Maandelijks archief: december 2014

28 december. Ge-niet.

Laura gaat vandaag weer terug naar huis en dat zal zeker de dag van Lizzie donker gaan kleuren. Heel bijtijds is mijn oudste op, we drinken samen uitgebreid koffie en praten na over gisteren, praten de komende tijd door en praten over het nu. De amputatie is voelbaar, fantoompijn is voelbaar Het is geen spook-pijn maar zo scherp aanwezig dat het alles doorklieft. En toch kunnen we ook gewoon zijn. Praten dus, zelfs luidop lachen. Het raakt dan de kern niet, de lach blijft hangen op het gezicht en gaat niet dieper, maar het is er toch. Dat is met alles zo. Lieve mensen zeggen goedbedoeld: “Geniet van elkaar, van wat je hebt, van de honden, van mooie, lieve, goede dingen…” Maar net als tijdens het ziekbed van Gijs, waarvan we zeker niet hebben genoten, is die uitdrukking ook in deze dagen niet van toepassing.  Genieten is iets heel anders.  Dat doe je als je zorgeloos je hoofd in je nek kan gooien en kan schateren. Of als je kunt huppelen van plezier. Als je van binnen een gevoel hebt dat je kunt stralen, zomaar niets zwarts om je heen trekt.  Genieten is iets wat we alle drie heus wel weer gaan beleven. Maar het is nog te vroeg. Dat neemt niet weg, dat we wel dingen als prettig kunnen ervaren.

nieuwjaarsbel1

Laura wil de bittere pil van haar vertrek voor Lizzie verzachten en probeert allerlei pogingen uit om het uit te stellen. Maar ze moet naar huis: morgenochtend is het vroeg dag voor haar om te werken en dat kan niet vanuit Friesland.

Ze zoekt naar dat, wat Lizzie prettig zou vinden. En ik ook. We kijken wat op internet en komen dan tot de conclusie dat er in Heerenveen zowaar een Japans restaurant is, waar sushi gegeten kan worden. Iets, wat we alle drie erg lekker vinden. Gijs liep er nooit warm voor, maar je kunt Laura, Lizzie en mij massaal er voor wakker maken.  Dat restaurant “de Lange Muur” een sushi-aanbieding voor de lunch heeft, lijkt de ideale manier om die bittere pil slikbaar te maken.

En zo komt het, dat we op zondagmiddag om half drie allerlei verrukkelijke sushi varianten proeven. En dat het goed is om in elkaars gezelschap te zijn, ook al gaat Laura met het blauwe doppie weer terug naar de randstad. We drinken nog een Latte Macciato in het stamcafé van de meisjes, nadat ik een paar handschoenen heb gekocht en voor €1,50 een paar foeilelijke pantoffels. Want er groeit een grote blaar op mijn hiel en ik moet wondjes als dat zien te voorkomen. Op pantoffels ga ik terug naar huis, gelukkig is het al aan het schemeren. We moeten er om lachen. Ook al gaat de lach niet zo ver tot in mijn koude pantoffelvoeten.

De pil is inderdaad verzacht. Als Lizzie en ik weer thuis zijn, de dieren verzorgd zijn en de lichten aan, gaat de nieuwe week in. We zullen zien wat het gaat brengen. Deze middag kwam in ieder geval dichtbij: “het is goed…”DSC_0048

27 december. Meisje.

Laura en ik zijn bijtijds wakker: we moeten hooi en stro voor de ezeltjes halen met “het Blauwe Doppie,” de Twingo van R. en H. waar we een soort van co-ouderschap voor hebben.

twingootje

Half Nederland is bedekt met sneeuw. Ik had het graag ook gezien, voornamelijk voor de hondjes omdat ik zelf er niet echt iets mee heb, maar bij ons in Friesland is het alleen koud en valt er geen vlok.

We hebben ook wat boodschappen in Heerenveen te doen en dat staat hoog op ons “te doen” lijstje van vandaag.

Lizzie komt met een gekreukeld koppie naar beneden. Ze ziet pips, har ogen staan dof. Ze slaapt erg slecht en dat is te merken, ze is moe en mat. Laura en ik proberen haar wat af te leiden en ze gaat ook mee naar Heerenveen. We doen onze ronde met boodschappen, maar aan alles merk ik dat Lizzie het niet gemakkelijk heeft, vandaag. In de avond zetten we het gourmetstel op: daar kan Lizzie meestal wel van genieten. Het heeft wel iets, met zijn drietjes rondom de hete plaat, maar Lizzie blijft stil en terug getrokken. 

Na het kijken van een film, die doorgaans wel voor minstens een flink aantal lachbuien zorgt: “Bridget Jones,” laat Lizzie zich tegen mij aan vallen en begint te huilen. Zo intens triest en heftig heb ik haar niet meer gehoord sinds het eerste uur waarin Gijs was overleden. Laura en ik moeten haar er doorheen praten omdat ze tegen het hyperventileren aanzit. Alle pijn en verdriet komt als één enorme tsunami van tranengeweld naar boven. Het meisje weet zich geen raad met alle gevoelens die ze maar nauwelijks kan uiten en die zich hebben opgekropt tot deze akelige bal van leed.  Het is laat, eer we gaan slapen, Lizzie enigszins gekalmeerd met warme thee en een kruik. Ik voel haar pijn zo mee en sta er toch machteloos naast. Als Lizzie maar een beetje wil, ga ik zo snel mogelijk hulp voor haar zoeken. Want de “oesterse” geslotenheid van Gijs heeft zich genetisch in zijn dochter genesteld en ze moet op een goede manier begeleid worden om dit te kunnen gaan dragen. 

DSC_0012

25/26 december. Kerst-mis.

Nadat gisteren een “tussen-dag” was, waarop ons hondenKerstmannetje Bikkel gebracht werd en ik een telefoontje van de thuiszorgorganisatie kreeg dat er nog allerlei formulieren afgehandeld moesten worden (Gijs zijn dood was sneller dan dat hij een handtekening onder een bepaalde aanvraag kon zetten… en dat veroorzaakt natuurlijk weer nieuwe obstakels en vertragingen)  en ik daarna met een hardnekkige open wond op mijn scheenbeen naar de dokter moest, zou het vandaag een dagje “puppenknuffen” bij vrienden E. en R. worden. 

brother and sister

In de nacht word ik wakker, doordat Lizzie hardop ligt te praten, verward en onsamenhangend. Terwijl ik mijn ogen open doe, voel ik een bekende, valse, stampende pijn in mijn hoofd. Ik sta op om Lizzie wat beter in te stoppen, ze schopt haar dekbed af in haar dromen, en dan moet ik snel zijn, naar het toilet. Een golf ellende komt naar boven: een stevige, ouderwetse migraine geeft geel, groen en bliksem achter mijn ogen en in mijn maag af.

DSC_2967

Ik doe nauwelijks een oog dicht. Zie het drie uur worden, ga spugen, half vier en dan zelfs half vijf, nog een keer half struikelend naar het toilet. Het lijkt vanuit mijn tenen te komen. Mijn ogen branden, mijn hoofd barst uit elkaar en er is geen koele, grote hand van Gijs in mijn nek, noch een natte washand, waarmee hij vroeger mijn hete voorhoofd bette.

Ik maak Lizzie bijtijds wakker, vertel haar dat ik zo niet weg kan, dat ik E. moet bellen om het bezoek af te zeggen. Er gaat nog een golf van spugende pijn overheen voordat ik me naar beneden sleep, huiverend een jas over mijn joggingbroek sla en de honden op het veld laat spelen… ik krijg het niet voor elkaar om ze aan te lijnen en met ze te lopen: ze zijn te opgewonden en blij.  Als ik E. heb gesproken en de honden weer binnen zijn, ga ik terug naar bed. Lizzie slaapt nu kalm. Ik val ook weer in slaap en wanneer ik door de hoofdpijn wakker word, zie ik dat het tegen 12 uur is.  Ik ga op zoek naar een zetpil, kan me herinneren dat ik ergens nog een doosje heb. Van een huishouding waar talloze pijnstillers wekenlang de hoofdrol hebben gespeeld tot aan morfinepleisters toe, is het bijna een verademing dat ik echt moet nadenken waar ik de medicijnen heb. Als ik ze tenslotte in een kastje in de badkamer vind, heb ik alle hoop dat het misschien gaat werken. Lizzie vindt het jammer dat we niet naar de puppies kunnen, maar aan de andere kant geeft ze ook aan dat ze het juist prettig vindt om even niemand te zien, niemand te spreken, in haar pyjama zo nu en dan iets lekkers kan pakken en veel Amerikaanse series kan kijken waarin er alleen maar zomaar gelachen wordt.

Tegen etenstijd gaan de honden buiten tekeer. Op het moment dat ik op hen wil mopperen, stapt M. binnen. Samen met E. komt ze even kijken hoe het bij ons is. Ze brengen frisse lucht en mooie Kerstkleding mee; ik voel me erg “shabby” in mijn joggingbroek en kijk naar Lizzie in haar pyjama.  We zijn geen schoolvoorbeeld van mensen die deze dag koesteren. Maar M. zit daar niet mee. Onze Kerst is mis en ook al lijkt het allemaal mee te vallen en hebben we ons niet onder een deken verstopt, iedereen snapt dat het een feest is dat Lizzie en ik graag aan ons voorbij laten gaan. We kletsen wat en tegen de tijd dat we M. en E. een knuffel geven, is het echt tijd om de honden te voeren. En te bedenken wat we met de rest van de avond gaan doen. Voor ons geen gezellige familiefilms of leuke “feel good” rolprenten.  Mijn inmiddels wat ingedutte migraine gaat vast onmiddellijk zijn kop weer opsteken als we kijken naar een warme, liefdevolle serie die de Grote Kerstgedachte ten toon spreidt. Nee, Lizzie en ik kruipen dicht tegen elkaar aan en stemmen af op bloed, ziekte, ellende en gruwel. Grey’s Anatomy, de serie waar Gijs ook graag met ons naar keek. Dat een van de hoofdrollen kanker heeft en chemotherapie en onderzoeken krijgt, doet ons niets. Wij weten het. En het laat in ieder geval geen gelukkige gezinnen zien. Want daar kunnen we niet tegen.

3986085321_b2c0e04b02_o

De tweede Kerstdag is anders. Ik ben al vroeg op: mijn hoofd heeft zich vannacht kranig gehouden en mijn maaginhoud is ook niet meer verkeerd terecht gekomen. Lang leve de zetpillen! Tijd om de honden extra beweging en aandacht te geven en de oven aan te zetten om wat te bakken en te bereiden. R. en H. komen met de kinderen. En Laura. Voor een Kerstbrunch. 

kerst

Het is goed om met zijn allen, op een natte, modderige, grijze tweede Kerstdag om de tafel te zitten. Het is goed om te lachen en te praten. Het is goed om met R. de ombouw van het Ikea-kinderbed uit elkaar te halen en afspraken te maken om over een paar weken weer wat klussen in huis samen te doen. Het is “goed” om te voelen dat ook R. en H. het gemis van Gijs ervaren als een gemis. Het is goed om bij elkaar te zijn. Omdat het eigenlijk niet echt goed is.

Als ik de vier lieverds heb uitgezwaaid, de ezels binnen heb gezet en met de honden naar buiten ben geweest, Laura en Lizzie samen op de bank zie zitten en we bedenken of we nog een avondje “Grey’s Anatomy” er tegen aan gooien, grijpt de pijn me om de keel. Mijn Betere Helft is van me weg gesneden. Drie weken geleden. Voelbaar gemeen.  Ik weet me opnieuw geen raad maar doe toch de dingen die ik van mezelf verwacht…. Kerst-mis.

DSC_6582 (2)

23 december. De stort en Irina.

Vandaag heb ik afgesproken dat L. komt, met haar bestel-autootje, zodat er een stuk of 10 vuilniszakken oud, kapot kinderspeelgoed van Lizzie weg gebracht kan worden naar de stort. Te veel voor in de kliko, te slecht voor een kringloop en zeker niet om te bewaren. Lizzie’s oude kinderkamer moet toch leeg, wil ik daar mijn tenten gaan opslaan. Dat Gijs er tijdens zijn chemotherapie wekenlang heeft geslapen is te merken aan zes gitaren, twee oude computers, een keyboard,een la vol stekkers en draad en dozen met MD schijfjes, boeken en oude foto’s. 

Gemakkelijk leeg is het niet want Gijs heeft me nooit verteld wat ik met alle gitaren moet doen… En de computers zijn zomaar niet weg: er staan vermoedelijk nog hele bestanden met foto’s op. Maar alle rommeltjes en één van de oude beeldschermen kan wel al mee en dat ruimt toch enigszins op.

Als we na een kop koffie vertrekken, bots ik tegen de afwezigheid van Gijs aan. “Even naar de stort” is iets wat we blindelings deden. Ik herinner me dat er een paspoort mee moet en contact geld. Ik weet ook waar het is. Ongeveer. Dus rijden we zeker een half uur in de buurt waar het is. Ongeveer. Want talloze malen zat ik naast Gijs, die de auto behendig met een aanhangwagen vol tuinafval, puin of ander grof vuil door de “suburbs”van Heerenveen manoeuvreerde. En zag ik hoe we reden. Maar niet helemaal. Als niet auto-bestuurder stuur ik L. een heel andere kant van het kanaal op en wat voor mij logisch lijkt (de bus rijdt immers ook zo) is verre van de juiste weg. Maar uiteindelijk, na vragen en zoeken, want ook de TomTom weet ons niet te wijzen als we geen adres hebben, herken ik een zaak waar Gijs ooit de banden van zijn auto heeft laten verwisselen. En dan herinner ik me ook weer de dag, dat we langs het kanaal stopten omdat hij zijn chemotabletten in moest nemen op een zeker tijdstip. De rest van de rit is me duidelijk en binnen een kwartier is de auto leeg. “Volgende maand kom ik weer, doen we weer zo’n rit..” belooft L. en toetst behendig het adres in haar TomTom. Zodat er het dan sneller kunnen vinden.

Terug in Heerenveen zijn we op tijd voor mijn afspraak met Irina. Irina is een vrouw die ik vorige week benaderde met een ingewikkelde vraag. Gijs had enkele colbertjes, waarvan er een van een diep kastanjebruine wol, die hem prachtig stond en die hij niet vaak gedragen heeft. Gijs was geen man voor jasjes, ondanks dat hij er goed in uit zag. Dit specifieke jasje heeft me altijd ontroerd als hij het droeg. Het paste bij hem, ook al was hij een man van shirt en spijkerbroek. Er komt een moment dat ik de goede kleding van Gijs weg zal gaan doen; maar dit jasje wil ik niet kwijt. Nooit. 

Dus heb ik, nadat ik een paar keer een “nee, niet mogelijk” te horen kreeg van diverse coupeuses, Irina gebeld. De dag erna kon ik al terecht met het colbert. En zij durfde het wel aan om de grote maat 56 van Gijs tot een maat 40 voor mij te transformeren. Na een paar keer passen is het vandaag klaar.

Irina heeft het fantastisch gedaan: het was een jasje zonder knopen en ze heeft er een damesjasje met knopen van gemaakt. Het geheel ingekort, ingenomen en voilà, ik heb er zomaar een compleet nieuw showjasje bij. Alsof Gijs zijn arm om me heen slaat.  Met tranen in mijn ogen kus ik Irina op haar beide wangen. Ze weet even niet wat ze zeggen moet, maar ze begrijpt het. Ik ben er zo blij mee. “Is goed..” zegt ze.

L. en ik doen nog wat andere, noodzakelijke boodschappen in Heerenveen en gaan dan met verse appelbollen van de oliebollenkraam terug naar huis, waar Lizzie inmiddels ook beneden is en trek heeft in warme chocolademelk.

We praten over toekomstplannen, die dubbel en dwars voelen. Ik wil geen toekomstplannen zonder Gijs hoeven maken. Maar ik maak ze wel. Want het moet, om verder te kunnen met het leven zonder hem en met Lizzie en Laura, met de hondjes, ook al hebben we nu alleen nog maar dames. 

L. vult één van de plannen op een wel heel verrassende wijze aan en terwijl ze me haar idee onthult, heb ik een klein streepje verlangen naar later.

Ik krijg een cadeau van haar. Een geluks-teken. Een hoefijzer. Van goud. Met een tekst erop, die ons gesprek staaft. Als ik haar later uitzwaai, weet ik dat ze over een maand weer hier is en dat we weer naar de stort gaan. Weer wat weg. We gaan dan niet naar Irina. Het hoefijzer zal dan een prominente plek hebben ingenomen op de plaats waar mijn honden-toekomst opgebouwd gaat worden.

per sempre

Lieve schat, dank je wel. Voor alles.

22 december. Baloe en “teleurstelling.”

De dagen vliegen als een schaduw heen en ik weet niet zeker of dat nou eigenlijk wel prettig is.  Emoties liggen op sommige ogenblikken erg bloot, terwijl andere momenten het lijkt alsof er niets meer voelbaar is. 

Maandag zou een lieve vriendin komen koffie drinken, maar al in de nacht, die toch in deze tijd al gelardeerd is met nachtmerries, slapeloosheid en onrust – zowel bij Lizzie als bij mij- merk ik dat Baloe, onze oude reu, ziek is. Herhaaldelijk roept hij me met zijn schorre geblaf en als ik beneden kom, zie ik dat hij op een vreemde manier ligt en niet overeind komt… het nieuwe hondenkussen dat we zaterdag gekregen hebben druipt; het arme ventje heeft geen controle genoeg meer over zijn achterlijf. Hij had sinds gisteren al een grote likplek gemaakt ter hoogte van zijn linkerheup. Ik hoor hem hoesten en besef dan, dat hij al een tijd niet in orde is. De pretnison ophogen zal geen soelaas bieden.

Na telefonisch overleg, besluit ik om Baloe zijn rust te gunnen. Steeds overeind gehesen te moeten worden met een handdoek onder zijn buik door, ongemak of pijn, waardoor hij een hotspot van een hand groot heeft gelikt binnen enkele uren; en zijn hoestbuien waardoor hij moeilijk slikt, dat alles maakt dat hij zich duidelijk ziek voelt en als ik naar zijn ogen kijk weet ik het. Wanneer de andere honden heb volkomen negeren, hem omver lopen en zich niets meer van hem aantrekken, weet ik het zeker. Dit keer kan ik het niet eens meer met Gijs overleggen. In feite was dat, een maand geleden met Chico, ook al niet het geval.

Dus ik bel H. Of ze een half uur eerder kan komen, zodat we Baloe naar de arts kunnen brengen.

Hij probeert de auto in te springen, maar het lukt hem nauwelijks en tijdens de rit is heel duidelijk dat we met een erg zieke hond op pad zijn. In de kliniek word ik door alle medewerkers stuk voor stuk gecondoleerd met het overlijden van Gijs en als ik dan op de grond naast Baloe zit, die zulke slechte bloedvaten heeft dat er nauwelijks een aan te prikken is, voelt het zwart. Baloe geeft zich niet gemakkelijk over; hij lijkt angstig. Als hij tenslotte zijn koppie toch op mijn schoot legt, is het snel gedaan. Het liefst zou ik me aan de gedachte willen vasthouden dat Gijs hem, samen met Chico en alle andere roedelgenootjes, opwacht. Dat lijkt mooi. Maar ik geloof er niet in. Baloe is er niet meer. Net zo min als Gijs.

Thuis zijn enkel de teefjes nog over. Rust zacht, Baloe’tje.  Er is geen hond meer die zó in de weg kan liggen.

baloe

De telefoon gaat. Tot mijn verwondering is het iemand, waarmee we ruim acht jaar geleden het contact hebben verbroken. Ze heeft destijds niet alleen Gijs, maar ook mij erg veel verdriet gedaan door de manier waarop ze zich opstelde tegenover Gijs zijn ouders en indirect daardoor ook tegen mijn moeder: die in die periode zelf stervend was. Nu is een van de eerste dingen die ze me vraagt, nadat ze verteld heeft dat ze via een neef van Gijs te horen kreeg dat Gijs overleden was: “Hebben jullie niet aan mij gedacht?”  Lizzie zei later dat ze zag hoe er zich rode vlekken van agitatie bij mij in de hals kwamen en hoe ik zat te trillen. Met alle kracht die ik heb, geef ik fijntjes aan dat we wel degelijk aan haar gedacht hadden: en vooral, vooral, dat Gijs het niet op prijs stelde als ze aanwezig zo zijn op zijn uitvaart. Dit heeft hij in de laatste dagen van zijn leven zo aan zijn neef nog geschreven. Deze heeft duidelijk Gijs zijn wens hierin niet gerespecteerd.  

De vrouw heeft het over: “onbegrijpelijk… teleurstellend…..gekwetst..”allemaal in de ik-vorm. Ze wil me wel condoleren, maar blijft hangen in haar teleurstelling. Ze ging er al die jaren wel van it dat we wel weer een keer naar haar toe zouden komen. Dat we haar nooit op de hoogte hadden gebracht van Gijs’ziekte, vindt ze “onbegrijpelijk.” “Je hebt zelf ook nooit contact gezocht..” respondeer ik. “Nee,” geeft ze toe. Aan die mogelijkheid had ze niet gedacht. Pas als ik over Laura en Lizzie begin, vraagt ze hoe het met hen is. Na een stroef en bijzonder lastig gesprek leg ik neer en bedenk me dan onverwacht dat deze vrouw in zo’n bijzonder klein, nauw wereldje zit, dat ze werkelijk geen idee heeft hoe het in een grote-mensen-wereld toe gaat. Maar boos ben ik wel, want Gijs had dit zo graag willen voorkomen en heeft daarom zoveel van zichzelf geëist op zijn sterfbed om zijn neef van deze situatie op de hoogte te stellen. Ook hierin is hij niet gehoord. En dat stemt me verdrietig.

DSC_0073

21 december 2014. Verder gaan.

Ondanks dat het verlies van Gijs als een amputatie aanvoelt, compleet met de bijbehorende fantoompijn,  gaat “alles” op een zekere manier door. Lizzie heeft haar Kerstmusical gehad, waaraan ze als decormedewerkster op de achtergrond haar steentje bijdroeg. Kind van haar vader. Laura is tussendoor naar hier gekomen om met mij samen te gaan kijken. Het is vreemd om dat zonder Gijs te doen. 

Er liggen dagelijks brieven aan “de erven van…” in de bus. Belastingdienst, verzekering, bank, hypotheek. Steeds als ik iets weet te beantwoorden leg ik het op de stapel: “gedaan” of “nog af te werken.” Ik worstel met de voorlopige aanslag 2015. Daar moet iets in veranderd worden, maar ik weet nog niet wat mijn inkomen gaat worden. Dat komt op een stapeltje: “Ik weet het gewoon niet…”

Er zijn standaard formulieren, waarover ik telefoneer. Ik moet ze toch opsturen.  Dus vul ik die ik braaf in en ben stomverbaasd dat ze na een paar dagen terug komen… omdat meneer zélf moet ondertekenen. Dat ik daar al over gebeld had, is niet aangekomen.  Die brieven gaan op het stapeltje: “Lekker boos over worden…” Ook het opzeggen van abonnementen en lidmaatschappen vallen niet zo gemakkelijk. Mag ik van mezelf ook over foeteren.

Proberen een andere plek, een eigen plek, voor mezelf in huis te creëren is ook nog niet zo gemakkelijk. Want Gijs was een verzamelaar en van meer dan driekwart van zijn bezittingen heeft hij me in het ongewisse gelaten wat ik er mee moet. Maar dat het kamertje waarin ik mijn bed wil zetten, leeg moet, dát is een feit. En dat er op de vliering geen ruimte meer is, is een feit dat er direct naast ligt. Want wie heeft er nou zes gitaren? Drie oude computers “omdat er nog foto’s op staan” een oude viool, een keyboard en heel veel, heel erg veel muziek in nog meer verschillende gedaantes. Dan heb ik het nog niet eens over het, door een steenmarter als woning gekraakte, drumstel in de voormalige kippenschuur. 

En ondertussen is er dat knagende, lege gevoel waar ik geen raad mee weet. Talloze keren op een dag loop ik doelloos de kamer in, waar Gijs zijn laatste weken doorbracht. In de hoop hem daar toch weer terug te vinden. In de hoop zijn aanwezigheid tegen te komen. Ik draag zijn grote trui, waar hij zo blij mee was toen hij hem op Herm kocht. Om hem te voelen. Maar hij is te ver weg. De afschuwelijke beelden van de laatste weken van zijn leven spelen nog de hoofdrol in mijn dromen waardoor het wakker worden steeds opnieuw een worsteling is. 

Lizzie is eigenlijk blij dat ik nog geen eigen slaapkamer heb en op een matrasje bij haar slaap. Voor haar is de nacht ook een bedreiging. Hoe moe ze ook is, slapen is af en toe beangstigend. 

Tegelijkertijd gaan we wel elke dag verder en is het alweer vier weken geleden dat Gijs wanhopig aan het worstelen was met de afschuwelijke pijnen en dat, wat hij wilde afmaken. Vier weken. Het lijkt een eeuwigheid. Ondertussen heeft gisteren ook een andere stoere, krachtige, mooie man het gevecht verloren. Dat doet me veel. 

Ik schilder nog maar eens een kastje dat in mijn aanstaande slaapkamer een plek moet gaan vinden. Ik stoffeer het kamerscherm opnieuw. Ontvang lief bezoek. En ben net als al die vrouwen die hun man verloren, heel simpel en eenvoudig, samen met de meisjes, in de rouw.

DSC_0024

10 December. Definitief einde.

De indrukken van gisteren, Gijs zijn vertrek van huis en de condoleance in Zeist heeft ons de nacht in slaap gewiegd. Laura, Lizzie en ik, en hondje Iona, hebben ons daarna in de warmte van R. en H. mogen wentelen.

Er is een stoet aan mensen aan ons voorbij getrokken. Mensen die van Gijs hebben gehouden in zijn vroeger, al dan niet kortstondig, mensen die aanwezig waren tijdens de opbloeiende liefde tussen Gijs en mij, mensen die ons huwelijk hebben meegemaakt en ons in ons huwelijk hebben meegemaakt, collega’s en oud collega’s; veel omhelzingen, veel steun van vriendinnen voor Laura -zoals gisteren de hele klas van Lizzie steun getuigde-  veel handen, veel groeten later is er weer een stuk van het afscheid voorbij. Stijlvol. Maar te hard.

nijenheim2

Ik word om vier uur wakker van kletterende regen en heftige windstoten. Iona ligt met haar hondenrug warm tegen mijn mensenrug. Ze beseft niet dat ze in een stad is, waar hagelstenen en regen tussen de huizen een kakofonie van ander geluid maken. 

Om zes uur is het noodweer zo mogelijk nog heviger. Ik ben bang. Zo kunnen we Gijs toch niet naar zijn laatste rustplaats brengen? Visioenen van zwart afdekzeil over de mooie, blanco kist doen me huiveren onder het dekbed. Iona draait zich om en gaat slaapdronken aan mijn voeten liggen.

Om acht uur zit ik met H. aan de koffie en slaat de regen nog steeds met flinke windvlagen tegen de ruiten. We kijken naar de weersvoorspellingen. Die lijken beter te worden, maar ik moet het eerst zien, wil ik het geloven. Lizzie en Laura komen later naar beneden. Ze willen met R. en H. en hun kinderen al eerder naar de locatie van de uitvaart, ons dierbare   Beauforthuis, de enige plek waar Gijs en ik een gelegenheid als dit ons kunnen voorstellen.

Ik ga gelijk met R. de deur uit, maar ga zelf met Iona een stuk lopen. Vreemd, om in de stad te zijn. Vreemd om Iona uit te laten op een groenstrook, in plaats van in de velden. Ze doet het goed, het meisje.  Gedraagt zich alsof ze haar leven lang in de stad woont.Terwijl ik met regen weg ging, wordt het steeds droger naarmate ik verder loop. Er is een regenboog, alhoewel zwak en niet zo mooi als die Gijs zelf vorig jaar vastlegde, toen we op de boot naar Texel gingen. Gelukkig waren onder de omstandigheden.

magic moments 35

Terug in de straat van R. en H. zie ik de auto van H. en J. al komen aanrijden. Zij gaan me deze ochtend van het Beauforthuis naar Gijs brengen, en dan samen met hem weer naar het Beauforthuis, waar zijn definitieve afscheid zal plaatsvinden.  Iona gaat mee en H. neemt haar liefdevol onder haar hoede. 

In de bossen van Austerlitz ligt het prachtige plekje en vind ik mezelf terug in de omhelzing van mijn voormalig werkgeefster L. die het mogelijk maakt dat we hier vandaag met en voor Gijs kunnen zijn.  Ondanks een verbouwing, sinds ik er niet meer werk, is de hele sfeer en entourage zo hetzelfde gebleven dat het als thuiskomen voelt. Hier, en nergens anders, zullen we in onze eigen kring Gijs gedenken. R. en H. zijn druk bezig de laatste voorbereidingen te treffen, ik zie het prachtige bloemstuk dat precies zo is als ik hoopte: geen opgezette bloemen, geen stuk met lint, geen krans, maar een Gijs-waardige mengelmoes van heide, eucalyptus en natuurlijk volop mistletoe (Maretak)  waar we twintig decembers naar hartenlust onder hebben staan te zoenen. Voor Lizzie is de mistletoe een vast ijkpunt van de decemberfeesten. Niet voor niets heeft ze een foto uitgekozen, waarop Gijs haar als peutertje onder de mistletoe vasthoudt voor een knuffel.

mistletoe

Laura en Lizzie lopen samen de bossen in terwijl ik met H. en J. naar het uitvaartcentrum ga, waar we Gijs ophalen. Tot mijn grote vreugde word ik daar ontvangen door onze “eigen” uitvaartmannen: ze hebben hun dienst geruild omdat ze dit niet aan collega’s van een andere regio over wilden laten. Dat voelt goed.  J. krijgt een vlaggetje aan zijn auto en dan gaan we achter Gijs aan naar Austerlitz. Tijdens onze rit is het helemaal droog en begint zelfs een bleke zon door alles heen te schijnen.

De rit ontroert me bovenmate. Omdat onze Friese uitvaartmannen de meest logische route door Zeist niet kennen, rijden we de weg die Gijs en ik op onze trouwdag reden. We komen langs het Slot Zeist, daar, waar we achttien jaar geleden elkaar ons “Jawoord” gaven. Langs het restaurant, waar we ons bruiloftsdiner genoten. En dat alles op een plotselinge, zonovergoten wintermiddag. Het voelt als een cadeautje, intense liefde voor het leven met Gijs welt als een luchtbel in mijn binnenste op.

slot

We rijden de parkeerplaats van het Beauforthuis op en door, naar achter.

beaufort

Daar wachten de collega’s van Gijs ons al op. De mannen zien er indrukwekkend uit in hun zwarte “open -doek” theaterkleding.  P. is er ook, met háár Nikon, om alles op de gevoelige plaat vast te leggen, omdat Gijs het zelf niet meer kan. Ik voel me wonderlijk getroost door de mannen die om me heen staan en met wie ik straks Gijs zal binnendragen. Omdat ik een dienst over neem van één van hen, de man die ook bij ons Jawoord was, vandaag zijn verjaardag viert en er onverwacht toch niet bij kan zijn. We hebben wel vaker elkaars theatertechnische diensten geruild, het voelt niet meer dan vanzelfsprekend dat ik een handschoen krijg en tussen de mannen mijn ex collega mee naar zijn laatste voorstelling draag.

10801980_10205109433877568_7360134285396668387_n

De zon houdt aan. Het is vijf minuten voor aanvang. Op het teken van de uitvaart-inspiciënt tillen we de kist uit de auto als een goed getraind corps de ballet, steeds elkaars last overnemend, totdat we Gijs naar binnen kunnen dragen.

Het is geen afscheid. Het is een viering, waar af en toe een snik en een huilbui klinkt. Maar waar ook vertederd gezucht wordt en zelfs gelachen. Ondanks dat de beide meisjes af en toe dicht tegen me aan kruipen en hun tranen de vrije loop laten gaan, Iona tegen mijn knie aangeplakt zit en ik het zelf tijdens mijn woord tot Gijs ook niet volledig droog kan houden, is het meer dan goed. Het is lief. Het is Gijs. Gijs zonder pijn, Gijs in zijn mooie doen, Gijs zonder zwaar en somber. Gijs, die zijn arm om ons heen slaat, wiens stem ik goedkeurend hoor knorren zoals hij soms kon doen als alles echt helemaal goed was en hij zich gelukkig voelde. 

Eén van de collega’s vraagt helemaal aan het einde van de ceremonie een applaus voor Gijs. Een staande ovatie voor de man, die zijn leven in alle volte geleefd heeft en uit zijn lijden verlost is.

Een beter einde had ik niet voor hem kunnen dromen. De bitterballen en de wijn, die hij als “nazit” gevraagd had, breken de laatste stukjes verdriet. 

Wanneer we Gijs dan echt weg brengen, rijden we door de late middagzon achter hem aan… opnieuw onverwacht door de weg van zijn leven: zijn oude buurt, zijn school, zijn oude werk, de plek waar wij samen 20 jaar geleden echt onze eerste kussen wisselden, waar we onze familie bij elkaar vonden voor ons trouwen… Onnoemlijk dankbaar ben ik voor de merkwaardige navigatie van de Friese uitvaartmannen, die een reis door vroeger hebben uitgestippeld.

magic moments 29 (2)

Een half uur later zijn we op de plaats van bestemming. We moeten Gijs achterlaten. Zijn moeder en haar partner, de meisjes, P. met haar camera als dierbare metgezel, R. en H. en de kinderen, we staan daar, koud, onwennig en vreemd bij elkaar. Ik neem als een accurate weduwe wat formaliteiten door.

Dan is het echt zo. Even wil ik woedend, onberedeneerd en inwendig huilend  alle bloemen en alles van de kist wegduwen, er zelf op gaan liggen. Ik wil met Gijs mee. Bij hem blijven, ik wil niet achteruit moeten lopen, weg van de man die mijn ademtocht is.  Ik wil niet zonder. Ik wil met.

Maar de kinderen staan om me heen en ik voer hen mee. Van Gijs weg. Ik doe het dus. Laat mijn lief achter. Voorgoed.

Dit blog is ten einde. Ons verhaal is, na dit naschrift, uit.  Ik hoop verder te kunnen schrijven, maar dat zal misschien niet hier zijn. Dit was het verhaal van Gijs, van Laura en Lizzie, van de kennel, de ezels, van een gevecht tegen beter weten in. Van toch schoonheid zien. Van een schaduw op het erf, die steeds grotere proporties aannam. Het verhaal van ons.

yesterday is here 12

9 december. Weg.

In alle vroegte, de kinderen slapen nog, maak ik met Iona de ochtendwandeling. Het heeft flink gevroren. Een schrale zon komt door het grijze wolkendek.

DSC_0008

Ik maak de wandeling wat langer dan gewoonlijk, omdat ik elke seconde ervan wil inademen. Heb de camera van Gijs bij me en kijk erdoor zoals hij erdoor zou kijken. Zoals hij me geleerd heeft: “Denk aan de horizon, kijk naar de details, zie de diepte…” Ik zie vooral een moment dat Iona staat te kijken, naar waar ze ons huis weet. Ik leg haar vast door het oog van Gijs zijn Nikon.  De eerste van vele foto’s “in de geest van…”

9 december

Ik maak er nog een paar. Als ik ze aan Gijs had laten zien, zou hij gezegd hebben: “Mooi, wijffie.” Deze wel. Hier zou hij niet veel kritiek op hebben. Ik neem ze op en hou ze vast. Omdat ik ze vandaag heb gemaakt.

9 december2

Een van de bessenstruik. Waarvan we elk jaar zoete, kruidige, zwarte cassis-jam en cassislikeur kregen, Gijs was er dol op en blij dat we toch steeds opnieuw van die gekke, lelijke struik konden oogsten.

9 december 3

En een van een van de vele palen, die Gijs in de grond heeft geslagen om de afrasteringen weer opnieuw te repareren. Bezaaid met vorst, dat bijna op een diamanten bekleding lijkt.  Hij zou trots op deze zijn geweest.

Terug in huis zijn de meisjes wakker. We hebben veel tijd, we kunnen rustig alle spullen inpakken die we voor de komende dagen willen meenemen. De meisjes gaan zelfs nog even naar Heerenveen om een panty voor mij te kopen en nog wat kleine dingen die we nodig hebben. Ik verzorg ondertussen de ezels, maak de stal alvast schoon zodat onze buurman de langoren vanavond alleen maar erin hoeft te zetten.  Er komt een pakketje. Het is de zwarte rok die ik op de valreep gekocht had voor de komende gelegenheden, die op een hele bijzondere manier verstuurd is en zelfs net op tijd binnen is.

Tussen alle bedrijvigheid door voel ik een geknaag aan het stukje binnenste waar ik mijn hart weet. Pas op het moment dat de mannen van de uitvaartonderneming er zijn, weet ik met een schok waar het vretende gevoel vandaan komt. Het is 9 december 2014.

9 december 1994 hebben Gijs en ik voor het eerst samen de nacht doorgebracht en zijn we eigenlijk – op wat ziekenhuisopnames, zo nu en dan een gedwongen logeerpartij vanwege werk of een keer een bijeenkomst waar één van ons bij aanwezig moesten zijn – nooit meer uit elkaar geweest. De afgelopen week ook niet: Gijs was er gewoon., ook al was hij dood. Precies 20 jaar geleden zijn we vannacht bij elkaar gaan slapen en nu zijn we gedwongen uit elkaar, vannacht zal de nacht zijn waarop Gijs er echt niet meer voor me is.

Dat realiseren slaat een krater in mijn diepste innerlijk. Dit gaat het “nooit meer” worden. Ik deel het nog niet met de meisjes, of met wie dan ook. Ik moet eerst voor mezelf naar adem happen.

Samen met de beide mannen van de uitvaartonderneming, onze “eigen”mannen, sluit ik de kist van Gijs definitief. Doen we de knoppen erop. Maken we alles in orde zodat hij uit de slaapkamer, over het erf, de auto in wordt getild. Het plotselinge gegier van mijn eigen huilen door dit besef, komt wanneer ik de auto daadwerkelijk zie staan waarin Gijs het pad zal afrijden, uit ons leven, weg van zijn geliefde wijk. R. is onmiddellijk bij me om troost te bieden en ook H. komt naar buiten om me bij de hand te nemen. Mijn huilen verstomd, maar gaat van binnen onverminderd door.

ezelgroet3

Tot onze grote verwondering staan de beide ezels naast de auto en blijven daar staan, totdat de kist erin wordt gezet. Ik loop met R. en H. alvast vooruit, wil zien, bewust meemaken hoe Gijs van me weg rijdt. De beide ezels lopen zo ver ze kunnen met de auto mee, totdat die de bocht maakt en ze niet meer verder kunnen lopen. Ze kijken hem na. Ze hebben hem op hun eigen wijze de laatste ezelgroet gegeven. 

ezelgroet

Het is nog steeds koud, grauw, mistig en de vorst heeft ons nog niet verlaten. Door de grijsheid van alles zijn de laatste beelden van Gijs in onze wereld versluierd. Het maakt indruk.

Zeker als hij voor de aller, allerlaatste keer het pad afrijdt…..

weg1

En voorgoed de Wijk verlaat……ons leven verlaat….

Lief, hoe moet ik na deze twintig jaar zonder je?

weg3

8 december. Condoleance in de slaapkamer…

De eerste dag van deze dagen breekt aan met een schitterende zonsopgang.  Tijdens de wandeling met Iona zie ik, hoe de wolken over het goud van de zon schuiven en eer ik terug ben heeft het grijs het goud verdrongen. Wind en regen spelen krijgertje met de bladeren en losgerukte takken op het erf.  

zonsopgang

De man van de fourage-handel brengt vlas en stro voor de ezels en beloofd dat hij en zijn vrouw vanmiddag ook komen condoleren. Ik realiseer me dat de entree van ons huis niet bepaald representatief is: het rieten dak heeft in de afgelopen weken allemaal hompen mos losgelaten en zand en bladeren hebben een rottende hoop compost voor de deur gelegd.

Het is ijzig koud en nat; ik doe handschoenen aan en begin met een bezem en een schop de boel zo goed en zo kwaad als het gaat schoon te maken. Lizzie gaat door weer en wind naar de supermarkt om een paar dozen tissues te halen, handig voor in de kamer, waar we de mensen die Gijs een laatste groet willen brengen, zullen ontvangen. 

Ik graaf door de berg zand, die vorig jaar gestort was, een looppad. Tot mijn verwondering is er een behoorlijk niveauverschil, wat ik na nog meer graven niet weg krijg. Dus ik leg wat stoeptegels neer bij wijze van trede. Met de helft van de nieuwe zak vlas maak ik het pad wat netter.

Daarna is het de beurt aan de voordeur, die dringend een poetsbeurt nodig heeft en tegen de tijd dat Laura door haar vader gebracht wordt ben ik eindelijk klaar met de entree. 

DSC_0002

Onze slaapkamer ontdoe ik van alle medicijnen van Gijs, van alle rommeltjes die zich in de afgelopen dagen hebben opeengehoopt. Ik hang de mooie collage aan de muur, die Lizzie met haar vriendinnen heeft gemaakt, zet de bloemen hier en daar neer en maak een zitje, waar het condoleanceregister op gelegd kan worden. Laura doet de kleine kaarsjes aan en dan ziet het geheel er stijlvol uit. 

DSC_0007

Nog geen tien minuten later stappen de eerste mensen al binnen: gelukkig zijn het mijn eigen goede vrienden, zodat ik er meteen op de juiste manier in zit.

Het wordt een druk bezochte middag. Door de stromende regen komt Lizzie’s hele klas met haar mentor en een paar docenten op de fiets aan en het is nog nooit zo overbevolkt geweest in mijn slaapkamer. Gijs was een geziene figuur in de omgeving. Hij speelde volleybal, verleende zijn medewerking aan een week lang televisie-promotie over het dorp, verzorgde de techniek bij de schoolmusicals. Eén van de mannen met wie Gijs gesport had is duidelijk erg aangeslagen en diep onder de indruk. Nadat hij me stevig omhelst zegt hij met tranen in zijn ogen: “Ik heb twee jaar van deze man genoten…” 

DSC_0004

Er zijn meer mensen die moeten huilen om het verlies van de grote man, zoals Gijs genoemd werd door iemand, die me vertelde dat Gijs hem wegwijs had gemaakt in de microfoontechniek voor de televisieopnames. Lizzie en Laura houden zich sterk staande in het drukke uur en als we daarna de kaarsjes uitblazen en de nieuwe bloemen in het water zetten, voelen we ons als een uitgeknepen citroen, zo moe. Laura maakt een eenvoudige wokschotel en we proberen met zijn drietjes naar “Love Actually” te kijken, onze favoriete film. Maar we krijgen het niet voor elkaar om de film helemaal af te kijken. We rollen bijtijds ons bed in, onze hoofden vol van alles. De nacht wordt zwart en rood van verdriet en vermoeidheid. En toch ook weer te kort.

DSC_0137

6/7 december. Vorm geven.

R. en H. zijn er rond lunchtijd weer en voor die tijd heb ik met Laura nog wat adressen opgezocht. Gijs ligt er nog steeds goed bij, de mannen van de uitvaartonderneming komen elke dag even naar hem kijken. Er ontstaat een merkwaardige relatie: ze vragen hoe het met Gijs is, alsof hij niet overleden is maar onderdeel van het gezin. Ze vragen naar hoe het met de meisjes gaat, praten met ons mee en aaien de honden, kletsen tegen de papegaai. Het is jammer dat ze in het latere traject van deze week niet mee kunnen: zodra Gijs door hen wordt overgebracht naar Zeist, zal iemand van een andere regio “overnemen.” 

Daar wil ik nog niet aan denken, want dat houdt in dat Gijs niet meer bij ons is. Nu voelt het nog niet zo pijnlijk; ik ga nog steeds de kamer in waar hij ligt, praat tegen hem en streel af en toe zijn intens koude gezicht.

raam

Na de lunch brengt H. Laura naar het station. Ze gaat terug naar Amsterdam, even haar eigen leven opsnuiven. Ondertussen gaan R. en ik met de laptop van Gijs van alles doornemen, de uitvaartceremonie vorm geven. 

Een onnoemelijk verdriet en medelijden overvalt me, als we merken dat Gijs in de laatste dagen van zijn leven alles wat hij in de weken ervoor op schrift had gesteld voor de regie van zijn uitvaart, verloren is geraakt. Hij heeft hele bestanden gewist, niet alleen alle adressen en namen, maar ook  de dingen die hij graag wilde dat we zouden gebruiken als leidraad. Eén stukje heeft hij geschreven en daarin zie ik dat het heel zwaar voor hem was. Het stokt in het midden van een zin en gaat niet meer verder. Hij heeft dat, wat hij zo graag wilde, niet meer af gekregen.

DSC_0155

De berichtjes die hij naar zijn vroegere vriendinnen wilde schrijven, hebben hem onevenredig veel energie en moeite gekost. Daar is hij zo koortsig en ongelukkig mee bezig geweest, steeds vragend hoe hij het moest formuleren, steeds verslagen geconfronteerd door het afnemen van zijn kracht als hij de zinnen voor zijn ogen zag dansen en als de letters verkeerd uitvielen, boos als de zoveelste poging niet lukte, dat alles wat hij daarna heeft proberen op te pakken, volkomen is verdwenen. Bestanden hebben zich als lege hulzen in zijn “map” genesteld en ik kan niet anders dan triest zoeken in de puinhopen van de computer op zoek naar de dingen die hij aan R. en mij wilde vertellen. Blanco pagina’s zijn opgeslagen en nergens is te vinden wat er in zijn hoofd omging.

R. heeft gelukkig zijn laatste gesprek met Gijs wel vast in zijn herinnering opgeslagen, dus het karkas van de ceremonie zijn de muziekstukken die voor Gijs belangrijk waren, twee filmfragmentjes van hem met Lizzie als kleutertje en een gedicht, waarvan Gijs in zijn verwardheid door de morfine meende dat hij het geschreven heeft in een moeilijke tijd in zijn leven, terwijl ik zeker weet dat hij het schreef in een mooie tijd: de dichtregels schreef hij immers aan mij.

44 bosfoto

Het doet er niet toe, met die zaken als uitgangspunt zijn R. en ik gaan voortborduren. Ook mijn eigen aandeel wil ik illustreren met beelden van de man, die Gijs voor me is geweest en die ik me wil blijven herinneren.

Als R. en H. later op de avond naar huis gaan, staat de uitvaart “in de steigers” en beloofd het een mooie voorstelling te worden.

Zondag besteed ik vrijwel de hele dag samen met Lizzie, aan het zoeken naar foto’s die de muziekstukken moeten inkleuren.  Dat werkt op een bepaalde manier louterend, veel eerder dan ik verwachtte, ga ik al terug naar de enorm grote hoeveelheid goede en mooie momenten die we gedeeld hebben. Tijdens een van de laatste gesprekken die Gijs en ik hadden, zei hij dat hij er vertrouwen in had dat we terug gingen kijken op het goede van ons samen. Ik was daar wat terughoudender in, wetend, dat het allemaal zijn tijd nodig moet hebben maar in dit geval heeft Gijs absoluut het laatste woord gehad: Lizzie en ik moeten zelfs nu al samen lachen om sommige plaatjes en herinneringen van toen.

DSC_7412 (2)

Tot laat in de avond blijven R. en ik van alles naar elkaar doorbellen, mailen en verfijningen aanbrengen aan de inhoud van de uitvaart. Als ik om half één de computer afsluit is het vrijwel helemaal klaar en ziet het draaiboek er goed uit.

Lizzie en ik bereiden ons voor op een drietal emotionele dagen. We kruipen samen diep onder haar dekbed en laten de nacht moed en kracht brengen.

48 bosfoto