Maandelijks archief: december 2013

21/22 december. Over koude handen en natte broodjes.


Gijs en Lizzie gaan naar Almere, naar Gijs’ werk. Daar is het Wintercircus Martin Hanson, een jaarlijks terugkerend Kerstgebeuren, waar Gijs en ik twintig jaar geleden al bij werkten als ze de theaters aandeden. Lizzie is bij wijze van spreken opgegroeid met het Wintercircus en het is jarenlang de opmaat voor ons eigen  Kerstfeest geweest: twee voorstellingen, het theater een circuspiste en de stamppotbuffetten in mijn kleine foyer, de dag voor Kerst. Als we dan de laatste caravan hadden nagekeken, de laatste resten zaagsel van het toneel hadden geveegd en de laatste glühwein of chocolademelk hadden weggeschonken, dan begon ons eigen Kerstfeest. Nu gaan ze samen als publiek. Een andere kant van het toneel. Voor Gijs wel confronterend, maar het feit dat hij er toch zin in heeft, is goed.

Wintercircus Martin Hanson - 3235 (1)

Mijn stagiaire is er.  We hebben het een en ander voor de “HouseWalking” van vriendinnetje J.  voor te bereiden. In plaats van haar nieuwe huisje met een borrel te “warmen” heeft ze een wandeling met allemaal hondenvrienden georganiseerd en ik verzorg de hapjes en de drankjes. Dus ook voor de honden. Daarna wil ik alle vier de teefjes een beetje bij-trimmen, ze zijn er wel weer aan toe. Terwijl ik op mijn hulpje wacht, luister ik naar de radio waar- zoals elke zaterdag- een gastpresentator zijn favoriete muziek laat draaien. Vandaag is Ted Brandsen de gast. Artistiek leider van Het Nationale Ballet. En oud collega. Het is heerlijk om zijn stem te horen, om te merken hoe bevlogen en inspirerend hij is gebleven en wat een mooie muziek hij laat horen. Met moeite ruk ik me los van het programma, als ik aan het werk moet met mijn eigen programma.  We vullen bakjes met hondenkoekjes en binden er met een lintje een kluifje en een gedroogd stukje kip op. 

DSC_7394 (2)

Als de koekjes klaar zijn, drinken we nog een kop thee en gaan we aan het trimmen. Inmiddels is Ted Brandsen op de radio ingeruild voor Ernst Daniël Smid, die in zijn eigen programma elke keer een andere gast heeft. Dit maal is het operazanger Marco Bakker. Ze praten samen en laten muziek horen. Operamuziek, aria’s die ze zelf ooit zongen. Het is vreemd om te bedenken dat ik met beide mannen gewerkt heb, net als met Ted. Het zou pedant klinken, als ik dat aan het jonge meisje zou vertellen. Bovendien, zij weet vermoedelijk niet eens wie deze mannen zijn. Toch merk ik, dat ik – terwijl ik Iona’s halslijn trim- meezing met de aria’s die Ernst Daniël laat horen. Ik ontkom er niet aan. De muziek vult de kamer en mijn hart.

Als het meisje weg is, liggen er nog een paar uur voor me, eer Gijs en Lizzie thuis zijn. Het regent, de ezels heb ik buiten gezet maar echt blij zijn ze niet. De gestroomlijnde teefjes zijn vies en nat. De logeerhonden zien er ook niet bepaald representatief uit. Door de muziek van vanmorgen denk ik onwillekeurig  aan de prachtige voorstellingen en producties waaraan ik heb mogen werken.

Zo herinner ik me een “Bohème,” de opera van Puccini die zich in de Kersttijd afspeelt, en zoek mijn CD. Kan hem niet zo snel vinden en ga dan op de PC speuren. Tot mijn grote verrassing kom ik een fragment  uit La Bohème tegen, waarin de Amerikaanse zanger Neil Rosenshein de rol van Rodolfo vertolkt. Ik klik het filmpje aan, zie een jonge Neil en ben met een paar muzieknoten terug in de tijd waarin hij bij de Nederlandse Opera zong en zich op deze productie voorbereidde. We werkten toen samen en trokken ook buiten de studio’s veel op. Met een paar andere collega’s vormden we een groep vaste vrienden, die elkaar, steeds als Neil in Amsterdam was, opzochten en nachtenlang discussieerden over de schoonheid van het theater en de invloed van muziek en dans op ons leven. We wachtten elkaar op als we voorstellingen buiten Amsterdam hadden om nog een laatste drankje te drinken en we luisterden naar elkaar als we onze respectievelijke liefdes-op-afstand misten. Neil stond in de coulissen als ik een lastige voorstelling moest leiden in de tijd dat ik stage manager was, terwijl ik op mijn beurt op het zijtoneel stond als hij een zware partij moest zingen. Met deze lyrische aria had hij weinig moeite, die was hem op het lijf geschreven. En dat hij van te voren had geoefend op mijn koude handen was een warme bijkomstigheid. Want mijn handen waren toen vaker koud, omdat ik in verwachting was van Laura. Voor wie hij slaapliedjes zong, nog voordat ze geboren was. Ik luister met intens genoegen naar dit fragment:  “Che gelida manina” (Wat een koud handje) uit “La Bohème,” Neil Rosenshein als Rodolfo in augustus 1988  bij het Sydney Opera House. En kijk naar hoe jong hij was om te beseffen hoe jong we toen waren.

De zondag begint droog en zelfs met een spoortje zon. Ik sta bijtijds op omdat ik nog het een en ander voor de hapjes wil doen: wat gevulde eieren maken, schalen met Kerstbrood opmaken en de sandwiches niet vergeten. Natuurlijk luister ik ook nu weer naar mijn favoriete muziek, waarbij ik opnieuw La Bohème naar boven haal. Tenslotte is het bijna Kerst. 

Drie uur later zijn Gijs en ik bij het meer, waar het feestje wordt gehouden. We zetten de tafels op, die bestaan uit een work-mate met kenneldelen erop en daaroverheen een fluwelen gordijn. Gijs gaat terug naar huis om alle hapjes te halen. Ondertussen zorgt Lizzie dat er thee, koffie en warme chocolademelk gemaakt is, dat als Gijs terug is, alles meteen ingeladen kan worden. Ik blijf achter en loop met de vier teefjes mee in de groep van maar liefst veertig vrolijke staartzwaaiers. 

960227_654366717958762_1736800455_n

De honden vermaken zich prima, zijn het water niet uit te slaan. We maken een wandeling rondom het meer en hier en daar poert de zon door de wolken. De stemming is heel erg gezellig. Maar tegen de tijd dat de wandeling gedaan is en Gijs met Lizzie met het eten aankomen, begint het te regenen.

1499550_654366891292078_654533154_n

De warme chocomel met slagroom gaat er nog wel goed doorheen, maar als we de folie van de schalen met broodjes halen, klettert het inmiddels. Het einde van een mooie middag: het buffetje valt letterlijk in het water.  We zijn met kletsnatte honden, kletsnatte broodjes en een kletsnat gordijn tegen vier uur weer thuis. Daar, waar de andere honden wachten om naar buiten te mogen en gezellig in de regen te dartelen. Als ik alles opruim neurie ik iets over koude handen…

20 december.. oud verhaal, nieuwe gevoelens…

Ik had het gisteren over ons Kerstdorp. Voor ons een jaarlijks terugkerende herinnering aan alle dierbaren die ons ontvallen zijn. Dit jaar voelt het wat pijnlijker aan, dubbel. We zijn minder geïnspireerd. Durven ook niet. De onderstaande column is op 16 december 2008 geschreven. Vijf jaar geleden keken we er nog zo argeloos en intens naar…

kerstshow

 

Elk jaar halen we ze weer van de zolder. De Huisjes.
Toen we nog maar pas een gezin vormden en nog geen idee hadden van onze toekomst, vergaapten we ons in de grote tuincentra aan de mooi uitgestalde dorpjes die rond de Kerstdagen een ware attractie vormden.
De Huisjes, De Wereldjes met blijde mensjes, sneeuw, feeërieke lichtjes en zachte tingelmuziekjes. We besloten dat we later, als we groot waren, een eigen straatje bijeen gingen sparen.

Dat gebeurde toen we onszelf een Decemberdouceurtje konden permitteren.
Er kwam een verlicht huisje: een theaterschool. Zeer toepasselijk in ons theatrale huisgezin. We zetten er een klein kerstboompje naast en twee vrolijke mannetjes die vanuit een boekje iets leken te declameren.
De verhoudingen kloppen helemaal niet; de mensen zijn te groot om door de deuren te kunnen, de bomen reiken tot de dakgoot, de ramen zijn of te klein of te groot, de schoorstenen scheef. Maar ze zijn zo prachtig gedetailleerd, zo zorgvuldig beschilderd tot in de kleinste puntjes. Kerstkransen aan de deuren, glas-in-lood raampaneeltjes, niets is achteloos gemaakt. Zelfs de achterkant heeft nog extra kleinigheidjes; een dienstingang, een hoopje sneeuw op een kozijn. De telefooncel is een bouwwerk dat tot het balkon van het Operahuis reikt.
Ons straatje is door de jaren heen een straat geworden. Elk jaar kwam er een huisje of een groepje mensen bij. Een Victoriaans reclamezuiltje, waarop het ballet “de Notenkraker” wordt aangekondigd, stond hoog op mijn verlanglijstje. Twee jaar geleden kon ik er eindelijk mijn hand op leggen. Via internet weliswaar omdat het een verouderd item was geworden, maar het zuiltje prijkt nu op het winterse pleintje.
Onze straat bestaat uit een balletacademie van mevrouw Berquist met een inpandige Opleiding in de Schone Kunsten van de heer Mc.Allister. Rechts daarvan is de Chelsea Pub, om de inwendige mens een hartversterkertje te geven.
Links staat de Eerste Gladstone Theaterschool.
De Shakespeare Inn zorgt voor een warme slaapplaats als men na de voorstelling in het Plaza Opera Huis de laatste koets gemist heeft. In het midden van het pleintje staat een grote, versierde kerstboom broederlijk naast de muziektent.
Binnen een paar dagen komt er het Dorchester hondentrainingscentrum bij.
Zoals men al begrijpt heeft ons straatje een duidelijk thema; ons leven. Voor ons geen casino of brandweerkazerne. Laat staan een Halloween kerkhof, dat behoorlijk populair is en elk jaar vrijwel meteen uitverkocht.
In de loop van de tijd heeft het straatje voor ons een heel bijzondere betekenis gekregen. Al fantaserend bedachten we dat de dierbare mensen die ons in een jaar waren ontvallen, allemaal een eigen plekje in die straat kregen. Zo “weten” we dat de toneelmeester-van-de-oude-stempel, die enkele jaren geleden veel te jong overleed en Lizzie nog als baby’tje heeft rondgedragen, nu zijn plekje in het Opera Huis heeft gevonden om na het werk samen met Gijs’ vader nog even wat te drinken in de pub.
Mijn moeder maakt foto’s voor de opleiding van de heer MC. Allister. De dit jaar overleden balletmeester geeft les op Berquist’s balletschool. Tessie de poes ligt te slapen in de keuken van de Inn. Milo en Jaco, de hondjes die we dit jaar verloren, leven voort in het trainingscentrum, waar ze als voorbeeldhond ingezet worden.
Tot ons verdriet wordt de bevolking van ons straatje steeds groter. Tegelijkertijd is het ook heel troostend dat we iedereen in de laatste maand van het jaar weer tegenkomen, aan hen denken en hen een plaatsje geven in het kleine feeënwereldje. De huisjes zijn warm verlicht en zijn een thuis voor al die zielen.
Het is er vrolijk, er schijnt altijd een zonnetje (van de lamp erboven) op de glinsterende, nooit koude of natte sneeuw. Er komen dieren bij. Er is een kerstgroepje van vier stokoude kerststalfiguurtjes. Slechts twee koningen en geen kindje in de kribbe. Maar dat maakt Lizzie wel van een klein hompje klei.
De dorpsgemeenschap is een kleurrijk gezelschap aan het worden, vol met mensen van wie we gehouden hebben of met wie we gewerkt hebben, of die ons zomaar beroerden.
Ons straatje. “Memory Lane.”
Nu nog een reservelampje kopen voor de Inn en wat extra sneeuw….

18 december. Musical.

Lizzie heeft vanavond de eerste voorstelling van de Kerstmusical. Dit jaar is ze niet op het toneel te vinden maar er achter: ze is bij de decorploeg. Als ze aan het vertellen is hoe de eerste toneelrepetities met de techniek gingen, luister ik met verwondering naar haar. Ze geeft aan waar de problemen zitten, weet  te benoemen waardoor de microfoons rondzingen en daardoor ontdekken Gijs en ik dat ze een heel natuurlijke, accurate kijk op de theatertechniek heeft. Als ik vraag wat haar aandeel in de changementen van het decor is, zegt ze vlot: “Ik laat het vliegtuig crashen…” Oké, Lizzie, jij laat het vliegtuig crashen…

Ook morgenavond is de musical. Vrijdag zal Lizzie laat uit school zijn, dan moeten ze alles afbreken en opruimen en gaan ze nog met zijn allen ergens wat drinken als afsluiting van een roerig schooltrimester. We hebben bedacht dat het dan wel erg laat wordt voordat ons Kerstdorpje ingericht is. Omdat de Kerststemming niet zo wil vlotten, lijkt het erop dat we ná de Kerst alles hebben opgezet en dat willen we ook niet. Gijs heeft de oplossing: hij staat vandaag gelijk met Lizzie en mij op, om zes uur. Dan kunnen we voordat Lizzie naar school gaat met zijn drieën het dorpje opzetten en samen ontbijten. Een ongekende situatie, maar een goed idee.

Zo gezegd, zo gedaan: om half zeven is Lizzie aangewezen als verzorger van de stadsplanologie en heeft Gijs alles al met een dikke laag sneeuw bedekt. Ik zet koffie en smeer Lizzie’s lunch en Frank Sinatra kweelt iets over “a White Christmas.” Gestaag neemt het dorp de bekende vormen aan: een hondenshow, een hondenschool, ze staan er allemaal, broederlijk naast een Inn, een pub, een Operahuis, een theaterschool en een Balletacademie. Ons leven in een notendop.

hondenschool

In de avond zitten Gijs en ik in de aula van Lizzie’s school. Zoals altijd ben ik onder de indruk van het feit dat dit het gebouw is waar Lizzie meer dagelijkse tijd doorbrengt dan thuis. Dat ze hier haar leven leidt, wat  afstaat van haar leven met ons. Gijs is ontroerd als hij haar naam in het programmaboekje ziet staan. En we zijn beiden trots, als we ons kind tijdens de changementen het toneel op zien rennen, alles in orde zien brengen en na afloop zien hoe ze met haar vrienden na geniet van de roes van een voorstelling. We herinneren ons het zo goed. En kennen het gevoel. Lizzie is een kind van ons samen.

17 december. Ezelsbruggetje.

Het is vanavond volle maan, mijn maandelijkse ezelsbruggetje om de ezels te ontwormen. Ook de honden moeten er weer aan geloven, want ze krijgen dezelfde behandeling als de ezels. Het zijn koekjes op basis van een uitgekiende samenstelling van kruiden. Noch de langoren, noch de hangoren hebben daar problemen mee. Ze vinden ze heerlijk en voor hen kan de volle maan niet vaak genoeg schijnen, hoe vaker, hoe meer koekjes.

Gijs moet naar de fysiotherapeut, zijn nek en schouders zijn nog steeds een bron van ongemak. We rekenen terug dat de nekpijn al ruim vijf maanden aan duurt. Toen we met Skye naar Hellendoorn reden, in de eerste dagen van augustus had Gijs er al last van. Het was toen heel erg warm en ik dacht toen dat het misschien kwam van het open raam van de auto. Hij wordt er in de ochtend chagrijnig van wakker omdat de pijn het eerste is wat hij voelt. En ’s avonds gaat hij er mee naar bed, omdat even achter de P.C. het laatste is wat hij doet. En zijn “computerhouding”ook niet bevorderlijk is voor zijn zere nek. 

Als hij toch in Heerenveen is, gaat hij meteen naar een bandenspecialist om te informeren wat nieuwe winterbanden kosten. Voor ons weekendje Duitsland zijn winterbanden verplicht en dan moet het maar direct. In februari moet de auto voor de APK, dan zijn goede, nieuwe winterbanden ook geen overbodige luxe. Terwijl hij weg is, laat ik de ezels naar buiten. Het grauwe, natte weer heeft het erf tot één grote modderzooi gemaakt en als de ezels naar de paddock rennen, zie ik dat Igor bijna uitglijdt. tot mijn verwondering gaan ze helemaal niet naar de paddock, maar rennen zo hard hun beentjes hen dragen kunnen naar het veld. Daar staat het hek nog open van de honden-speel-partij van eerder in de ochtend. Ik kan de ezels niet inhalen maar wel met een handje muesli proberen te lokken. Ze lijken braaf te doen wat ik wil en komen het veld af. Als ik achter hen het hek sluit, draaien ze zich om en in plaats van de paddock in te stappen, besluiten ze met zijn twee via de mesthoop richting het grote weiland te stappen. Dat is een weggetje wat de honden ook al bedacht hebben; via de mesthoop gaan ze dan door de sloot, onder het schrikdraad door naar de pony’s, koeien en paarden. Maar de ezels hebben dit nog nooit gedaan. Tot nu.

Als ik ze opnieuw met een emmertje muesli wil lokken, staan ze alle twee stijf stil. Niet van plan nog één voet voor de andere te zetten. Dan zie ik dat een grote hoop modder als een dikke wal voor hen ligt. Door brede vrachtwagenbanden in de bagger gegroefd. De ezels zijn niet van plan daar doorheen te stappen en kijken me aan met eigenwijze snoeten: “We willen wel, maar kunnen niet. Dan glijden we uit!” En dat terwijl hun heenweg voor geen enkele twijfel zorgde. Zuchtend en inwendig mopperend ga ik twee volle emmers zand scheppen om dat als een soort paadje voor hun voeten te werpen. Een ezelsbruggetje zou je het kunnen noemen.

Tevreden stappen ze door het zand en gaan dan eindelijk de paddock in. Ik ben inmiddels voor de tweede keer vandaag natgeregend. Wat hou ik toch van het boerenleven in de winter!

16 december. Over muizen en huisvlijt.

Het wordt duidelijk kouder, de muisjes zoeken de warme stal van de ezels weer op. Maar niet alleen de stal. Toen Gijs vorige week de kerstspullen van de vliering haalde, kwamen we er achter dat er een kleine knager alle miniatuurkabeltjes van de lantaarns van ons Kerstdorpje kapot had gebeten. Er was geen lampje meer dat het deed. Om het straatje, door ons “Memory Lane” genoemd, toch te verlichten, heb ik een nieuw setje lantaarns moeten bestellen. Maar ook andere spulletjes waren aangevreten. Het meest bizarre was echter een wel zeer lugubere vondst. Gijs haalde zijn kunstboom uit de doos; een tak die met fiberglas verlicht wordt. Het heeft een goudkleurige, plastic voet waarin de bedradingen en lampjes zitten. Gijs wilde de stam van de boom er in klikken, toen hij werd aangestaard door een niet meer levende muis. Het diertje was compleet gemummificeerd en was duidelijk gestikt doordat het zijn kop door de te kleine plastic gaatjes had gestoken en niet meer terug kon. De aanblik was op zichzelf al akelig, maar om de fiberboom op te kunnen stellen, was er maar één, zo mogelijk nog akeliger handeling noodzakelijk. Gijs verdween met ornament met muizenkop en een scherp keukenmes de tuin in. Om nu te zeggen dat we argeloos naar de boom kijken, nee, daarvoor zijn de muizenissen te scherp getekend. 

DSC_7348 (2)

Tussen de andere kerstspullen vind Gijs ook de zelfgemaakte knutsels van toen Lizzie nog klein was. Hij bekijkt ze stuk voor stuk, raakt er zelfs wat emotioneel door. Dat is het Leitmotif van deze periode: alles wordt door een andere bril bekeken. Ik merk dat ik zelf ook anders naar de gewone dingen kijk. In één van de dozen die van de vliering komt, zitten enkele tafelkleden die ooit door mijn moeder helemaal met de hand geborduurd werden. Het kleedje wat ze altijd met Kerst op een bijzettafeltje legde, met witte bloemen en groene klimopblaadjes, heeft ze tijdens haar kraamtijd van mijn zusje gemaakt. Ik herinner me nog hoe ze daarmee bezig was, terwijl de baby op het bed naast haar lag.

DSC_7336 (2)

Het kleed, wat ik als kind al prachtig vond en onder andere met de fraaie Richelieu (open) borduurtechniek is gemaakt, kwam elk jaar op tafel als we naar de nachtmis waren geweest en we Kerstbrood met roomboter aten. Mijn moeder moet het in de eerste jaren van haar huwelijk gemaakt hebben, want ik weet niet beter of het was er altijd. Er waren ook servetjes bij. Helaas hebben die de tand des tijds niet doorstaan, vrij recent nog heb ik er een paar moeten wegdoen omdat ze helemaal gescheurd waren. Het ragfijne handwerk heeft na vijftig jaar zijn tol geëist.

DSC_7334 (2)En tot slot het vrolijke, linnen kleed met de veldbloemen, dat ik elke zomer op een buitentafel leg, is me dierbaar. Mijn moeder maakte het in de periode dat ze in het Sint Antonius ziekenhuis in Utrecht lag, nadat ze met een geklapte long in coma had gelegen. Mijn zusje en ik waren toen nog erg jong en het was zo’n spannende, vreemde tijd. Toen mijn moeder na weken naar huis mocht was het zomerkleed met het veldboeket af.

DSC_7330 (2)

Mijn zusje en ik waren zo blij dat we haar mochten ophalen, dat we iets speciaals wilden doen. We namen een rieten mandje mee, met daarin – als verrassing- twee van onze tamme, witte muizen. We dachten dat ze dat wel fijn zou vinden. En door deze beschouwingen is het muizen,- en huisvlijt verhaal op deze maandag helemaal aan elkaar geborduurd.

Gijs heeft uit emotionele overwegingen een oud kunststukje van Lizzie opgehangen. Daarmee zien we alles een stuk rooskleuriger!

DSC_7339 (2)

14/15 december. D’engelen zingen.

“Als eerste de PC ophalen.. ” gaat niet helemaal op. Gijs komt moeizaam in de benen vandaag. Omdat Lizzie uit logeren is zie ik ook geen noodzaak om de wekker om kwart over zes te ontmoeten. Ik heb hem braaf op 7 uur gezet: de hondjes mogen ook even uitslapen. Het is zuur weer. Als alles naar buiten is geweest, de ezels een pluk hooi hebben gehad en ik namens “Sinterklaas L.” de honden van een heerlijke pensstaaf heb voorzien, kruip ik ook nog even in bed. Lees wat. Een mierzoete, Engelse roman, maar wat is het heerlijk om daarin onder te duiken! Hoe meer ik lees, hoe sterker mijn idee is: het lijkt op de roman die ikzelf ooit schreef. Ook veel te veel locatie-beschrijvingen, veel te veel toevalstreffers, veel te veel bloemen en Engelse sfeertekeningen, veel te veel lieve hoofdpersonen. Maar zo lekker voor een druilerige zaterdagochtend in de winter op het platteland!  Ik heb heimwee naar het schrijven. Het creëren van zo’n wereld, waar ik van hou. En waar ik nu zo ontzettend veel behoefte aan heb. Want mijn eigen wereld heeft niet aflatend iets dreigend’s. Van ’s morgens zes uur tot in het eerste uur van de nacht.

Tegen 12 uur gaan we toch naar Heerenveen. Ezels buiten, hondjes afgestapt, Chico zijn medicijnen. We stoppen een half uurtje aan kleingeld in de parkeerautomaat. De winkelstraat is druk, overal staan Kerstige kraampjes voor de winkels. Er is een kinder-mode-show waardoor er ook een opstopping van publiek is. Er wordt geapplaudisseerd, omgeroepen, gemopperd. Allerlei emoties krullen om elkaar heen. Binnen het halve uur zijn we terug met de PC in de auto. We besluiten naar de Kerstmarkt in Oldeberkoop te rijden. Dat hoort, op 15 december als alles grauw van winter is.

hco_kerstmarkt-oldeberkoop5-522x391

Als we aankomen, staat er een man die ons met luide stem welkom heet. We groeten beleefd terug, lopen door en merken dan dat alle standhouders nog koortsachtig bezig zijn hun plekje in te richten. Waar paling wordt gerookt – op dezelfde plaats waar tijdens de streekmarkten ook een palingroker staat – geuren de houtkrullen en is er verder nog niets te zien. Gijs heeft ergens zien staan dat het vanaf 2 uur open is. Dit overkomt ons niet vaak… we zijn meer dan een uur te vroeg.

We rijden terug naar huis, doen boodschappen, geven de honden iets lekkers, laten ze even rennen op het veld, bekijken onze post en mail en gaan dan weer terug. Naar de Kerstmarkt. Waar ‘d engelen zingen. We komen met vers gerookte paling, kerstcadeautjes voor de meisjes en een tweetal heerlijke stukken kaas terug. Hebben de fysiotherapeut van het dorp gitaar horen spelen. En zingen. We hoorden eigenlijk d’ engelen zingen. Gijs gaat de stal uitmesten, ik zet de wasmachine aan. Achter ons voorhoofd wil het maar niet “Kersten.”

 

hco_kerstmarkt-oldeberkoop3-522x391

Zondag laat zich ook grijs zien. Lizzie is nauwelijks wakker te krijgen na haar slaapfeest, wok-etentje en film-avond. Gijs is, na het slenteren gisteren, ook niet in de beste conditie en ik rommel wat aan. Het is echt een kleurloze zondag. 

De hondjes zijn allemaal vrolijk, zichzelf, blij met alle buitenactiviteiten die ik hen aanreik. De velletjes van de gerookte paling van gisteren gaan in hun etensbakken. Ze smullen ervan. Hun vachten glanzen als spiegels, ze zien er gezond en weldoorvoed uit. Met genoegen kijk ik naar de gespierde, tanige lijfjes van de wijfjes, de intens mooie koppen van Chico en Noddy en ja, ook Baloe ziet er goed uit, vandaag.

DSC_7305 (2happen

Lizzie blijft haar pyjama aanhouden, Gijs verzorgt de ezels en de zondag kruipt warm, veilig en nietszeggend voorbij. We hebben alle drie weinig trek in eten. Ik maak een omelet met kaas en ui, Gijs neemt een glaasje Berenburg uit het Kerstpakket van de 2 J,’s en ik realiseer me dat deze rust in ieder geval rust is. Gordijnen dicht, kachel hoog, honden aan onze voeten en tranen mogen gaan. Brigitte Kaandorp verwoordde de sfeer prachtig, in haar voorstelling “Vliegwerk” waar Gijs en ik in de Kersttijd 1997 ooit aan werkten.

 

13 december. Sfeer maken.

Gijs heeft gisteren de PC naar een computerspecialist moeten brengen. Alles liep vast en dat is – zeker met mijn reguliere broodschrijverij – niet echt handig. Helemaal niet, nu ik opnieuw een sollicitatie heb lopen. Weliswaar voor een kleine opdracht, maar wanneer ik dat binnen krijg, zal ik de computer heel hard nodig hebben. De kraakheldere jongeman, die een paar weken geleden onze nieuwe internetaansluiting verzorgde, heeft in de stad een klein zaakje, in een prachtig oud pand, dat APK’s voor computers aanbiedt. Daar is hij nu, om onder handen genomen te worden, zodat alles het weer naar behoren gaat doen.

IMG_20130503_095630

Gijs zou binnen vierentwintig uur gebeld worden over de eventuele reparatie, de kosten en het moment van ophalen. Ik behelp me met de lap-top en probeer elk uur even in te loggen om te zien of er iets van respons op mijn sollicitaties is. Lizzie gaat rechtstreeks van school uit logeren bij een vriendinnetje. Morgen gaat ze van daar uit naar een feestje en zal pas na het eten en een film weer thuis zijn. Gijs en ik dralen vandaag een beetje, kunnen de draai niet goed vinden. Voortdurend in een afwachtende stemming, niet goed voor ons humeur.  Onrust krijgt de overhand. Gijs wordt niet gebeld en komt er dan achter, dat het telefoonnummer op de bon van het computerbedrijfje fout is. Er zijn twee cijfers omgedraaid. Ik krijg niet het mailtje waarop ik zat te wachten. Ook daar zat een tijd aan en die lijkt ruimschoots voorbij.

Om toch iets te doen, vraagt Gijs of we de meubels eens op een andere plek kunnen zetten. De eettafel in het midden van de kamer. Ik ben er in de eerste instantie niet zo voor. Ben net blij dat de grote puppy-ren weer weg is, zodat er weer ruimte is en als de tafel verplaatst wordt, is die ruimte ook minder. Aan de andere kant is het niet verkeerd om eens een andere opstelling te maken. We gaan schuiven met de houten bank, de stoelen en zelfs de hondenmanden. Totdat het klopt. Een nieuwe sfeer is ontstaan. 

Om tien voor zes wordt er gebeld dat de PC klaar is. Morgenochtend zijn we de eerste om hem op te mogen halen. We hebben beiden niet echt trek in een uitgebreide maaltijd, dus we halen een pizza. Die we aan de tafel, in het midden van de kamer opeten. En daarna lezen we een boek in de fauteuils, op hun nieuwe plaats. met een glas wijn, op het tafeltje ernaast.

DSC_7326 (2)

Om kwart voor negen komt er een mailtje binnen. Ik heb de opdracht en mag artikelen gaan schrijven voor een nieuwe website. Als de computer weer terug is.

11 december. Uren, dagen, maanden, jaren…

… vliegen als een schaduw heen…. De ochtend wordt gebruikt voor het schrijven van artikelen en sollicitaties. Omdat de PC erg traag raakt, ben ik al een half uur bezig om het één en ander op te starten en als ik dan eindelijk aan de koffie zit en lekker mijn stukjes kan wegschrijven, moet ik toch haasten om de dead-line te halen. Ik krijg via de mail een berichtje binnen dat er een nieuwe website gelanceerd wordt, waar men schrijvers voor zoekt. Tegen de tijd dat ik tijd heb om erop de reageren, zijn er al 32 mensen voor me. Toch waag ik er een berichtje aan. Ik ben behoorlijk bedreven geworden in stukjes van 350 woorden ter verkoop van iets, wat dan ook.

Gijs komt net als de PC, wat laat op gang. Ook Chico komt langzaam in de pootjes. Gijs wil naar de bibliotheek en als ik de schrijverij klaar heb en alle artikelen weer geaccepteerd zijn, vind ik dat we toch maar een grotere kerstboom moeten gaan kopen. Ik heb nog steeds Lizzie’s afkeurende blik op mijn netvlies staan. En ze heeft gelijk. Het kleine boompje kan wel bij de voordeur. Voor al die vrolijke bezoekers…. we gaan een grotere kopen. En schoenen voor Gijs. Zijn voeten zijn erg gevoelig geworden en de stugge werkschoenen met stalen neuzen, waar hij jaar in, jaar uit op liep, zijn nu een kwelling. 

We zijn drie uur en vier tuincentra verder, als we eindelijk in het dorp, gewoon bij onze eigen supermarkt, zien dat de baas een busje met verse Kerstbomen lost. Gijs keurt, tilt ze op, zet ze apart, nog steeds is de ultieme boom er niet tussen. We brengen lege flessen en potten naar de glasbak, deponeren ons oud papier in de daarvoor bestemde bak en zien dat de bus van de baas opnieuw langszij rijdt. De klep gaat open en daar wordt een boom uitgeladen, die onze boom wordt. Met wat van de prijs eraf, omdat hij volgens zeggen door de baas: “wat kleiner is, dan de rest..”

Ook vanavond zijn we geen van drieën in de stemming om de Kerstversiering aan te brengen. De uren en de dagen vliegen voorbij. Als een schaduw. We hebben de tijd nodig om de dagen door te maken, zonder dat ze gekleurd worden door de emotionele Kerstgedachten. 

9 december. Volgende patiënt.

Na het, voor Gijs best enerverende, weekend is de ochtend traag als kruipolie. Opnieuw is alles in een kille mist gehuld en omdat het ochtendlicht laat over het erf valt, is het wakker worden net zo traag.  Lizzie en ik hebben een nieuw ritueeltje, ’s morgens om zes uur. Wanneer ik haar wek, draait ze zich nog tien minuutjes om en kruip ik even in haar warme bed ernaast. Twee keer gaat de wekker, dan is het vijf vóór half zeven en begint de dag. De andere rituelen: honden uit, even kijken of ik de ezels zie staan. Als er één is gaan liggen, moeten we goed kijken of hij wel overeind kan komen. Tijdens flinke kou kan dat nog wel eens problemen opleveren en een ezel optillen is te zwaar werk.  Zien we vier oortjes, dan is het goed. Vandaag zie ik vier oortjes.

DSC_6622 (2) Als ik weer binnen kom, schrik ik van de manier waarop onze oude Chico in zijn mandje ligt. Zijn ogen staan intens moe, één van zijn voorpootjes vreemd verdraaid. Hij staat niet op als ik hem roep, maar kwispelt alleen maar, ten teken dat hij me gehoord heeft. Vorige week was hij wat ziek, heeft een paar dagen moeten spugen en hield zelfs de lichtverteerbare rijst met gekookte kip niet binnen. Dat is wel beter, maar hij heeft aan energie ingeboet en die tol lijkt hij nu te moeten betalen. 

DSC_7220 (2)Terwijl ik Lizzie’s boterhammen klaarmaak, zitten de honden meestal in een kring om me heen. Iedereen krijgt dan iets lekkers. Chico komt er ook bij en het doet me verschrikkelijk pijn om te zien hoe hij strompelt. Hij tilt zijn ene voorpoot op maar kan ook niet op de andere staan. Zijn koppie is grijs en ingevallen, zijn altijd gouden ogen staan dof. Ik geef hem een pijnstiller met een boterham. Een paar uur later mogen de hondjes voor het eerst het terras op. Als een stel uitgelaten koeien die voor de eerste weidegang staan te trappelen, rennen ze de deur door, naar buiten. Chico kreupelend in de achterhoede.

eerste terrasgang3Diep in me huilt het. Zo wil ik mijn oude vriend niet zien, mijn maatje die me zo door en door aanvoelt. Chico’s pijn lijkt een metafoor voor alles wat zich afspeelt. Gijs zegt, kijkend naar hoe de hond zich beweegt: “Alles is eindig.” Dikke brok in mijn keel slik ik niet door.

In de middag dwing ik mezelf niet te wanhopen. Gijs zal zich in het voorjaar vast beter gaan voelen, we maken voor Chico een afspraak bij de dierenarts, ik ben nou eenmaal in deze sombere vroeg-wintertijd altijd wat zwaar op de hand. Laten we het daar maar op houden.

Om mijn zinnen te verzetten zoek ik de muziek op, waar ik gisterenavond onverwacht tegenaan “liep” en die alles in me laat dansen. Omdat ik er ooit, in 1982, dagelijks op danste. Vrolijk, lichtvoetig, zo energie-gevend dynamisch. Stoere muziek, weg-met-verdriet-muziek. Dans-als-je-kan-muziek. Dank je wel, J, dat je ooit een ballet op deze muziek maakte, waar ik 30 jaar naar dato nog steeds met terugwerkende kracht van geniet. Ook al dans ik nu niet.

 

 

6 december. Zomaar twee weken later…

De afgelopen veertien dagen zijn als los zand door onze vingers gegaan. De collega’s van Gijs zijn een dag komen werken aan het terras, ik heb aardig wat schrijfopdrachten met de bijbehorende dead-lines verwerkt, Gijs is twee keer naar de fysiotherapeut geweest en heeft er alweer een infuusochtend op zitten en vooral hebben we het heel druk gehad rondom de pups. Lieve bezoekjes van belangstellenden, waaronder een klasgenootje van mij van vroeger; een vrouw die ik in de afgelopen vierendertig jaar niet meer had ontmoet maar die net zo dol op Golden Retrievers is als wij…waardoor we een heel erg gezellige avond hebben gehad. En ons realiseerden hoe jong we waren en hoe het dansen in onze vezels doordrong.

school sevillianasDe pups zijn gechipt, ze zijn getest, ze zijn nogmaals “op tafel” geweest en we hebben ze op een droge middag allemaal voor de laatste keer op een foto vastgelegd. Negen keer heb ik voedingsadviezen gegeven, verteld over de noodzaak van het registreren, veel meer verteld en uitgelegd en negen keer hebben we een auto het pad af zien rijden met daarin zo’n ontzettend klein hondje dat we aan de zorgen van anderen moeten toevertrouwen. Maar ook minstens negen keer heb ik mooie, hartverwarmende berichtjes gehad over het verloop van de eerste nacht… en hoe lief de pup is.

groenDe ren is leeg, het huis staat vol bloemen. Rekeningen zijn betaald, het zwarte gat is overwonnen. Vooral dat laatste was een lastige situatie, zoals altijd. Het kost me steeds opnieuw een paar dagen somberheid, de eeuwige vraag: “wat heeft het allemaal voor zin?” en dan dat vast omlijnde idee van dat moeilijke ogenblik: “het heeft geen zin. Het leven is zinloos.” Tel daarbij de spoken uit het verleden op, die me nachten wakker houden en me tot in het ruggenmerg moe maken, in combinatie met de zoveelste afwijzing voor een sollicitatie en het was meer dan genoeg om de dagen snel voorbij te laten gaan.

Maar dan zijn we ineens twee weken verder. Het zwarte gat is slechts een sombere herinnering. De pups zijn jonge hondjes. Herfst is winter geworden. Grijze, natte dagen, waarop de lampen al om elf uur in de ochtend aan gaan, worden afgewisseld door knisperende kou. De heldere, winterblauwe hemel wordt op brute wijze bekrast.  Scherpe streken van licht.

DSC_7074 (2)Het is vreemd om nu weken zo voort te laten razen als een late herfststorm. Vreemd in In onze omstandigheden. Zonder stil te staan, zonder te proeven, zonder het vast te houden. Tegelijkertijd is het niet vreemd. Het is zoals vroeger. Vertrouwd gejakker. Het is eigenlijk… angstaanjagend gewoon.

DSC_6582 (2)