Maandelijks archief: augustus 2014

22/23 Augustus. Thuis….

Ondertussen dat Laura en ik slapen in de jongenskamer van de zeventienjarige kerel, wiens neus ik wekelijks poetste als hij met Lizzie en zijn zusje bij mij in de box zat, zorgt Gijs voor de dieren en heeft Lizzie de eerste drie lesuren vrij. 

Tijdens de ochtendkoffie zegt R. dat hij ons naar Friesland rijdt; hij denkt dat ik even genoeg treinen van binnen heb gezien. Hij heeft volkomen gelijk en dat is een heel aantrekkelijk vooruitzicht, want de afgelopen hectische tijd eist zijn tol. Maar we hadden al een afspraak staan dat ze morgen naar ons zouden komen om te helpen met een flinke klus: het uitmesten van de paddock en het wieden van al het onkruid daar. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten, de lieverds doen het gewoon allebei. Dus bel ik Gijs, dat we met de auto gebracht worden. Hij heeft inmiddels Lizzie niet in de stromende regen naar school laten fietsen en dat is wel heel fijn.

Halverwege de autorit merk ik dat misselijk wordt en rillerig. Een stampende hoofdpijn dreigt. Het is een optelsom: de dagenlange spanning, de korte nachten, huilen en wijn vannacht en daarbij spelen  de hormonen die nog steeds de overgang markeren, behoorlijk op. Ik slik en probeer me zo rustig mogelijk te houden.

Eenmaal thuis krijg ik de kans niet om met Gijs bij te praten. Ik knuffel alle honden, wil koffie gaan zetten en moet dan plotseling met grote kracht overgeven. Een klassieke migraine-aanval steekt de kop op. Klappertandend en scheelziend kruip ik in bed met een kruik. Stilte om me heen. Rust. Even weg van alles.

Ik zet de wekker op half drie: er wordt een logeerhondje gebracht. Het is frappant dat het hetzelfde hondje is dat ik eerder dit jaar verwelkomde met een migraine, overigens ook wel de laatste keer dat ik het zo te pakken had. Zit er dan een regelmaat in? Ik gooi het op de combinatie van factoren die ik hierboven beschreef. En hou me, nadat de logeer reu met het grootste gemak in de groep is opgenomen, voor de rest van de dag zo rustig mogelijk; de zorgen om mijn vader gaan toch wel gewoon door.

Zaterdagochtend krijg ik uit het ziekenhuis te horen dat mijn vader stabiel is. Zodra er een bed vrij is, mag hij naar de afdeling neurologie, waar hij in principe als eerste was opgenomen. Met mijn zusje stem ik af dat zij morgen naar hem toe gaat en ik de dag erna. Dat geeft me wat tijd om bij te komen. Om 11 uur wordt er weer een logeerhondje opgehaald en tegen het middaguur zie ik de rode auto van onze vrienden over het pad aankomen. Ik maak Gijs wakker, sinds ik naast zijn bed stond in de ochtend is hij toch weer in slaap gevallen. 

We drinken koffie en maken een plan: H. heeft me nog voor mijn verjaardag een “uitje” met de meisjes beloofd en het lijkt een uitgelezen moment om dat vandaag te gaan doen, terwijl zij samen de paddock gaan bewerken. 

En zo komt het dat ik in de middag met mijn beide dochters over de markt in Wolvega slenter, in het zonnetje, kletsend, ontspannen en gezellig. We nemen voor naar huis de meest heerlijke gerookte makreel mee, we snuffelen in een winkeltje met mooie dingen en we drinken wat en eten wat. Mentaal uitgerust zijn we om zes uur thuis, waar een schone, opgeruimde paddock ligt. Gijs is erg moe, maar ik krijg de indruk dat hij het ondanks die vermoeidheid toch ook naar de zin heeft gehad. 

De avondmaaltijd is vrolijk en mijn zieke papa aan de andere kant van het land lijkt heel ver weg. Pas wanneer we later op de avond met zijn vieren weer een aflevering van onze favoriete ziekenhuis-serie kijken, realiseer ik me dat wat ik de afgelopen week in het ziekenhuis allemaal zag, verdacht veel erop lijkt dat ik een rol in zo’n ziekenhuisserie had, zonder dat ik eigenlijk auditie had gedaan. De rol van de bezorgde dochter, die mee kijkt naar de bewegende beelden van open en dicht pulserende hartkleppen en bloedvaten…

21 augustus. Onvoltooide reis…

Bijtijds ga ik op weg naar de bus, maar omdat ik de kliko naar de weg moet kruien, moet ik flink doorstappen om de bus te halen. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik hem mis op een minuut na. Ik haal hem. Alles verloopt vervolgens volgens schema; ik heb de trein die op tijd rijdt, zusjelief staat in Utrecht al te wachten. Opgewekt stap ik het kleine, groene autootje in. We gaan samen naar Papa. En praten met zijn behandelende arts.

Zusje vertelt, dat ze vanmorgen een telefoontje kreeg van het ziekenhuis. Papa ligt niet meer op de afdeling neurologie, maar is opgenomen op de hartbewaking. Hij heeft ernstige hartklachten erbij gekregen en de vraag is, hoe wel hem zullen aantreffen. En wat we nog kunnen “regelen” en “bespreken” met de artsen. Inmiddels is zijn vrouw met haar dochter mee gegaan om daar voorlopig te verblijven. Er bleek niet zomaar extra thuiszorg geregeld te kunnen worden. 

Als we in Maastricht zijn bij het ziekenhuis, lopen we meteen naar de hartbewaking. Onze vader ligt aan allerlei apparatuur, maar is mondig en alert. Hij lijkt pijn te hebben maar is zo blij om ons te zien dat hij zich niet eens de tijd gunt om te vertellen wat er gebeurd is. Een van de afdelingsverpleegkundigen legt het uit: hij heeft een hartinfarct gehad en zijn hart is nog altijd niet stabiel. Daardoor heeft hij te weinig zuurstof in zijn bloed en is zijn bloeddruk veel te laag. Medicatie om dit allemaal te verhelpen heeft helemaal niets gedaan, dus is er besloten dat hij later op de dag onder een lichte roes een elektroshock krijgt, in de hoop dat het hart daardoor weer in het juiste ritme komt. We zijn er stil van. Dit klinkt niet goed. Het gesprek met de neuroloog gaat gewoon door, maar het is allemaal nog te bezien hoe het verder moet. Ondanks dat we beiden vinden dat hij opgeknapt lijkt omdat hij zich nu zo ten volle bewust lijkt van zijn situatie, is het toch een heel akelig idee dat de behandeling van vanmiddag uitgevoerd moet gaan worden.

We blijven even bij hem, hij vertelt honderd uit en onze opluchting gaat een openlijke strijd aan met onze zorgen. Dan gaan we naar de afdeling, waar een jonge neurologe ons vrij snel in een klein kamertje uitnodigt. Ze laat beelden van de M.R.I. scan zien, die zondag gemaakt is en waaruit blijkt dat papa geen bloeding heeft gehad. Maar wel een duidelijk infarct, veroorzaakt door een flink zuurstof tekort. Een nieuwe scan heeft uitgewezen dat de bloedvaten leeftijdgerelateerd vernauwd zijn, maar dat er hier en daar vermoedelijk vernauwingen zijn waardoor dit kan gebeuren. Als we vragen waardoor het hart nu ook dezelfde verschijnselen heeft vertoont, legt ze geduldig uit dat het één direct in verband staat met het ander. Ze gaat er wel van uit dat hij op neurologisch gebied dusdanig kan revalideren dat hij na verloop van tijd terug kan keren in een thuissituatie. Een consulente zal ons daarover meer vertellen. Waarschijnlijk is die revalidatie uitsluitend in een kliniek in Maastricht mogelijk. Dit wordt even later gelukkig door de revalidatieconsulente (wat een fraai Scrabblewoord!) tegengesproken. Papa zou zelfs dicht bij zusjelief opgenomen kunnen worden in een kliniek, wanneer zijn lichamelijke conditie dat toelaat. Maandag zullen we daar meer over kunnen horen. Opgelucht staan we even later op de gang: een revalidatie in Gouda is voor ons een goede ontwikkeling. 

We drinken koffie met een stukje rijstevlaai in het uitstekende bezoekersrestaurant van het AZM en gaan dan naar de hartbewaking. Daar zijn ze net met papa bezig: hij heeft de electroshocks gehad en is aan het bijkomen van het roesje. We wachten even in een special kamertje tot hij bij komt, maar als we opnieuw gaan kijken is er inmiddels een arts bezig met een echo. We mogen erbij en mee kijken. Papa heeft pijn, het kost hem verschrikkelijk veel moeite om op zijn linkerzij te liggen en het onderzoek duurt eigenlijk erg lang. Er wordt een cardioloog bij geroepen, die een aantal van de echo-opnames opnieuw bekijkt en nogmaals een echo maakt, vooral van de hartkleppen.

We krijgen te horen dat de piek van het infarct wel voorbij is, maar dat de staat van de bloedvaten dermate slecht is, dat zelfs de behandeling van vanmiddag niet is aangeslagen. Ook  nu weer zijn deze 24 uur cruciaal; wanneer er een tweede infarct overheen komt, is er weinig voor papa te doen. Vanwege zijn lage bloeddruk en het feit dat het hart nog steeds instabiel klopt, waardoor er een gebrek aan zuurstof blijft en vooral door zijn slechte conditie, is er weinig tot geen behandeling of medicatie mogelijk.  “We kunnen een beperkte ondersteuning bieden…. maar we kunnen niet genezen..”  Mijn God, waar heb ik zo iets toch eerder gehoord?

Papa weet het. Hij vraagt zich af of hij door zijn gemankeerde kerkbezoeken wel de hemel in komt. Hij vertelt ons hoe trots hij op ons is, hoeveel hij van ons houdt. Is hij afscheid aan het nemen? Ik voer hem een paar hapjes eten. Hij wil niet meer.

Wij eten samen wat in het restaurant en besluiten toch naar huis terug te gaan. De cardioloog heeft ons op het hart gedrukt dat hij ons bijtijds laat weten wanneer onze overkomst dringend gewenst is, rekening houdend met onze reistijd. Daar willen we, nee, moeten we op vertrouwen.

Nog eenmaal een kus, een knuffel, “we komen snel terug lieverd…” en dan laten we dat kleine, ontzettend broze, zo dierbare mannetje achter aan alle slangen en monitoren. 

De reis terug besteden we aan veel praten, samen zijn, samen zorgen maken. Laura heeft me gebeld en zal op het station van Utrecht zijn zodat we samen terug naar Heerenveen reizen. dat vooruitzicht is heerlijk. Na al deze emoties en spanningen heb ik mijn eigen lieve gezin verschrikkelijk hard nodig.

Mooi op tijd hebben Laura en ik de trein en is de reis tot aan Zwolle gezellig, ondanks mijn zorgen. Gijs zal ons om 11 uur in Heerenveen ophalen. Maar dan gaat het opnieuw mis. In Zwolle wordt omgeroepen dat er een stremming is tussen Meppel en Steenwijk en dat de trein niet verder zal gaan. We worden verzocht om uit te stappen. Voorlopig is er niets van treinverkeer mogelijk op dat traject. Ik wil huilen, ik wil naar huis, naar Gijs en Lizzie, ik wil bij hen zijn als ik te horen ga krijgen dat mijn papa stervend is. Als ik “thuis” bel, probeer ik stoer te doen. En val een paar treden van de trap. “We zien wel hoe het verder gaat…” zeg ik, mezelf oprapend.

Laura bedenkt een a la minute oplossing, als ze een sprinter aan ziet komen die naar Amersfoort gaat. “We gaan terug.” zegt ze. “We gaan kijken of we in Amersfoort kunnen overnachten, we komen nu niet meer in Heerenveen… en als je gebeld wordt uit Maastricht, ben je al halverwege.” Het is de beste oplossing, de trein naar het Noorden rijd echt niet en er worden geen bussen ingezet.

verstoring

In het boemeltje krijgen we H. aan de telefoon die ons een klein uur later van het station in Amersfoort ophaalt en haar onthaal is hartverwarmend. We praten, we lachen, ik huil, we drinken wijn en het is ondanks alles heerlijk. Laura en ik voelen ons intens getroost als we later moe in slaap vallen. 

20 Augustus. De hei.

Vandaag ben ik wel op tijd wakker om voor Lizzie broodjes te smeren en een ontbijtje te maken. Ook al ligt mijn vader in het ziekenhuis, vier uur reizen verderop, sommige dingen moeten doorgaan. En als ik thuis ben, wil ik echt thuis zijn. Het regent, de ezels lopen met opgetrokken beentjes door de modder naar de paddock. Zwaluwtjes vliegen laag, dwars door de open tuindeuren, vlak over de koppen van de honden. Ik ben 20 minuten bezig om één van de kleine, gevleugelde vriendjes weer uit de keuken te dirigeren. Want die was de weg kwijt. In de ezel-stal zitten ze nog altijd op een rijtje. Eén zwaluwtje blijft van de verkeerde kant.

vieropeenrij3dagenlater

Halverwege de ochtend bel ik met het ziekenhuis en krijg te horen dat papa toch voor de nacht weer wat kalmerende medicijnen heeft gehad. Hij schijnt zich nu in zijn lot te schikken, loopt minder over de gangen te dwalen, maar snapt nog steeds niet goed waar hij is. 

Ik moet een van de logeerhonden trimmen, die vanavond opgehaald wordt. Het kost tijd, want de hond is niet gewend dat er aan hem geknipt wordt. Toch komt er uit die lange vacht een knappe kerel te voorschijn.

boris getrimd

Als ik de hond van de trimtafel til, zie ik dat de regen is opgehouden en dat de zon door alles heen komt. Ik besluit onze lieve buurvrouw te bellen. Of ze even met me mee wil naar de heide voor een wandeling in de zon. Voor een paar mooie foto’s op de hei, ik wil zo graag Iona in het paars vastleggen. 

ionahei1

Gijs biedt aan dat hij zelf mee gaat, het is tenslotte maar een klein stukje richting Heerenveen. De hei is schitterend, geurig, kruidig en het is zelfs warm tussen de bossages waar we lopen.

DSC_4441

ionaheikop1

Lizzie is pas om kwart voor zeven thuis. Het logeerhondje is dan al opgehaald. Ik bel met mijn zusje om af te spreken voor morgen. Lizzie en ik gaan samen de eerste les van de Engelse “Cambridge” lessen doen. En dat is een feest. Het is geweldig om met Lizzie te sparren, te discussiëren, te werken. We hebben er allebei plezier in en we genieten van elkaarm, elkaars meningen en dat allemaal vanwege een opdracht in het Engels. Dit is heerlijk, ik verheug me al op de volgende keer. We gaan vast samen over een tijdje het certificaat behalen. Zomaar. In een moeilijke tijd. Deze augustusdag die paarsgekleurd en zonovergoten had moeten zijn, gaat met grijs, goud, blauw, wit, roze en oranje in de modder ten onder.

dubbel1

14/15 augustus. Samentrekken.

Omdat de dagen soms gelijk opgaan in structuur, trek ik deze donderdag en vrijdag bij elkaar. Want hoezeer ik ook probeer – in de geest van mijn moeder tijdens haar laatste levensmaanden – om elke dag iets moois, liefs, leuks mee te maken, toch gaat er wel eens een dag voorbij met de “gewone” gang van zaken zonder dat daar iets bijzonders uit voortkomt. 

De futloosheid van Gijs, nu zijn “wonderpillen” zijn afgebouwd, neemt toch weer flink toe. Hij kan niet veel. In de middag begint hij met de loperamide tegen de diarree, in de hoop dat hij er nu bijtijds bij is. Bij vlagen is hij misselijk en de kortademigheid na “iets doen” blijft een vervelend punt. Daar maak ik me wel zorgen over. Maar Gijs haalt zijn schouders op: “Het zal er allemaal wel bij horen..”Ja, maar waar bij?

Lizzie houdt zich, deze allerlaatste vakantiedagen, ook rustig. Ze slaapt uit en leest veel, maakt van wol met een bepaalde vlechttechniek die ze in Bolivia geleerd heeft, allerlei creatieve dingen en laat de dagen op deze aangename manier aan zich voorbij trekken.

Ik hou me bezig met de dieren en alles wat daar rondom heen moet gebeuren. Bel met een vriendin en met een van onze laatste pupkopers De donderdag gaat met een onrustige nacht, waarin ik veel wakker ben door zware dromen, hortend en stotend over in de vrijdag.

Regen, zon, wind en warmte wisselen elkaar af. Lizzie moet in de middag al haar schoolboeken en rooster ophalen. Omdat Gijs echt niet sterk genoeg is voor een uurtje in de stad, nemen Lizzie en ik de bus. Eerst brengen we een grote stapel leesboeken terug naar de bibliotheek, maar Lizzie kiest meteen ook een even grote stapel uit; een boek per dag is geen uitzondering. Dan gaan we twee boodschappentassen vol oude kleding wegbrengen. Lizzie is erg gegroeid en er is nu een actie “Laat Fashion geen vuilnis worden…” waardoor kleding hergebruikt gaat worden. Het levert een opgeruimde kledingkast en twee, door ene Eric, handgeschreven kortingsbonnen op.

Een noodzakelijk paar nieuwe schoenen, schriften, een agenda, pennen en andere schoolartikelen, dat alles moet worden geshopt. Een moeder/dochter-uurtje. Dan gaan we naar school, waar Lizzie binnen tien minuten haar rooster en haar boeken in ontvangst heeft genomen. Ze heeft Gijs gebeld die met de auto ons wel komt ophalen.

“s Avonds kijken we met zijn drieën naar een deel van de foto’s van Bolivia. Opnieuw overvalt me een gevoel van respect en bewondering voor de kinderen die daar zo hard gewerkt hebben, helemaal als je de foto’s als illustratie ziet. En warmte, omdat hun vriendschap, die toch al hecht was, na deze ervaring een basis heeft waar menig volwassen persoon jaloers op kan zijn.

10580143_541256242670750_5134634862396286691_n

Eén plaatje maakt me steeds opnieuw aan het grijnzen: die van een Legopoppetje en Lizzie’s reisgenootje M. Hij had een oranje overall aan met zijn blauwe World Servants shirt en rode petje; de levende personificatie van het Lego-ventje. Wat moet dat leuk zijn geweest voor het Boliviaanse jongetje dat hem zo gezien heeft!

BO114_Thomas_Osinga

13 augustus. Vallende sterren…

… die waren in de nacht en ik heb ze gezien. Maar er zijn ook andere sterren gevallen, deze dagen. Vorige week was het Cristina Deutekom, de prachtige Nederlandse operazangeres, in deze dagen achter elkaar de acteur Robin Williams, de, van een eerdere generatie, Amerikaanse actrice Lauren Bacall, acteur Ed Nelson die we kenden als dokter Rossi en uit de Nederlandse muziekwereld weer een bijzondere persoonlijkheid, Frans Brüggen. Ieder op zijn of haar gebied een grootheid waar talloze mensen van hebben kunnen genieten of door zijn ontroerd door vele jaren heen.

Gijs heeft de laatste dexamethason gisteren gehad en het is even afwachten hoe hij gaat reageren zonder deze medicatie. Behalve de intense vermoeidheid komen er wel weer klachten bij. Niet in de heftige mate als de vorige kuur, maar toch duidelijk: blaasjes in zijn mond waardoor hij moet spoelen, geurtjes die extreem ruiken, af en toe een golf van misselijkheid, jeuk vooral op zijn hoofd en kortademigheid. Als er dan iets niet soepel verloopt is dat ook extra vervelend en dat maakt dat hij steeds tegen een heleboel dingen aanloopt die niet soepel verlopen. 

morgen

Ik heb voor de logeerhonden die getrimd moeten worden en die ik ook graag schoon naar huis wil laten gaan, een nieuwe fles shampoo nodig. Dat kan ik wel via internet bestellen, maar dan ben ik toch relatief veel verzendkosten kwijt, plus dat het enkele dagen duurt. Ik gebruik een bepaald soort al jaren, waar ik heel tevreden over ben en wil eigenlijk daarin niet veranderen. “Never change a winning shampoo.” Ik bel met de dierenspeciaalzaak in Heerenveen en zij verkopen inderdaad mijn merk, dus ik besluit de bus te nemen en even op en neer te gaan. “Even op en neer” houdt in dat ik met een beetje voorspoed binnen anderhalf uur weer thuis ben. Inderdaad rijdt de bus me vlot naar Heerenveen en loop ik snel naar de desbetreffende winkel, koop het flesje en krijg er een proefflacon “hondenlotion” bij in de geur “Sea Breeze…” Misschien vindt Gijs dat wel lekker ruiken, dan spuit ik er alle honden mee in!

original_dog-lotion-spa-range

Als ik binnen tien minuten weer terug ben bij de bushalte om de eerste terug te nemen, staat er al een jongeman. Ik kijk op de klok; mooi op tijd. We wachten. en wachten. Na twintig minuten kijkt de jongeman op het bordje van de dienstregeling en loopt dan weg van de halte, over het parkeerterrein. Ik snap het: de bus komt niet meer, er is al bijna een half uur verstreken sinds ik hier sta. Ook ik steek het parkeerterrein over. Een vreemde sensatie overvalt me: ineens een half uur extra tijd, alleen, in de stad. Ik kan van alles gaan doen wat ik vroeger vaker deed: ergens een kop koffie gaan drinken met een tijdschrift erbij. Shoppen. Winkels gaan bekijken. Onnodige boodschappen doen. Het voelt grappig vertrouwd en het lijkt heel lang geleden dat ik alleen in een stad was.

Maar ik doe niets. Koop zelfs geen ijsje. Ik ga naar de bibliotheek om daar aan de leestafel een krant te lezen. Misschien zijn er nog meer sterren gevallen.

Een half uur later sta ik opnieuw met de jongeman bij de bushalte. We constateren dat de vorige bus gewoon te vroeg voorbij is gegaan. Als deze aankomt en we stappen in, meldt de man het tegen de chauffeur. Die roept een superieur op om contact te zoeken met de chauffeur van voorgaande bus. Hij geeft toe dat hij bij het beginpunt al te vroeg was weggereden omdat er niemand stond. Hij krijgt een reprimande en dat is het dan. 

Ik ben net op tijd in het dorp om de medicijnen van Gijs op te halen die bij de huisarts klaar staan.

De Proms van vanavond is onder andere “The Lark Ascending” van Vaughn Williams, waar ik eerder hier een hele blog aan heb gewijd. Het heerlijke stuk muziek wordt via de open tuindeuren begeleidt door een koor van zwaluwen.  Een mooie afsluiting van woensdag, 13 augustus.

vieropeenrij2

12 augustus. Onweer en schittering.


Toen Lizzie erg klein was, somde ze een keert de seizoenen op als volgt: “Je hebt wind, regen, storm en Kerstmis…” En: een ander gevleugeld gezegde uit haar grote spreukjesboek was: “Mama, de ramen huilen…”

Vandaag lijkt het er inderdaad op. Er was vannacht een heftig onweer dat lang aanhield. Ik ben een keer uit bed geweest omdat ik meende dat er een hond zat te jammeren, maar behalve de laatst binnen gekomen logé die wat heen en weer liep te hijgen, was alles diep in slaap. Zelfs onze kleine Jane. De ouderdom is goed voor haar, ze wordt doof en krijgt het gelukkig allemaal niet meer zo mee. De wilde paniek, waardoor ze  vroeger hele stukken uit de bank en de stoelen beet, is verleden tijd.

In de ochtend staan overal grote plassen; op ons “Place du Theatre,” op het erf, op het veld, in de paddock. En er komt nog veel meer regen en wind aan. Als ons logeetje Bikkel wordt opgehaald, lijkt het even droog. Zijn baasjes zijn van pupkopers tot lieve kennissen uitgegroeid en  ik vind het fijn om hen te zien en om samen koffie te drinken. Maar Gijs voelt zich, alhoewel ook vandaag zeker niet slecht, toch niet goed genoeg om erbij te komen zitten. Om de rust van de honden voor hem te bewaren blijf ik met mijn gasten buiten… totdat er een helse regenbui losbarst. We schuilen bij de ezels en als het wat minder wordt, gaan ze snel in de auto, op weg naar huis. Ik heb visioenen van een heerlijk geurende plantenkas, waar ik kantoor kan houden, de mensen kan ontvangen, kan werken. Zelfs in de regen. 

regenplas

Nee, Gijs is niet heel beroerd. Het valt ons alleszins mee. Toch is er wel iets van een lichte verandering maar ik kan mijn vinger er niet op leggen. Neemt de chemo de werking van de dexamethason over? Of komt het door het afbouwen van het medicijn? Is het zijn humeur? Gaat het zo snel? 

Hij eet veel en met smaak, daar ligt het allemaal niet aan. En het is zeker allemaal nog rustig. Ik probeer niet teveel naar morgen te kijken maar het maar zo aan te zien als dat het is. 

Lizzie neemt ook haar rust, deze dagen. Ze staat laat op, ze leest veel, ze gaat vroeg naar bed. Volgende week om deze tijd is ze alweer naar school: de vakantie om. Bolivia en Parijs achter de rug. Nieuwe lessen, nieuw rooster, nieuw levensdeel.

Later op de dag is het droog. Er moeten weer bramen worden geplukt. Ik neem de oude Chico mee, die voor me uit loopt, op een sukkeldrafje, staartzwaaiend. hij kijkt me verlangend aan: hij wil duidelijk iets doen. ik gooi de dummy, die hij enthousiast, weliswaar minder snel, maar toch genietend binnenhaalt.

DSC_4171bew

Hij mag dat. Zo vaak als hij wil.

DSC_4185bew

Het gaat in een heel rustig tempo maar wat is hij blij.

chico1

Ik laat hem niet teveel doen en thuis krijgt hij een pijnstiller. Hij slaapt voor de rest van de avond tevreden en diep.

Voor het eerst deze zomer doen we in de avond de deuren dicht, vanwege kilte en vocht. We luisteren naar de Proms: Walton en De Zwaan van Sibelius. Lizzie kondigt aan dat ze in bad gaat, maar besluit toch liever op haar kamer te lezen en naar muziek te luisteren die anders is dan de eerste symfonie van Walton.

 Na het concert ga ik pas naar buiten om de ezeltjes op stal te zetten. Het is helder, de maan die vol was, twee dagen geleden, schittert nog steeds groots. Er zijn wat wolken, maar toch is de hemel op sommige plekken open. Ik zie een ster wegflitsen. Aan de horizon flitst het ook: opnieuw is er onweer. Maar het gerommel blijft uit, het weerlicht slechts.

DSC_4114

Zoals ik vroeger met mijn geliefde hond Lewis deed toen we hier nog maar pas woonden, zo ga ik nu met Iona het veld op. Het waait. Ik drink een glas rosé die ik van vakantievierende hondenbaasjes kreeg, die ze voor me meenamen uit de Provence.  Ga zitten op een stoel. Laat alles op me inwerken. We storen een vleermuis die langs ons heen zwenkt. Iona is rondom me aan het scharrelen.  Ze is prachtig in het maanlicht, nat van de dauw en de regen.

DSC_4111

Achter me het blauwe tegenlicht van de maan. Voor me is de fluwelig donkere lucht, die steeds op onverwachte momenten door zilveren bliksemschichten doorklieft wordt. En boven me valt opnieuw een ster, met een duizelingwekkende snelheid baant het zich een briljante weg door het donker. Een kleine vuurbal met een gouden staart. 

Eer ik mijn glas leeg heb, is er nog een meteoor langs de hemel weggespat. Het bliksemen is nu op meerdere plekken aan de horizon. Ik fluit Iona. We gaan naar binnen. Wat was het schitterend. In de regen.

11 augustus. Het gaat….en het komt.

Als ik om tien uur voor de blauwe klamboe bij Gijs sta, hoor ik aan zijn stem dat hij weer goed heeft geslapen. Ondanks de keelpijn en dat het geluid breekt, af en toe, geeft de kracht ervan aan dat hij zeker geen doorwaakte nacht heeft gehad. Wonderspul, die dexamethason. Hij heeft zelfs een behoorlijke eetlust en ook koffie staat hem niet tegen. Als hij zo deze kuur door kan glijden, dan hebben we eigenlijk niets te klagen en denk ik dat ik het zelfs aandurf om een paar dagen met Iona weg te gaan naar haar Schotse verloofde, als het nodig mocht zijn. Om hem halverwege Heerenveen en Dumfries te treffen. Maar… niet nu al dingen gaan voornemen. De teleurstelling is pijnlijk groot als we iets plannen wat niet door kan gaan, beter is het om er niet op te rekenen en we kunnen het onverwacht wél doen. 

Terwijl ik daarover filosofeer, buiten, wachtend op mensen die hun hondje komen ophalen, zie ik hoe hoog het mais al is gegroeid.

10 aug2

Rondom ons huis zien we steeds minder van de buitenwereld.  Het mais is gelijk met de toestand van Gijs van deze maanden opgegroeid. Een merkwaardige metafoor: toen de diagnose anderhalf jaar geleden gesteld was, hadden we nog een uitgestrekt uitzicht over het weiland waarin zelfs een veulen werd geboren binnen ons gezichtsveld. En nu kijken we tegen hoge halmen aan.

10 aug1

Ondertussen vergroot Lizzie haar gezichtsveld. Als ereburger van het Boliviaanse dorp Abapo staat ze nauwelijks twee weken later op de Eiffeltoren. Ook die tegenstelling is bijzonder. 

De telefoon gaat, terwijl aan de andere kant van het huis de teefjes staan te rellen omdat Sam’s baasjes er zijn. Even een moment van drukte: die honden daar, die niet naar buiten, die wel. Ook in deze onrust houdt Gijs zich opgewekt staande en ik ben daar blij om. Want dan kan ik met een gerust hart met de bus naar Heerenveen om Lizzie van de trein te halen, een onderneming die ruim twee uur duurt omdat de bussen maar ééns in het uur gaan en net wanneer zij aankomt op het station, drie minuten daarvoor de bus alweer vertrokken is.

Omdat het rustig is, nog vakantietijd, rijdt de bus veel halte’s voorbij en ben ik iets vroeger op het station dan Lizzie’s trein aankomt. Dan overvalt me een plotselinge opwelling van spontaniteit. Ik zie een kapperszaak, helemaal leeg, maar waar toch iemand de ramen staat te zemen. De deuren zijn open en ik stap er binnen. Het zemende meisje vraagt of ze me kan helpen. Ja, de zaak is open en ja, ze kan zonder afspraak mijn haar knippen. Ik neem plaats in de stoel, stuur Lizzie een berichtje dat, als ze uit de trein stapt, meteen rechts de winkel in moet komen omdat ik daar zit en leg dan uit dat ik na ruim tien maanden een stukje van mijn haar geknipt wil hebben. 

6 aug distel

Thuis heeft Gijs een gaatje in een muntje van Guernsey geboord. Iets wat ik al sinds onze vakantie in mijn portemonnee heb en er graag een oogje in wil om het als geluksmuntje te kunnen gebruiken aan een bandje. Weer iets wat gelukt is. Het gaat!

Na het eten ben ik met de honden op het veld. Boven mijn hoofd razen wolken voorbij, in de verte klinkt gerommel en als ik opkijk zie ik een woeste, adembenemend spectaculaire hemel.

11-8-4

Goud, roze, grijs, blauw, gestileerd, wild. Het doet me denken aan de tinten van de fresco’s  van Michelangelo in de Sixtijnse kapel. 

Creation_of_Adam_Michelangelo

Maar het is niets meer dan de aankondiging van een heftig onweer dat naar ons toe komt. En de hele nacht lijkt aan te houden. 

11-8-3

7 augustus. Vredig en kalm.

Zo glijdt deze dag voorbij. Het is warm, zo nu en dan bewolkt. Gijs staat laat op. Hij heeft geen goede dag, maar ook niet heel slecht. Hij leest veel en alhoewel hij opziet tegen de gevolgen van de kuur van morgen, is hij er niet nerveus over. Gelaten is misschien het juiste woord. Ik heb in mijn hoofd een lijstje van wat ik graag gedaan wil hebben voordat we de komende weken ingaan: er moeten honden getrimd maar ik wil – heel simpel – ook alvast een extra baal hooi en stro, zodat ik even vooruit kan als Gijs niet kan rijden volgende week. Ik bel met mijn allerliefste buurvrouw, die terug is van haar reis naar Engeland: zij zal morgen zonodig de “chemokar” zijn.

In de middag komt vriendinnetje J. zodat we een familieplaatje kunnen maken van Islay met twee dochters en twee zonen. Altijd gezellig om in de zon wat te kletsen, wat te dromen, wat te bedenken. De tijd vliegt daardoor voorbij en eer ik het in de gaten heb nemen we alweer afscheid. Tot wanneer? 

Islay met kroost

 Als Gijs en ik boodschappen willen gaan doen, belt onze dierbare H. Ik vraag haar of ik haar na de boodschappen kan terugbellen.  We zijn toch snel weer thuis. In de supermarkt wordt ik staande gehouden door de vader van één van mijn piepjonge stagiaires.  Hij vraagt hoe het met de hondjes is, met de pups, met onze plannen en dan hoe het met Gijs is. Die staat achter me, ik doe een stap opzij. De man had hem niet herkent.  Hij vraagt Gijs op de man af hoe het met hem is: “we zagen je al een tijd niet meer…” verklaart hij zijn nieuwsgierigheid. Terwijl mensen met hun mandjes langs ons naar de kassa gaan, ontspint er zich een gesprek dat zelfs tot aan het geloof in het paranormale reikt. Het halve uurtje boodschappen mondt daardoor uit in een dikke drie kwartier.  We hadden ons niet gerealiseerd hoe klein ons dorp is; hoezeer mensen toch veel van je weten.

Thuis bel ik H. terug. Wat heerlijk om haar stem te horen! Ze biedt aan om de chemokar te rijden en samen met R. te helpen met alles wat er moet gebeuren. De afspraak stond min of meer voor dit weekend, maar het leek hen beter om het nu al uit te voeren. Omdat we niet weten wat het weekend brengt. Ik neem haar aanbod grif en ontroerd aan. Dat zal morgen lichter maken. 

DSC_3733bew

Het dagverslag van de meisjes uit Parijs is hartverwarmend. Opnieuw maakt het ons blij dat ze samen zijn, dat ze in deze periode zoveel met elkaar delen. De foto’s spreken boekdelen.

vive paris