Maandelijks archief: april 2014

11 april. Een dag later.

Op de één of andere manier is Gijs niet lekker na de behandeling gisteren. Alsof het infuus er meer in hakt dan gewoonlijk. Hij komt met moeite op gang, is niet echt in zijn humeur en is in de middag zo moe dat hij op de bank in slaap valt. Omdat er een druk weekend voor de boeg staat, probeer ik hem zoveel mogelijk te ontzien maar dat kost nauwelijks moeite als ik naar hem kijk. Ik ga een beetje mijn eigen gang. Het is prachtig zonnig weer en ik vind het een uitgelezen dag om de pups buiten te laten spelen. Als ik een paar lentefoto’s wil maken van een pup in de bloemetjes, komt de buurvrouw er bij.

10173611_652715574799662_2544858821779876951_n

Ook zij hebben een nestje pups, weliswaar een dikke twee weken ouder dan ons zevental, maar ook pups die nog veel moeten ontdekken. We laten de kleine hondjes met elkaar kennismaken.

10170913_652715794799640_7375056243386958276_n

Er ontstaat een heerlijk uurtje puppengeluk. Gijs en de buurman komen een kijkje nemen en gaan languit op de grond liggen om de pups in de ogen te kijken en zich te laten aflebberen.  De kleine hondjes hebben de grootste pret, hun wereldje is enorm geworden in vergelijk met de ren waarin ze met hun broertjes en zusjes wonen. Als Lizzie van school komt is het feest compleet. 

1549493_652715804799639_8177171975325322894_n

 

1536473_652715798132973_6589588028725165161_n

Dat ik later op de fiets door de regen boodschappen ga doen, deert me niet. Het is een zachte, ruisende, lichte regen, heel gewenst in de relatief warme en lange droge tijd. Ik heb een leuke middag gehad en heb Gijs niet voor de vermoeide voeten gelopen. Als de zon zich dit weekend ook zo laat zien, zal het behoorlijk wat drukte schelen. Want dan kunnen we het puppenbezoek heerlijk in de tuin ontvangen!

10250143_652715748132978_6174096640374459979_n

8 april. Het paleis van de stervenden.

Een paar weken terug kreeg Gijs een pakje toegestuurd. Erin zat een boekje, geschreven door de oncologieverpleegkundige waar hij tijdens zijn chemotherapie het meest te maken heeft. Aan haar kan hij vertellen hoe de periode tussen de behandelingen is geweest, hoe hij zich voelt, wat hem beweegt om door te gaan of moe te zijn. Hij stuurt via haar de foto’s van de puppy’s naar de afdeling, zij plaatst zijn infuus en ze is er. Elke keer weer is ze er. Met haar lieve lach, haar begrip en haar weten.

het_paleis_van_de_v_lr                                                      Het paleis van de stervenden.

Gijs leest het boekje als eerste. Ik verwonder me over het feit dat hij het binnen enkele uren al uit heeft. Het lijkt me zo zwaar, zo confronterend. Maar hij was er duidelijk over: mooie verhalen, speels geschreven. Ik pak het boekje pas op als mijn spannende Schotse detective uit is en ik nog steeds ’s nachts bij Islay en de puppen slaap omdat er nog steeds ’s nachts gerommeld en gevoed wordt.

De stijl spreekt me enorm aan. Punctueel en scherp, maar met een floers van warmte eromheen. Pijn, ingepakt in koesterende wol. Alle zes de verhalen zijn vanuit een ander perspectief opgetekend. Catrien heeft de gave, zoals ze die in haar werk ook heeft, om liefdevol met de scherpte om te gaan. Ze prikt aan. Met een zachte kennis.

Vanaf mijn luchtbedje naast de puppy-ren zie ik de harde contouren van de bomen buiten, puntig afgetekend tegen de blauwgrijze ochtendhemel, die nog warm moet gaan kleuren. Onze elegante raambekleding is een zachte dissonant met rozige kleurschakeringen in de koele tinten van de vroegte. “Het paleis der stervenden” speelt door mijn hoofd. Het heeft een diepe indruk achtergelaten, ondanks de luchtigheid ervan.

DSC_0265 (2)

Vanmorgen zit Lizzie te ontbijten met een kop koffie en een broodje. Terwijl ze leest. Ik realiseer me dat ze “Het paleis der stervenden” al enkele dagen geleden heeft gepakt.  Ze is duidelijk al bijna aan het einde. Ze heeft er niets over verteld.

Ik pols voorzichtig hoe ze het ervaart. Ze kijkt me helder aan. ‘Het is mooi.” zegt ze. “IK vind het mooi dat er steeds een andere situatie is, steeds vanuit een andere kant, alsof je door spiegels kijkt. Nee, het is niet triest. Het is zoals het is.”

Ik knuffel mijn dappere, stoere dochter. Ze heeft gelijk. En Catrien heeft duidelijk de juiste snaar met haar boekje geraakt. Ze biedt troost door de scherpte af te zwakken met een hartverwarmend gebaar, een arm om de schouder van haar doelgroep.

5/6 april. Dagje uit, dagje thuis.

Vandaag is een dag waarop ik me al geruime tijd verheugd had. Gijs en Lizzie nemen de boel over; moeders gaat een dag op stap. In alle vroegte zorg ik dat de pups en Islay hun eerste verzorging hebben gehad en dat alle honden al naar buiten zijn geweest. Ik pak een tas in, zet Iona alvast in de tuin en geef een halfslapende Gijs een kus. Ik laat een briefje achter met daarop een lijstje van dingen die moeten gebeuren, aanwijzingen voor voedingen van de pups, tijden waarop Islay moet eten, een boodschappenlijstje en dan loop ik om half negen het pad af, waar aan het einde al een auto klaar staat om mij en Iona mee te nemen naar Doldersum.

We zijn als eerste en mijn zeer goed georganiseerde metgezel (nee, niet de hond) verrast me met een kop verse koffie, die hij had meegenomen. Terwijl we daarvan genieten, komen één voor één de andere auto’s aan en er springen aan alle kanten vrolijke Goldens en een Drentse Patrijs om ons heen.

DSC_9768 (2)

 

Na een korte wandeling in het bos worden we in het knusse zaaltje van Grenzeloos getrakteerd op koffie met heerlijke appeltaart, alvorens we met zijn allen naar een veld gaan voor de workshop. De instructeur, G. legt eerst uit wat de bedoeling is en waaraan de hond van een beginnende voorjager moet voldoen. En vooral: waaraan de beginnende voorjager moet voldoen. Het appél, een van de peilers waarop de jachttraining rust, moet tot in de puntjes beheerst worden. Door beiden. Ik kijk naar Iona, die verwachtingsvol naar mij terug kijkt. Over het algemeen is ze braaf en luistert ze uitstekend maar in wel heel erg leuke situaties zoals hier, met andere honden, andere aardige mensen die haar graag aaien en een grote, nieuwe ruimte, kan haar dat appél wel even gestolen worden. De eerste oefening, strak volgen, wordt dus al meteen een feestje voor haar. Ze laat alle omstanders zien dat ze, naast mooi en lief best ook wel eigenwijs kan zijn. G. demonstreert samen met zijn eigen hond hoe het wel moet. Het is prachtig om hun samenspel te zien, zo door en door op elkaar vertrouwend. Ook de combinatie samen met zijn partner en hun tweede hond is een genot om naar te kijken.

DSC_9773 (2)

Dan gaan we een stapje verder. Het apporteren van een dummy. Ik loop met de dansende Iona naast G. en laat haar zitten. Net op het moment dat de dummy gegooid wordt, is ze afgeleid, dus we gaan een paar meter naar voren en proberen het opnieuw. Ze zit netjes naast me, ik haal het lijntje los, de dummy valt en ik stuur haar ernaar toe. In één rechte lijn sprint ze naar de dummy, wil hem eerst naar de man brengen die hem gegooid heeft, maar op mijn fluitje komt ze in eenzelfde messcherpe lijn naar me terug en geeft hem af. Niet verfijnd of netjes, maar wel heel doelbewust. een applausje van de omstanders is haar deel.

Foto550-DUFUKBQL

Terwijl we zo een paar uur werken wordt het iets warmer, vervaagt de transparante nevel en trekt de dauw terug. in de verte klinkt het specifieke geluid van klepperende ooievaren. Een specht verraad zijn aanwezigheid in het bos. Iona geniet en staat haar mannetje, de ene keer doet ze niets, de andere keer laat ze zien dat ze wel degelijk aanleg heeft. Het is heerlijk om zo met deze groep bezig te zijn. Domweg gelukkig makend.

Foto550-PDBDF8ZR

Na een prima verzorgde lunch is de interessante lezing van Tannetje Koning over het wel of niet vaccineren een welkome aanvulling op mijn eigen ideeën hierover. Ze vertelt er gemakkelijk en boeiend over en het zet de hele groep aan het denken: wel of niet de jaarlijkse injectie? Wanneer ze aan het einde van de middag door middel van een bloedwaarde kan bepalen (het zogenaamde “titeren” ) of je hond nog genoeg beschermd is, is de animo groter dan er mensen zich hadden opgegeven. Io laat het bij Iona ook doen en krijg het advies om haar pas over vier jaar opnieuw te laten titeren om te zien of ze dan mogelijk een enting nodig heeft. De rabiës-enting is – zeker voor Iona, die wellicht later in het jaar naar het buitenland gaat- wel van belang.

Geïnspireerd, moe en meer dan voldaan wordt ik om zeven uur door mijn reisgenoot weer naar huis gebracht. Ik heb intens genoten van dit dagje uit en ben volledig opgeladen. Gijs en Lizzie hebben tijdens mijn afwezigheid ook hard gewerkt: ze hebben samen de werpkist uit de ren gehaald, zodat de pups alle ruimte hebben om zich morgen aan hun bezoek voor te stellen.

De ochtend begint heel bijtijds want ik wil nog wat lekkers bereiden voor de middag. Gisterenavond heb ik al een bakplaat muffins gebakken die om versieringen vragen en er is voor zo’n eerste puppymiddag van alles te doen. Bovendien gaat Lizzie naar Amersfoort, waar ze met Laura heeft afgesproken om samen de middag door te brengen. Gijs brengt haar naar het station en zet haar op de trein. Dat voelt vreemd, zo’n eerste middag horen we eigenlijk met zijn drieën te beleven. Maar Lizzie heeft het nodig, ze is nog steeds wankel door haar verdriet om Noddy. Omdat er weer een stuk zekerheid is afgebrokkeld. Als hij terug is, doet Gijs de buitenboel: hij heeft borden gemaakt die de weg wijzen naar waar de gasten hun auto’s kunnen parkeren.

 

DSC_9786 (2)

Ik maak de tafel in orde, zet alles zo neer dat iedereen zijn eigen versnaperingen kan pakken zonder dat ik de hele tijd heen en weer loop. Wanneer de ren helemaal verschoond is, Islay nog wat heeft gegeten en de grote honden naar buiten zijn gedirigeerd, is het veel te snel twee uur en rijdt de eerste auto het erf op. Binnen drie kwartier staat de kamer vol met mensen die allemaal voor hún pupje komen.

DSC_9780 (2)

Het is altijd weer een bijzonder moment als iedereen bij elkaar is, met wie we hopelijk de komende 12 jaar te maken gaan krijgen, zolang het hondje leeft. Ik vind het een beklemmende gedachte waar ik niet bij wil stilstaan nu. Zeker als ik zie hoe heftig deze drukte is voor Gijs. De andere kant van die gedachte laat ik de overhand nemen: weer een bijzondere, leuke groep mensen die bij onze Hogmanay-clan gaan horen. Dat heeft ook iets troostends.

Om kwart over vijf is de rust weergekeerd. Noch Gijs, noch ik hebben trek in een uitgebreide maaltijd, dus we halen wat lekker brood met kaasjes en wat salade. Als Lizzie weer is opgehaald van de trein en het voor haar duidelijk heel goed is geweest, is onze dag, ons weekend voorbij en wentelen we ons in de kalmte van de avond. Opnieuw moe maar voldaan.

4 april.

De afgelopen dagen zijn in een zucht voorbij gegleden, zonder dat er werkelijk reden was om ze voorbij te willen laten gaan. Of om ze vast te houden. Het waren dagen. geen goede dagen, geen slechte dagen, maar dagen zoals iedereen in zijn leven talloze malen meemaakt zonder erbij stil te staan of ze nu bijzonder zijn of juist niet. Het is uitermate zacht weer geweest. Daardoor zijn we veel buiten, we zien dat er van alles aan het groen worden is. Onkruid is zich al overal op het erf aan het woekeren, wat mooie plaatjes op kan leveren, volgens Lizzie, die met de camera van alles vangt.

DSC_9808 (2)

Alhoewel nog extreem vroeg in het jaar, bloeit de pruimenbloesem. Bizar beeld, want er is nog maar weinig blad ontwikkeld. De natuur is van streek.

DSC_9796 (2)

 

De pups groeien als kool. Ze worden steeds leuker en hebben steeds meer ruimte nodig. Alles gaat zoals het gaat en wij gaan daarin mee.  We laten ons meedeinen op de kabbelende golfjes, deze dagen is het geen springtij.

1 april. Vroeg dag.

Het is geen grap, ik ga eindelijk de Golden Age hond trimmen, waarvan de afspraak al drie keer verschoven is door omstandigheden. Deze hond, Moor, is nu 10 weken in zijn nieuwe huis en het gaat redelijk goed. Hij schijnt nog erg veel onrust te hebben en blaft veel als hij denkt dat hij alleen is, maar soms zijn dat soort gedragingen nauwelijks te veranderen.

Om kwart voor acht stapt Moor al de auto uit. Ik zie een prachtige, oudere hond, een senior met een oneindig lief hoofd. Als ik met zijn nieuwe baas afspreek hoe laat hij wordt opgehaald, neem ik hem mee naar de tuin, waar ik hem laat kennismaken met onze eigen ouwe man, Chico. De twee loopse dames gaan er nog maar niet bij. Dat zou onrust geven die niet nodig is, zeker niet tijdens de paar uurtjes dat Moor bij ons is. Als de beide heren samen gebroederlijk luchtjes speuren en met takken rommelen, is het tijd voor Moor’s make-over. Overigens hoeft er niet eens zoveel vacht van af, hij ziet er eigenlijk goed uit voor zijn leeftijd. Ik wil hem de stress niet aandoen om hem op de trimtafel te hijsen, dus ik neem hem mee naar het kleine kamertje, dat voorheen de kraamkamer was, en ga hem eerst flink borstelen om aan elkaar te wennen.

DSC_9608 (2)

Moor lijkt het niet vervelend te vinden. Hij blijft netjes staan en ik ga bij hem op de grond zitten om zijn oren en hals te trimmen. Hij laat het allemaal prima over zich heen komen en alhoewel ik het heel rustig aan doe met veel pauze’s ertussen voor een koekje, een borstelbeurt of zelfs even een dutje, is hij toch tegen elf uur klaar.

 

Dan neem ik hem samen met Chico mee naar het veld en moet lachen om Moor’s dolle capriolen en het “op zitten” wat ook Chico nog steeds doet als hij extra aandacht wil.

DSC_9619 (2)

Ik geniet van die twee knappe, oude mannetjes en veel te snel wordt Moor alweer opgehaald.  Ik complimenteer de baas met de verzorging van Moor, hij is echt in een prima conditie.

DSC_9626 (2)

In de middag loop ik naar een boerderij aan onze wijk. Daar laat ik de twee honden uit en geef hen eten. Het is heerlijk weer en als ik terug kom hoor ik Gijs fluiten in zijn schuur. Dat geluid klinkt goed. Het gaat beter.

29/30 maart.. Bij komen.

De hele dag zijn Lizzie, Gijs en ik moe, verdrietig en van slag. Gisteren, toen we thuis kwamen, was Lizzie als een stuk geprikte ballon leeggelopen. Zo fijn als het was om bij onze Amersfoortse vrienden aan de tafel te zitten en te praten en te lachen en te herinneren, zo moeilijk was het om thuis dat gat in het roedel te moeten voelen. Lizzie illustreerde dat letterlijk. Ze vluchtte naar haar kamer boven en wilde niet beneden komen: “omdat het dan echt is…” De leegte die Noddy achterlaat, kon ze nog niet aan. Ze wilde niet voelen dat alle honden er zijn, behalve Noddy die er altijd was. We keken met zijn drieën op haar slaapkamer naar een aflevering van Grey’s Anatomy. Met een drankje en wat chips. Geen zin in eten. Een vreemd vacuüm.

Zondag komt met zon. In de ochtend bouwen we de grote ren in de huiskamer op: de pups gaan vandaag van het kraamkamertje verhuizen naar de huiskamer. Terwijl we daarmee bezig zijn wordt onze logeergast Sam opgehaald. Lizzie heeft zich nog steeds niet beneden laten zien… ze kan het niet. Tijdens de verhuizing van de pups merk ik dat Gijs en ik handen tekort komen. Eigenlijk wil ik aan Lizzie vragen of ze toch beneden komt, al was het alleen maar om te helpen. Maar als ik haar ingehouden hoor snikken, laat ik het rusten. Ze heeft haar tijd nodig.

Lieve vrienden komen naar de pups kijken. Daardoor verdoofd de pijn want het is gezellig, ontspannen, ook Lizzie krijgt het voor elkaar om bij ons te zijn. Gijs haalt een doos van de vliering, waar vroegere vakantiefoto’s inzitten. Ter voorbereiding op de aanstaande vakantie; hoe was het ook al weer om daar te zijn? Met zijn vijven kijken we naar die zorgeloze dagen, waarin Lizzie nog maar een klein meisje was.  Oude foto’s van een jonge Noddy, die nu al voor en vertederende glimlach zorgt. Vanwege het werkelijk fantastische lenteweer stookt Gijs de barbecue aan en eten we buiten.  We denken niet aan gisteren of aan morgen. We zijn, mét onze vrienden, in het nu. En dat is warm en zonnig. Zo sluiten we een loodzwaar weekend met een knuffel, een lach, een traan en vooral samen-zijn af. We laten het verhaal zichzelf weer verder schrijven. Zonder Noddy.

jonge noddy

28 maart. Dag lieverd.

Weer een zonnige dag. Lizzie is naar school en Gijs rommelt wat op het erf, met Noddy als een hijgende schaduw bij hem in de buurt. Ze eten samen een broodje, ze nemen hun momenten samen. Een ijle, zachte en tegelijkertijd trieste sfeer hangt er rondom ons.

Onverwacht krijg ik met het grootste misverstand van onze ingewikkelde belastingperikelen te maken. Compleet met ongewenst bezoek, een agent in uniform en een slotenmaker. “Men” komt beslag leggen op roerende goederen omdat de briefwisseling met de bijbehorende verrekeningen en veranderingen niet bij hen is doorgekomen. Ik weet de heren ervan te overtuigen dat het buitengewoon ongewenst is als ze binnen komen in verband met een trieste situatie en ik maak kopieën van de correspondentie met de inspecteur der directe belastingen van de afgelopen weken. Ik overhandig hen de onsamenhangende papiermassa, waaruit zij, beter dan ik, kunnen opmaken dat hun aanwezigheid op het erf niet logisch is. Met een handdruk en een “sterkte, mevrouw” verdwijnt de Sterke Arm en neemt zijn slotenmaker mee.

Dan is het toch ineens tijd. We zetten Noddy achterin de auto. De lieverd denkt dat we een leuke rit gaan maken. We halen Lizzie op van school en rijden naar Amersfoort. Daar gaan we met zijn vieren naar de plek waar het allemaal begon. Waar Noddy als pupje zijn eerste boswandelingen heeft gemaakt. Waar we nog maar met zijn drieën waren en er – behalve twee poezen- geen andere dieren om ons heen waren.

Het is vertederend om te zien hoe dapper Noddy door het zand ploegt, snuffelend, zwiepend met zijn staart als een roer om hem op de been te houden, maar blij. Er lopen mensen langs ons heen. “Kijk eens, wat een ouwetje…” hoor ik ze zeggen. Ik wil roepen: “Nee, Noddy is helemaal niet oud..” Maar als ik zie wat zij zien, dan zie ik inderdaad niet meer onze jonge clown, dan zie ik dat oude, zieke mannetje van de laatste tijd.

Noddy springt de auto uit en loopt rechtstreeks de trappen van de dierenkliniek op. Hij kent het nog. Hij weet zijn weg. Hijgend, nerveus en overenthousiast laat hij zich begroeten. Onze goede kennis en dierenarts komt ons tegemoet en brengt ons naar een klein kamertje in de kelder van de kliniek. We praten wat, Noddy is druk en ik hoor zijn ademhaling raspen. Dan krijgt hij een spuitje. Binnen enkele minuten werkt het en   we leggen hem bij Gijs en Lizzie neer, die op de grond zijn gaan zitten. Noddy zakt in een rustige slaap, terwijl we hem aaien, tegen hem praten, hem geruststellen. Lizzie zit naast hem en voelt hoe snel zijn hartje nog pompt. Maar zodra de vloeistof door zijn aderen stroomt, glijdt hij kalm weg. Herinneringen blijven over.

We gaan wat troostdrinken bij onze vrienden. Halen die herinneringen met hen op; ook zij kennen Noddy vanaf het moment dat hij als pupje bij ons kwam. Ik zie dat het Lizzie goed doet. Ik weet dat we er goed aan gedaan hebben. Het verdriet is daar niet minder om.  

Dag lieverd.

27 maart. Laatste…

Nu de beslissing is gevallen dat we Noddy moeten laten gaan, is met hem op een ander vlak gekomen. We kijken naar hem en zien dat het de juiste beslissing is, maar mijn hemel, wat is het moeilijk om naar hem te kijken en te weten dat hij er morgen niet meer zal zijn. De troost die de kleine pups bieden is steeds van heel korte duur, want als we in de kamer komen en Noddy horen hijgen, zien slingeren met zijn lijf en zijn vermoeide blik zien, dan is troost ver weg. Aan de andere kant is hij ook bij tijd en wijle zoals hij altijd is. Noddy blijft kwispelen, blijft enthousiast maar heeft de rust niet meer om zich lekker te laten knuffelen of aaien. Ik geef hem opnieuw een flinke dosis pijnstillers.

Het is mooi weer, de tuindeuren staan de hele dag open. Aan de strakblauwe hemel zeilen wattenwolken. Het zou zo heerlijk kunnen zijn. Maar het verdriet bedrukt ons.

DSC_9475 (2)

Ik ontdek dat er in de dakgoot van onze slaapkamer een plant groeit. Met blaadjes die zich ontvouwen. Als ik dichterbij kijk, zie ik dat het een verdwaalde, nieuwe loot van een hondsroos is. “Rosa Canina,” die in deze blog al uitgebreid omschreven werd als één van mijn favoriete voorjaarsbloemen. En zie, ze heeft zich in het wilde weg in de dakgoot genesteld. Juist in deze tijd.

DSC_9476 (2)

De laatste nacht die onze honden bij ons doorbrengen, slapen ze niet alleen. We zorgen er altijd voor dat we erbij blijven, al is het alleen maar om de laatste uren vast te houden. Maar omdat ik nog bij Islay en de kleintjes slaap, hebben we het tweepersoonsmatras van ons bed naar de huiskamer gesleept. Gijs en Lizzie gaan daar samen slapen, in het roedel, bij Noddy. Voordat ik me in het kraamkamertje terug trek, merk ik dat Noddy voor het eerst in weken weer inééngekruld ligt. Ontspannen. Zijn slaap is onwerkelijk diep en kalm. Af en toe moet ik goed kijken of hij wel ademt. Ik realiseer me dat hij zo slaapt van de pijnstilling. Ik krijg hem nauwelijks wakker voor het nacht-uitje. Het voelt dubbel: alle keren dat hij niet kon slapen was het akelig en nu hij wel slaapt is het ook akelig. Tegelijkertijd hoop ik op een rustige nacht. Voor hem, maar ook voor Gijs en Lizzie. Het laatste wat ik van mijn geliefden zie, is dat Chico zich op het bed in de knieholte van Lizzie heeft gedraaid. En de slapende Noddy…