Maandelijks archief: juli 2014

24/25 juli. Omhoog, omlaag…

Vandaag is de tweede dag waarop Gijs zich beter voelt. Zijn eetlust is dubbel en dwars terug en ook vanmorgen is hij zeer bijtijds op om zoveel mogelijk van de dag te profiteren. In de ochtend gaat er een hond naar huis en er komen maar liefst vier, tussendoor doen we samen boodschappen en het is fijn om hem weer op het erf bezig te zien met  de MS Milo. Het valt hem op hoe goed de ezels eruit zien, in de afgelopen twee weken hebben ze hun laatste losse plukken vacht afgegooid en hun huid glimt als spiegeltjes. Zag hij een broedende zwaluwmoeder in de stal, twee weken geleden toen hij ziek werd, nu knipoogt er een zestal nieuwsgierige kaalkopjes over de rand van het nest naar hem; de tweede leg van deze zomer. 

zwaluwtjes

In de avond willen we buiten eten. Tegen half negen komt de laatste vakantiehond en dan wil ik klaar zijn met alles, zodat ik de reu zo kalm mogelijk aan de grote groep kan laten wennen. Veel eerder dan ik verwacht merk ik dat er iemand op het erf staat. Ik zet het vuur onder de pan uit en ga kijken, ben er eigenlijk nog niet aan toe. Maar dan zie ik tot mijn opluchting dat het M. is, lieve moeder van lieve vriendin van Lizzie en dierbare bondgenoot in zware tijden. Ze is met haar jongste dochtertje, dat trots een prachtige, zelfgebakken taart omhoog houdt. Voor Lizzie’s verjaardag gemaakt. ik ben ontroerd door het gebaar. We praten wat, gaan op het veld in de zon zitten en het maakt dat de tijd liefdevol even stil wordt gezet. 

ilonas taart

Later zitten we toch nog samen buiten. Een glas witte wijn in mijn hand, tevreden duttende hondjes rondom ons, Gijs die weer plannen maakt. Een stijgende lijn? Ik kijk naar een schitterende zonsondergang en de hemel kleurt vurig rood daarna. Adembenemend mooi. Maar dat fluwelige, schitterende vuur belooft regen, zoveel weet ik tegenwoordig wel als halve boerin. “Avondrood; water in de sloot…”

24-7

24-7 painting

24-7.2

Zo goed als Gijs zich gisteren voelde, zo minder is hij vandaag. Zo mooi als het weer gisteren was, zo grauw en nat is het vandaag. Het lijkt wel alsof er een heftige terugslag is, op alle gebied. Voor Gijs natuurlijk niet vreemd na de afgelopen diep zware weken. We houden ons allebei rustig, ik ben veel met de grote groep logeetjes bezig in de regen, mail over en weer met Schotland over onze aanstaande “samenwerking” en merk dat mijn hoofd nog meer om rust vraagt. De indrukken van de afgelopen dagen eisen ook van mijn geestelijke energie hun tol: Gijs, de “verjaardagstijd ” van Lizzie en mij en alle verschrikkelijke berichten over de ramp met het vliegtuig. Ik laat me met de golf omhoog en omlaag meedeinen. Door de wolken jagen. Zoals die ene vogel tijdens een winderige kilte. Iets anders kan ik niet doen.

25-7 bird

Maar: wanneer ik de ezels voor de nacht naar de stal wil begeleiden, kijk ik opnieuw omhoog. En zie de eerste barsten in de grijze lucht. Misschien schijnt de zon er morgen weer doorheen.

25-7 barst1

 

25-7 cloud and

22 juli. Mooie meisjes.

Lijkt het zo, of voelt Gijs zich werkelijk wat beter? Hij is om half één beneden en heeft echt leen flinke eetlust. Filosofeert over Indische maaltijden en de foto’s van onze vrienden die aan lange buffetten in fraaie resorts op Bali zich tegoed doen aan uitgelezen gerechten voor de liefhebber, maken dat hij van alles bedenkt waar hij mogelijk trek in zou kunnen hebben. We lachen erom, hij is lichtelijk jaloers op de Bali-gangers terwijl ik dat weerspreek. Ik moet er niet aan denken dat ik een vakantie lang niet kan eten wat ik lekker vind. Elke dag een maaltijd zoals we op de foto’s zien, is voor mij geen feest. Want ik zal vast snakken naar een mooie Italiaanse maaltijd en die krijg je vast niet in een hotel op Bali.

In de avond wil Gijs voor het eerst “echt” eten en het wordt een zomerse pasta. Met rucola, limoen en Parmezaanse kaas. Het smaakt hem buitengewoon goed. We zien weer een beetje vooruitgang!

da0b93978404441564ac1a8ee4d34813

Het logeerhondje van gisteren krijgt het niet voor elkaar om blij te worden, noch in het roedel, noch apart. Hij jammert en jankt, blijft onrustig heen en weer banjeren, voortdurend op zoek naar de deur waarachter zijn baasjes verdwenen. Ik word er een beetje wanhopig van want er is niets wat ik voor het arme dier kan doen. Behalve zijn baasjes op hun vakantie-adres bellen en de situatie uitleggen. Omdat het nog een hele jonge hond is, wil ik niet dat hij een trauma oploopt omdat hij ongelukkig is in een omgeving waar hij niet kan aarden.

Ik kijk op de website van World Servants en zie dat er een berichtje uit Bolivia geplaatst is. Wat doen onze kinderen daar toch mooi werk en wat doen ze daar toch prachtige ervaringen op. Ik voel me egoïstisch, doordat ik het diepst geroerd ben als ik tussen alle updates een zinnetje van Lizzie lees die me feliciteerde met mijn verjaardag. Maar alles moet in het juiste perspectief gezien worden. En dat is wat ik van onze huidige situatie leer. Voor iedereen is het perspectief anders. 

1044608_699297763451629_5297360159347383044_n

In deze tijd waarin de wereld om ons heen opnieuw in brand lijkt te staan, waarin mensen vliegtuigen met onschuldige zielen de lucht uit schieten, waarin immer voortdurende oorlogen nog steeds bevochten worden, gaan er groepen jongeren vanuit hun pure instelling en overtuiging de hele wereld over om andere mensen te helpen. Natuurlijk zijn oorlogen van alle tijden, zijn hulpverleners en verzorgenden ook van alle tijden, maar deze tegenstellingen komen in mijn gezichtsveld samen door die dappere dochter die het allemaal doet.  Dat het haar niet in haar koude kleren gaat zitten, is duidelijk. Het laatste zinnetje uit deze mail die we vandaag kregen, geeft dat duidelijk aan.  Klein, groot kind.

De bouw gaat super goed, en
iedereen doet ook super erg zijn best. de groep begint steeds hechter te worden. ik
kijk aan de ene kant wel weer uit naar thuis komen, maar aan d andere kant is het
hier ook zo leuk,mooi en indrukwekkend. ik heb al meerdere cultuuruitstapjes gehad,
en dat heeft me toch ook best wel wat aangegrepen.

Ze maken met elkaar in ieder geval een stukje van de wereld beter door hun aanwezigheid, hun werk en hun ideeën. Nog hoor ik een ouder iemand zeuren (iets wat ook van alle tijden lijkt te zijn) over de verwende jeugd van tegenwoordig. “Ze zijn allemaal hetzelfde, denken niet aan anderen, zijn lui en egoistisch…” Deze kinderen hebben in hun korte leven al meer voor hun naasten gedaan dan de zeurkous in kwestie op haar zeventigste. Nog hoor ik een man wat geringschattend praten over de “zwarte” school die Laura als klein meisje bezocht en haar felle  reactie: “ze zijn wel mijn vriendínnen, hoor!” Want ook Laura zet zich in voor mensen die het, om welke reden dan ook, minder hebben. En ze kijkt niet naar het verschil in ras of overtuiging.

1536473_652715798132973_6589588028725165161_n

Onze dochters kijken niet naar zwart en wit, arm of rijk, goed of slecht. Ze kijken. Ze zijn zichzelf. Met een groot hart waarmee ze mensen voor zich innemen, zonder dat ze er zelf beter van willen worden. Ze veroordelen niets of niemand, ze beoordelen een situatie en proberen daar naar te handelen, hou jong ze ook eigenlijk nog zijn in jaren. Ze kijken verder dan het plaatje wat ze voorgeschoteld krijgen.

10561594_538019746303391_3694074398877703649_n

Dat maakt dat  ze beiden volwaardige mondiale medemensen zijn in de ruimste betekenis van het woord. Wat hou ik toch innig van deze mooie meisjes.

21 juli…Summer of the Roses…

Als ik wakker word, hoor ik door de open slaapkamer deur een bekend en niet welkom geruis…. regen. Veel regen. En dat is niet handig, omdat ik in de ochtend een logeerhondje moet “inklaren.” Ik heb slecht geslapen, tegen half vijf kwam ik Gijs tegen in de huiskamer, die ook slecht sliep en klaarwakker in de stoel zat, tussen de hondjes, met een groot glas limonade met ijsklontjes. Toen regende het nog niet, maar nu anderhalf uur later, is de wereld grijs van nattigheid.

DSC_3247

We hebben gisterenavond bedacht dat we niet de nacht door hoefden te halen met de pillen tegen de diarree. Volgens Gijs werken ze toch niet. Maar het is wel één van de dingen die ik zal melden als ik straks met het ziekenhuis ga bellen voor – opnieuw- overleg. De derde keer in een tijdsbestek van 12 dagen.

Buiten is het triest door de nattigheid. De pruimen zijn veel te vroeg tot groei gekomen, daardoor te klein en nu al aan het rotten, nog voor ze hun volle rijpheid hebben bereikt.

DSC_3240

De zwarte bessenstruik heeft haar vruchten veel eerder in het seizoen afgegeven en hier en daar kleurt het blad al goud. Met zilveren tranen  van de regen.

DSC_3244

De rozen huilen. Hun geur gevangen in druppels, bladeren als kommen voor een kristallen traan. 

DSC_3238

Ik vang de beelden. Om te bewaren, voor later. 

DSC_3260

Het een rozenzomer, beide struiken bloeien uitbundig. Maar de regen zorgt er ook voor dat de bloem die gisteren tot bloei kwam, vandaag aan het verdrinken is.

DSC_3237

Het logeerhondje komt inderdaad in de regen en de kennismaking verloopt dan ook nat. De baasjes gaan snel weg, een kop koffie in de regen is geen optie en ik moet eerst de hele kudde andere honden buiten zetten om hen in de kamer te laten. Gijs is nog boven, deze drukte probeer ik weliswaar zoveel mogelijk te voorkomen, maar zoals vandaag, wanneer het met bakken uit de hemel komt, is het niet mogelijk.

In de middag spreek ik de verpleegkundige van de oncologie, die meteen overleg gaat plegen met de specialist, die nog net de laatste dingen aan het afhandelen is voor zijn operatie. Ik wordt terug gebeld. Inderdaad duurt het allemaal erg lang eer Gijs zich herstelt en dat is reden genoeg om een afspraak met een vervanger te maken. Over een week. Twee dagen voordat Gijs alweer de tweede kuur zou gaan krijgen. Eerst een bloedonderzoek, daarna een gesprek, dat de vraag zal hebben: Hoe nu verder? De klachten van Gijs worden in ieder geval uiterst serieus genomen en dat is prettig, want zo hoeven we niet tot de volgende scan door te worstelen. 

DSC_3264

4 juli. “Onafhankelijkheidsdag..”

Vandaag wordt “mijn” opvanghondje opgehaald. Door mensen die het rugzakje voor lief willen nemen. Die affectie, geduld, regelmaat en  structuur willen geven. Die niet bang zijn voor de onhandigheid waarmee het dier nu nog door zijn warrige, onthechte leventje loopt. 

DSC_2287

Lizzie is vroeg naar school om haar rapport op te halen. En is dus ook bijtijds weer thuis. Met alle vijf haar vriendinnen. Ze heeft gisterenavond al een cake gebakken, we hebben liters frisdrank ingeslagen en omdat het heel warm gaat worden, gaan ze het liefste op het veldje zitten. 

De mensen die voor de hond gaan zorgen, drinken een kop koffie. We nemen de tijd. Ik leg hen alles uit over de medicijnen, de behandelingen, het vervolg en het gedrag van de hond. Ze laten zich daar nog steeds niet door uit het veld slaan. Er ontspint zich ineens een heel ander gesprek: we hebben het onverwacht over de Britse Proms, het grootste klassieke muziekfestival van de wereld. Dezelfde interesses, dezelfde achtergronden. Het voelt vertrouwd. Het is goed. Mijn innerlijke stem  geeft aan dat het klopt.  Als het hondje met hen mee loopt naar de auto en met een grote sprong op de achterbank zit, kan ik niet anders dan de nieuwe baasjes omhelzen. Omdat het zo warm is, gaan de raampjes open. Ik zie het kopje naar me kijken, niet begrijpend, zo eigen… Ik huil als ik hen nazwaai. Het voelt alsof er een heel nest puppy’s tegelijk weg gaat. De arm van Gijs troost.

DSC_0186 (3)

Lizzie’s vriendinnen gaan in de middag weg. Dan is het tijd om haar rapport te bekijken. Opnieuw dikke tranen van mijn kant, ik vergiet wat vocht, deze dagen! Lizzie is glansrijk over naar 5 gymnasium, met ruime voldoendes. Trots is maar een licht woord voor wat ik voor haar voel. Wat heeft dit kind gevochten… en wat heeft dit kind overwonnen.

Het is een zwoele zomeravond. 4 Juli, onafhankelijkheidsdag in Amerika. Sommige van mijn kennissen vieren dat, voor hen is het een feestdag. Gijs en ik zitten nog laat buiten, een glas rosé, muziek klinkt vanuit de kamer. Nee, nog geen “Proms.” De honden zijn kalm. Ik kijk op het tabletje nog even naar de mail, de laatste van vandaag. Ik verwacht een bericht. Wat ik lees is niet waarop ik wachtte. Maar wat ik lees doet me voor de derde keer vandaag emotioneel uitbarsten. Want wat is het een bijzonder, meedenkend en innig liefdevolle boodschap die naar me gezonden is.  Rechtstreeks vanuit Schotland, zo mijn hart binnen.  Ik lees het Gijs voor. Ik lees het nogmaals, laat de warme woorden op me inwerken. En dan weet ik: dat kleine, hele kleine stukje toekomst, die grote wens en die droom die we samen dromen, die mag gaan leven. Die kan werkelijkheid gaan worden. Ergens in het Verenigd Koninkrijk is iemand die daar alles aan wil doen, samen met ons.  Ontroerd en diep bewogen sluiten we deze Onafhankelijkheidsdag met ,vooruit, nog een glas rosé op deze zachte zomeravond af.

DSC_2558

3 juli. Serenade…

Midden in de nacht word ik met een schok wakker. Vanuit een verwarde droom, iets beklemmend op mijn borst. Ik heb het benauwd. Mijn hart gaat als een wilde tekeer, ik voel het tot in mijn rug bonzen. Het is te stil om me heen. Het is stil naast me. Omdat we geen gordijnen voor de kleine raampjes hebben, valt er altijd wel iets van licht in de slaapkamer: licht van de ezelstal, licht van het erf van de buren. Ik kijk naar waar het stil is naast me en zie het kale koppie van Gijs op het kussen. Zacht gaat zijn ademhaling op en neer, op en neer. Ik probeer mijn eigen, schokkerige teugen lucht naar de zijne te voegen. Langzaam word het wilde kloppen van mijn hart wat rustiger. Ik ga naar de huiskamer, waar alle honden slapen en zelfs het opvanghondje me niet opmerkt. Een glas sap klok ik met haast naar binnen. Mijn nacht is over.

Als ik een half uur later opnieuw de slaap  tracht te vatten, het spelletje “met Gijs mee ademhalen” als een mantra blijf herhalen en merk dat de nacht lichtblauw kleurt tot ochtend, wil ik eigenlijk weer opstaan. Maar dan knijp ik mijn ogen dicht. Mijn hart klopt niet meer te heftig. Ik ga een ander slaapmiddel proberen. In mijn gedachten stap ik terug naar mijn vroeger, dat andere leven waarin ik muziek in en uit ademde, waarin mijn voeten gekluisterd waren in roze satijn en waarin ik mijn lijf in elk willekeurig keurslijf kon dwingen. 

tumblr_n0g46j5SSN1qha0swo5_500

In de stille, vroege ochtend, met de stille, rustig slapende Gijs naast me, roep ik de wals uit de Serenade voor strijkers van Tsjaikofski op. Daar heeft George Balanchine in 1934 het meest dansante, organische, vrouwelijke en verrukkelijke ballet op gemaakt.  Wat heb ik zielsveel van dit ballet gehouden, wat voel ik het nog in mijn benen als ik de muziek hoor…

bilde

Ik haal de wals in de stille slaapkamer achter mijn ogen en in mijn hoofd terug. In mezelf, zodat Gijs zijn rustige ademhaling kan blijven gaan en hij er niet van wakker wordt. Rijke, volle dansende noten, weelderig en warm. En dan, nadat ik het helemaal in gedachten heb uit gewalst, is de slaap daar. Tsjaikovski, wat heb je ons, dansers en oud dansers toch veel gegeven!  Zelfs slaap aan iemand die wakker ligt. 

article-0-16728690000005DC-722_964x636

 

NB: Deze foto’s komen van verschillende sites en zijn om hun sfeer gekozen. Want zo was het om Serenade te dansen.

30 juni. Telefoongesprekken…

De eerste pleeg ik zelf, al direct na negen uur. Er is een belangrijke betaling nog niet binnen, terwijl dat al de 23e, een week geleden, zou zijn overgemaakt. En met de Belastingdienst. Want de teruggaaf die me vorige week beloofd werd, blijkt nu verwerkt te zijn met bedragen die in juni 2013 al verrekend waren. De fouten die er in 2010 zijn gemaakt blijven hun lange rimpels achterlaten: er zijn teveel “inspecteurs” met onze zaken bezig gegaan waardoor er het en en ander door elkaar is gaan lopen. 

Lizzie heeft haar laatste inhaaltoets van Latijn en dan is ze echt klaar. Deze week moeten de boeken ingeleverd en het rapport opgehaald, maar dat zijn leuke dingen. Ze gaat heel zeker over. Ze heeft haar doel van dit jaar bereikt en dat er een paar zesjes op de lijst staan, dat doet er minder toe. Ondanks haar verschrikkelijk zware jaar, dat al met een flinke achterstand begon, heeft ze het toch voor elkaar gekregen en dat is heel erg te prijzen.

DSC_2530

Ik rommel wat op FaceBook, terwijl Gijs net op is en aan een kop koffie toe is. Als ik naar foto’s van een “vriendin” kijk, uit mijn “dansershoek/vrienden,” valt me de naam op van een van haar vrienden. Ik klik zijn foto aan en realiseer me dan dat het de man is die ik gisteren in de trein zag. Ik zie ook dat we een aantal zeer gemeenschappelijke dingen delen: dezelfde schoolopleiding en jaren later dezelfde woonwijk. Ik herinner me dat ik met mijn toenmalige tweetal honden ooit bij de vader van deze man ben geweest. Ik klik hem aan en vraag of hij inderdaad gisteren in de trein zat. Nauwelijks vijf minuten later gaat de telefoon en is het G. die daadwerkelijk in de trein zat. Er ontspint zich een merkwaardig, boeiend gesprek. Er zijn inderdaad veel raakvlakken, onze danslevens hebben elkaar diverse malen gekruist zonder dat we ons dat bewust waren. Als we neerleggen, moet ik even op me in laten werken. Hij benijdt me, omdat ik een man en kinderen heb. Omdat ik een heel nieuw leven na de dans heb op gebouwd. Omdat er mensen om me heen zijn.  Voor hem een heel ander gezichtspunt.  Dat ons leven voor een deel aan scherven ligt en dat de opbouw onherroepelijk afbraak wordt, doet niets af aan het feit dat ik heb wat hij mist in zijn eigen wereld: een gezin. En verantwoordelijkheden.  

DSC_2483bew42

28/29 juni. Een onverwachte reis.

De zaterdag begint vroeg. Gijs is onrustig, woelt en kreunt en draait zich steeds heftig om, ligt af en toe zo breed dat ik half uit bed val. Toch wil ik hem niet wakker maken, hij heeft elke minuut slaap nodig. Ik kan zelf de slaap niet meer vatten. Om kwart over zeven ga ik er vermoeid uit, de honden zijn al actief en willen naar buiten. Ik neem ze mee naar het veld. Met een mok koffie. Heb de puf nog niet om te gaan lopen, maar de honden lijken me dat niet kwalijk te nemen. Ze spelen krijgertje rond de bessenstruik en liggen in het gras te rollen. Ik zie dat ik vandaag echt bessen moet plukken, er hangen kilo’s rijpe vruchten.

DSC_2536

In de loop van de ochtend bedenk ik ineens dat ik de komende weken nauwelijks ergens anders zal kunnen zijn dan thuis. En dat besef wordt onmiddellijk gevolgd door de wetenschap dat ik dan ook voorlopig niet naar mijn vader kan gaan. Terwijl hij en ik het beiden hard nodig hebben om elkaar te zien. “Nu kan het nog,” is ook in dit geval de meest belangrijke reden om zo’n onderneming op touw te zetten. Heerenveen/Maastricht, wat een verzinsel!

Als mijn gezin wakker is, vertel ik mijn plan. Lizzie wil graag mee, maar moet ook een kerkdienst bijwonen die in het kader van de Bolivia-reis is. En we moeten naar Gorredijk om goedkope treinkaartjes bij het Kruidvat te kopen. Ik bel mijn vader zo laat mogelijk: wil niet dat hij in de war raakt van mijn aankondiging, zoals de vorige keer.

downloads

Als alles voor morgen geregeld is en de boodschappen gedaan, ga ik met mijn laarzen aan de zwarte bessen afhalen. Ik pluk ruim drie kilo. Maak een begin van de eerste flessen Creme de Cassis, heb ruim een liter cassissiroop in flesjes gedaan en ik vries nog bessen in. Er zijn nog een aantal potten cassisconfiture van vorig jaar in de kast…. het ingevroren fruit zal later als saus of coulis voor heerlijke desserts kunnen dienen. Terwijl ik de bessen op de alcohol zet voor de likeur, knijpt mijn keel weer dicht. Wild woedend word ik soms van mijn eigen gedachten. En toch kan ik ze niet uitvlakken: zal Gijs aan het einde van dit jaar “gewoon” van mijn likeur kunnen proeven?

Lizzie gaat in de ochtend op tijd naar de kerk, op de fiets met haar vriendinnen. Ik smeer wat broodjes voor in de trein, kies een boek uit waarvan Gijs diep onder de indruk was, en vul een paar flesjes met wat te drinken. De honden wil ik helemaal verzorgd hebben als ik de deur uitga. Gijs brengt ons naar het station maar gaat direct weer terg naar huis. Er wordt al meteen een vertraging aangekondigd: zodanig, dat we de aansluiting op de trein naar Utrecht in Zwolle zullen missen. Even raak ik geërgerd, het is ook altijd hetzelfde. Maar dan zien Lizzie en ik er de humor van in: we moeten in Zwolle wachten op de trein uit Heerenveen, die we hadden zullen nemen als we een half uur later zouden vertrekken.

We zijn pas om half twee in Utrecht. Als we uitstappen valt mijn oog op een man, die eenzaam met ene laptop op zijn schoot zit. ik weet niet waarom, maar ik heb het idee dat ik hem ergens van ken. Als Lizzie en ik langs hem lopen, meen ik even dat hij ook naar ons kijkt, maar dan verdwijnt hij in de drukte en vergeet ik het. Omdat we ruim de tijd hebben om over te stappen en Lizzie zich op een Vanilla Latte van Starbucks heeft verheugd, gaan we het nieuwe stationsgebouw in.  Een klein half uurtje zitten we in een rustige, lege trein en prikken we samen een stuk Carrot Cake, de allerlekkerste!  weg. 

10475464_525854837544224_4690002962556536607_n

 Lizzie geniet van haar koffie en ik geniet van haar genieten.

10414900_525852990877742_178594661736002371_n

De reis gaat voor de rest voorspoedig en we arriveren om vijf over vier in de regen in Maastricht.

Het is goed om mijn vader te zien, te spreken, te weten dat hij er is. Zijn leeftijd speelt hem parten, zijn geheugen is één grote gatenkaas en hij vraagt wel vier keer in een half uur of we nog iets willen, maar het is zo goed om dat te horen. Lizzie maakt op hem diepe indruk als ze verteld over haar aankomende Boliviaanse avontuur en ze maakt op mij een nog grotere indruk als ze het stuk aardbeientaart eet. Mijn vader is er speciaal voor naar de winkel gegaan en ook al kost het hem moeite om er stukken van te snijden;  zijn handen trillen en zijn vingers willen niet meewerken, toch wil hij zelf een stuk voor Lizzie neerzetten. Het lukt hem. Er valt geen kruimel, ondanks het rammelen van het bordje. Lizzie is een held, want als er iets is wat zij het allermeeste verfoeit dan zijn het aardbeien. Maar voor de ogen van haar grootvader eet ze het stukje taart en slikt ze de verguisde vruchten manhaftig door.

001124500_001_Aardbeiengebak

Na twee uur merk ik dat mijn vader moe wordt. Onrustig. Het is tijd om te gaan, ook al zou hij ons nog van alles willen geven. Ik vertel hem dat we echt de trein terug moeten nemen, omdat we anders niet meer thuis komen. Het regent niet meer als we terug naar het station gaan. We kopen wat te eten voor de terugreis. Het is rustig in de trein. Het Nederlandse voetbalelftal speelt tegen Mexico. En alhoewel ik een hekel heb aan voetbal kan ik toch lachen als de conducteur ter hoogte van Eindhoven door de trein omroept dat “we” met  2/1 gewonnen hebben en alle passagiers in een spontaan applaus uitbarsten. 

Gijs wacht ons om elf uur op. We zijn exact 12 uur geleden van huis gegaan. Maar het was  de reiswaard: papa was blij om ons te zien en wij waren blij om hem te zien.