Maandelijks archief: oktober 2013

23 oktober. Only the Devil…

Lizzie heeft herfstvakantie en gaat een paar dagen naar Laura in Amsterdam. Maar eerst een dagje in Amersfoort logeren, bij onze lieve vrienden. Tegenwoordig hoeft ze niet meer weggebracht te worden naar haar logeeradres. Als we haar op de trein zetten is dat al goed. Omdat er nog steeds stremmingen zijn bij station Heerenveen, brengen Gijs en ik haar naar Steenwijk. Ruim vijf kwartier later zal ze in Amersfoort van het station gehaald worden. Een ideale regeling, zo. Maar eerst ga ik in de ochtend met Iona wandelen bij het strandje in Heerenveen, waar de honden tussen 1 oktober en 1 april los mogen lopen.

DSC_5765 (2)Het is er heerlijk. Ik had afgesproken met kennissen;  iemand die enkele jaren geleden via mijn bemiddeling zijn hond in huis genomen heeft. Het is een genot om te zien hoe die twee op elkaar zijn ingespeeld. De andere wandelgenoot is een pupkoper uit ons eerste nest met haar reu, Iona’s broer dus. Het is een imposante, mooie hond geworden, oneindig lief van aard. Ik ben erg gecharmeerd van de karakters van Skye’s nakomelingen; haar elftal voldoet ruimschoots aan onze verwachtingen en een voorbeeld daarvan loopt nu met zijn zusje te spelen.IMG_1484 (2) Als ik thuis kom, is Lizzie al gepakt en gezakt. ik verzorg moeder en pups en maak een boodschappenlijstje. Gijs wil al dagen snert eten en ook al is het nog steeds wonderlijk zacht en zonnig voor de tijd van het jaar, nu is het wel de juiste gelegenheid, want Lizzie gruwelt ervan.

Achter in de auto op weg naar Steenwijk laat ik mijn gedachten even de vrije loop. Ik denk terug aan de wandeling van vanmorgen, aan de reu die door ons gefokt is en zo’n belangrijke plaats in het leven van zijn baasjes heeft ingenomen. Ik denk terug aan de hond die onze hele liefhebberij heeft aangezwengeld. Duffy. Als ik mijn ogen sluit, kan ik met mijn vingers nog de zijde-achtige textuur van zijn vacht herinneren, de geur van zondoorstoofd Duffy-haar dat naar gras rook.

duffelsWe zijn ruimschoots op tijd bij de trein. Die staat al klaar, maar Lizzie heeft nog ruim tien minuten eer hij weg rijdt. Mijn oog valt op de graffiti langs het perron. Met een schok zie ik de tekst. Alsof hij er voor mij op gespoten is. Ik weet heel zeker dat het er afgelopen zondag nog niet stond toen ik hier met Iona uitstapte. Lizzie maakt er een foto van, zodat ik zeker weet dat ik het me niet verbeeldde. Duffy lijkt een boodschap door te geven. Hoe kan dit, juist nu ik net in de auto nog zo intens aan hem dacht? Het vraagteken in de lucht van gisteren is de kreet op de muur van vandaag.  

1382861_402775236518852_1331556878_n

22 oktober. “Waajom zeg ik altijd Waajom?”

De nacht was rommelig, want Skye moest een paar keer eruit om te plassen. Waardoor de pups actief werden en wel een lebbertje lustten. Waardoor het weer even duurde eer ik sliep. Als ik wakker word, is het hele huis nog in rust. Gijs heeft momenteel zijn nachtrust meer dan ooit nodig en Lizzie geniet van de vakantie-slaap.

Om tien over half negen gaat de deurbel. Alle honden zijn aan het rellen, ook die van de buren. Ik lok ze met een lekkertje de kamer in, doe de deuren dicht, schiet een elastiekje in mijn haren want ik zie er anders als een vogelverschrikker uit en open ogenschijnlijk stralend de voordeur voor degene die de rust van de ochtend durft te verstoren. Het is de man met de nijptang. Hij komt “de boel” afsluiten omdat we geen energiecontract hebben. Hij geeft me een correcte hand en haalt een kopie van ons contract tevoorschijn. Ik vertel hem dat ik inderdaad bijzonder slordig ben geweest met de verlenging maar dat we inmiddels bij bedrijf N. een nieuw cntract hebben afgesloten, met spoed. De op zich best vriendelijke jongeman steekt de nijptang in zijn achterzak en gaat in de bus op zijn lap-top naar onze gegevens zoeken. We kunnen de afrondende rekening met het vorige bedrijf nog niet voldoen omdat er nog een nacalculatie moet komen. Misschien moeten we nog wat bijbetalen, misschien krijgen we nog wat terug. Wie zal het zeggen? Deze man in ieder geval niet. Ik geef hem het visitekaartje van “ons mannetje” dat het allemaal al in orde heeft gebracht. Hij belt vanuit vanuit de bus met de beste man. Hun telefoongesprek schettert over het erf, druist door alles heen naar de buren. “Ik sta hier op nummer 2 om af te sluiten maar u heeft met spoed een nieuwe aansluiting aangevraagd?” De ezels en pony’s genieten mee met de conversatie. Ik huiver in mijn dunne overhemd, ergernis valt als een stola om mijn schouders.

 “Dan is het in orde. Ik dank u voor de informatie..” hoor ik vanuit de bus. De nijptang is inmiddels verhuisd naar een soort visserskoffertje. “Misverstand. Alles was al geregeld…. ik wens u nog een fijne dag…” grijnst de man, ik krijg opnieuw een stevige knuist toegestoken en dan is het pas negen uur en gaat de dag beginnen. Gas en licht zijn verzekerd voor een onbepaalde tijd.

Ik zie de deuk in het portier van de auto, kijk de energiebus na, voel mijn spieren opspelen en moet dan ineens heel erg denken aan vroeger. Met een lichte weemoed. Over toen we nog in Amersfoort woonden en alles wat we nu beleven heel erg ver van ons bed stond. Lizzie was nog maar een ukkie.

Ik snuif de herfstige geur op, schud de weemoed van me af, boven mijn hoofd vliegt een V van eenden al klakkend naar andere oorden. Dan zie ik de wolk. En krijg onwillekeurig het peuterstemmetje van Lizzie achter mijn voorhoofd als een scherpe echo. “Mama, waajom zeg ik altijd waajom?” Lizzie was toen in de waarom-fase. Niemand kon haar een antwoord geven. zijzelf ook niet. En nu, ruim tien jaar later, moet ik haar het antwoord op alle vragen nog steeds schuldig blijven….

DSC_5625 (2)

 

 

21 oktober. Energie…

… dat moet in de komende 24 uur goed gebruikt gaan worden. Gijs mist er wat van, maar gaat toch een paar uur naar Workum, waar de opening van de “Visserijdagen” is. Ondertussen maak ik van de gelegenheid gebruik om ons oude energie-contract door te nemen, waarin inderdaad staat opgenomen dat we een maand vóór het einde een verlenging moeten aanvragen. Dat houdt in dat ik zeker te laat ben. Ik telefoneer nog met de klantenservice, maar de medewerkster is onverbiddelijk. Ik kan wel om een spoedbehandeling vragen. Maar dan nog geeft ze geen garantie dat de man met de nijptang ons geen bezoek brengt. Ik wordt inwendig woedend, maar probeer beleefd te blijven. Het minste wat ik kan doen.

Dan valt mijn oog op het kaartje van de man-op-het-erf. Komt zo iemand zomaar op de bonnefooi, of zou hij in één of ander systeem gezien hebben dat we hem nodig hadden als energiebron? Want er is bij mijn weten nog niet eerder iemand aan de deur geweest om een energie-abonnement aan te bieden. Het is ook niet van het kleinste bedrijf. Ik toets zijn nummer in en leg uit hoe de situatie is. Hij kan een uur later langs komen, een spoed-aanvraag kan hij zeker voor me regelen. 

En zo geschiedde. In de middag heb ik een contract voor een nieuwe energie-toevoer die minimaal twintig euro per maand goedkoper gaat uitvallen. Het is de moeite waard, dit mannetje-op-het-erf mag vaker komen!

Gijs komt eerder thuis van zijn Workumse uitje dan ik verwachtte. In zijn hand een donkerblauw papier dat de prikkels tot in mijn nekharen veroorzaakt. We zitten tenslotte nog in de klapband-dagen en ja, dat zullen we weten. Gijs is aangereden door een andere automobilist (voor zover je een jongen van achttien met zo’n titel kunt aanspreken) en alhoewel er onmiddelijk schuld bekend werd is het nog maar de vraag of de verzekering ermee accoord gaat. Want het is wel een beetje een vaag verhaal als je de kosten niet zou willen dragen. En degene die de expertise in huis heeft en het een en ander zal moeten vaststellen, kost ook geld. Wanneer de verzekering van “de tegenpartij” het niet eens is met de oorzaak of de kosten, is de rekening van de beoordeling voor ons. Niet leuk. De schaduw van deze dagen lijkt gekooid. 

DSC_0420 (Custom)

19/20 oktober. Klapband-dagen-weekend…

Een paar weken geleden stond ik te praten met de buurvrouw, toen er een auto het pad af kwam rijden en naast ons stopte. De bestuurder draaide zijn raampje omlaag en vroeg of we mevrouw S. kenden. Ik knikte. Mevrouw S. ben ik. De man stelde zich keurig voor als een medewerker van energiebedrijf X en hij kwam me – gelijk een vallende ster – goed nieuws brengen. Want omdat ik een eigen bedrijf heb, mocht hij me tegen een zeer scherp tarief een gas,- en electra abonnement aanbieden. Ik heb hem even aangehoord, duidelijk gemaakt dat mijn bedrijfje al meer dan een jaar niet meer bestaat en ik dus ook niet in aanmerking zou kunnen komen voor een zakelijk energie abonnement. Ik heb desalniettemin zijn visitekaartje aangenomen en dat was dat.

Vandaag ligt er een brief in de bus van onze eigen energieleverancier. Ons abonnement, dat we voor drie jaar hadden afgesloten drie jaar geleden, loopt af en we hebben geen aanvraag tot verlenging gedaan. Tot mijn verbazing. Ik altijd begrepen dat het steeds stilzwijgend verlengd wordt tot je het tegendeel met een opzegtermijn aangeeft. Bij dit bedrijf niet. Het abonnement is afgelopen, er is geen verlenging door ons aangevraagd en derhalve komen ze binnen een paar dagen de levering afsluiten, tenzij we de verlenging alsnog hebben aangevraagd of zijn overgestapt. Snap ik het nog? Zaterdagmiddag… een gevalletje klapbanddag. Er is nu niets aan te veranderen.

Iona gaat naar de fokdag en dat is in Beusichem. De fokdag is vanuit de rasvereniging gezien een verplichte dag als je met je hondje wilt fokken en ze alle gezondheidsuitslagen al gehad heeft. Die heeft Iona en het verplichte nummer kan maar beter zo snel mogelijk achter de rug zijn. Ik maak me er niet nerveus voor: Iona doet het op de show zo goed en van de negen keer dat ze de ring betrad heeft ze zeven keer een uitmuntend resultaat behaald, dat ze ruimschoots aan alle exterieur-eisen voldoet.

De treinen rijden niet tussen Heerenveen en Steenwijk, dus Gijs moet ons al heel vroeg op de zondagochtend naar Zwolle brengen. Daar stap ik met het hondje op, om er vervolgens ruim een uur later uit te gaan in Utrecht. Daar staan vrienden van ons te wachten en met hen rijden we het laatste stukje mee. Als we bij het station in Zwolle aankomen staat de trein al klaar. Ik moet echter nog een kaartje kopen en dan stagneert het apparaat. Tegen de tijd dat ook het hondenkaartje voor Iona er uit gespuugd wordt, rijdt de trein voor onze neus weg. Pech. Maar vijf muniten later gaat de volgende alweer. Helaas is dat een stoptreintje, dus we doen er ruim een half uur langer over. Vervelend voor onze vrienden, die op het station een half uur moeten wachten.

Maar het is heel rustig in de trein, iona gaat lekker ontspannen liggen en ik zak achterover met een boek. Het is niet anders, dus moet ik het maar over me heen laten komen.

Dat doe ik ook laat in de ochtend, als Iona tegenover de Belgische keurmeester staat die haar inspiratieloos bekijkt en weinig warmte en passie laat zien bij het keuren. We zijn de ring in geroepen omdat die toch leeg was, ook al zijn er volgens de catalogus nog zeker drie te keuren honden voor ons. Het geeft een wat rommelige indruk en dat geldt ook voor de manier van keuren. Iona kan meteen door naar de Nederlandse keurmeester, die niet bepaald gecharmeerd is van ons hondje. Ze vertelt me luid en duidelijk wat ze aan Iona vindt markeren, voornamelijk dat ze te jong oogt voor haar leeftijd. Het is jammer, daardoor heeft ze tot twee maal toe een zg. “ZG”(Zeer Goed) op haar formulieren, maar daar staan voor mij nog steeds alle andere keurverslagen tegenover.

Desalniettemin is het erg gezellig langs de ringen. Ik spreek mensen die ik in lang niet gezien en gesproken heb en het rommelige keuren zorgt ook voor een bepaalde vorm van saamhorigheid, die je niet altijd op shows tegenkomt. Dat we zeer bijtijds naar huis kunnen maakt deze dag nog aangenamer en een lange avond thuis ligt als een lege bladzijde in het verschiet als ik met de trein terug naar het Noorden ga. Iona aan mijn voeten, het boek er weer bij, het was goed genoeg zo!

 

15 oktober. Wake up call.

Ik werk mee aan een voorstelling, waarvan de eerste toneelrepetities gepland staan in een klein theaterzaaltje. Het is een gebouw, waar de dramatiek van het theater nog hoogtij voert: veel rood pluche, goudkleurige elementen en foyers met barokke krullen, kroonluchters en spiegels. Ik geniet er van, voel de tinteling in mijn ruggenmerg. Heerlijk, weer aan het werk op een plek waar ik me nog altijd op mijn plaats voel.

Ik ben vroeg en kan de zaal nog niet binnen. Mijn collega’s zijn er ook nog niet. Er is een theatervoorstelling aan de gang en door de ronde raampjes van de zware toegangsdeuren kijk ik naar wat er op het toneel gaande is. Wat ik zie fascineert me. Ik weet niet of het een toneelstuk of een ballet is, het zou onder de noemer “totaaltheater” kunnen vallen. 

Stiekem glip ik de donkere zaal binnen en ga op de tast op een trapje zitten om het laatste deel van het stuk mee te maken. Het decor is bijzonder. Langs de voorrand van het toneel ligt een brede strook witgoudkleurig zand, alsof het publiek in de zee zit. Een achterdoek geeft vaag een boulevard, groene bomen, lichte huizen aan. Links vanuit de zaal gezien staat een gebouw dat opgetrokken is uit gelig wit marmer. Een enorme draperie siert de bovengevel van het huis, bestaande uit een glanzend oudroze materiaal, maar zo gemaakt alsof er met meters en meters stof een gigantische strik om het huis gevouwen is. De plooien hangen voor de ramen en lijken op damast van klei. Voor het huis is een kleine, groene tuin met een wit hek eromheen.

Op een trailer tegen het hek staat een salonbootje. Vanillegeel, met veel raampjes en glanzend gepolijst hout. Ervoor is een bleekblauwe sportwagen geparkeerd. Het model is, evenals het bootje, een old timer. Ik ken het merk niet maar het vele chroom geeft het een luxe uitstraling. In combinatie met de draperie rondom het wat protserige huis lijkt het alsof je in een decor staat, dat geschilderd is door de Franse, kubistische schilderes Marie Laurencin. Alles in pastelkleuren. Zonder een zoet zuurstokeffect. Dat komt door het harde theaterlicht. Veel toplicht, veel zijlicht, veel plat licht vanuit de zaal. Vooral veel helderheid. De sfeer van het plaatje doet me denken aan het Lido bij Venetië in de tijd rond de eeuwwisseling, waar luxe en verveling krijgertje met elkaar speelden. Waar mondaine hotels en badgelegenheden de rijken der aarde aantrokken als limonade de wespen. De sfeer van Death in Venice, van Visconti. Muziek van Mahler. Vergane glorie. 

Lido 2011-2_0Het stuk is aan het einde gekomen. Ik weet niet precies wat er zich afspeelde voordat ik binnenkwam, maar het lijkt alsof er een familiedrama heeft plaatsgevonden. Rechts achter beweegt een groep mannen in lange, rijkgeborduurde, zijden gewaden. Alsof ze boodschappers zijn. Ze vormen een processie en schrijden tergend langzaam naar voren. Van rechts naar links, door het zand, loopt een jongen met een toom bruine kippen. De mannen volgen hem als ze de voorrand bereikt hebben. De muziek die de optocht begeleid, ken ik niet. Een stem, een orgel, een koor. De stoet volgt de melodie als een choreografie. Ze gaan richting het huis, de boot, de auto, maar passeren dan. Trekken door het zand voort. De kippen pikken af en toe langs de toneelrand, alsof ze een slokje water uit de zee nemen. Het licht verdiept zich, het zaallicht gaat langzaam uit en een voordoek schuift op de laatste, wegstervende noten dicht. 

Gijs doet de deur van het kraamkamertje open. Ik word met een schok wakker. Een diepe slaap heeft me vastgehouden op het luchtbedje naast de werpkist. In de warme beslotenheid van de rode lamp en puppengeur. Skye ligt aan mijn voeten. De radiopresentator kondigt het “Panis Angelicus” van Cesar Franck af. De muziek was verweven met een hele intense droom, de stem van Aafje Heynis boorde zich tot in mijn onderbewustzijn naar de droom toe. Een droom die me de rest van de dag bijblijft. Muziek die ik niet eerder hoorde, maar wel opnieuw moet beluisteren. Zodat ik de sfeer van de droom weer achter mijn oogleden terug vind.

 

14 oktober. Herfstkarweitje.

Blozende, geurige appels liggen hoog opgetast bij de supermarkt. In de aanbieding. Ze zijn nog geen euro per kilo, ik heb het al vanaf het voorjaar geweten: het is een heel goed appeljaar, dit jaar. De bloesem was vol en schuimend, de zomer was lang genoeg om de vruchten tot volle wasdom te laten komen. De appelbomen van de buren zijn rijkelijk bedeeld met geelgroenrood fruit en zowel de pony’s als de ezels maken daar dankbaar gebruik van. De buurman plukt per dag een emmertje voor de dieren want deze appels zijn niet lekker genoeg om zo uit de hand te eten.

DSC_8106 (2)Onze eigen appelbomen hebben wel een probleem ondervonden. Doordat de grond overwoekerd is geraakt met alles verstikkende braamstruiken, is de noodzakelijke toevoer van zuurstof en sappen gestagneerd. Ondanks de mooie golven bloesem in de lente zijn de vruchtjes prematuur gebleven. Kleine, harde, groene gedrochtjes, die in niets lijken op de vrolijk blozende exemplaren van twee jaar terug.

DSC_0131 (2)Maar door de bergen appeltjes die voor een prikje te koop zijn, wijd ik me vandaag toch aan dat heerlijke karweitje, waarmee ik mijn moeder terug tover. Ze kijkt mee over mijn schouder, levert commentaar in mijn oor en alhoewel ze nooit de keuken van ons Friese huis heeft gezien, weet ik dat ze me exact aanwijst welke spullen ik nodig heb om de appelgelei uit mijn jeugd te maken. Natuurlijk de grote sappan, die ik voor mijn verjaardag had, maar daarbij gebruik ik het houten stampertje van mama, waarmee zij vroeger de appels kneusde, als ze al wat zachter gekookt waren. Dan de katoenen luier, waardoor het sap druppelt in een wijde kom. Het kaneelstokje, het scheutje port, de zeef. 

De hele kamer geurt naar appelconfituur en ik kan bijna niet wachten tot het voldoende is afgekoelt. Vanavond eten we als dessert zoete, luchtige schuimomelet met goudkleurige appelgelei, het toetje uit mijn kindertijd. 

DSC_5446 (2)

 

 

11 oktober. Vrijdag, regendag.

In de middag komt een logeerhondje en ik hou angstvallig Buienradar in de gaten: kennismaking op het veld is met een nieuw hondje wel belangrijk. Maar als het alleen maar drenst van de regen is het voor de eigenaren weer niet zo prettig: ook niet bepaald representatief. Toch mogen we niet klagen. Het is tenslotte 11 oktober en dan mag het best herfst zijn. Kleurige, natte, rode herfst.

100_0243 2 (Custom)Ik ga met Gigha een wandeling maken. Als het kleine teefje alleen is, zijn haar babbels verdwenen en loopt ze keurig zonder te trekken aan het riempje naast me. Ze is zelfs ietwat onzeker als er een grote trekker achterop komt. We moeten uitwijken voor de modderspatten die hij om zich heen verspreidt. Ik ga even een stukje de oprijlaan op van het huis tegenover ons. 

DSC_5412 (2)Het bordje in de tuin is gewijzigd. Het huisje is verkocht. Vermoedelijk zal er een heel ander pand worden neergezet. De grond eromheen is veel, er is zelfs een stuk bos bij het kavel. Het stemt me weemoedig. Het idee dat alles weg gaat.  De beide oude mensen die er samen woonden hebben hier hun kinderen gekregen en groot gebracht, hun hele leven is er opgebouwd en de man stierf hier. 

Ik vergeet niet dat Lizzie, toen ze nog op het lagere schooltje in het dorp zat, een versierde PalmPasenstok had gemaakt. De lerares wilde dat alle kinderen hun PalmPasenstok weggaven aan iemand, waarvan zij vonden dat die een attentie verdiende. Alhoewel Lizzie de oude, inmiddels zieke man niet goed kende, besloot ze haar stok toch naar hem toe te brengen. De man en zijn vrouw waren diep geroerd en de stok met slingers en papieren bloemen hebben ze voor het raam gezet, naast zijn ziekbed, zodat hij naar buiten kon kijken. En naar de stok. Zes weken later stierf hij, de stok bleef in het raam staan totdat de ziekenkamer weer een huiskamer werd.

Tegelijkertijd met Gijs werd ook de oude vrouw ziek. Was ze voorheen nog zo sterk dat ze zelf op de fiets naar het dorp ging voor haar boodschappen, of dat ze bij goed weer een lange wandeling maakte, nu gingen zij en Gijs gelijk op met hun chemotherapie. Zij werd echter geveld door koortsaanvallen en vlak daarna besloten haar kinderen dat ze niet meer thuis kon blijven wonen.

Het huis is verkocht. Een geschiedenis is geschreven. PalmPasen ligt ver achter ons.

10 oktober. De griep slaat toe.

We zijn alledrie snotterig en verkouden. Gijs en Lizzie waren het al, bij mij is het toegeslagen na de doorwaakte nachten rondom de geboorte van de pups. We komen er niet goed vanaf en nu de zomer zich terug trekt en het killer wordt, merken we dat ook de spieren niet meer alles willen doen wat wij willen doen. Gijs is rillerig, warm en koud en doordat zijn weerstand vanzelfsprekend niet de sterkste is, duurt het langer eer hij zich beter voelt. Ook Lizzie komt er niet gemakkelijk doorheen. Ze blijft keelpijn houden en ze is moe. Dat laatste voel ik met haar mee. Als ik even bij Skye en de pups in het warme kraamkamertje ga lezen, val ik op klaarlichte dag in een diepe slaap; uitgeput van het niezen en hoesten. En ook wel van het knagende gemis van Gerrit.

Toch moeten de dingen gewoon doorgaan, hoe aantrekkelijk het ook lijkt om met een kruik en een boek bij de pups te gaan liggen en daar te blijven totdat de ongemakken mijn gestel weer hebben verlaten. Gijs en ik doen boodschappen en de eerste stamppot van het jaar wordt een feit. De zon komt niet echt door het grijze wolkendek en we lopen alledrie met dikke truien aan in huis. Onze stemming is eigenlijk net zo grimmig als de buitentemperatuur. Een soort zucht naar vroeger overvalt me: naar de open haard die we in ons oude rijtjeshuis hadden.  Rechtstreekse warmte. Poes op schoot.

Dan bedenkt Gijs dat hij nog een ontzettend lief en heerlijk verjaardagscadeau in de kast heeft staan. Uitgelezen voor de landerige, grieperige sfeer van deze namiddag. Het begint te stormen als hij een glas inschenkt: een mooie, gloedvol Gouden Single Malt, die aromatisch, geurig en o zo hartverwarmend aan goede tijden doet denken. Aan die nog gaan komen. En die er nu zijn, terwijl we de smaak van deze prachtige whisky ten volle proeven. Dat de regen tegen de ramen klettert geeft even niet. Dat we nieuwe zakdoeken vol snuiten ook niet. En dat er geen open haard is, maakt ook niet uit. We hebben een glaasje whisky in de hand en de dag kleurt met onze stemming mee.

DSC_5422 (2)

 

9 oktober. Gerrit….

Onze Gerrit gaat vandaag – wellicht voorlopig – van tehuis wisselen. Dat, wat ik voor alle hondeneigenaren zo’n beetje de moeilijkste stap vind en waar ik in de afgelopen jaren heel veel verdrietige mensen voor heb getroost, overkomt ons nu zelf. Gerrit is niet meeer gelukkig bij ons, hoeveel we ook van hem houden.

DSC_0135

Hij vertoonde een aantal weken geleden een paar keer merkwaardig gedrag, dat in een paar worden niet te omschrijven valt, maar dat er op neer komt dat hij een gevaar voor een andere hond kan vormen. En dat is niet bewust: Gerrit is geen aggressieve of dominante reu. Of, zoals iemand het zo treffend uitdrukte: het overkomt hem. Onderzoek wees in de eerste instantie niets uit. Maar gaandeweg werd toch duidelijk dat de “toevallen” waar hij last van heeft vermoedelijk voortkomen uit een vorm van epilepsie. Om dat goed in kaart te brengen, krijgt Gerrit medicatie. Maar we durven hem niet tussen de andere honden in het roedel te houden en dat is nu precies waarom Gerrit is gaan kwijnen. Want een hond die je uit de groep haalt, heeft het gevoel dat hij straf heeft, verstoten is. 

Gerrit zat de afgelopen tijd veel te veel alleen en daar voelden we ons allemaal slecht bij. Want het is een mensenhond, een knuffelhond, een speelhond. Hij moet niet alleen zijn, zeker niet als hij weet dat alle andere honden aan de andere kant van de deur zijn.

Toevalligerwijs kwamen er vorige week mensen op ons pad, die kort geleden na elf jaar hun hondenmaatje hadden verloren. Hun hondenmaatje was de nestbroer van Noddy, onze eerste Golden. Dit gezin voelt zich nog niet klaar voor een pup maar mist de dagelijkse wandelingen, het knuffelen, het spelen met een hond. De telefoongesprekken waren herkenbaar, vertrouwd, warm  en vanzelfsprekend. We telden één en één op. 

En vandaag halen ze Gerrit op. Bij hen krijgt hij alle aandacht die hij bij ons niet kan krijgen. Bij hen zijn geen andere honden waar hij per ongeluk iets kan aanrichten. Er zijn wandelingen, er is bos en zee en er zijn knuffels, warmte en liefde. 

DSC_0163Ik huil mijn ogen uit als ik zijn koppie door het achterraam van de auto zie.. zijn Ernie-pop in de bek, waarmee hij twee jaar geleden bij ons kwam. Gerrit, onze geestige, zoete lieve Gerritje rijdt het pad af naar een ander stuk leven. Ik huil met al die hondeneigenaren mee, die deze beslissing moeten nemen. “Het beste kiezen voor de hond..” hou ik hen voor. Maar dat voelt niet als het beste voor jezelf.

Dag lieverd, heb het fijn. Ik aai je snel weer.

8 oktober. Medewerker “Grand Café..” geeft hoop.

Omdat het gisteren nog zo’n prachtig herfstweer was en de vooruitzichten duiden op een omslag, besluit Gijs nog éénmaal de MS MIlo uit zijn regenjas te halen en er een dagje mee weg te gaan. Hierdoor ligt er een lange dag vóór me, waarin ik achterstallig schrijfwerk kan verrichten en weer op zoek kan gaan naar vacatures waar ik op wil reageren: er moet nu toch echt werk aan de winkel komen, willen we letterlijk gezien het hoofd boven water kunnen houden.

Ik heb de honden en de hondjes verzorgd, de eerste maaltijden verstrekt, Skye getemperatuurd en de wasmachine aangezet, Gijs en de boot nagezwaaid en ga met een kop koffie eerst alle mails beantwoorden en dan naar de vacaturebank.

Het rode woordje “Nieuw” brandt door het scherm. Ik zie veel oproepen voor personeel waar ik niet eens naar hoef te kijken; ik zie bijbaantjes als nachtportier en casinomedewerker maar dan zie ik ook een advertentie waarbij een kriebel van opwinding me aangeeeft dat ik verder moet lezen. Medewerker in het Grand Café van een horecagroothandel. Ik lees de eisen en streep ze één voor één weg: ik voldoe er ruimschoots aan. Heb de juiste diploma’s, de juiste ervaring, de juiste affiniteit. Ik zoek mijn CV op en zie dat ook dat aansluit bij wat ze van de kandidaat eisen. Ik denk niet na, maar solliciteer direct. In principe is het een functie die voor mij gemaakt lijkt te zijn. Het enige waarop ik afgewezen zou kunnen worden is mijn leeftijd. Of, zoals men dat tegenwoordig liever noemt: “Je voldoet niet aan het profiel…” Maar als ik me het prettige winkelen bij het bedrijf voor ogen hou, – ja, ik kom er via mijn ter ziele gegane eigen cateringbedrijfje vaker – realiseer ik me ook dat er in niet veel piepjonge medewerkers rondlopen, of het moeten de jongens zijn die met de vorkheftrucks de bevoorrading verzorgen. Maar de gastvrouwen achter de balie zijn toch allemaal ver over de twintig jaar. Tegenwoordig al “niet jong” meer. Ik heb een kans en ik pak de kans.

Een half uur verder krijg ik een berichtje via de email binnen dat mijn sollicitatie binnen is en dat ze ernaar streven om binnen twee weken meer duidelijkheid te kunnen geven over het verdere verloop van de procedure. Dat is in ieder geval wat.

Het voordeel van zo’n sollicitatie is dat er weer hoop op betere tijden aan de horizon gloort. Of, zoals ik tegen de dames van de hypotheekbank al zei: slechter dan deze situatie kan bijna niet. 

Het kost me even moeite om de draad van de dag weer op te nemen, denkend en hopend op een positieve draai hieraan. “Als het toch….” is dromen. “Als het toch…” is vooruitkijken. En blijven hopen.