht. Gijs, die met een slok water zijn chemo-tabletten naar binnen werkte en daar commentaar op leverde: “Ik heb op de meest vreemde plaatsen mijn pillen ingenomen, maar dit is toch wel de mooiste plek…” Als ik mijn ogen even dicht doe omdat de herinnering te fel wordt, zie ik hem staan: een grote man, topzwaar aan de voorkant, met dunne benen en een dunne hals, getekend door de ziekte, holle ogen… maar de zwakke glimlach om zijn lippen liet zien dat hij het fijn vond om hier moe te zijn, om hier zijn medicijnen te gebruiken, om hier naar adem te snakken…

2412birds1

 We zijn een half uur verder en ik krijg het koud, want de wind wakkert flink aan. Heel in de verte zie ik twee kleine puntjes, ik zie dat Laura vervaarlijk hoog is en met haar armen zwaait. Uitbundig, overmoedig, jeugdig. Ook zie ik dat de zee het grootste gedeelte van de stenen onderaan het bergje aan het opsnoepen is. Golven beginnen te slaan. Ik wuif naar mijn dochters. Wil dat ze terug komen: je kunt met dit weer overvallen worden door het getijde en we zitten er niet op te wachten dat ze gevangen worden op de rots. ik begin te lopen, richting het Noorden, om ze te laten zien dat ik niet meer kan blijven zitten. Een kwartiertje later zijn ze alweer een stukje lager en nog twintig minuten later staan ze met rode wangen en verwarde haren naast me. Achter hen omsluit de zee de rots. Het stukje zand dat op een paadje lijkt is inmiddels helemaal overstroomd. Een half uur later en ze hadden door de zee moeten waden. We lopen terug naar de haven en eer we goed en wel boven zijn, zijn er enkele meters van het strand verdwenen.

We lopen door naar het strandje waar ik dacht Gijs te kunnen gaan laten verwaaien. Lizzie klint wat over de stukken rots, die hier ook veel aanwezig zijn. Er is weinig zand. Laura lijkt sceptisch. In haar beleving is het niet de meest bijzondere plek. Er is wat begroeiing dat mooie plaatjes oplevert van planten die door de wind gezandstraald zijn tot oude, transparante schoonheid.

24125

Maar de plek heeft niet iets speciaals. Toch lijkt het vooralsnog de beste plaats voor ons doel. Ik probeer me het moment van onze huwelijksreis voor de geest te halen, waarop Gijs hier met zijn lange grijze jas en een kleine, grijze muts liep. Een vreemd beeld, want hij leek zelf wel uit een rots gehouwen. Een analoge foto daarvan zit in het album van ons trouwdag. Ook toen was het koud, grauw winterweer.

24129

Om zes uur is in het kleine kapelletje een samenkomst, waarbij Christmas Carols worden gezongen en een paar preken voorgelezen worden door inwoners van Herm. Het kerkje is tot aan de nok gevuld met eilandbewoners en het handjevol bezoekers. iedereen is feestelijk gekleed en er heerst een vrolijke, bijna verwachtingsvolle sfeer. De meisjes en ik kunnen gelukkig nog wel een plaatsje bemachtigen aan de zijkant van het gebouwtje, zodat we goed zicht hebben op de mooie, eenvoudige preekstoel. 

2412tuguals

De dienst is maar kort. We hebben allemaal meegezongen. Lizzie vond dat ik vals zong maar ze moet zich vergist hebben, het was een van de Carols die ik goed kende en ik kan me niet voorstellen dat het vals klonk. Maar ze vond het sowieso raar om mij te horen zingen, ik denk dat het dat was… (zeg ik hoopvol.)

We worden allemaal uitgenodigd om op het kasteel een drankje te drinken met de eigenaar van het eiland. Dat is iets heel bijzonders natuurlijk en dat is niet een evenement wat in de zomer zal plaatsvinden als er een drievoud van het aantal inwoners is en het hotel en de kampeerplaatsen vol met gasten zitten.

Echter, de ontvangst is niet op het kasteel zelf maar in het huis van de eigenaar en zijn vrouw, een gebouw dat grenst aan het kasteel. We drommen met zijn allen, toch zo’n slordige vijftig man, een smal, laag gangetje door naar een wasruimte, waar iedereen geacht wordt zijn schoenen uit te doen. Op een wasmachine leggen we onze jassen neer. Het heeft iets kneuterigs en hilarisch tegelijkertijd als iedereen in zijn mooie, feestelijke Kerstkleding op kousevoeten de keuken in gaat. Een keuken uit mijn dromen, met een grote, rode, warme, knorrende AGA, met een granieten werkblad in het midden en rijen vol koperen pannen en potten op eenvoudige planken naast de schoorsteen. 

De vrouw des huizes blijkt gewoon de rondborstige, goedlachse receptioniste te zijn die ons op de eerste dag warm welkom heette. En de eigenaar van het eiland is de man die ik met zijn sterke kuiten complimenteerde, toen hij ons tijdens een van de eerste klimpartijen naar de huisjes inhaalde en ons toevertrouwde dat het nooit zou wennen; die steile wandeling. 

We gaan een grote huiskamer binnen, waar een haardvuur en en enorme Kerstboom de sfeer domineert. Mollige bloemensofa’s en schilderijen met jachttaferelen en zeegezichten geven het geheel een heel Brits aanzien. Overal staan groepjes mensen te praten en even voelen we ons verloren met ons glaasje wijn in de hand, rondkijkend naar het indrukwekkend eenvoudige interieur. Maar dan wordt ik gewenkt door het vriendelijk echtpaar dat we op de boot met hun kinderen en honden waren tegengekomen. We raken in gesprek, natuurlijk als eerste aanknopingspunt de honden – en het gesprek wordt zo geanimeerd dat we ons door de gastheer nog eens van een drankje laten voorzien. Er komt een stel bij ons staan en zij begrijpen uit onze gesprekken dat wij de Hollandse vrouwen zijn die hier met een missie zijn. Omdat Herm voor ons belangrijk is. Dat maakt, dat  ons glas voor de derde keer wordt gevuld en we bijna de laatste gasten zijn, die via het washok weer de koude, donkere avond in stappen. Een vrijwel volle maan beschijnt het pleintje dat we moeten oversteken.

192

Thuis schoppen we onze nette schoenen opnieuw uit, verwisselen onze Kerstpakken voor iets comfortabelers en gaan dan een soupertje klaarmaken. Zo is het dan ineens Kerstavond. 

Vlak voordat ik ga slapen krijg ik op mijn telefoon een berichtje van J. die op de hondjes past. Of ik nog wakker ben. Ze belt me op en vertelt dat Islay erg ziek is, niet meer op har poten kan staan en dat ze zich ongerust maakt. ik ook. Ik raadt haar aan om haar een pijnstiller te geven en zo snel mogelijk morgenochtend de dierenarts te bellen… op eerste kerstdag. De Kerstnacht wordt onrustig.

Dinsdag/woensdag voor Kerst.

Dinsdag begint met harde vlagen wind tegen de kleine ramen. Ik heb me op de comfortabele bedbank genesteld, de meisjes hebben de slaapkamer ingenomen. Zoals Gijs niet in dit huisje wilde omdat het voor hem negatieve herinneringen opriep en hij Herm daarmee niet wilde associëren, zo was het voor mij te dichtbij om deze week mijn intrek in die slaapkamer te nemen, waar hij met zijn eerste hyperventilatie-aanval een hartinfarct meende te hebben.  Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van ons huwelijk. 

De grijze wolken blijven dicht over het eiland hangen en dat maakt dat we binnen blijven. Laura legt een puzzel uit, het huisje geurt behaaglijk naar uitgebakken bacon en crumpets en Lizzie zet muziek aan, waar luidkeels bij meegezongen wordt. Volgens de ochtend-sms gaan ook vandaag geen boten en dat maakt dat we niet op gezette tijden het geknor van de tractor horen, die bagage van en naar de haven rijdt. Toch klinken er vrolijke stemmen over het pleintje waaraan onze cottages grenzen en als ik uit het raam kijk, zie ik een gezin met kleine kinderen zich op maken voor een wandeling: kaplaarsjes aan en regencapes die om hun kleine beentjes wapperen. De palmboom in het midden van het plein zwaait vervaarlijk heen en weer in de storm.

Ik spoor mijn dochters aan om toch even “naar beneden” te gaan. Een natte, frisse neus te halen. Even een stukje door de wind en de regen over het eiland zwerven zodat we daarna alle reden hebben om iets lekkers te eten en warme chocolademelk te maken. Als we zien dat het souvenirwinkeltje een paar uur open is, hebben we meteen een reden om ons aan te kleden en de storm te trotseren. 

22122

Aan het strand bij de haven zit een zwerm vogels, die in de wind voor een spectaculair schouwspel zorgt. Hun opvliegen en neerstrijken lijkt op een uitgekiende choreografie waarin ieder individu een eigen rol speelt maar waarin het synchrone samenspel de boventoon voert. We kijken ze ademloos na. Ze vliegen de zinkende zon tegemoet.

2412birds3

We neuzen wat rond in het winkeltje, nemen een paar flesjes frisdrank mee, want als het weer morgen ook zo slecht is komen we aan het einde van onze voorraden en het water is hier op Herm niet goed uit de kraan te drinken.  De regen slaat ons in het gezicht als we via het weggetje langs het strand naar huis lopen. We gaan nog even naar Shell Beach, waar, de naam zegt het al, ontelbare schelpjes het strand met hun verfijnde kleuren markeren. De nog altijd intens heldere zee slaat met wit schuim woest over onze schoenen heen. Grijze lucht gaat over in groenblauw water.

22128

We brengen de avond rustig door, met lekker eten en een DVD die de meisjes mee hebben genomen. We gaan bijtijds slapen.

Woensdagochtend krijg ik geen SMSje en dat geeft aan dat de boot zijn normale schema vaart. Er gloort een beetje blauw in de lucht. Ik maak de meisjes wakker: als we het bootje van negen uur hebben, kunnen we ruim de tijd nemen om de boodschappen te doen voor onze Kerstmaaltijd. Laura zou het liefst naar de enorme supermarkt willen die net buiten de stad ligt, maar gezien de beperkte busritten durf ik dat niet zo aan. Ook al is die een stuk goedkoper dan de veel kleinere en luxere Marks and Spencers, we sparen sowieso minstens zes pond aan busgeld uit en dat moeten we dan maar voor de boodschappen gebruiken.

Boven Guernsey zijn de grijze wolken helemaal weggetrokken en het is bijna lente-achtig als we door de winkelstraat lopen. Na een kop koffie en en stuk carrotcake en voor Lizzie een groot “cookie” gaan we ons lijstje afwerken. Er is een kleine markt waar we wat rondneuzen en ik voer de meisjes mee naar het pleintje, waar Gijs en ik ooit een aantal schilderijen kochten in een charmante galerie. Nu valt het me op dat er veel leeg staat. En dat het bizar is, dat ik deze straatjes zo gedetailleerd in mijn boek heb beschreven, nog altijd dezelfde sfeer uitademend die mijn hoofdpersoon inhaleerde.

Sowieso is het erg vreemd dat ik tien jaar geleden in het boek als laatste hoofdstuk beschreef hoe de hoofdpersoon als afsluiting van een zware periode de as van haar vroegere geliefde uitstrooide…. en dat we daar nu hier voor zijn. Het allerlaatst exemplaar van mijn boek heb ik mee en laat ik achter voor in de bibliotheek van het hotel… Weer iets klaar.

Het blijft stralend weer en na onze boodschappen strijken we neer op een terrasje aan het water: een restaurantje waar Laura en ik de vorige keer een glas wijn, beschenen door een volle maan, dronken en waar we ook met Gijs zijn geweest. Een vriendelijke ober brengt een paar plaids en doet een terras-heater aan. We bestellen een heerlijke lunch met verse Guernsey-krab en drinken daar ook de knisperend witte wijn van toen bij. Lizzie duikt in een grote mok warme chocolademelk met een kraag van zoete, kleverige, luchtige marshmallows.

DSCN9840

De meisjes willen naar de vuurtoren lopen, de hele kade af, op zoek naar de grote schelpen die ze altijd samen met Gijs zochten. Ik besluit niet mee te gaan maar me, naast de heater, met mijn wijn te laten verwarmen door de zon en mijn herinneringen. Een beetje soezend, met het uitzicht op de drukke kade en de haven, waar bootjes liggen te dobberen en een visser zijn netten aan het uithangen is. “Vind je het niet vervelend om alleen te blijven, mama?” vragen de meisjes een beetje bezorgd. Nee, ik vind het niet vervelend. Ik raak aardig gewend aan mijn eigen gezelschap. Omdat het moet. En het niet werkt om dat vervelend te vinden. Die ene traan in mijn ooghoek komt van het scherpe licht dat het water weerspiegelt, hou ik mezelf voor. Hier op Guernsey aan de zee zitten op 23 december, met een koele Pinot Grigio, is verre van akelig. Dus ik wrijf de traan weg en neem een slok. Het enige wat aan mijn geluk ontbreekt is Gijs tegenover me en misschien de hondjes naast me, terwijl ik Lizzie en Laura bij de vuurtoren weet.

DSCN9843

In de avond worden we op Herm in de pub ingemaakt tijdens een quiz. Ondanks dat we een goede verdeling hadden gemaakt wie van ons drie welke onderwerpen zou kunnen beantwoorden, zijn we de absoluut sterke en grootste verliezers. Het “Holland team” gaat ten onder aan vragen over Disneyfilms en Britse weetjes.

Maar we hebben onze nederlaag sportief opgenomen en nog een drankje gedronken alvorens we de berg weer opklimmen naar huis. Een aflevering van Greys Anatomy moet onze geknakte ego’s herstellen. We zijn al over de helft van onze tijd….

Dag 2, naar Herm.

Ik word wakker van een geluid dat ik eerst niet kan thuisbrengen, tot ik begrijp dat het mijn telefoon is. De meisjes slapen nog, hebben het niet gehoord. Ik zoek op het display wat er gaande is en vind dan een smsberichtje van een lang, onbekend nummer: “Boats change for Monday. There is only one boat leaving for Herm at 14 00 hrs” Ik kijk naar buiten. Het water is niet meer zo hoog als vannacht, het is helder weer maar aan de hoge, witte koppen zie ik dat het flink stormt. Dat zal de reden van de uitval van bootjes zijn. We hadden gepland om de laatste boot te nemen om vier uur, zodat we de boodschappen voor de komende dagen konden doen, maar nu is daar minder tijd voor. Ik maak de meisjes wakker en als ze tot het land der wakkeren behoren maken we een nieuw plan.

005

Na het ontbijt zetten we de koffers beneden in de lounge omdat de kamer leeg moet, en dan gaan we St Peter Port in. Op ons lijstje staan een aantal dingen: we willen voor elkaar een Kerstcadeautje kopen, Lizzie is op zoek naar een horloge en we moeten etenswaren inslaan voor tenminste twee dagen. Onze wegen splitsen zich, ik ga met Lizzie op zoek naar het horloge. Helaas vindt ze niet wat ze zoekt en als we weer samen met Laura zijn, krijgt ze een opstandige huilbui. De horloges die ze mooi vindt, zijn in haar ogen te duur. Laura en ik verzekeren haar dat ze het voor Kerst van ons samen kan krijgen maar ze snikt dat ze het dan nooit zal willen dragen… Ik herken er zo haar vader in, dat het van binnen bij mij ook snikt. Laura en ik proberen haar af te leiden maar onze pogingen verzinken in een inmiddels grijze mist van zachte, natte regen.

We doen onze boodschappen, brood, boter, koffie, melk, fruit, kaas, sap en lopen dan terug naar het hotel om onze spullen te halen. De manager ziet ons en geeft aan dat hij een taxi voor ons wil bellen. Het regent nu inmiddels hard en ook al is het maar twintig minuten lopen naar de haven, hij vindt dat we dan met onze bagage, waaronder een tas van 20 kilo, veel te nat en te koud zullen worden. Taxi’s op Guernsey zijn goedkoop, dus ik stem toe.

In de stromende regen en met een harde wind stappen we op de boot, waar een handjevol mensen en onnoemelijk veel bagage, waaronder hele Kerstbomen en kratten melk, mee reist. Ook een echtpaar met twee kleine kinderen en twee honden maken de oversteek.

221214

De twintig minuten zijn lang door de enorme golven, die het bootje op lijken te tillen als een kleine speelbal. Laura wordt er misselijk van en gaat met Lizzie bij een raam zitten… kijken naar de horizon schijnt te helpen. Ik praat wat met de mensen van de honden en laat zelfs een foto zien, die ik toegestuurd kreeg van J. Aan het thuisfront gaat het goed.

We komen aan bij de haven omdat het hoog water is en zodra we aan land stappen is het thuiskomen. Onze spullen worden op een tractor geladen en zullen naar boven vervoerd worden. We melden ons aan in het administratiekantoortje en maken dan de hoge klim naar de cottages boven. De reden, waarom we tijdens de laatste vakantie van Gijs geen appartementje op Herm konden nemen: de zware wandeling kon hij niet meer aan.

Als we boven zijn gaan we het poortje door en ziet Lizzie tot haar verwondering dat we logeren in het huisje, waarvan zij als kind dacht dat we er eerder waren. Ik weet heel zeker van niet. Want… dit was het appartementje waar Gijs en ik in 1996 logeerden en waarin hij zijn eerste paniekaanval met bijbehorende hyperventilatie-aanval kreeg. Daarna wilde hij nooit meer in dit huisje. Dat had hem ongeluk gebracht, in zijn beleving. Hij refereerde er vorig jaar nog aan. Dus Lizzie kan er nooit zijn geweest.

221212

Als we gesetteld zijn, gaat Laura een boek lezen en Lizzie en ik een korte wandeling door de regen over Herm maken. Daarna douchen we warm, trekken truien en pyjamabroeken aan, schenken onszelf iets lekkers in en beginnen onze dagen op Herm met een driedelige aflevering van Grey’s Anatomy, in de geest van ons vroegere gezin.

046

 

Dag een, Guernsey.

Als we wakker worden schijnt de zon. Heb is eb en vanuit ons slaapkamerraam zien we Herm liggen. Gijs maakte ooit een foto vanuit een raam van dit hotel van hetzelfde beeld en naderhand kochten we een schilderijtje van exact dit punt af bekeken: alleen was dat in de tijd van de rijtuigen gemaakt. Beide plaatjes hebben jarenlang onze “pub-schilderijtjes-muur” in ons oude huis versierd. Alles hier ademt dat glanzende, zorgeloze vroeger van ons, als pril gezin. Even vraag ik me af of het wel zo verstandig was om naar hier te reizen.. maar dan zie ik Lizzie in het raamkozijn genieten van het uitzicht en dan weet ik dat het verstandig is.

001

Tijdens het ontbijt merk ik dat D. de eigenaar van het hotel, ons af en toe tersluiks opneemt. Vorige vakantie was hij er niet en ik besluit om zijn vraagtekenhoofd een antwoord te geven als we naar onze kamer gaan om het plan-van-de-dag te maken. Ik leg hem uit dat ik samen met Gijs in de zomer van 1995 hier voor het eerst twee weken logeerden. Hij herinnerde zich de grote man nog wel. Ik vertel hem dat Gijs er niet meer is en ik met de meisjes onze eilanden nog een keer willen zien… Hij vindt de meisjes veel te jong om zonder vader te zijn en zegt dat hij in het hotel moet blijven, voor als we volgend jaar weer willen komen… 

We gaan St Peter Port in en vergapen ons zoals altijd aan de mooie etalages en de gemoedelijke sfeer en daar komt de feestelijke Kerstversiering nog eens extra bij. Er is een heel leuk, nieuw winkeltje waar we zeker drie kwartier ronddwalen tussen kaarten, opschrijfboekjes, gekke hebbedingetjes en Kerst-attributen zoals rendierkerstballen, een slingertje van foute Kersttruien en “Gemberkoekmannetjes” voor in de boom. Na dat genoeglijke uurtje slenteren we verder, gaan bij de boekenwinkels naar binnen, neuzen in de etalages van de vele juwelierswinkeltjes met hun fijne sieraden, en lopen dan richting het busstation.

053

Op de bonnefooi kunnen we geen bus nemen, want het is zondag en midwinter, dus we moeten een gericht doel hebben. Een klifwandeling aan de Zuidkust lijkt niet het beste idee, omdat het stevig waait, ondanks het prachtige weer. Dus we nemen de bus naar het Saumarez Park, waar we in de tearoom wellicht iets kunnen gebruiken en waar we eerst een lange wandeling maken. 

Het is er prachtig. Door de vreemd-zachte winter bloeien de camelia’s en andere bloemen, het gras is Engels groen en we genieten alledrie op onze eigen manier van deze serene sfeer, die in niets lijkt op de verwachtingsvolle Kerstachtige drukte in de stad.

126

De tearoom is niet die we dachten, maar we drinken er toch iets fris en Lizzie doet zich tegoed aan een warme applecrumble met ijs, niet slecht voor een eenvoudige lunch. Dan gaan we een stuk wandelen, richting de Westkust. Als we een goed half uur gelopen hebben, zie ik een bordje naar een hotel en besef dat we precies op het midden van Guernsey zijn en helemaal niet binnen loopafstand van de Westkust. Sterker nog, we zijn op deze plek het verst van alle kusten verwijderd.  Dus gaan we naar een bushalte waarvan we denken dat de bus richting de stad komt. We hebben er een een half uur eerder zien rijden en omdat op Guernsey nergens bushokjes met dienstregelingen of busnummers te bekennen zijn, moeten we het op goed geluk doen en hopen dat er tussen nu en een half uur een bus komt. We vermoeden dat het de 67 zal zijn maar, zo geef ik aan de meisjes aan, elke bus gaat uiteindelijk naar het busstation.

We gaan op een muurtje in de zon zitten, bij een witte cottage, waar voor op de straat het woord “bus” gekalkt staat. Laura pakt een boek en gaat lezen, Lizzie en ik kijken wat rond. Een half uur verstrijkt. Een tweede half uur ook. En een deel van een derde. We lopen een paar bushaltes verder maar zien dat het weinig soelaas biedt, dus gaan weer terug omdat er bij het witte huisje wifi leek te zijn en we willen proberen iets van een dienstregeling op te zoeken. Inmiddels moet Laura erg nodig naar een toilet dus na wikken en wegen lopen we terug naar het Saumarez Park, waar we zeker weten dat er elk half uur een bus gaat, al dan niet rechtstreeks naar de stad.  

152

Het begint te regenen en Laura en Lizzie schieten een bloemenzaak in, vragen of ze mogen plassen. Er wordt door drie dames gewerkt aan allerlei kleurige Kerststukken. Ik vraag naar de buslijn en dan krijg ik het antwoord wat ik niet verwachtte…er is helemaal nog geen buslijn, ze hebben alleen de route alvast in orde gemaakt voor als het toeristenseizoen begint er er wel een bus gaat rijden. Geen wonder dat we uren hebben kunnen wachten zonder uitzicht! Een klein half uurtje later springt Laura bijna voor een aanrijdende bus die ons via de Westkust naar de stad brengt… waar alle kerstverlichting ondertussen is ontstoken en St Peter Port een feeëriek aanzicht geeft.

159

 Omdat het nog redelijk vroeg is, gaan we in een traditionele pub wat drinken en we hopen op iets eetbaars, maar verder dan een zakje chips komt de kroeg niet; het is tenslotte zondag en dan worden er na het middaguur geen maaltijden meer geserveerd.

Dan stelt Laura voor om op verschillende plekken wat te gebruiken zodat we uiteindelijk een hele maaltijd hebben. Een goed idee we bevinden ons na het eerste drankje in een roezemoezig Grand Café waar een Kerstreceptie is en waar de voorgerechten heerlijk zijn. Ons hoofdgerecht nuttigen we in een verlaten restaurantje waar de verse Guernsey krab legendarisch is en waar we alledrie iets anders bestellen, zodat we een uitgebreide schotel hebben. De koffie met een nagerechtje moeten we overslaan. We lopen terug langs de kade naar het hotel en gaan nog even langs de plek waar Lizzie en Laura met Gijs op de laatste avond van zijn vakantie vorig jaar, hebben gezeten. Het is donker en te laat realiseer ik me dat Lizzie stil maar hevig huilt. Ze mist hem zo……

In de hotelkamer is ze nog van streek en wil eigenlijk tijdens hoogwater terug naar dat plekje aan de kade. We zoeken de getijden op.. het is om twee uur vannacht hoog water. Ik beloof haar mijn wekker te zetten en met haar daar naar toe te gaan: dit is iets wat Lizzie moet kunnen doen.

Als een dief in de nacht, sluipen we met de sleutel het hotel uit. Het water is inderdaad erg hoog, halverwege de trap stroomt het langs onze voeten. De bootjes, die op een zij lagen dobberen nu rustig in het maanlicht op de golven.

006

We zitten er een half uurtje praten wat en zijn ook stil en dan gaan we terug naar het hotel dat op een lampje in de gang en onze slaapkamer, vrijwel helemaal donker is. Laura is half wakker en ik merk dat Lizzie rustig nu in slaap valt. Ik lig echter uren wakker en hoor hoe de wind aanwakkert….

Vlucht naar vroeger. 2

Hoe meer ik van mijn lijstje afwerk, hoe meer nieuwe dingen erbij komen. Lizzie heeft deze dagen de Kerstmusical en gaat in de ochtend om kwart over zeven de deur uit, om er ’s nachts, of helemaal niet weer in te komen. Woensdagavond is de eerste voorstelling en ze stuurt me een berichtje dat ze niet voor half twaalf thuis is. Ik kan met S, mijn buurvrouw, mee met Barra naar ringtraining en omdat de les pas om negen uur begint zal ook ik pas na elf uur terug zijn. De les is de laatste voor een flinke tijd. Niet alleen vanwege de feestdagen, maar simpel omdat S. geen honden meer heeft die les moeten hebben en ik dus niet met haar mee kan rijden. Reden genoeg om flink te werken; en dat kan mijn kleine mannetje!

training klein

Donderdag is droog en ik wil het terras schoonspuiten, omdat al de natte hopen bladeren vies en modderig zijn geworden. Ik begin er aan zodra ik in de ochtend de honden heb uitgelaten, om kwart over tien zet ik de hogedrukspuit aan.  Als ik, met af en toe een kleine pauze tegen drie uur stop is het nog niet helemaal schoon en klaar, maar ik heb geen tijd meer om verder te gaan. De hondjes moeten er weer uit en omdat ik vanavond naar Lizzie’s musical ga kijken, is er nog het een en ander te regelen.

Het roept een diepe emotie op als ik, tijdens de voorstelling in de changementen mijn eigen Lizzie met het decor zie sjouwen. Kind van haar vader… snel, accuraat en o zo betrokken bij alles wat er op en rond het toneel moet gebeuren. Tegelijkertijd weet ik dat dit de allerlaatste schoolmusical is waaraan ze zal werken, omdat we ervan uit gaan dat ze haar examens gaat halen in het voorjaar.  En dan het altijd knagende gemis van de man die hier zo trots op was geweest, die met een glimlach naar zijn kind had gekeken in de stille hoop dat ze ooit in zijn voetsporen zou treden…..

Vrijdag wordt de bekende race tegen de klok. Lizzie is om drie uur thuis en behalve dat we de koffers moeten inpakken en ik nog en aantal zaken uit Heerenveen nodig heb, wil ik ook de laatste Golden Gazettes versturen en nog diverse wassen draaien. Ook allerlei telefoontjes moeten gepleegd worden en ik merk dat ik me er opgejaagd door voel, maar het is niet anders dan alle andere keren als we op vakantie gingen; het is blijkbaar iets wat bij mij hoort. Als Lizzie thuis is, komt er een nieuwe tas met was naar binnen en de kleine hond begint ineens te spugen; zodat zijn vetbed ook de machine nog in moet. We combineren alle verplichtingen in Heerenveen met een sushi-maaltijd en zijn om acht uur weer terug bij onze open koffers. Skye ligt onder de Kerstboom en  ik zie haar buikje opbollen. Als we terug zijn zullen we de pups kunnen voelen bewegen, een schokkende gedachte omdat alles zo snel gaat. Ik heb haar nog wel kunnen wassen en haar staart wat bij geknipt, alvast ter voorbereiding op wat komen gaat.

025

Een hele slechte, onrustige nacht wordt gevolgd door een vroege ochtend. De knoop in mijn maag, die altijd voelbaar is als ik een vliegtuig in ga, zorgt ervoor dat zelfs de eerste kop koffie erg onverstandig voelt en het enige wat ik naar binnen kan krijgen is een beetje sinaasappelsap. Ik zet de allerlaatste was aan en als Lizzie ook beneden is, verschonen we haar bed en haal ik de stofzuiger door de kamer. Dweilen lukt niet meer, omdat de honden dan met hun modderpoten opnieuw binnen komen.  Lizzie heeft geregeld dat M. ons met alle bagage naar de trein brengt, naar de bushalte lopen met zoveel spullen zou ons een half uur extra kosten en al spierpijn nog voor we van de zenuwen verkrampt in het vliegtuig zitten. Toch heb ik besloten de tabletten tegen de angst niet in te nemen. De vorige keer heeft het niet echt iets uitgehaald en ik heb nu het idee dat ik de controle tot het uiterste wil houden, de meisjes hebben alleen mij nu.

De treinreis verloopt soepel en we komen Laura op het station van Schiphol tegen. Op zich zijn we ruimschoots op tijd, maar omdat er overal enorme wachtrijen staan voor de incheckbalie’s en controles, moeten we toch behoorlijk doorlopen om op tijd bij de gate te zijn. Even ergens een kop koffie drinken is er niet bij en eer ik het in de gaten heb, proppen we onze handbagage in het kluisje boven onze stoelen en gespen we de veiligheidsgordels om. Ik zit alleen, de meisjes naast elkaar en dat is goed. Laura heeft de rust die Lizzie nodig heeft en zo kan ik me concentreren op mijn eigen, onberedeneerbare, vliegangst.

Die toeslaat als we opstijgen, brok in mijn keel, benauwd en tranen in mijn ogen. Maar ik probeer met mijn hele wezen te kijken naar de dansende letters voor me in een tijdschrift en merk dat het werkt. Het bekende “Tinggg” van de indicatielampjes, ten teken dat de veiligheidsgordel los mag, is er sneller dan ik dacht. De ademtuig die ik dan neem is er een van opluchting:het akelige gevoel hoeft deze reis nog maar vijf keer, vanwege een tussenstop op Jersey, en het viel mee.

028

Op Southampton moeten we een paar uur stukslaan, dus we gaan, net als de vorige keer toen Gijs er nog bij was, naar de enige pub die de vluchthaven rijk is, om even iets te eten en te drinken. We kiezen voor een schotel met allerlei hapjes, warme, met spek omwikkelde worstjes en een lekkere tomatensalsa. We halen herinneringen op aan de vorige keer. Na nog een ijsje en wat rondgekeken te hebben in het winkeltje, kunnen we door naar de paspoortcontrole en de douane. Alle spullen moeten opnieuw op de lopende band en dan komt het bizarre moment waarop mijn handkoffertje opzij wordt geschoven, ten teken dat er zich mogelijk een vreemd object in kan bevinden. Ik kijk de meisjes aan, we weten het. Ik haal de brief van het crematorium uit mijn handtas, waarin aangegeven wordt dat we de as van een overledene vervoeren. Er  komt een dame aan, die het koffertje open maakt en de brief leest. Tussen mijn sokken en shirts ligt de asbus. De vrouw voelt mijn ongemak en vraagt zacht: “Are you taking him home?” Met tranen in mijn stem geef ik aan dat het wel zo voelt: “He is going to the place he felt at home..” “And so are you..” voegt ze er vriendelijk aan toe. Dat maakt dat de tranen mijn keel in schieten. Ze vraagt of ik hem even wil optillen, zodat ze er onder kan kijken en met een zogenaamd sniffertje detecteert ze het hele koffer en de asbus aan alle kanten. Dan legt ze mijn kleding weer terug in het koffer. Stopt Gijs vaardig en vol respect toe met een van mijn truien. “Are you happy about this? ” vraagt ze als ze alle kleding weer terug heeft gedaan. Het sniffertje wordt in een apparaat geplaatst en dat geeft een groenige kleur aan. We mogen door. De tragikomische scene, die we hadden kunnen zien aankomen maar waarvan we hoopten dat we hem niet hoefden beleven, is voorbij.

Het is donker als we op Guernsey aankomen. Zowel Lizzie als ik hebben ons wonderwel goed gehouden tijdens de verdere reis. 

031

Het is goed om in het hotel te zijn waar onze liefde voor deze eilanden 20 jaar geleden begon. Nadat we onze intrek in de driepersoonskamer hebben genomen, wordt er in de sfervolle eetzaal een tafeltje voor drie georganiseerd en zitten we een half uur later aan een heerlijke maaltijd: de mosselen in Breskens worden overtroffen door de mosselen van Guernsey. 

Na het eten lopen Laura en ik nog even langs het strand en zien we een snoer van lichtjes. Achter de ramen van een café zijn dansende figuurtjes waarneembaar, die hun Kerstborrel genieten. Bij het zien daarvan lijkt het alsof ik mijn eigen boek ben binnengelopen, dat ik tien jaar geleden schreef. Het leven heeft vreemde draaien.

041

18/19 oktober. Tussen,- en eindstations.

De beide meisjes brengen mij met de twee verhuistassen naar de trein. Nu er geen bureau naar Gouda hoeft, kan ik het zelf. Zusje haalt papa uit de kliniek en samen wachten ze me bij het station op zodat we met zijn drieën naar het huisje gaan. Een echte familie-aangelegenheid. Ik blijf de schoonheid van het bizarre ervan inzien: dat we na alle omzwervingen toch weer bij elkaar komen op de basis van ons gezinsleven.

Vanuit de voortrazende trein zie ik de tussenliggende stations aan me voorbij trekken. Stations, die stuk voor stuk een onderdeel van mijn leven waren: Amersfoort, waar Gijs en ik ons gezin oprichtten, wonende in een spoorweghuisje, waarvan je het dak ziet als je de richting van Amsterdam op gaat. Den Dolder, waar we onze eerste kus uitwisselden en waar we onze huwelijksfoto’s op een besneeuwd perron maakten. Utrecht, waar ik jaar in, jaar uit moest overstappen, als jonge balletdanseres en als jonge moeder.

DSC_0073

Maar ook waar ik een lange zomer en herfst dagelijks kwam omdat ik er werkte. Saillant detail blijft dat ook Gijs werkte in hetzelfde theatergebouw als ik. Dat we elkaar best wel groetten, maar niet konden beseffen dat we vier jaar later ons leven samen wilden delen.

DSC_0068

Woerden, waar de kerk met zijn spitse toren een tijdlang mijn dagelijks werk was: ook daar was een theatertje “De Kloostertuin” Samen met een collega waren we de allereerste technici die de openingsvoorstellingen begeleidden. Ook daar heb ik met veel plezier gewerkt.

woerden

Tussen Amersfoort en Gouda is zo ontzettend veel bijgebouwd, dat er maar een kleine groenstrook over is gebleven. Maar dat is dan ook “echt” Hollands en alhoewel ik het honderden keren heb gezien, zie ik het vandaag weer met andere ogen.

ook terug

Het kleine torentje met de “afdruk” van een ander gebouw was een ijkpunt vroeger: bijna thuis. Of: op weg.

heen

Papa zit voorin het kleine autootje van zusjelief en is erg gespannen. Ik leg mijn arm over zijn schouder; hij grijpt mijn hand en houdt die de hele rit van het station naar zijn huisje vast. Dan laden we de auto uit. Mijn tassen, zijn rollator, de reistassen met kleding en spulletjes uit de kliniek. Boven doet hij de voordeur zelf met de sleutel open. Wat moet het vreemd voor hem zijn dat hij twee maanden geleden naar het ziekenhuis gebracht werd met loeiende sirenes en nu zoveel kilometers verderop een nieuw stuk leven moet gaan opbouwen. Dat deze plek zijn eindstation wordt.

Het is met zoveel liefde ingericht en aangekleed dat het me ontroert. Zusje heeft zo keihard gewerkt, tot in de kleinste details heeft ze ervoor gezorgd dat papa zich thuis kan gaan voelen. Zelfs een poes, iets wat hij al zo lang miste in Maastricht, is aan het huishoudentje toegevoegd en ze heeft zelf de taak op zich genomen om voor het dier te zorgen. We drinken een kop koffie met een stuk gebak, ik geef papa een schilderijtje van een uiltje, dat ik vanmorgen voor hem heb uitgeprint omdat hij een grote uilen-beeldjes-verzamelaar was.

10325242_634128336704398_823709782025236828_n

Hij zet het meteen in de vensterbank en steekt een sigaartje op. Het lijkt erop dat hij er gelukkig kan gaan worden maar zijn verwarring en onzekerheid spelen een grotere rol. Hij kijkt steeds rond, zoekt zijn vrouw, zoekt zijn spullen, zijn boeken en ondanks alle mooie, lieve, leuke meubeltjes en dingen die zusje voor hem geregeld heeft, zijn het slechts de handjevol bibelots van uiltjes en prenten van Rotterdam uit zijn vorige leven die als een baken van herkenning belangrijk voor hem zijn.

Het is eigenlijk hartverscheurend; hij is zo dankbaar maar ook zo verdrietig. De jongste zoon van zusje komt langs, op zijn fietsje naar opa, zo mooi kan het zijn. Maar opa voelt dat nog niet. Als de intake van de thuishulp geweest is, gaat zusje naar haar eigen huis om daar voor haar kinderen de maaltijd te bereiden. Ik blijf samen met papa achter en maak een boterhammetje voor hem klaar. Als we wat gegeten hebben, was ik af en moet ik naar de bus. Voor het eerst blijft papa alleen in zijn eigen flatje. Met lood in mijn schoenen loop ik het gebouw uit en op straat kijk ik naar boven. Een klein, breekbaar figuurtje staat voor het raam en zwaait. Hoe verder ik van hem weg loop, hoe heftiger zijn zwaaien wordt; tenslotte zwiept hij met beide armen. Verblind door tranen sla ik de hoek om.

Natuurlijk strand ik met de trein. Ik moet ruim drie kwartier wachten op het station in Amersfoort, omdat er iemand aan de noodrem had getrokken en er dus allerlei aansluitingen niet meer op elkaar passen. Omdat ik de fotocamera bij me had, loop ik het perron de andere kant af: zie een schitterende zonsondergang en sfeervolle beelden. Ze benadrukken de melancholieke stemming die me niet heeft verlaten sinds ik Papa in zijn huisje achterliet.

DSC_0090

DSC_0101

DSC_0104

DSC_0106

DSC_0098

En het reuzenrad, dat op het emplacement een vervreemd beeld geeft, weerspiegeld het voortdurende, onophoudelijk ronddraaien van mijn emoties.

DSC_0082

DSC_0114

Zondag is een natte, grauwe dag. De oude Chico lijkt te reageren op zijn medicatie: hij drinkt nog steeds erg veel en moet ook veel plassen, maar hij is alerter en zijn buik is beduidend minder dik. Zo durf ik zijn vroegere baasjes wel te laten komen. Jonge mensen, die hun geliefde hondje als pup in hun armen sloten en zeven jaar later door omstandigheden verloren. Het meisje was toen een kind van veertien jaar… ze heeft Chico daarna niet meer kunnen en willen zien, bang dat het teveel verdriet deed. 

chico29aug

Dat doet het nog: bij het zien van die markante, lieve, grote, oude hond barst de jonge vrouw in tranen uit. Chico, onze “Grand Signore” is zichzelf. hij komt knuffels halen, scharrelt wat op het erf rond en als het hard begint te regenen, sjokt hij op zijn gemak mee naar binnen, waar koffie en appeltaart wachten. Ondanks het verdriet, zijn beide “baasjes” blij dat ze hem nog gezien hebben. Geaaid hebben en weten hoe hij bij ons leeft. Wat zijn eindstation is.

Het is fascinerend om te zien hoe de oude hond op hen reageert; er is wel degelijk iets van herkenning want het is niet zijn gewoonte om zo dicht bij visite te willen zijn, maar als ze weg gaan en we samen met hen mee naar de auto loop, draait hij zich om en loopt gedecideerd, op een sukkeldrafje terug naar huis. Af en toe omkijkend naar mij: “Kom je?” Hij is zo aandoenlijk als dat hij bejaard is. 

We eten een Belgische stoofschotel. Gijs heeft zich daar al een paar dagen op verheugd, door de medicatie is eten zo mogelijk nog belangrijker voor hem geworden en leest hij zelfs kookboeken en kijkt naar kookprogramma’s op TV.  

Om zeven uur staan we weer op het station, nu om Laura na te zwaaien die terug naar huis gaat. En gaat de zon weer spectaculair mooi onder.

DSC_0078

11/12 oktober. Aandacht.

Zaterdag gaan Lizzie en ik samen naar Gouda. Naar mijn vader, die het laatste weekend in de revalidatiekliniek zal zijn: volgende week verhuisd hij naar de aanleunwoning die zusje met zoveel liefde en verve voor hem aan het inrichten is. Met zeer bescheiden middelen, want Papa’s spullen zijn nog altijd in “het beheer” van anderen.

Gijs brengt ons naar het station, zodat we er precies twee uur en zes minuten over zullen doen, nadat we uit de auto stappen. Wonderlijk genoeg gaat de reis ditmaal soepel. Lizzie luistert naar muziek en ligt een beetje te dutten tegen me aan, het doet me denken aan de tijd dat ik met haar als klein meisje ook een deel van dit traject regelmatig reed, op weg naar mijn zieke moeder. Hoe vreemd is het toch dat Papa, na omzwervingen door Den Haag, Lichtenvoorde, Doetinchem en Maastricht, nu weer in de stad terug is waar hij met ons leefde. Zo lang geleden. Waar zijn voormalige vrouw bleef wonen en waar ze stierf. Ik denk aan die twee mensen, mijn ouders, die zo hun eigen levens leefden. Ook tijdens hun huwelijk, dat korter duurde dan Gijs en ik bij elkaar zijn.  Zullen zijn.  Ik probeer die gedachten een andere kant op te sturen, ik ga samen met Lizzie naar Gouda. Even naar de zaterdagmarkt rondom het majestueuze stadhuis, alvorens we naar de kliniek gaan. Stroopwafels kopen. Een terrasje pakken, het is mooi weer.

Maar tegen de tijd dat we in Gouda zijn, regent het pijpenstelen en is er niets van het mooie weer over. Toch lopen we, stevig gearmd, naar het centrum. Op zoek naar het winkeltje, waar ik altijd de lekkerste stroopwafels wist. Opvallend is, dat er zoveel hetzelfde is gebleven en tegelijkertijd zoveel is veranderd.  Ik ben hier in geen negen jaar meer geweest, in de binnenstad. Mijn stroopwafelwinkeltje is er niet meer. Het pand staat zelfs te huur. En ook het zaakje waar ik mijn eerste gouden hangertje kreeg als schoolmeisje en waar Gijs en ik onze klok kochten, is er niet meer. Het is een vervallen, scheefgezakt pandje geworden, genesteld tussen een Turks eethuisje  en een grote schoenenzaak.

Omdat we inmiddels doornat zijn, onze goede, leren jasjes eruit zien als een zeem, gaan we naar binnen bij een van de oudste cafés van de stad. Café Central, waar we een genoeglijk uurtje doorbrengen en een beetje opdrogen. Lizzie vindt het typisch Goudse accent, wat we om ons heen horen, vermakelijk. De jongen die ons de lunch brengt, spant daarbij de kroon.

Een uur later zijn we, met een tas vol stroopwafels en “snippers” bij Papa. Hij ziet er een stuk beter uit dan toen ik hem het laatst zag. We gaan beneden in het restaurant zitten, waar overal om ons heen mensen met familieleden bij elkaar zijn. Er worden glaasjes advocaat gelepeld, een gezin met een oude man in een rolstoel drinken grote, beslagen glazen witte wijn die er aanlokkelijk koel uitzien. Papa wil een flesje Seven Up. Ik vraag het aan de oudere dame achter de toonbank. Ze lijkt niet te begrijpen wat ik bedoel. “Nee, dat heb ik niet..” zegt ze stellig. “Of iets van Spa citroen?” doe ik water bij de wijn. Ze doet een lade open. “Nee, ik heb geen Spa Citroen. Wel Seven Up.” zegt ze dan. 

Papa wordt moe, is wat in de war en somber en wil na een tijdje weer terug naar zijn kamer. We brengen hem boven en nemen dan afscheid, alle-twee onder de indruk van hoe het allemaal zo anders kan lopen in een mensenleven.

De reis naar huis verloopt opnieuw vlekkeloos; Gijs staat bij het station ons op te wachten. 

Zondag is grijs en lijkt zomaar langs ons heen te glijden. Het is niet onaangenaam, we lezen wat, ik draai een paar wassen en zelfs de honden zijn niet echt van zins om er een drukke dag van te maken. Iona ligt veel in het mandje in de gang of komt bij me zitten. Zowel Gijs als Lizzie zijn ervan overtuigd dat ze drachtig is; ze lijkt ook wat dikker nu. Ze maken wat gekheid om mijn twijfel: ” We weten het toch al, de echo morgen is alleen maar een plaatje ter bevestiging..” Eigenlijk hebben ze gelijk: Iona vertoont alles wat we als dracht herkennen. 

DSC_0038

Later in de middag gloort er een beetje zon. Gijs wil er even uit en voor het eerst sinds een jaar, lopen we samen met een paar hondjes langs de Tjonger.

DSC_0001.1

Naar het bankje, waar hij zo vaak zat toen hij met de groep reuen hier dagelijks liep. Het valt niet mee, hij is verschrikkelijk moe, halverwege al. Maar het weer is lekker genoeg om even in het gras te gaan liggen, kleine Jane naast hem, terwijl ik een eindje verderop met Islay wat apporteer-oefeningen doe en aandacht-spelletjes.

Aandacht

Dit is zo’n goed moment dat je niet van tevoren kunt plannen, maar dat er ineens is. Zo moet het maar.