Maandelijks archief: oktober 2014

18/19 oktober. Tussen,- en eindstations.

De beide meisjes brengen mij met de twee verhuistassen naar de trein. Nu er geen bureau naar Gouda hoeft, kan ik het zelf. Zusje haalt papa uit de kliniek en samen wachten ze me bij het station op zodat we met zijn drieën naar het huisje gaan. Een echte familie-aangelegenheid. Ik blijf de schoonheid van het bizarre ervan inzien: dat we na alle omzwervingen toch weer bij elkaar komen op de basis van ons gezinsleven.

Vanuit de voortrazende trein zie ik de tussenliggende stations aan me voorbij trekken. Stations, die stuk voor stuk een onderdeel van mijn leven waren: Amersfoort, waar Gijs en ik ons gezin oprichtten, wonende in een spoorweghuisje, waarvan je het dak ziet als je de richting van Amsterdam op gaat. Den Dolder, waar we onze eerste kus uitwisselden en waar we onze huwelijksfoto’s op een besneeuwd perron maakten. Utrecht, waar ik jaar in, jaar uit moest overstappen, als jonge balletdanseres en als jonge moeder.

DSC_0073

Maar ook waar ik een lange zomer en herfst dagelijks kwam omdat ik er werkte. Saillant detail blijft dat ook Gijs werkte in hetzelfde theatergebouw als ik. Dat we elkaar best wel groetten, maar niet konden beseffen dat we vier jaar later ons leven samen wilden delen.

DSC_0068

Woerden, waar de kerk met zijn spitse toren een tijdlang mijn dagelijks werk was: ook daar was een theatertje “De Kloostertuin” Samen met een collega waren we de allereerste technici die de openingsvoorstellingen begeleidden. Ook daar heb ik met veel plezier gewerkt.

woerden

Tussen Amersfoort en Gouda is zo ontzettend veel bijgebouwd, dat er maar een kleine groenstrook over is gebleven. Maar dat is dan ook “echt” Hollands en alhoewel ik het honderden keren heb gezien, zie ik het vandaag weer met andere ogen.

ook terug

Het kleine torentje met de “afdruk” van een ander gebouw was een ijkpunt vroeger: bijna thuis. Of: op weg.

heen

Papa zit voorin het kleine autootje van zusjelief en is erg gespannen. Ik leg mijn arm over zijn schouder; hij grijpt mijn hand en houdt die de hele rit van het station naar zijn huisje vast. Dan laden we de auto uit. Mijn tassen, zijn rollator, de reistassen met kleding en spulletjes uit de kliniek. Boven doet hij de voordeur zelf met de sleutel open. Wat moet het vreemd voor hem zijn dat hij twee maanden geleden naar het ziekenhuis gebracht werd met loeiende sirenes en nu zoveel kilometers verderop een nieuw stuk leven moet gaan opbouwen. Dat deze plek zijn eindstation wordt.

Het is met zoveel liefde ingericht en aangekleed dat het me ontroert. Zusje heeft zo keihard gewerkt, tot in de kleinste details heeft ze ervoor gezorgd dat papa zich thuis kan gaan voelen. Zelfs een poes, iets wat hij al zo lang miste in Maastricht, is aan het huishoudentje toegevoegd en ze heeft zelf de taak op zich genomen om voor het dier te zorgen. We drinken een kop koffie met een stuk gebak, ik geef papa een schilderijtje van een uiltje, dat ik vanmorgen voor hem heb uitgeprint omdat hij een grote uilen-beeldjes-verzamelaar was.

10325242_634128336704398_823709782025236828_n

Hij zet het meteen in de vensterbank en steekt een sigaartje op. Het lijkt erop dat hij er gelukkig kan gaan worden maar zijn verwarring en onzekerheid spelen een grotere rol. Hij kijkt steeds rond, zoekt zijn vrouw, zoekt zijn spullen, zijn boeken en ondanks alle mooie, lieve, leuke meubeltjes en dingen die zusje voor hem geregeld heeft, zijn het slechts de handjevol bibelots van uiltjes en prenten van Rotterdam uit zijn vorige leven die als een baken van herkenning belangrijk voor hem zijn.

Het is eigenlijk hartverscheurend; hij is zo dankbaar maar ook zo verdrietig. De jongste zoon van zusje komt langs, op zijn fietsje naar opa, zo mooi kan het zijn. Maar opa voelt dat nog niet. Als de intake van de thuishulp geweest is, gaat zusje naar haar eigen huis om daar voor haar kinderen de maaltijd te bereiden. Ik blijf samen met papa achter en maak een boterhammetje voor hem klaar. Als we wat gegeten hebben, was ik af en moet ik naar de bus. Voor het eerst blijft papa alleen in zijn eigen flatje. Met lood in mijn schoenen loop ik het gebouw uit en op straat kijk ik naar boven. Een klein, breekbaar figuurtje staat voor het raam en zwaait. Hoe verder ik van hem weg loop, hoe heftiger zijn zwaaien wordt; tenslotte zwiept hij met beide armen. Verblind door tranen sla ik de hoek om.

Natuurlijk strand ik met de trein. Ik moet ruim drie kwartier wachten op het station in Amersfoort, omdat er iemand aan de noodrem had getrokken en er dus allerlei aansluitingen niet meer op elkaar passen. Omdat ik de fotocamera bij me had, loop ik het perron de andere kant af: zie een schitterende zonsondergang en sfeervolle beelden. Ze benadrukken de melancholieke stemming die me niet heeft verlaten sinds ik Papa in zijn huisje achterliet.

DSC_0090

DSC_0101

DSC_0104

DSC_0106

DSC_0098

En het reuzenrad, dat op het emplacement een vervreemd beeld geeft, weerspiegeld het voortdurende, onophoudelijk ronddraaien van mijn emoties.

DSC_0082

DSC_0114

Zondag is een natte, grauwe dag. De oude Chico lijkt te reageren op zijn medicatie: hij drinkt nog steeds erg veel en moet ook veel plassen, maar hij is alerter en zijn buik is beduidend minder dik. Zo durf ik zijn vroegere baasjes wel te laten komen. Jonge mensen, die hun geliefde hondje als pup in hun armen sloten en zeven jaar later door omstandigheden verloren. Het meisje was toen een kind van veertien jaar… ze heeft Chico daarna niet meer kunnen en willen zien, bang dat het teveel verdriet deed. 

chico29aug

Dat doet het nog: bij het zien van die markante, lieve, grote, oude hond barst de jonge vrouw in tranen uit. Chico, onze “Grand Signore” is zichzelf. hij komt knuffels halen, scharrelt wat op het erf rond en als het hard begint te regenen, sjokt hij op zijn gemak mee naar binnen, waar koffie en appeltaart wachten. Ondanks het verdriet, zijn beide “baasjes” blij dat ze hem nog gezien hebben. Geaaid hebben en weten hoe hij bij ons leeft. Wat zijn eindstation is.

Het is fascinerend om te zien hoe de oude hond op hen reageert; er is wel degelijk iets van herkenning want het is niet zijn gewoonte om zo dicht bij visite te willen zijn, maar als ze weg gaan en we samen met hen mee naar de auto loop, draait hij zich om en loopt gedecideerd, op een sukkeldrafje terug naar huis. Af en toe omkijkend naar mij: “Kom je?” Hij is zo aandoenlijk als dat hij bejaard is. 

We eten een Belgische stoofschotel. Gijs heeft zich daar al een paar dagen op verheugd, door de medicatie is eten zo mogelijk nog belangrijker voor hem geworden en leest hij zelfs kookboeken en kijkt naar kookprogramma’s op TV.  

Om zeven uur staan we weer op het station, nu om Laura na te zwaaien die terug naar huis gaat. En gaat de zon weer spectaculair mooi onder.

DSC_0078

15/16/17 oktober. Kinderloos.

Lizzie gaat naar Amsterdam, bij Laura logeren. Als ze in het weekend terug komt, dan is Laura erbij. Ondertussen is mijn zusje bezig met de laatste stuiptrekkingen van het appartement in Maastricht en dat kost ons minstens twee keer per dag telefonisch overleg. Daarnaast ga ik met een goede kennis en een bureautje en een tas met boeken en linnengoed naar het nieuwe huis van onze vader. Hij gaat dit weekend over van de revalidatie-kliniek naar zijn eigen woning, door zusje zo liefdevol ingericht met minimale middelen, in de hoop dat hij ooit nog een keer wat van zijn eigen spullen terug kan krijgen. 

Omdat pech ons blijft achtervolgen en ons zelfs regelmatig inhaalt, krijg ik een SMSje dat de auto, die me met de kleine verhuizing naar Gouda zou brengen, nog bij de garage staat, wachtend op een onderdeel dat er in gezet moet worden. Dat maakt dat ik het tripje moet uitstellen: ik zet de tassen met spullen voor mijn vader in het kleine kamertje en wacht geduldig op betere tijden. Maar het is niet alleen maar pech: aan het hek staat in de middag een auto te toeteren. Het is de bloemist, die zo bang is van onze honden. Hij moet een boeket afgeven, gestuurd door een lief mens. Ze is blij met iets wat ik voor haar heb gedaan, terwijl ik in feite alleen maar haar naam heb genoemd.

DSC_0044

Zoals altijd is het leeg in huis als Lizzie er niet is. Het voelt toch anders als ze een lange schooldag heeft: Gijs en ik eten zelfs een avondmaaltijd, waarvan ik weet dat Lizzie niet houdt. Ik sta ook wat later op dan gebruikelijk. Lizzie’s schoolvakantie zorgt ervoor dat ik me om zes uur nog eens kan omdraaien. Dat is dan wel weer een voordeel, maar als ik vervolgens de slaap niet kan vatten omdat ik met allerlei ingewikkelde vraagstukken in mijn hoofd bezig ben, ga ik er toch maar uit. Niet voor niets: ik merk dat onze oude Chico niet helemaal lekker is en voor de deur zit omdat hij naar buiten wil. Hij eet gulzig een paar happen gras en gaat dan minutenlang plassen. Dat is iets wat ik scherp in de gaten wil houden: dat klopt niet.

DSC_0028

Ook vandaag ben ik stand by. Zodra de auto gerepareerd is, wordt ik opgehaald om naar Gouda te gaan met bureautje en de andere artikelen.  Dat het uiteindelijk niet lukt omdat mijn kennis onderweg was naar mij toe en toen de ANWB bij zijn auto moest halen vanwege een verhitte motor, maakt dat ik deze dag voorbij is voordat het fatsoenlijk begonnen lijkt. 

Gijs voelt zich nog meer moe dan hij al was: zelfs een klein stukje naar de auto op het erf lopen is al veel. Hij vraagt zich af of hij de dexamethason toch maar zal verhogen. Omdat hij dit met de huisarts wil bespreken, die een tijdje terug tijdens haar huisbezoek al aankondigde dat ze ook zijn suikerwaardes en bloeddruk wilde weten, maak ik een afspraak. We kunnen daar maandagochtend vroeg terecht. Maandagmiddag gaan we voor de tweede keer met Iona voor de echo. Helemaal overtuigd van het feit dat ze geen pups verwacht, ben ik niet. Ze is anderhalve kilo aangekomen deze week. Tot mijn verbazing liet ze zich goed oppakken om te wegen. Hoop blijft zegevieren. En dat er later in de middag opnieuw een boeket bloemen wordt gebracht, gestuurd door één van onze dierbare “Hogmanay-mensen” (mensen die een hondje uit onze Hogmanay-kennel hebben) zou toch een goed teken moeten kunnen zijn?

DSC_0047

’s Avonds hebben zusje en ik het dagelijks overleg. Ze praat me bij wat betreft de ontwikkelingen over papa en de vooruitgang die hij lijkt te boeken in de kliniek. Hij is er echt wel aan toe om van omgeving te veranderen. Alhoewel hij zich nog steeds afvraagt waarom hij niet meer met zijn vrouw samen is, en geen idee heeft hoe het met haar gaat en waar ze is, heeft hij wel zijn geliefde sigaartjes “teruggevonden”en rookt hij er genotvol van als hij een paar uur met de ergotherapeut in zijn nieuwe huisje aan het wennen is.

Ineens komt de maat van het bureautje ter sprake; ik meet het op en geef het aan zusje door, die er een plaats in de woonkamer voor had ingeruimd. Maar Papa wilde de bank op een andere plek, precies, daar waar zusje mijn schrijftafel had bedacht. We besluiten dat ze vroeg in de morgen de nieuw ontstane plaats gaat opmeten. Op afstand heb ik het idee dat het niet gaat passen. 

Chico wil opstaan en valt om. Ik kijk naar hem en zie dat zijn buik enorm is, alsof het te zwaar is voor zijn poten. Als hij in de keuken op zijn zij ligt, lijkt hij drachtig in plaats van Iona. Ook zie ik hoe zijn hart “vlindert.”Ik vraag of Gijs even wil kijken. Hem valt het ook op. Morgen wordt het een ritje dierenarts, hoe dan ook. Ik merk dat ik echt ongerust ben… onze oude man. Uitgerekend zondag komen zijn vroegere baasjes na zeven jaar op bezoek om hun vriend nog eens te knuffelen. Het voelt vreemd, en diep van binnen doe ik een schietgebedje dat ik ze niet hoef af te zeggen. want dan zou het een trieste reden zijn.

Kwart over acht in de ochtend belt zusje al: het bureautje hoeft niet van Heerenveen naar Gouda vervoert te worden; het pas echt niet. Ik zet het weer in elkaar, de stapel spulletjes van Lizzie en mij gaan terug in de laatjes.

Met Chico gaan we in de middag naar de dierenarts. Hij houdt veel vocht vast, zijn hart klinkt onregelmatig en slecht. Ze stelt borstfoto’s voor, een echo. Maar tegelijkertijd realiseert ze zich ook dat het een hond van bijna veertien is en wat hebben we eraan als we op de foto’s en echo zien dat zijn hart slecht is? Dat horen en zien we nu ook… op deze leeftijd en in zijn conditie gaan we niet een grote operatie aan. Ik geef aan dat ik vochtafdrijvers in huis heb: nog in het depot van onze stichting Golden Age, en dat het mij logisch lijkt die te gaan proberen. Ze  volgt mijn voorstel direct omdat ze dat zelf ook zou opperen. Chico krijgt er wel hartondersteuning bij: een middel dat ik ook in het medicijn-depot heb maar dat al wat ouder is. We gaan het in ieder geval proberen en maken ene principe-afspraak voor volgende week. Mocht het allemaal niet werken, dan is een verdrietige beslissing te nemen. Maar nu nog niet.

DSC_0037

Ondanks dat Gijs helemaal af is door de rit  naar de dierenarts, halen we toch samen de meisjes van het station in de avond. Laura was aan het begin van de week weer in Parijs voor het vervolg van haar Patisserie-cursus en brengt zelf gemaakte bonbons en truffels en macarons mee. 

macaronmaking

Met zijn vieren eten we het hele doosje macarons leeg. Het is heerlijk om de stemmen van de kinderen weer te horen; onze verdrietige, zorgelijke stemming wordt daardoor verlicht.

macarons

14 oktober. Opsluiten.

De enorme teleurstelling van gisteren is nog steeds niet op de juiste plek terecht gekomen. Gisterenavond, nadat ik de mensen van Iona’s wachtlijst had verteld over de situatie, ging de telefoon en was het iemand die ook belangstelling had voor een pup. Er ontspon zich een merkwaardig gesprek; behalve dat het direct klikte, was ook de lijn van de voorgeschiedenis van deze puppy-wens een bijzondere. Deze mensen hebben vrij recent hun ruim 12 jarige Golden vriend moeten laten inslapen, die uit dezelfde kennel kwam als onze Noddy. En natuurlijk was de vader van hun hondje Duffy. Hun hond kwam uit een herhaalcombinatie: drie jaar eerder hadden de moederhond en Duffy ook al een nestje gehad. Een van die honden werd vijftien en die eigenaren staan al vanaf het allereerste begin bij ons op de wachtlijst. Mocht Iona wel pups verwachten, dan is het toch frappant dat er maar liefst twee hondjes naar mensen zouden kunnen gaan die een Duffy-nakomeling hadden.

De man vertelt me nog een merkwaardig verhaal: toen ze bij “onze”fokker” op de lijst stonden, bijna dertien jaar geleden,  waren er twee nestjes op stapel. Maar een van de twee teefjes was niet drachtig. Het andere teefje beviel van het nest waar onze Noddy uit kwam. Weken later werd de man gebeld door de fokker: het tweede teefje was uiteindelijk wel drachtig geweest: ze beviel van drie pups, waarvan hij een toegewezen kreeg. 

Door al deze verhalen en toevalligheden wordt ik nog rommeliger in mijn hoofd: het kan toch niet dat Iona helemaal geen pup verwacht? Ik lees alles over schijndracht, zie dat het zes tot twaalf weken na het begin van de loopsheid kan optreden. Maar Iona’s “tekenen” zijn al een paar weken aan de gang, dan is dat toch erg vroeg? 

Ondertussen is Gijs zo intens moe dat hij de hele dag nauwelijks in staat is om uit de stoel te komen. Hij is veel bezig met zijn recent opgepakte liefhebberij; het uitpluizen van de lijnen van zijn voorouders. Een hele nieuwe wereld, die van de genealogie, is in de afgelopen tijd voor hem open gegaan en gelukkig kan hij daar veel genoegen aan beleven. Maar het stemt hem treurig dat hij veel meer dan dat niet kan doen.

Omdat het buiten aan een stuk door miezert en die nattigheid tot diep in je kleren doordringt, besluit ik de dingen om te draaien: we blijven vandaag gewoon alle-drie in onze gemakkelijke kloffie. Lizzie kijkt televisie met een hondje op schoot en een plaid om zich heen, ik lees veel en als we trek hebben in iets, – Gijs de hele dag wel, door de medicijnen-  dan maken we wat klaar. Het is bijna jammer dat er toch wat boodschappen gedaan moeten worden, ook de ezeltjes willen in een warme, droge stal.

DSC_6622 (2)

Een dag die met de lampen aan voorbij gaat. 

thuis

11/12 oktober. Aandacht.

Zaterdag gaan Lizzie en ik samen naar Gouda. Naar mijn vader, die het laatste weekend in de revalidatiekliniek zal zijn: volgende week verhuisd hij naar de aanleunwoning die zusje met zoveel liefde en verve voor hem aan het inrichten is. Met zeer bescheiden middelen, want Papa’s spullen zijn nog altijd in “het beheer” van anderen.

Gijs brengt ons naar het station, zodat we er precies twee uur en zes minuten over zullen doen, nadat we uit de auto stappen. Wonderlijk genoeg gaat de reis ditmaal soepel. Lizzie luistert naar muziek en ligt een beetje te dutten tegen me aan, het doet me denken aan de tijd dat ik met haar als klein meisje ook een deel van dit traject regelmatig reed, op weg naar mijn zieke moeder. Hoe vreemd is het toch dat Papa, na omzwervingen door Den Haag, Lichtenvoorde, Doetinchem en Maastricht, nu weer in de stad terug is waar hij met ons leefde. Zo lang geleden. Waar zijn voormalige vrouw bleef wonen en waar ze stierf. Ik denk aan die twee mensen, mijn ouders, die zo hun eigen levens leefden. Ook tijdens hun huwelijk, dat korter duurde dan Gijs en ik bij elkaar zijn.  Zullen zijn.  Ik probeer die gedachten een andere kant op te sturen, ik ga samen met Lizzie naar Gouda. Even naar de zaterdagmarkt rondom het majestueuze stadhuis, alvorens we naar de kliniek gaan. Stroopwafels kopen. Een terrasje pakken, het is mooi weer.

Maar tegen de tijd dat we in Gouda zijn, regent het pijpenstelen en is er niets van het mooie weer over. Toch lopen we, stevig gearmd, naar het centrum. Op zoek naar het winkeltje, waar ik altijd de lekkerste stroopwafels wist. Opvallend is, dat er zoveel hetzelfde is gebleven en tegelijkertijd zoveel is veranderd.  Ik ben hier in geen negen jaar meer geweest, in de binnenstad. Mijn stroopwafelwinkeltje is er niet meer. Het pand staat zelfs te huur. En ook het zaakje waar ik mijn eerste gouden hangertje kreeg als schoolmeisje en waar Gijs en ik onze klok kochten, is er niet meer. Het is een vervallen, scheefgezakt pandje geworden, genesteld tussen een Turks eethuisje  en een grote schoenenzaak.

Omdat we inmiddels doornat zijn, onze goede, leren jasjes eruit zien als een zeem, gaan we naar binnen bij een van de oudste cafés van de stad. Café Central, waar we een genoeglijk uurtje doorbrengen en een beetje opdrogen. Lizzie vindt het typisch Goudse accent, wat we om ons heen horen, vermakelijk. De jongen die ons de lunch brengt, spant daarbij de kroon.

Een uur later zijn we, met een tas vol stroopwafels en “snippers” bij Papa. Hij ziet er een stuk beter uit dan toen ik hem het laatst zag. We gaan beneden in het restaurant zitten, waar overal om ons heen mensen met familieleden bij elkaar zijn. Er worden glaasjes advocaat gelepeld, een gezin met een oude man in een rolstoel drinken grote, beslagen glazen witte wijn die er aanlokkelijk koel uitzien. Papa wil een flesje Seven Up. Ik vraag het aan de oudere dame achter de toonbank. Ze lijkt niet te begrijpen wat ik bedoel. “Nee, dat heb ik niet..” zegt ze stellig. “Of iets van Spa citroen?” doe ik water bij de wijn. Ze doet een lade open. “Nee, ik heb geen Spa Citroen. Wel Seven Up.” zegt ze dan. 

Papa wordt moe, is wat in de war en somber en wil na een tijdje weer terug naar zijn kamer. We brengen hem boven en nemen dan afscheid, alle-twee onder de indruk van hoe het allemaal zo anders kan lopen in een mensenleven.

De reis naar huis verloopt opnieuw vlekkeloos; Gijs staat bij het station ons op te wachten. 

Zondag is grijs en lijkt zomaar langs ons heen te glijden. Het is niet onaangenaam, we lezen wat, ik draai een paar wassen en zelfs de honden zijn niet echt van zins om er een drukke dag van te maken. Iona ligt veel in het mandje in de gang of komt bij me zitten. Zowel Gijs als Lizzie zijn ervan overtuigd dat ze drachtig is; ze lijkt ook wat dikker nu. Ze maken wat gekheid om mijn twijfel: ” We weten het toch al, de echo morgen is alleen maar een plaatje ter bevestiging..” Eigenlijk hebben ze gelijk: Iona vertoont alles wat we als dracht herkennen. 

DSC_0038

Later in de middag gloort er een beetje zon. Gijs wil er even uit en voor het eerst sinds een jaar, lopen we samen met een paar hondjes langs de Tjonger.

DSC_0001.1

Naar het bankje, waar hij zo vaak zat toen hij met de groep reuen hier dagelijks liep. Het valt niet mee, hij is verschrikkelijk moe, halverwege al. Maar het weer is lekker genoeg om even in het gras te gaan liggen, kleine Jane naast hem, terwijl ik een eindje verderop met Islay wat apporteer-oefeningen doe en aandacht-spelletjes.

Aandacht

Dit is zo’n goed moment dat je niet van tevoren kunt plannen, maar dat er ineens is. Zo moet het maar.