Maandelijks archief: februari 2014

21 januari. Volkoren vrijdag.

Tussen acht en negen in de ochtend komt de eerste vakantiehond van de dag. Dan zijn de anderen al verzorgd. Om half elf de tweede. In die tussentijd bak ik een bruin volkoren brood, draai een was, ga ik diverse mailtjes beantwoorden en maak ik koffie voor Gijs. Maar die is al eerder uit bed dan ik verwacht. Het is droog weer en de nieuwe honden moeten even beklijven. Vooral het teefje is wat onzeker, snapt het allemaal niet zo goed en heeft tijd nodig om te wennen.  

Lizzie is vandaag vrij van school en gaat naar Amsterdam, naar Laura. We brengen haar naar de trein en ik beloof haar om bijtijds een SMSje te sturen, zodat ze ongeveer weet wanneer ze eruit moet.  Ze wordt steeds volwassener, groter. Ik heb er regelmatig moeite mee dat ik “uit de kleine kinderen ben..” Wat een bizarre uitdrukking. Maar tegelijkertijd besef ik heel goed dat ik niet meer “in de kleine kinderen” zou willen zijn. Zeker niet onder onze huidige omstandigheden. 

Gijs en ik eten een salade met uitgebakken spek, peer en blauwe kaas. Omdat Lizzie niet van blauwe kaas houdt en ze nu in Amsterdam is. Zo gaat dat. Het is geen bijzondere dag, geen dag om te onthouden maar ook geen dag om zomaar te vergeten. Het is een dag als alle andere maar net een beetje voller.  En dag zoals het nu met ons gesteld is.  Gewoon een volle vrijdag, waarin er van alles gebeurd en Gijs tussendoor een uurtje rust nodig heeft. Een dag waarop het zelfgebakken brood van de ochtend in de avond al op is.

DSC_8189 (2)

 

20 februari. Het seizoen begint weer.

Vandaag komt Job. Want het vakantieseizoen begint weer. Vandaag is het Job, morgen zijn het Ollie en Tess. Dan stopt het weer even omdat we de deur dicht doen als Islay haar puppen gaat krijgen. Maar de stille maand januari is voorbij en vanaf vandaag zal het roedel weer vaak aan veranderingen onderhevig zijn.

Job is een zoon van Islay uit haar eerste nest en een fijne vent.  Het blijft een feestje om regelmatig een hondje van onze eigen kennel in de opvang te krijgen. Zo zien we hoe ze uitgroeien en het is goed om te merken dat ze zijn geworden zoals we hoopten. Gijs vraagt voortdurend aan Job: “Denk er eens over na, vent. Blijf je niet lekker bij ons? Dan zeggen we dat je uit wandelen bent gegaan… en dan mag je op de bank…”Maar Job laat zich niet verleiden. Wel tot een spelletje vrij worstelen met zijn zusje en “op de bank” neemt hij ook letterlijk, maar ik weet heel zeker dat hij, als hij de stem van zijn vrouwtje weer hoort, de hele bank én zijn zusje vergeten is.

Tot het moment dat hij weer wordt opgehaald, genieten we van zijn aanwezigheid. Ik realiseer me dat ik toch wel erg dol ben op jonge reutjes!

jobkop1

18 februari. Ze gaat ervoor.

De kale bollen die ik vorige week kreeg van een hondenkennisje, lopen uit tot geelgouden sterretjes. Ik hou van die kleine, eigenwijze narcisjes, ze brengen het voorjaar in huis. Als ze later zijn uitgebloeid gaan ze de tuin in om daar volgend jaar weer de kop op te steken. Het speldje steek ik op de kraag van mijn jas, deze maand.

DSC_8201 (2)

Gijs gaat naar de sportschool en van daaruit haalt hij Lizzie op, die vandaag vroeg klaar is op school. Daarna is er tijd voor een klein uur Olympische spelen kijken en dan gaan we met zijn drieën terug naar Heerenveen… er is een oudergesprek op school en we praten dan met Lizzie’s mentor. Gisteren kwam ze al opgetogen thuis: ze had een tweetal onvoldoendes zo op weten te halen, dat ze naar alle waarschijnlijkheid over kan gaan naar de 5e klas. We waren er zo blij mee, Lizzie heeft zich echt hersteld.

Ik heb een lang telefoongesprek met iemand, die graag in aanmerking wil komen voor een pupje van Islay. En heb nog een belletje te plegen met de man van de belastingdienst. Zijn collega had in de eerste instantie de telefoon opgenomen en aangegeven dat de goede man naar het toilet was… of ik tien minuten later wilde terugbellen. Dat zijn dingen die ik eigenlijk niet leuk vind om te weten. Maar ja, de belastingdienst maakt het nou eenmaal niet leuker.

Het gesprek met de mentor is kort maar krachtig: hij is tevreden over het werk van Lizzie en constateert dat ze in een veel beter velletje zit dan aan het begin van het schooljaar. Ze voelt zich thuis ook prettiger, met Gijs is het allemaal dusdanig stabiel dat ze zich veilig voelt en dat komt haar werk ten goede. Bovendien is het een doordouwer, ze wil absoluut niet naar een niveau lager en blijven zitten is voor haar ook geen optie. Dus werkt ze keihard om de onvoldoendes op te krikken en het lukt haar. Als ik zo haar leraar over en met haar hoor praten, dan voel ik me overspoeld door liefde en trots…. wat een prachtmens is het!

15/16 februari. Rimpelloos.

Het weekend begint met een koude zon. Gijs neemt zich voor om naar het schaatsen te kijken en Lizzie is vast nog aan het uitslapen bij haar vriendinnetje… inderdaad kreeg ik om kwart voor één vannacht een SMSje dat ze daar thuis waren. En heb ik het kunnen beantwoorden, wat is het toch fijn om altijd bereikbaar te zijn!

Een van de stagiaires komt vandaag weer en vanwege de zon ga ik niet alleen twee hondjes trimmen maar vooral twee hondjes wassen. Het is altijd prettig om dat met meerderen te doen, al is het alleen maar om het water aan te voeren. Tijdens die natte klus kom ik erachter dat de fantastische waterblazer die ik van een lieve Sinterklaas kreeg, een van de honden tot een ware paniek drijft. Dit is niet leuk… ook al is het een heerlijk ding en zijn ze er snel droog en schoon mee, als het zo’n angst veroorzaakt, dan gebruik ik toch liever alle handdoeken en een blauwe badjas. Samen met de stagiaire ga ik ook nog even oefenen op het veld met onze jongste hond, Gigha, want ze heeft haar training nog steeds erg nodig. Lizzie komt tegen een uur thuis, maar gaat vrijwel direct naar boven om bij te slapen. ik maak haar pas voor het eten wakker.

DSC_8075 (2)

’s Avonds komen goede kennissen die in het afgelopen jaar tot vrienden zijn getransformeerd. Ze gaan voor ons koken: catering aan huis, en dat is een feestelijk gebeuren. Waren ze eerst regelmatig terugkerende gasten die hun hond hier bij ons in de opvang brachten, sinds oktober maken ze deel uit van onze “Hogmanay-clan” omdat ze een van onze pups hebben. Klikte het altijd al tussen ons, nu is er een dimensie bij gekomen. We genieten intens van hun beide honden, zowel de grote Sam als de kleine Happy die blij en zelfverzekerd tussen het roedel doorloopt alsof ze hier geboren is. Wat natuurlijk helemaal klopt.

DSC_8089 (2)

Ook zondag is het verrukkelijk zacht lente-achtig weer. Gijs en Lizzie nemen hun rust, maar wanneer ik ga wandelen met een paar hondjes, sluit Gijs zich bij ons aan. We besluiten er een ander soort wandeling van te maken. We nemen de drachtige Islay en de oude Chico mee, samen. Zij gaan gelijk op in dit stadium: de wandeling moet niet al te lang zijn, maar ze genieten beiden heel erg van wat apportjes, dus we gaan naar het maisveld waar we ze lekker laten “retrieven.” De modderplassen hebben voor allebei de honden een enorme aantrekkingskracht en zelfs Islay gaat er met haar dikke buik in  badderen. Ondanks dat er een paar spatjes regen vallen, is het heerlijk om met zijn vieren bezig te zijn. Dat Chico later op de middag een pijnstiller nodig heeft, nemen we op de koop toe; hij houdt zo ontzettend van dit soort uitjes, dat we het hem niet willen ontnemen. De foto’s spreken de boekdelen die ik hier niet ga opschrijven.

DSC_8116 (2)

DSC_8166 (2)

DSC_8142 (2)

DSC_8120 (2)Het weekend loopt zacht, kalm, vrijwel rimpelloos over in de nieuwe week. Dit hebben we dan toch maar weer beleefd.

13 februari. Oud roedelgedoe.

Nu de oude mannen echt oud beginnen te worden en de teefjes in de meerderheid zijn, zien we duidelijke verschuivingen in de rangorde. Skye, stammoeder en alphateef zal dat niet gemakkelijk afstaan. Maar we zien toch dat de jongste van het stel, Gigha, zo zoetjes aan aardig wat trekjes van haar tante overneemt. Ze regelt, ze denkt de anderen te moeten beschermen tegen invloeden van buitenaf, zoals een koe naast de tuin of een Jehova’s getuige op het erf en ze houdt alles in de gaten. 

DSC_7718 (2)

 

Ik herinner me een eerder geval van JongeHondenOnoverwinnelijkheid. Ooit ook beschreven in een column. Toch maar weer eens van stal halen:

Vroeger werd je toneelmeester als je om te beginnen een ambacht beheerste, zoals timmerman, elektricien of stoffeerder. Met zo’n beroep als basis kon je vaak als toneelknecht je eerste theaterbaantje beginnen. Door het klimmen van de jaren deed je ervaring op en klom je met de jaren mee de ladder op naar grotere verantwoordelijkheden. Uiteindelijk kon je het tot toneelmeester schoppen. Mits je de juiste kwaliteiten bezat. 
Niet alleen je eigen ambacht moest je beheersen maar er kwam steeds meer bij het edele vak van toneelmeester kijken. Je moest leren de lichttafel, toen nog geen echte computer, te bedienen. En dat kon je pas als je eerst jaren lang achter de volgspot had gezeten, lampen had gepoetst en later, na bewezen diensten, diezelfde lampen blindelings had kunnen richten. Je moest in staat zijn de meters hoge, zware, houten decorstukken met elkaar te verbinden door middel van het zogenaamde “slaglijnwerpen.” Je moest accuraat met tijd en toneel om kunnen gaan, flexibel zijn in werktijden, een stofjas dragen, vrachtwagens tot diep in de nacht kunnen laden. Je moest ervoor waken dat “jouw” jongens op tijd hun koffiepauze kregen dus leidinggevende kwaliteiten moesten je niet vreemd zijn en je moest zeker de juiste grapjes kunnen maken tegen zenuwachtige danseressen, sopraantjes of debuterende actrices, zonder dat je hen op een verkeerde manier benaderde. Kortom, een toneelmeester was een door de wol geverfde, uiterst ervaren vakman die het theater tot in zijn poriën beheerste.

Vanuit die tijd stammen Gijs en ik. Het is niet voor niets dat wij het geen van beiden tot toneelmeester hebben geschopt. Gijs heeft het vakmanschap wel maar de ambitie niet, (misschien voor de kwaliteiten van het laatstgenoemde taakonderdeel wel,) en ik heb, als ex-danseres het vakmanschap niet. Een van de meest mooie karaktereigenschappen van een goede, ouderwetse toneelmeester was toch wel dat hij een gepaste nederigheid ten opzichte van het theatervak toonde.
Een zeer markante toneelmeester, waar Gijs en ik heel veel van geleerd hebben, was zo’n ambachtsman. Hij kon met een stalen gezicht zeggen dat God het licht had geschapen en dat hij het moest bedienen. Over nederigheid ten opzichte van het theater gesproken! Hij dronk theater. Alle groten van Nederland, of ze nu zongen, toneel speelden, dansten of muziek maakten, had hij in het licht gezet. Van alle opera’s, toneelstukken, klassieke balletten en operettes had hij de decors opgebouwd. Niets Pietje Bell, de Musical. Of Jan Smit, de Musical. Of Pipo de Clown, de Musical. Nee, Christina Deutekom in haar beroemde Koningin van de Nacht. Of Guus Hermus in Cyrano de Bergerac, geen musical.
Hij had nog bruine zakjes toneelfooi toegestopt gekregen. Hij droeg dan weliswaar geen stofjas meer maar voor de rest was hij een toneelmeester zoals ze horen te zijn. Hij kon woest foeteren op de opkomende generatie theatertechnische opleidingen waar jonge jongens uit boeken leerden hoe een decor gebouwd en belicht moet worden. Hij kon slapeloze nachten beleven door de computers die het werk moesten gaan overnemen. Computers die de geluidsschuiven uit zichzelf laten schuiven. Lampen die zichzelf kleuren en richten.
Decors die computergestuurd op en af gaan. En jongens, die zelf naar de koffieautomaat gaan. Hij zag het in snel tempo veranderen en misschien is het maar goed dat de huidige generatie toneelmeesters van 17 met een jaar stage op een IT bedrijf hem bespaard is gebleven. Hij zou hun jargon alleen al verfoeien.
Die jongens hebben nu niet meer een klauwhamer en een kleurfilterwaaier in hun broek, nee, Hun Show Staat Op een Stickie. Ze “doen” “De Vloer” of “De Wand” en ze proppen hun USB stick in de achterkant van een computer en alles van De Show rolt eruit. Om op Het Podium terecht te komen. Een show is een jurygebeuren met honden, verdorie!! Een podium is een toneel op pootjes!!!
Arme, oude toneelmeesters. Hun vak is uitgestorven, gecomputeriseerd, vermedialiseerd door de televisieprogramma’s van mensen die mensen zoeken om in de schijnwerpers te staan. Daar kunnen we niet omheen.
Gijs en ik zijn van de generatie die het ambacht als zand onder de vingers voelt wegglippen, nog wil tegenstribbelen tegen de opkomende pukkelpubergeneratie van theater technisch team hoofden met USBstick in hun achterzak, maar we voelen de hete adem van het jonge spul al in onze nek.

En alsof dat niet erg genoeg is, moeten we onder ogen zien dat eenzelfde situatie zich binnen de muren van ons huis afspeelt.
Want “De Gips” is niet meer. De toneelmeester van ons hondenroedel, de ervaren man die een hele kinderschare heeft getrotseerd in zijn jonge jaren, de chef die met een enkele oogopslag zijn jongens aan de koffie kreeg, die baas met stofjas, is al een week van zijn aardse taak ontheven. Natuurlijk is en blijft Duffy de eeuwige plaatsvervangend toneelmeester. Hoe vaak die in de afgelopen jaren niet is komen informeren of het niet eens tijd werd voor zijn jongens om te eten, dat is ontelbaar. Maar hij heeft net als Gijs het vakmanschap wel, maar de ambitie niet om de taak over te nemen. Zijn zoon Noddy, die het vak toch van zijn vader vanaf het begin heeft geleerd, heeft dezelfde instelling. Hij zou wel kunnen maar is meer een man van de vloer.
Bo is verstandelijk gehandicapt. Lief, maar hij heeft totaal geen toneelmeesterskwaliteiten. Hij kan best een stukje decor uit elkaar halen, heus wel, maar daarmee is alles gezegd. Chico zou met al zijn ervaring, zijn gepaste humeurigheid, zijn kracht, viriliteit en natuurlijk overwicht de meest geschikte hond zijn om het toneelmeesterschap te aanvaarden.
Maar wat gebeurt er? Onder onze verbaasde ogen? De bittere realiteit van ons theaterleven in eigen omgeving? Lewis, onze pup, de pukkelpuber van net twee jaar zonder een centje ervaring, staat op met zijn USB stickie in zijn bek en neemt verdorie het hele imperium van De Gips over. Grauwt Chico op zijn plaats, toneel links, hangt kinderlijk kwispelend over ons heen om over koffie voor de jongens te zeuren, kijkt niet naar het decor maar verwacht dat het er gewoon is en noemt nota bene het voordoek “gordijn” waar hij achter wil liggen. Lewis weet echt niet wat het allemaal inhoudt, dat hele toneelmeester zijn.
Maar hij is het geworden. De jarenlange plaatsvervanger berust erin. Zijn zoon laat het gebeuren. De oude jongen met te weinig hersenen lacht maar en lacht maar en de enige die bitter probeert tegen te stribbelen is de man met de meeste kwaliteiten en ambitie. Die door een kwispelende snotneus opzij geduwd wordt. Er zijn geen toneelmeesters meer. Er is een manager theatertechnisch team opgestaan. Die niet eens weet hoe je het moet spellen. Die geen voorstellingen opbouwt maar “Shows” doet. Op een “Podium.” Achter een “gordijn.” Met een Stickie. Onze Lewis.

achmedellewis (2)

11 februari. Winterzin.

Het regent. Het waait. De honden zijn onrustig en ik geef ze geen ongelijk. Doordat de bewolking laag hangt is het ook vandaag weer grijs. Gijs komt zijn bed niet echt lekker uit, maar omdat hij naar de fysiotherapeut moet, is er toch een stok achter de deur. Ik zet de ezels nog maar niet buiten… ze hebben een hekel aan nattigheid en alhoewel het eigenlijk veel te “warm” is, merk ik aan hen dat ze het niet prettig vinden. In hun paddock waaien de voeremmers tot tegen de afrastering en ook in de tuin liggen overal takken en rommel.

Ondanks dat ik een hekel aan kou heb en voor mij de winters niet lang hoeven duren, verlang zelfs ik nu naar een paar echte winterdagen.

DSC_0055 (2)

Zodat die dikke bromvlieg die ik alweer in huis heb gesignaleerd, toch aan zijn einde komt. En dat ander ongedierte nog even vervriest.  En gewoon, omdat winter winter mag zijn. 

DSC_0170 (2)

Terwijl Gijs op de sportschool zijn oefeningen doet onder begeleiding van de fysiotherapeut, ben ik op zoek naar een document in de computer. Is het toeval, dat ik na mijn ochtend mijmeringen, op  foto’s van de  winter van 2009 stuit?

DSC_0067 (3)

Ik bekijk ze en voel de schoonheid van de kou. Als er nog een staartje winter zo zal zijn, dan heb ik daar geen probleem mee. Als het dan maar wel zo mooi is. Even.

DSC_0073.1 (3)

8/9 februari. Telefonische contacten.

Dit is een weekend dat zo volgens de agenda rustig voorbij kan gaan. Behalve dat op zaterdag een nieuwe stagiaire een paar uurtjes komt helpen, hebben we verder geen plannen. Mijn vader wordt 85 jaar. Maar ik ga zelfs de reis naar Maastricht niet aan. Twee weken geleden ben ik met een kortingskaartje van de NS op een vroege zondag gaan treinen en alhoewel de heenreis prima verliep en de twee uurtjes bij papa en zijn vrouw voor hen meer dan genoeg waren – het is toch erg vermoeiend voor hen vanwege hun broze gezondheid – was mijn terugreis dramatisch. Stapte ik om vier uur in Maastricht op om dan om acht uur in Heerenveen aan te komen, vertrok de trein niet vanwege een wisselstoring. We werden verzocht de trein te verlaten en het begon ijswater te regenen. Pas om half zes werden er pendelbussen naar Sittard ingezet, van daar reed alles weer volgens de dienstregeling. Omdat er inmiddels drie doorgaande treinen naar Amsterdam waren uitgevallen, was het aantal passagiers enorm gegroeid en werd er gedrongen en bijna gevochten om een plaatsje in de bussen. Steeds opnieuw vond ik mezelf terug aan het einde van een rij en zag de deur sluiten. Uiteindelijk zat in dan toch koud en natgeregend en met een bui, zo slecht als deze reis, in een bus. Vanaf Sittard ging het goed, ware het niet dat ik zoveel vertraging had opgelopen dan ik in treinen terecht kwam waar het erg druk was en waarin de passagiers niet de meest respectvolle en prettige reisgenoten waren. Moe en chagrijnig was ik om half elf thuis, ruim 13 uur nadat ik vrolijk vertrokken was. Voor twee luttele uurtjes bij mijn vader.

Dit weekend bel ik hem wel op om te feliciteren. Beter voor mijn humeur.

Inderdaad gaat de zaterdag kalm voorbij. Lizzie slaapt lang uit en heeft behoorlijk wat huiswerk. Gijs kijkt naar de Olympische winterspelen, die gisteren begonnen zijn. Ik ben met de honden bezig: samen met de stagiaire heb ik er twee getrimd maar het regent te hard om ze ook nog te wassen. Want geen winter, maar herfst. Zo voelt het buiten.

De zondag lijkt ook zo’n luxe dag van rust te worden, totdat ik mijn zus spreek om de verjaardag van onze vader te memoreren. Ze is van streek, heeft gisteren een zware dag gehad en eigenlijk trek ik me haar verdriet heel erg aan omdat ik besef dat ik maar één zusje heb, we ver van elkaar weg wonen en zij het al zo lang niet gemakkelijk heeft. Ik probeer haar zoveel mogelijk telefonisch te helpen. Zodra ik neerleg weet ik dat het niet genoeg is. het liefst was ik in de trein gesprongen om haar even dicht tegen me aan te houden voor een zussenknuffel. Maar dat gaat niet lukken. Gijs is moe en lamlendig, alsof er weer een griep op gaat spelen. 

Toch heb ik ook in de avond nog contact met mijn zus. Samen praten we nogmaals over het verdriet wat ze voor de zoveelste keer doormaakt en zoeken we naar een scheur in het wolkendek. Want zij is, getekend door alles waar ze de afgelopen jaren mee te maken heeft gehad, een sterk, positief ingesteld mens. Ze weet dat er ook weer zon komt. Alleen vandaag voelt dat nog even niet zo en ze mag, nee, moet daarover kunnen mopperen tegen me. Al is het maar telefonisch. Nou nog een telefoonlijn naar de hemel, naar mijn moeder en ik ben met mijn hele familie in gesprek geweest, dit weekend.

DSC_2017 (2)

 

7 februari. Kolkend bloed.

Gijs moet vanmorgen naar het ziekenhuis voor zijn driewekelijkse infuus en ik heb het een en ander aan papierwerk uit te zoeken en moet nog wat hotels beschrijven voor een online reisbureau. Na de tegenstrijdige emoties van gisteren,- het verlies van S die zonder haar moeder verder moet gaan en de echo van Islay, die uitwees dat zij opnieuw moeder gaat worden,- ontkom ik er niet aan dat ik wankel ben. In mijn hoofd. In plaats van de hotels recenseren en formulieren invullen, wil ik iets heel anders doen. Even de emoties moedwillig aanscherpen… een traan wegpinken, niet vanwege onze eigen situatie of die van S. Nee, ik wil tranen voelen door iets wat er is en niet wat verloren kan raken. Wat diep van binnen zit en blijft. Dans. Muziek. Drijfveren van mijn kolkende bloed.

Dank zij “youtube” vind ik een paar filmpjes terug die in combinatie met een kop koffie exact dát teweeg brengen dat ik nodig heb. Ontroering, adrenaline, opwinding, bewondering en vertedering. Ik kruip er helemaal in, bekijk en beluister, voel mee, dans mee en ja, huil ook mee. Spaans vuur, intense tragiek, violen en pirouettes doen met me wat andere mensen misschien uit het eten van een stuk gebak of een reep chocolade halen. En als Gijs terug is na het infuus en weer voor drie weken heeft mogen “bijtekenen” ben ik braaf met de formulieren bezig. Tranen gedroogd, genoeg moed en zin om weer verder te gaan. Ook ik heb weer bij kunnen tekenen, al is het op een ander niveau.

Ik bekeek deze Pas de Deux uit ” Don Quichotte.” Tamara Rojo en Julio Bocca tijdens een openluchtvoorstelling. Niet de mooiste opname. Niet de mooiste bewerking. een aandoenlijk kreukelig achterdoek. Maar zo vol vuur, vol plezier, deze dansers stralen zoveel passie uit!  Wat een schoonheid. Wat een genot… en let op Tamara’s balansen! Ook al heb ik deze pas de deux zelf op school talloze malen gedanst… elke stap is voelbaar maar ook nieuw. Kriebels tot onder mijn huid. Een feest met vuurwerk.

Het volgende wordt een aria uit Carmen. De laatste. Een messteek. Pure wanhoop, pure liefde, pure muziek. Over en uit.

En dan een stukje “eigen” balletgeschiedenis… Pas de Deux uit “Adagio Hammerklavier” van Hans van Manen door Clint Farha en Alexandra Radius. Intiem, klein en het beroert me nog altijd.

Tot slot… de Geest van de Roos. Van Berlioz.  Als room op het emotionele taartje…

Het is een welbestede ochtend vol bloedmooie muziek, brandende tranen, kolkend bloed en gistende emoties.  Mijn hoofd is weer schoon.

6 februari. Chiaro/Scuro

Gijs gaat al om half negen de deur uit om een paar logeerhondjes op te halen. Normaal doen we dat niet, maar vandaag is een uitzondering op de regel. Deze honden zijn speciale gasten. Want ze zijn er zo vaak dat ze bijna een deel uitmaken van ons roedel. Het is lastig voor Gijs om wakker te worden en op gang te komen, maar voor de honden doet hij alles. Dus met broodjes, drinken en zijn medicijnen op zak gaat hij op weg. Ik maak een kop koffie voor mezelf en ga nog eens door alles wat ik gisteren heb ingevuld. Het is nauwelijks 9 uur als mijn telefoontje gaat. Ik zie dat het vriendin S. is. Ik wens haar goedemorgen. Maar besef direct dat het geen goedemorgen is als ik haar stem hoor. Die trilt. Ze vertelt. In de prille ochtend heeft ze haar moeder verloren. De dappere vrouw, de vechter, het prachtige mens dat haar heeft gevormd tot het prachtige mens dat  S. zelf is.

Ik ben stil en toch ook niet. Probeer te troosten, leef in, denk aan. Herinner me de dag waarop ik mijn eigen moeder verloor. En de dagen erna. Die virtuele arm om de schouders van S. is alleen maar virtueel. Ik hoop haar snel zelf vast te kunnen houden. Om wat ze kwijt is. En om wat ze is. Ik huil. Mee.

Gijs is een paar uur later terug met de logeergasten. Hij is blij dat het allemaal goed gegaan is, staat vrolijk op het veldje met de honden en we zijn beiden net een fractie teveel bezig met vertellen hoe we de afgelopen uren hebben doorgebracht. Logeerhond Blooper maakt van de gelegenheid gebruik om met één atletische sprong via de mesthoop over het hek te springen om vervolgens languit in de blubberplas bij de buur pony’s te gaan rollen. Hij heeft zwarte laarsjes. ik lach weer eens door mijn tranen heen. 

In de middag halen we Lizzie op van school en vriendinnetje J. van de bushalte. Met Islay. We gaan bij de dierenarts via een echoscopie kijken of Islay inderdaad drachtig is. Het uur U.

Het is altijd een spannend moment. Het licht gaat uit, nadat Islays buik is geschoren. Een monitor flitst aan, er wordt gel op het apparaat gespoten en dan zien we al direct van alles pulseren, bewegen, grijze, zwarte vlekken. “Die is echt heel erg drachtig..” fluit de arts door haar tanden. Ze plaatst het apparaatje op een andere plek op Islays buik. Opnieuw veel dingen die kloppen, veel vlekken, veel tinten grijs. “Ik zie sowieso al zes pups..” wijst de dierenarts. Het is even goed nadenken hoe de pups liggen om de beelden te begrijpen.

baarmoeder20rond20de203020dagen

Maar het is duidelijk.  Islay is zéker drachtig. We zien leven. Kloppende hartjes. Bewegende beelden. Zo in tegenstelling met het stille gezicht van de moeder van S.

De blijdschap heeft een nasmaak. Helemaal als we J. weer bij de bushalte afzetten en doorrijden naar de Grote M. om daar een afhaalmaaltijd te halen, waar Gijs en Lizzie zich op verheugd hadden. Ik eet een burger die zo akelig van smaak is, dat ik het de rest van de avond blijf proeven en niets de smaak kan verhullen. Gijs is zo moe na deze intensieve dag, dat hij om negen uur naar bed gaat en ik hem later wakker maak voor zijn medicijnen. Een dag met meer dan gemengde gevoelens. 

Maar: Islay krijgt pups. En dat is een fantastisch vooruitzicht.

5 februari. Formulieren en een zeepbel.

Omdat Gijs gaat zwemmen en mijn “hotels” gisteren allemaal beschreven zijn, ga ik me vandaag bezig houden met het invullen van formulieren. Er zijn van allerlei van die invul-dingen die mij aandacht opeisen: van belastingaangiftes tot een UWV papier dat ervoor moet zorgen dat de aanstaande IVA uitkering van Gijs naar de werkgever gaat. Zodat de werkgever kan zorgen dat het naar ons gaat. Ik haat dit soort rompslomp. Behalve dat het werk is waar je scherp bij moet blijven, is het bijzonder confronterend. Want natuurlijk willen we dit helemaal niet. Gijs zou eigenlijk gewoon gezond moeten zijn.We zouden niet moeten hoeven denken aan uitkeringen.  Maar de bittere waarheid heeft ons een andere kant op gedirigeerd en nu staat de WIA-uitkering op de stoep. Met alle gevolgen van dien. Terwijl het toch nog het meest gunstige is… in ons geval.

Als ik uren later klaar ben en hoofdpijn heb van het gepuzzel en gereken, is er buiten ineens een vleugje zon tussen de grauwigheid. Ik grijp maar het bellenblaaspotje, dat Lizzie vorige week voor een paar dubbeltjes heeft gekocht. En ik blaas bellen: gekleurde, transparante, snel openklappende bellen. Een metafoor voor wat we tegenwoordig allemaal doormaken?  

DSC_7986 (2)

De hondjes vinden het in ieder geval erg intrigerend. Iona krijgt een zeepbel op haar neus en kijkt bijna scheel. Gijs maakt een foto. We lachen om de gekke capriolen van Gigha, die de zeepbellen maar niets vindt en steeds naar ons springt omdat wij, op onze hurken, leuker zijn. Even iets anders dan formulieren.DSC_7984 (2)