Maandelijks archief: februari 2015

20/21/22 februari. Hondengebeuren.

Ook vandaag komen er twee honden. Lizzie gaat, ondanks de EMDR, toch naar school. Ze heeft de eerste vier uur vrij en dan een paar lessen: een korte dag en dan is het wel te doen na de heftige emoties van gisteren. Ook komt er iemand van de bank op de koffie. Ik heb al vroeg alle relevante papieren bij elkaar geraapt.. Zie uit naar het moment dat ik me daar geen zorgen meer om hoef te maken, maar naarmate het gesprek verder vordert, weet ik dat het nog wel een tijd kan duren eer de zorgen helemaal over zijn. Als ze al ooit zullen wijken.

Als hij vertrekt, heeft hij een enveloppe met een veel te vervelende inhoud achter gelaten. Ik heb ervan kennis genomen, heb voor ontvangst moeten tekenen. Bijna onpasselijk schuif ik het in de lade van mijn bureau in de hoop dat ik het voorlopig niet eruit hoef te halen. 

Ik maak Lizzie pas om 11 uur wakker, dan is de eerste onrust voor de honden al over. Logeetje Tess heeft wat meer tijd nodig om te wennen. Een wandeling, wat extra aandacht en dan ligt ze toch rustig naast me als Lizzie aan haar late ontbijt zit.

Het is allemaal van hetzelfde…een modderig erf, een zwaar hart, in de middag nog weer een hondje.  Door de regen staan de ezels al vroeg op stal. Het is zo’n dag die als een last op mijn schouders drukt. Die een opmaat lijkt te zijn voor nog meer zwaarte. Af en toe voel ik de vermoeidheid als een verslagenheid tot in mijn botten. Heeft dat ook met rouw te maken, die uitputting? 

Als ik door de regen in de namiddag op de fiets nog even een boodschap doe, vergeten om een paar noodzakelijke zaken als brood en toiletpapier te halen van de week, en ik door het dorp fiets, kijk ik naar mezelf als door andermans ogen. En dan komt die gedachte, dat onzinnige besef weer als bittere gal naar boven: ” Ben ik dit? Zijn wij dit? Is het werkelijk waar dat ons dit is overkomen en Gijs gestorven is nadat hij kanker had? Wij waren toch die mensen die acht jaar geleden de boerderij kochten en daar met drie ezels, vier Golden Retriever reuen, een toom kippen en een kat gelukkig gingen worden?”  Van die hele gemeenschap zijn alleen Lizzie en ik en twee ezeltjes over. Geen reu, geen kip, geen kat heeft de afgelopen zeven jaar overleefd. En ja, het is ons overkomen en Gijs is dood. Echt waar. 

Zaterdagochtend. Lizzie gaat vandaag zeer bijtijds naar Amsterdam, naar Laura, die alvast een voorproefje op haar verjaardag viert. Het stichtingshondje dat gisteren gebracht werd, wordt vandaag voor een vakantie gehaald. En… het regent.

Omdat Lizzie een lange reis moet maken, ga ik met haar mee naar het station. Dat voelt toch prettiger dan haar alleen met de bus naar de trein te laten gaan. Ze vindt dat zelf ook prettig. Dus we zitten al om half 10 in de bus zodat ik zelf om 12 uur terug ben en nog een uurtje met de hondjes heb alvorens mijn gasten komen.

We hebben meer dan genoeg tijd voordat de trein vertrekt en slenteren daarom over de markt richting station. Ik geef Lizzie iets lekkers mee voor haar reis en haal broodjes voor de lunch van de lieve dames uit België. Het is lang geleden dat we zo samen over de markt liepen en het heeft wel iets lichts, iets vrolijks. Lizzie verheugd zich op haar weekendje Amsterdam. Als je niet beter zou weten, zou het allemaal ” genieten” zijn; dat woord waaraan je moet voldoen, dat woord dat in onze omstandigheden te vaak op een te hoog voetstuk wordt geplaatst. Dat eerder als een opdracht klinkt dan als een wens, hoe lief het in alle gevallen ook bedoeld wordt.

Dat ” genieten” ver van mijn bed staat, komt weer naar voren op het moment dat Lizzie na een kus in de trein stapt en ik gelijk met het wegrollende voertuig het perron afloop. Geen arm van Gijs om mijn schouders. Geen warme auto. Ik voel me moederziel alleen en verbijt mijn eenzaamheid als ik terug via de stad naar de halte loop, omdat ik opnieuw drie kwartier de tijd heb eer de bus naar huis vertrekt. 

Gelukkig regent het. Dan vallen mijn natte wangen niet op.

Het is gezellig met mijn gasten en ik zwaai hen en het hondje diep in de middag uit. Dan ga ik – opnieuw in de modder- met een groepje honden op stap. Er ligt een lange avond alleen voor me en ik besluit om verder te gaan met de lappendeken van Gijs zijn hemden. Want als ik niets doe heb ik morgen hoofdpijn van het fronsen door zelfmedelijden. De deken komt vandaag af.

DSC_0014

Als ik met alle honden alle wandelingen heb gemaakt, vroeg voor de zondag, en de ezeltjes buiten heb gezet, ben ik tot op mijn huid nat en koud. Ook vandaag komt er weer een hondje en ik ben nauwelijks omgekleed als de auto al het pad op rijdt. We drinken koffie, de hond is snel in het roedel opgenomen en als naar baasjes naar hun weekendje weg gaan, voelt het alsof er al een dag voorbij is terwijl het nog uren duurt eer ik Lizzie van de trein kan gaan halen.

Ik realiseer met dat Iona drie jaar is. Dat het dus drie jaar geleden was, dat Skye haar mooie elftal puppies op de wereld zette. Dat Gijs tranen van ontroering liet zien toen hij die kleine hummels bekeek, zo groot als hij was met zo’n klein handvol hondje. We hadden zoveel plannen voor de toekomst, waren zo gelukkig met ons eerste zelfgemaakte nestje waar we onze bijzondere Iona uit hielden. Auld Lang Syne Hogmanay, zo perfect aansluitend bij onze kennelfilosofie. De emotie overspoelt mijn blijdschap dat Iona al drie jaar dagelijks plezier geeft. God, wat mis ik Gijs. Had met hem ons eerste nestje willen memoreren. 

De jongste broer van papa is overleden. Hij lag nog maar heel kort op sterven. Was ouder dan papa. Zusje en ik praten er lang over aan de telefoon, vooral over de impact die het op onze vader zal gaan hebben. En over de impact die het op ons heeft. De impact die sterven op ons heeft, in het algemeen. En het feit dat de zwager van papa ook aan het einde van zijn leven is, zijn dood binnen enkele dagen wordt verwacht, kleurt deze februaridagen nog somberder. Als we willen kunnen we elke dag wel naar een uitvaart.

DSC_0008

Mijn stemming verbetert niet, als ik opnieuw doornat en inkoud op het station in het donker op Lizzie wacht. Om er toch iets goed van te maken heb ik een schaal sushi gehaald voor thuis. En als ik haar dan weer zie, gaat het allemaal weer. We gaan frites eten om warm te worden en om de tijd te verdrijven. Lizzie vertelt vrolijk over van alles en de drie kwartier gaan dan toch snel voorbij.

Ik schrik als we over de Wijk fietsen en we bekend geblaf horen. Elke meter dichterbij geeft een meter meer onrust aan. Mijn gevoel klopt, de honden hebben duidelijk de zijdeur open gemaakt en lopen over het pleintje in de regen. Hoe lang zijn ze al buiten? Toen ik wegfietste om de bus te halen, was het toch zo’n twee en een half uur geleden. Zijn ze al zo lang aan het blaffen? Mopperend zet ik mijn fiets in de schuur en Lizzie pakt haar tassen terwijl ik de schaal met sushi zo recht mogelijk probeer te houden als ik in het donker over het erf glibber.

Dan glijdt de schaal met sushi uit mijn tas. De honden staan aan de andere kant van de poort te gillen en gek te doen. Ineens word ik woedend door alle toestanden. Vloek hartgrondig en stuur de honden boos naar binnen. Lizzie komt achter me aan en wordt ook boos. Op mij. Ze gaat naar boven met haar tassen en laat me beneden achter, met de door elkaar gehusselde sushi en boze tranen van uitputting.

Later praten we het uit. Lizzie had het zo fijn gehad, zo even niet aan alles hoeven denken wat haar verdriet doet. Zo even alleen met Laura en haar vader het over niets anders gehad dan dingen die toekomst en goed zijn. En dan komt ze thuis en vindt een moeder die alleen maar kan mopperen.  Zo voelde het voor haar, ze vergat dat ik daar stond, dat ik blij was dat ze er weer was en dat we, wachtend op de bus gezellig samen een patatje hadden gedeeld als voorgerechtje voor de sushi.

Die we uiteindelijk toch samen opeten tijdens “Moordvrouw.” Op de bank, met een warme plaid op onze knieën.  En de stukjes die echt helemaal kapot zijn en er voor ons onappetijtelijk uitzien, worden met verwondering en veel smaak opgegeten door de jarige Iona.

DSC_0059

19 februari. Binnenkomst.

Omdat de voorjaarsvakantie voor de deur staat, is het de komende dagen op ” honden-gebied”  behoorlijk druk. Vanmorgen worden er al drie reutjes gebracht. Met twee loopse dames in huis, (ja, hoe verzinnen ze het toch..) moeten Lizzie en ik weer de handigheid van het ” scheiden en rouleren”  op gaan pakken. We waren er voorheen heel geroutineerd in en ik vertrouw erop dat het ons ook nu weer gaat lukken.

Toch mis ik Gijs, ook al was het hondengebeuren al jaren voornamelijk mijn taak. Ik mis het overleg: “Zal ik ze op het veld weer samen zetten of vanwege het vieze weer maar hier op het pleintje?” Al was het alleen maar om dat hardop tegen iemand gezegd te hebben.

Twee gasten komen tegelijkertijd. Dat is mooi, ze kennen elkaar al van eerdere vakanties. Mijn damesgroepje moet ook weer aan de nieuwe roddelverschuivingen wennen: ook voor hen is er de afgelopen tijd erg veel gebeurd. Ik merk vooral aan Gigha, onze jongste, dat het anders dan anders is. Ze gil-blaft haar hoge meidengeluid en dat kan vervaarlijk klinken. Haar broer en het andere gastje interesseren zich echter meer voor Skye, die loops en wel zich toch weer met de mollen bemoeit. Af en toe snauwt ze een reu onder haar staart weg. 

Als anderhalf uur later ook Lima, de aardige grote, witte reu, wordt gebracht neem ik een besluit wat ik anders – ook weer- samen met Gijs had genomen. Ik ga de confrontatie met een gemengd roedel niet eens aan maar ga vanaf dit allereerste moment al twee groepen creëren. Mannen bij de mannen, vrouwen bij de vrouwen. Ik wil de grote prikkels voor de reutjes niet: Ollie is een jonge reu die zich, misschien gestimuleerd door de lekkere luchtjes van de dames, wat minder verlegen op zal stellen ten opzichte van de stoere Lima, die nu al met een sonoor gebrom en mega hoge staartdracht laat blijken dat hij de vent in huis wenst te zijn. Job maakt daar niet zo’n punt van. Als er maar gestoeid kan worden, maakt het hem niet uit of dat met een reu of een teef is, alhoewel zijn tante wel erg aantrekkelijk lijkt.

DSC_0006

Het is goed dat de drie mannen in de ochtend zijn gekomen; als ik in de namiddag de bus neem om met Lizzie naar de EMDR behandeling te gaan, is er voldoende harmonie in huis om met een gerust hart de deur uit te gaan.

Er is net als vorige week maar een uur voor de EMDR uitgetrokken en dat was duidelijk meer dan genoeg. We evalueren weer hoe de afgelopen week is gegaan en als ik zijdelings naar Lizzie kijk, terwijl ze uitlegt dat het eigenlijk helemaal niet zo’n goede week is geweest, schrik ik van dat witte, vermoeide gezichtje met ogen die dof staan. Wat moet ze toch allemaal meemaken?

Het lichtbalkje wordt geïnstalleerd, ik zet mijn stoel tegenover Lizzie en dan moet ze terug gaan naar waar ze vorige week was gebleven: het moment dat ze op 1 december in de avond met de bordjes en het bestek in de deuropening van de slaapkamer naar Gijs had gekeken, niet beseffend dat het de allerlaatste keer zou zijn waarop ze hem zag en zijn stem gewoon had gehoord. 

De herinnering is niet zachter of minder geworden. Integendeel, Lizzie geeft het een zwaarder cijfer dan aan het einde van de sessie van de vorige keer. En naarmate ze de cadans van de EMDR in gaat, tijdens de tussenpozen haar litanie laat horen: ” Onmacht…” ” Verslagen…” “Pijn..” lijkt die de scherpte juist te versterken.

DSC_0028

Bij de volgende lichtjes-ronde begint Lizzie te huilen. De beelden doen haar zo’n verschrikkelijk verdriet. Ze pakt mijn hand, ik streel de zachte huid, zelf ook vechtend tegen de tranen. Ze gaat dapper door, kind van haar vader, maar als de deurbel gaat ten teken dat we aan het einde van de sessie zijn, is de herinnering nauwelijks verminderd in zwaarte.

Met een vol hoofd lopen we even later hand in hand naar buiten. Er is geen opluchting, er is geen reden om erover na te praten zoals de voorgaande keren. Lizzie heeft zelfs geen trek in onze vaste traktatie na zo’n therapie. Geen sushi vanavond. 

18 februari.

Omdat vanaf morgen de vakantie-opvang gaat beginnen, wil ik vandaag het laatste stuk van het blog bewerken, zodat ik voor het manuscript alleen nog maar wat verfijningen hoef aan te brengen. Lizzie is met de bus naar school. Gisteren belde ze om kwart voor vijf op en vertelde dat ze een lekke band had; ze was bij een dorp tussen Heerenveen en huis en zou dus een stuk later thuis zijn. Onvermijdelijk dat daar een verdrietige bui op volgde: zo’n moment van groot besef. Als Gijs thuis was geweest, was hij haar tegemoet gereden, de fiets achterin de auto en dan samen met Sky Radio op naar huis. Dan was het zelfs leuk geweest. En zorgde hij dat haar band gerepareerd werd voor vandaag.

Maar zo werkt dat tegenwoordig niet meer. Ik breng haar fiets in de middag naar de fietsenmaker, zie dat de band wel heel erg poreus en slecht is geworden. Dat wordt een nieuwe…

Omdat op de oude computer het manuscript staat, ga ik in het kantoor zitten met de kachel aan, nadat ik met de honden ben uit geweest. Ze liggen allemaal tevreden te slapen in de huiskamer en ik kan rustig naar de andere kant van het huis.

Ik ben met de laatste bewerking tot en met oktober 2014 gekomen, lees met verbijstering terug hoe snel Gijs achteruit ging en die onmogelijke keuze van een mogelijke alternatieve behandeling. Nu begrijp ik dat het zo goed is geweest dat Gijs er niet voor gekozen heeft. Het was onherroepelijk fout gegaan, want zijn ziekte had zich al zoveel verder gemanifesteerd dan we toen nog dachten. Ook het feit dat Iona niet drachtig was, blijkt achteraf beter te zijn geweest… want ook dat was niet mogelijk geweest. Gijs was veel zieker dan hijzelf en onze huisarts vermoedden.

Ik bereid me op de laatst opgetekende weken voor: het is heftig om het te herlezen.  Dat blijft.

Als ik aan de laatste levensdag toe ben, is het precies half twee. Tijd om af te sluiten. Mooie timing. Het verhaal heeft zichzelf geschreven en ik ben op tijd klaar om Lizzie in Heerenveen op te gaan halen. Om nog even samen een boodschap te doen, voordat ik weer een week niet echt veel verder dan het dorp ga komen met alle hondjes, behalve de hoogst noodzakelijke dingen zoals Lizzie’s EMDR.

 Ik heb de honden, nadat we uit de stad terug waren, nog even een stuk meegenomen en op het veld laten spelen zodat ze lekker moe zijn. Terwijl ik het stalletje zo goed en zo kwaad uitmest (er is een chronisch tekort aan vlas, stro en hooi vanwege het overlijden van de fourage-man) wordt het buiten vreemd roze van kleur. Als ik over het weiland kijk, zie ik een magisch schouwspel van rode wollige stippen in een grijze hemel. Toch weer even stilstaan bij dat wat ver over onze kleine leventjes reikt. De natuur gaat gewoon door met doorgaan. 

DSC_6004

Om zeven uur, nadat we vroeg gegeten hebben, is A. er om Bikkel op te halen. Voordat ze hem meeneemt, neemt ze mij eerst mee. Naar een dorp verderop waar de gelegenheid tot afscheid nemen is van onze hooi en stro leverancier. A. wil me brengen zodat ik niet in het donker op de fiets hoef en ik ben haar daar dankbaar voor. Het scheelt me een uur heen en terug fietsen in het donker. 

Er staat een enorme rij mensen, niet alleen de dorpsgenoten maar ook van de omringende plaatsjes zijn er mensen die de familie willen condoleren. Waar we voor Gijs met een register genoeg hadden, liggen er hier zeker 10. Ik herken ze, zoals ik de enveloppe van de rouwkaart herkende. 

S. ligt in een half open kist en ik kijk even, groet hem in stilte en ga dan in de rij staan om zijn gezin te condoleren. Als zijn vrouw me ziet, pakt ze me vast en ik omhels haar. Niet gebruikelijk, zie ik aan de mensen achter me, maar het is mijn gebruik. Ze kust me op beide wangen, zegt dat ze blij is dat ik er ben: “je komt toch een keer langs, he? We zijn nu allebei weduwvrouw…” Ik beloof haar zeker een keer koffie te gaan drinken en dan loop ik door naar de rest van de familie. 

Onder de indruk stap ik even later weer bij A. in de auto. Ze neemt Bikkeltje mee naar huis en ik ben op tijd om amen met Lizzie op de bank naar GTST te kijken. Dat gaat gewoon door, gelukkig. Net als de natuur.

DSC_6010

17 februari. Zo kort en toch zo lang.

Omdat er volgende week veel logeerhonden komen, haal ik de agenda van vorig jaar erbij om de adressen van de baasjes op te zoeken. Als ik er doorheen blader, zie ik dat het de agenda van 2013 is. Mijn oog valt op de dag van morgen. ” 18 februari. Gijs naar huisarts…..” 

Ik realiseer me dat die afspraak de opmaat naar onze persoonlijke ellende was. Bizar dat we twee jaar geleden nog van niets wisten. Gijs wat “vage klachten” had. ” Wat “last van kramp.” 

Twee jaar lijkt niets. Maar is voor ons een heel leven geweest. Waarvan Gijs tien weken al niet meer bij ons is. 

Ik denk aan toen. Argeloos waren we. Geen angst voor de toekomst. Zorgen om mijn werkeloosheid en het behoud van ons huis hielden ons het meest bezig. Ik was de reünie van onze eerste twee nestjes aan het organiseren. Gijs moest wat onderzoeken ondergaan, voor de zekerheid. We besloten om de onderzoeken in Drachten te laten uitvoeren, dan was er een wachttijd van drie weken ongeveer, in tegenstelling tot de zes weken in het ziekenhuis in Heerenveen. Dan was het maar eerder achter de rug, want de buikkrampen waren wel vervelend.  Maar we waren echt niet ongerust, echt niet bang. 

Vandaag, twee jaar geleden, vierden we Laura’s verjaardag alvast een beetje, omdat ze er was. Lizzie had een schoolfeest en haar vakantie was begonnen. In niets was te merken, te voelen dat we aan de rand van een afgrond stonden. Dat Gijs zijn leven aan een draadje hing. Dat het proces van vernietiging van een leven al volop aan de gang was.

Mijn hemel. Die wetenschap, die herinneringen verlammen me. Net als het bericht van papa’s onverwachte ziekenhuisopname en de plotselinge dood van onze dorpsgenoot gisteren, ben ik ook vandaag weer van streek. Omdat ik de onbezorgdheid van twee jaar terug niet kan omvatten. Omdat het allemaal zo afschuwelijk snel is gegaan en we nu als vissen op het droge, naar adem happend, met de scherven van Gijs zijn bestaan achter zijn gebleven. Omdat Laura en Lizzie’s vader en mijn geliefde man binnen twee jaar tijd tot as is verworden. Ik kan het allemaal ineens totaal niet meer begrijpen.

16 februari. Stil…

Lizzie heeft de eerste twee uur vrij en kan dus ” uitslapen.” Ik neem die ruimte niet, zet na de ochtendwandeling de trimtafel op en hijs Bikkel erop. Hij heeft een enorm dikke vacht vol krullen en ik ga proberen dat wat te stroomlijnen. Ook zijn lange staart moet bij gewerkt worden. Hij laat het zich braaf gebeuren, snapt alleen niet dat hij – als ik na een uur aan zijn achterkant ga beginnen- moet blijven staan. Nadat ik met hen klaar ben, til ik Skye ook op de tafel. Want ondanks dat ze net als Iona en islay erg uit vacht is, mogen haar voetjes, kraag en oren wel wat bijgepunt worden om er  verzorgder uit te zien.  Alles bij elkaar ben ik er een groot deel van de vroege dag mee bezig. 

Nog voor negen uur gaat de telefoon en is het “zusjelief.” Ze vertelt dat papa nu met een ambulance naar het ziekenhuis wordt gebracht vanwege een heftige benauwdheid. Ik kan niet weg omdat ik opnieuw mensen verwacht die onderweg zijn. Zusje geeft aan dat mijn overkomst nog niet dringend gewenst is, eerst moeten we weten wat er gaande is in dat oude lijfje.

Ik schrijf een blog, werk emails bij voel me machteloos en stil. Zodra Lizzie thuis is, vroeg op de maandag, ga ik boodschappen doen. Ik moet naar de fouragehandel om het hooi en stro van de afgelopen week te betalen en om nieuw te bestellen. Liefje blijft bij de telefoon.

Alhoewel het maandag is en er dan geen postbezorging is, open ik toch de brievenbus en zie er een bekende envelop met rouwrandje in liggen. Is een van mijn bedankkaarten terug gekomen?  Het poststempel geeft “Nieuwegein” aan en ik weet dat daar een distributiecentrum is. Ik herken echter het handschrift niet als van een van mijn kinderen en als ik de envelop open maak, word ik koud en stil… de man van de fouragehandel is plotseling afgelopen donderdag overleden: 62 jaar jong.

Ik denk aan de laatste tijd. Zijn hulp. Zijn betrokkenheid bij de ziekte van Gijs. Hij en zijn vrouw, altijd even hartelijk, behulpzaam, belangstellend. Toen ik voor het eerst bij hen kwam na het overlijden van Gijs, zijn aangeslagen gezicht, tranen in de ogen, haar omhelzing.

Ik kan het niet geloven. Heb wel altijd het idee gehad dat hij niet echt helemaal in orde was, ik vond hem wat kortademig, snel rood in het gezicht. Maar niets wees verder op een onderliggende ziekte en anders zou hij het zeker wel hebben aangegeven in het kader van onze vertrouwelijkheid.

De rest van de dag voel ik me van streek. Wat een enorme schok en heftig verlies voor zijn vrouw en kinderen. Ik neem me voor om naar de condoleance te gaan, net zoals zij bij die van Gijs waren.. Wat is leven soms toch intens gemeen.

Papa heeft vocht achter de longen en dat wordt nu met medicatie zo goed en zo kwaad als het kan afgevoerd. ook blijkt dat zijn hart weer in de problemen is geweest. Als ik met zusje telefoneer, bespreken we de verschillende mogelijkheden… wat, als…Niet anders dan in Augustus. Maar met een dreun zijn we weer terug in die schrijnende tijd. Alle indrukken van vandaag maken dat ik intens verdrietig en intens moe ben als ik later de dag afsluit. Om vervolgens geen oog dicht te kunnen doen.

14/15 februari. Werk.

Dit weekend staan er twee kennismakingen op de agenda en Ludo en Faya, de logeetjes, worden opgehaald. Je zou dus kunnen zeggen dat we weer begonnen zijn. ” Het kantoortje” wordt vanaf nu in gebruik genomen zodat Lizzie gewoon haar eigen gang kan gaan in de huiskamer, zonder dat er onbekende mensen aan de tafel zitten. Ook weer zo’n nieuw iets. De oude computer staat daar aan en in afwachting van mijn gasten, merk ik dat alles het helemaal naar behoren doet. 

Ik zie de mensen het pad oplopen met hun hondje en haal rustig ons eigen roedel naar het veld, de logeerhonden hoeven geen kennis met haar te maken. Nadat alles weer zijn weg heeft gevonden, ondanks Gigha’s verbale manier van introduceren, laat ik de honden buiten en neem ik de gasten mee naar het kantoortje. Hun hond zal hier een maand verblijven, tijdens hun reis naar Australië. We spreken van alles door, drinken koffie en eer ik het in de gaten heb zijn er enkele uren aan deze kant van het huis doorgebracht. 

DSC_0101

Als ik de mensen heb uitgezwaaid en de kachel in het kantoortje uitdoe, de computer afsluit, ga ik de kamer binnen, waar Lizzie eenzaam in de grote stoel zit. Ik vraag me hardop af of dit wel zo prettig is. Maar onmiddellijk besef ik ook dat het als werk beschouwd moet gaan worden. en als je werkt ben je ook niet voortdurend in huis aanwezig. Alleen is dit werk verschoven naar het weekend. Maar zowel Lizzie als ik zijn daar altijd aan gewend geweest. door ons theaterleven hebben Gijs en ik nooit regelmatig gewerkt en weekenden gehad.

Dat moet alleen weer opgepakt worden na al die maanden dat Gijs en ik thuis waren. We moeten er weer aan wennen.

In de namiddag ga ik achter de Singer zitten en ga verder met de quilt van Gijs zijn overhemden. Het apparaat werkt doeltreffend en gemakkelijk en eer ik het in de gaten heb, is het helemaal af. Alleen de achterkant moet er nog opgezet worden en omdat het een wat afwijkende maat is, moet ik van twee eenpersoonsdekbedhoezen er een maken. dat klusje zal ik volgende week een keer doen. Want ik wil niet de hele avond een snorrende motor voor Lizzie.

Ik houd het patchwork omhoog. ben er niet ontevreden over en het doet goed om veel van Gijs zijn lievelingskledingstukken verenigd te zien. De truien, sweaters en jasjes dragen Lizzie en ik als we het koud hebben. En het meest favoriete overhemd van Gijs, met fel oranje en hardgroene kleuren, heeft Lizzie uit de stapel gehaald en als slaapshirt aangedaan toen ik begon met lapjes knippen. Eigenlijk wil ze het niet meer uit doen. Dat wordt niet in een lappendeken verwerkt. Die is gewoon voor haar.

DSC_0066

Ook zondag besteed ik de halve dag met de honden buiten en in het kantoortje. Dit is wat men ” werk aan huis” noemt. Vandaag is Lizzie er al wat vertrouwder mee.

Als de gasten weg zijn, zowel de hondse als de mensengasten, pak ik alles uit wat er dit weekend gebracht is. Aan post; brieven en een tweetal pakjes. Vaak varen onze honden wel bij kennismakingen: er worden cadeautjes in de vorm van kluifjes en lekkers meegenomen waar ze als een hond zo blij mee zijn. Ook die bekijken we en verdelen we: pensstaafjes in de blikken trommel, mergkoekjes in de glazen bak, andere snoepjes in de kast. Ik open de brieven, natuurlijk weer een van de belastingdienst aan ” de erven..” hoe kan het ook anders, en de rekeningen van Lizzie’s behandelingen. Sterk gepeperd, maar dat wist ik. Hopelijk gaat de gemeente de hulpvraag voor Lizzie wel honoreren, want anders is haar therapie een equivalent van een ruime vliegvakantie. Ondertussen ontfermt Lizzie zich over een van de pakjes voor mij. Daarin zit een mobiele telefoon, die me toegestuurd zou worden. Alleen… ik had niet begrepen om welk model het ging. Lizzie is gepast onder de indruk, bijna jaloers, want het is een model dat in het verlengde van de nieuwe computer ligt.

We besteden een genoeglijk uurtje vol opwinding aan het ” gebruiksklaar maken” van het apparaat en dan wordt het duidelijk: Ik heb nu ook een veegtelefoon. Waarmee ik schijn te kunnen  “eppen.”  En ” selfies” mee kan maken. En mee kan Feesboeken. En, dat is toch wel het allermooiste: ik kan er ook mee bellen!!

We kijken samen naar ” Moordvrouw” en Lizzie maakt voor Laura, haarzelf en mij een “groeps-ep” aan. Een gezinsgroep. Dat is een nieuwe dimensie in ons virtuele bestaan. Oh, Gijs, je moest eens weten! We zijn nu over op de Appel!

13 februari. Ringen en cirkels…

Zoals ik al verwachtte, lukt het Lizzie niet naar school te gaan. Na de behandeling is haar nacht onrustig en ze is werkelijk niet wakker te krijgen. Schouders en nek zitten vast en dat maakt dat ze hoofdpijn heeft. Ik heb het zo met haar te doen en toch is het belangrijk dat ze dit helemaal doormaakt. De herinnering aan die dramatische nacht is op zich na drie sessies wel vervaagd tot een plaatje dat minder scherp en pijnlijk is. Dat was de bedoeling. Nu alle andere akeligheden doorgewerkt gaan worden, geeft deze eerste stap wel moed om door te gaan.

Het heeft licht gevroren, als ik met de honden loop ziet alles er bepoederd uit maar de zon legt er een rozige filter overheen. Fotogeniek weer. Ik neem Gijs zijn camera mee naar buiten en probeer het vast te leggen. Om me heen klinken de vogels al anders. Hoopvoller, kwetterend dat er lente in de lucht zit. De hand om mijn hart… Gijs maakt het niet mee. Is er dan geen gedachte mogelijk zonder die tweede gedachte erachter? Verwoed veeg ik een traan van mijn wang, hou me voor dat het van de kou is.

Bikkeltje wordt gebracht en we drinken snel een kop koffie voordat zijn vrouwtje de reis terug door het mooie weer weer aanvaardt.

De leennaaimachine wordt geleverd. Gloednieuw, nog in een afgesloten verpakking. Een Singer… het merk waarvan ik nog een antieke heb staan van mijn moeder. In alles is hij degelijker dan de ” japanner” van Laura. Waar die van haar plastic onderdelen heeft, zijn deze in roestvrij staal uitgevoerd. Die moet een patchwork toch wel aankunnen.

winterzon5

Als Lizzie beneden komt en triest in de grote stoel van Gijs gaat zitten met haar Ipad en een kop thee, probeer ik haar over te halen samen even eruit te gaan. Bikkel is heel snel in het roedel opgenomen, is bijna kind aan huis en de beide andere logeerhonden talen niet naar de nieuwkomer. Ik laat ze nog een klein uurtje op het veld en kan dan echt wel de deur uit.. alles ligt languit te slapen op de bank, in de manden en tegen elkaar aan.

Ik maak een afspraak met een goudsmid. Wil de ringen van Gijs en mij zo veranderen dat ik ze om mijn vinger kan dragen in plaats van om mijn hals. En Lizzie wil haar ringetje ook aangepast hebben:  ze wil er een zwaluw op hebben. Gijs hield van zwaluwen. Had er zelfs een tattoo van, alhoewel dat meer op een grote meeuw leek. Het hangertje van een zwaluw dat ik hem in ons eerste jaar gaf, heeft hij lang gedragen en wat was hij niet begaan met elke zwaluwbaby die bij ons op het erf, in de stal, in de gang, in de schuur en zelfs in ons washok werd geboren. Een oud gouden ringetje waar ik totaal geen ” band” mee heb zal voor Lizzie’s zwaluw worden omgesmolten. Zo blijven de kosten erg laag en zal het later zijn zoals ze graag ziet.

In de middag nemen we de bus en lopen we gearmd door een deel van Heerenveen dat we eigenlijk niet goed kennen. In het kleine, gezellige ateliertje van de man maken we schetsen en laten we onze ringen achter. Het voelt kaal aan Lizzie’s vinger en mijn hals. Behalve de momenten van een operatie hebben Gijs en ik onze ringen nooit af gehad. Rare symbolische hersenspinsels.

We hebben nog bijna drie kwartier voordat de bus weer terug gaat. Het is echt zacht weer en we besluiten een paar haltes terug te lopen, naar ” Oudeschoot.” Daar is een kleine buurtsupermarkt waar we wat voor het avondeten kunnen halen en tegen die tijd zal de bus er wel bijna zijn.

We lopen langs een antiekwinkel, die al jaren te koop staat en van alle spullen af wil. Gijs en ik waren er in het eerste jaar van ons Friese leven wel vaker geweest. We hebben er het antieke, glazen paneel voor het raam gekocht, wat lampen en een kapstok. Gijs kon er heerlijk in de dozen met oude boeken struinen en een boom op zetten over het Heerenveense Skûtsje dat zomers aan de race deelnam. ” Ik ben benieuwd wat er nog van over is…” zeg ik een beetje weemoedig. ” Dan gaan we toch even binnen kijken?” stelt Lizzie voor. 

Er is inderdaad vrijwel niets meer. Wat oud serviesgoed, een paar lampjes en wat prullaria. De ruimte die eens zo elegant vol stond met mooi antiek en curiosa, ligt er nu kaal en troosteloos bij, met vlekken op het behang waar vroeger de grote kasten en dressoirs stonden. ” Misschien g=hebben ze er wel een glasplaatje voor mijn tafeltje..” bedenk ik hardop en loop door naar achteren. Inderdaad staan daar een drietal ronde glasplaten tegen de muur. Weliswaar iets kleiner dan mijn tafeltje, maar een ervan is heel mooi facetgeslepen afgerond en als ik de prijs vraag is dat een lachertje. Precies goed! Het wordt in een oud, goudkleurig gordijn gerold en zo heb ik dan – alsof het een cirkel is- op de valreep van het bestaan van deze onderneming, een ronde glasplaat.

DSC_0002

Als we daarna in de kleine supermarkt, “net een campingwinkeltje” aldus Lizzie, een paar boodschappen hebben gedaan en in de zon op de bus wachten, hebben we toch een merkwaardig tevreden gevoel. Dat we in de avond een fikse huilbui het hoofd moeten bieden is niet verwonderlijk. Ook goede momenten moeten verwerkt worden. En toegelaten.

12 februari. Appeltje en verstopte banaan.

Vriend J. komt vandaag. Met een nieuwe computer. Dat had hij eerder in de week al aangekondigd en zeker nu mijn huidige het steeds vaker laat afweten, komt het als geroepen. De hypotheekbank wacht op een CV dat aangepast is en heeft papieren nodig die ik moet scannen en dat is allemaal met mijn apparaat niet meer mogelijk. Ik heb ze om uitstel gevraagd en als J. binnenkomt met een groot beeldscherm, geloof ik dat het goed gaat komen. Hij geeft me een klein doosje dat ik moet open maken. Zo klein dat het lijkt alsof ik me vergis… een Ipad? 

Maar nee. J. laat het zien. Het is de kleinste computer die ik ooit zag (nou zie ik er nooit zo veel want ik ben niet vaak in winkels te vinden waar computers verkocht worden) en hij gaat hem nu installeren. Een Mac Mini. Een Appeltje. De oude, door Gijs aan elkaar ” geknoopte” laptop-met-extra- wel werkend- scherm gaat naar de nieuwe werkkamer. Voor tekstverwerking zal hij nog uitstekend dienst kunnen doen.

In de middag brengt J. met met de naaimachine van Laura naar Heerenveen omdat ik op tijd bij Lizzie wil zijn voor haar EMDR therapie.  De naaimachinehandel geeft me een formulier mee: ze hebben een “leenservice.” Voor vijftien euro, ongeacht de tijd waarop je eigen naaimachine ter reparatie is, kun je een gloednieuwe leenmachine krijgen. Ik besluit dat te doen want ik wil door met mijn ” patchwork” en ook al ben ik geen deskundige, ik meen te verwachten dat het wel een flinke reparatie zal gaan worden.

We zijn mooi op tijd bij de psychologe en kunnen meteen doorlopen. De vorige week wordt geëvalueerd en dan gaat ze terug naar Lizzie’s eerste trauma. De laatste keer dat Lizzie haar vader’s stem hoorde, was schreeuwend en gillend. Die herinnering moet bewerkt gaan worden ter verwerking. De volgende te verwerken herinnering wordt ook aangeraakt: de laatste keer dat Lizzie Gijs heeft gezien, half rechtop zittend, terwijl ze zich met de borden en het bestek in de deuropening van de slaapkamer naar hem omdraaide…. ze zou hem later nog wel te rusten zeggen, nadat ze haar huiswerk in de kamer had gedaan en wat televisie had gekeken. Maar dat welterusten zeggen was er nooit meer van gekomen.

Terwijl Lizzie’s ogen links en rechts de kleuren volgen, het warm in de ruimte is en ik Lizzie haar trieste zinnen hoor zeggen, dwalen mijn gedachten ver weg naar die momenten die nu zo belicht worden. Kan ik Lizzie dan niet helpen met herinneringen terug halen? wat was het laatste moment dat Gijs nog iets rechtstreeks tegen haar zei? Was ik daarbij? ik was toch vrijwel voortdurend bij hem. 

Ik zak weg in mijn eigen, kleine, enge wereldje van toen. Uur na uur probeer ik terug te halen, chronologisch. De sfeer, de stemmen, de stervensgeur, de zwaarte. Af en toe wordt die nevel doorbroken door Lizzie’s stem: ” Spierpijn..” …” Angst..” …” Moe…” …” Leeg..” 

Als Lizzie klaar is, ben ik zelf ook gebroken. Zo intens heb ik het afgelopen uur alles herbeleefd, op zoek naar een handreiking voor mijn meisje, dat het voelt alsof ik uit een diepe, sombere droom wakker wordt.

Gearmd lopen we naar onze ” sushi-dealer.”  Omdat we net de bus hebben gemist, gaan we er zitten en eten daar. Een vaste gewoonte in het nieuwe tijdperk. Het tijdperk van ” na Gijs.” 

Het is weer verrukkelijk en als we klaar zijn, krijgen we nog twee sushi’s stukjes ” van het huis.” Met avocado en zelfs een stukje verstopte banaan, zodat het een zoetig, romig, smakelijk desserthapje is.

Thuis zijn de honden rustig. Ze zijn duidelijk naar buiten geweest nadat ik weggegaan ben. Er ligt een briefje bij de nieuwe computer met aanwijzingen. J. heeft alles geïnstalleerd en ik kan nog diezelfde avond verder aan mijn manuscript. Wat een heerlijkheid! 

DSC_5987

9/10/11 februari. Wol en katoen.

Laura wordt door haar vader opgehaald want ze is nog steeds te ziek om de treinreis te ondergaan. Ik haal uit de schuur de elektrische zaag van Gijs, die mee naar Amsterdam gaat en ik krijg de naaimachine van Laura die ik wil gebruiken om een lappendeken in elkaar te knutselen. Omdat ze nu toch met de auto is, nemen ze ook het gourmetstel mee… dat, waar we met Gijs een paar keer mee hebben ” gekookt.” 

Als ik hen nazwaai, overvalt me een enorme neerslachtigheid; alsof het nazwaaien me per keer mee moeite gaat kosten. Ondanks dat het heerlijk was dat Laura er dit weekend was, hebben we het ook wel weer zwaar gehad met elkaars verdriet. Ik wil steeds minder dat de meisjes weggaan. En ze zullen steeds vaker weggaan. Want hun wereld vergroot. 

Het is viezig, grijs weer maar ik ga toch met de twee logeerhonden en Gigha een extra lange wandeling maken naar het water. Gewoon, omdat mijn hoofd schoon moet en mijn benen moeten lopen. Anders blijf ik in mijn kringetje hangen en ik weiger een zekere vorm van zelfmedelijden toe te staan. Daar heeft niemand wat aan.

Als Lizzie thuis komt, vindt ze een moeder, die druk bezig is alle overhemden van Gijs bij elkaar te halen. Naast de t-shirts van de Schouwburg, kon je Gijs uittekenen in zijn gekleurde overhemden en we kunnen het niet over ons hart verkrijgen om die hemden vol herinneringen in een zwarte zak te doen. Maar als ze op hun plek in de kast blijven hangen stootten ze me vrijwel dagelijks aan. Want de kledingkast is al 20 jaar van Gijs en mij samen. We hebben hem destijds gekocht, nog voordat we een huis hadden waar hij in paste. Zijn shirts en mijn blouses hingen jaar in jaar uit gebroederlijk naast elkaar. En onder mijn zomerjurk, die ik allang niet meer aan kan omdat het verdriet me zeker vijf kilo extra heeft gebracht, hangt Gijs zijn eerste wollen colbertje. Dat hij kocht toen hij voor het eerste met mij mee naar mijn moeder ging, vlak voor kerstmis. Om met de feestdagen in een nieuw overhemd en das te kunnen verschijnen. En een wollen jasje als extra warmtebron. Zijn stoere, grote leren motorjack vond hij niet passen bij de toenmalige festiviteiten.

Ik was het donkerblauwe wollen ding helemaal vergeten. Het laat zien hoe Gijs veranderd is in de afgelopen 2 decennia. Als ik het om mijn schouders sla is het nauwelijks groter dan ikzelf ben. Ik reken snel uit… sinds toen heb ik ook een behoorlijke verandering ondergaan. Woog ik toen een elegante 55 kilo, nu zijn het er 72. Het jasje past me dus. Er hoeft niets af, zoals bij Gijs zijn bruine colbertje. De tijdgeest… Als ik het jasje inspecteer op eventuele mattengaatjes, die er gelukkig niet in zitten, valt mijn oog op het label: Harris Tweed. Ik moet erom glimlachen. Dat Schotse wolmerk is een van de artikelen die ik heb moeten omschrijven toen ik nog modemerken beschreef, vorig jaar. We hebben er toen samen nog over gehad: Gijs vond het prachtig zoals ik me verdiepte in de fabricage en het ambachtswerk van Tweed Harris wol. Niet vermoedend, dat hij ooit zelf zo’n kostbaar artikel had aangeschaft. Gijs was ook toen niet echt van merken of kostbaarheden. Het moest functioneel zijn en prettig. En dat is het wollen jasje, samen met zijn bruine colbertje, nog steeds. Ik zal ze beiden blijven dragen. Omdat ze zo zijn als Gijs was. Koesterend en warm.

Een lieve kennis, die helaas in exact dezelfde situatie is en ook achter is gebleven met haar dochtertje na het ziekbed van haar veel te jonge echtgenoot, was net als wij, niet in staat om de shirts van haar geliefde man weg te doen. Ze heeft er stukjes uit geknipt en er een lappendeken van gemaakt. Ik vond dat zo’n bijzonder idee, dat ik het aan Lizzie voorstelde. En daarom heb ik nu de stapel hemden bij elkaar gelegd, het strijkijzer te voorschijn gehaald en mijn scherpe stofschaar. Uit elk shirt knip ik heel zorgvuldig, melancholiek en liefdevol, een twintigtal vierkante lapjes, die samen een groot geheel gaan vormen. Lizzie helpt mee. Ze strijkt ze glad.

” Papa heeft me strijken geleerd..” `zegt ze ineens. Toen we werden opgehaald door een collega om naar Almere te gaan, voor Gijs zijn onderscheiding, was hij na het douchen in de vroege ochtend te moe om zijn overhemd te strijken. Maar dat liet hij niet graag aan mij over. Hij deed dat altijd zelf. En in dit geval leerde hij liever Lizzie aan hoe hij het zelf zou doen, dan dat hij het door mij liet doen onder het mom van :  “je hebt nog zoveel te doen met de dieren…” 

Het is fijn om daar samen aan te denken en over te praten. Ondertussen groeit de stapel lapjes gelijk met onze saamhorigheid van vandaag.

Dinsdag wil ik na de wandeling in de ochtend een blog schrijven en weer wat verder aan het manuscript, als mijn computer ermee stopt. Dat gebeurde de laatste weken regelmatig in de avond maar nu al zo vroeg op de dag. Ik raak er bijzonder geïrriteerd door. Op deze manier kan ik niet verder en dat is heel vervelend. Ik probeer het geheel opnieuw op te starten en dat werkt, maar het werkt niet prettig. Want het gebeurd nog een aantal keren dat ik midden in een zin een probleem heb.

Ik ga verder met de lappendeken. Ontwerp het patroon en leg alle lapjes in de juiste volgorde lang uit in mijn slaapkamer. Steeds haal ik genoeg materiaal voor een paar strookjes naar beneden. De naaimachine van Laura snort genoeglijk door het katoen en gestaag zie ik er een patroon in komen.

Totdat de naaimachine stokt en er geen beweging meer in te krijgen is. De motor doet niets meer, het wiel gaat niet meer voor of achter uit. Ik weet dat Laura er niet veel mee gewerkt heeft, daarom word ik hier onberedeneerd boos door. Een vrijwel nieuwe machine, die het naaien van kleine, katoenen lapjes niet aan kan… Ook dit project leg ik dus voorlopig naast me neer: de machine gaat naar de reparateur en ik start de computer nog maar weer eens op…

2 novem

6/7/8 februari.

Lizzie heeft heftig gedroomd en beseft dat het de eerste keer is dat Gijs zelf in die droom figureerde. Als ik naast haar bed sta, zie ik dat het onmogelijk is om naar school te gaan; ze is gebroken. Ik laat haar slapen en bel met school. We hadden dit al voorzien, maar het komt toch flink aan. Lizzie is heel hard aan het werken om alles te verwerken.

In de middag komen er twee logeerhondjes. De eersten, sinds Gijs er niet meer is. Tussendoor is “ons” hondje Bikkel wel geweest, maar die hoort hier. 

Omdat ons eigen roedel ook aan zoveel veranderingen onderhevig is geweest moet ik ze toch goed aan de nieuwkomers introduceren, ook al waren ze hier eerder en hebben Iona en Islay een maand geleden nog met hen in een auto gezeten op weg naar een show…

Terwijl ik me dit bedenk, is de volgende gedachte erachter dat ik nog niet ingeschreven heb voor de show van 1 maart. Met J. had ik al afgesproken dat zij zich dan zal ontfermen over Islay, want op dezelfde wijze als vorige maand kan ik geen twee hondjes tegelijk voorbrengen. En alle teefjes zijn nu inmiddels in dezelfde klasse gekomen.

In de middag, een uurtje voordat de honden worden gebracht, komt Lizzie naar beneden. Ze eet en drinkt wat, leest wat, maar vlucht toch weer naar boven als ik de honden van de buren hoor blaffen, ten teken dat er wat op het erf aan het gebeuren is. Ze is niet in staat om mensen te zien.

Met het samengaan van het nieuwe roedel gaat het uitstekend, we drinken een kop koffie en als de baasjes weer weg zijn, ga ik naar boven om tegen Lizzie te zeggen dat ” de kust veilig is…” 

Mijn kind ligt languit te slapen. Op klaarlichte dag. Zacht trek ik het dekbed over haar heen. Ze heeft het nodig. Slaap is rust is genezing. Hoop ik.

In tegenstelling tot gisteren, staan we nu allebei vroeg naast ons bed. Ik ga met alle honden in groepen uit en omdat ik uiterlijk om half negen terug wil zijn, is het grootste gedeelte van onze matineuze wandeling echt nog in het donker. Door de week zijn we al vroeg, nu is de eerste groep al om half zes in de maisvelden. Dat heeft ook wel wat.

Dan zet ik de ezels buiten en laat de honden nog een half uurtje spelen op het veld, alvorens ik mijn tas inpak. Inmiddels is Lizzie ook klaar en fietsen we keurig op tijd om kwart over negen naar de bus.

Het is loeidruk in de trein en we boffen dat we een opklapstoeltje kunnen bemachtigen. Het voelt ongemakkelijk om ruim anderhalf uur op zo’n ongemakkelijk ding te zitten maar staan in de drukte is helemaal geen optie, dus we halen opgelucht adem als we in Utrecht over stappen en ruim plaats hebben in het kleine springertje dat ons naar Bodegraven brengt. Een stukje traject dat ik eigenijk niet ken. Exact op tijd staat zusje op ons te wachten om naar onze vader te gaan.

Hij herkent Lizzie eigenlijk niet, maar is ook wel in de war over mijn aanwezigheid en als ik naar het toilet ga, hoor ik hem aan zusje zeggen dat ik ook nog kom, vandaag. 

We drinken koffie, eten een stukje verjaardagsvlaai erbij die zusje heeft gekocht voor hem en we babbelen wat. We houden het luchtig, papa kan niet heel veel hebben. Tot mijn grote plezier leest hij in het boek van Arthur Japin, wat ik hem heb gegeven. Die belangstelling heeft hij gelukkig nog wel. Maar als hij me vraagt of ik mijn moeder nog spreek, merk ik weer dat hij volkomen in de war is. En helemaal als hij me vraagt of ik in de middag nog kom voor zijn verjaardag.

Als zusje ons een kleine twee uur later weer op de trein zet, voel ik me zwaar en bedrukt door de vergankelijkheid van een eens zo scherpzinnige geest. Zoals Gijs zijn lijf afbrak, zo breekt het besef van mijn vader. Ik heb verschrikkelijk veel moeite met die vergankelijkheid, dat verval van een mens. En ik ontkom er niet aan om dat zo te moeten aanzien. 

In Utrecht voegt Laura zich bij ons en heeft de trein een vertraging van ruim 10 minuten, die ons meer dan een uur vertraging kan opleveren. Ik word nerveus, geïrriteerd. Wil naar huis, naar de honden, maar kan niet anders doen dan berusten. Het lot in de handen van de NS leggen. Dat we uiteindelijk met een inhaalslag van enkele minuten de bus naar huis toch halen, doet me maar nauwelijks opgelucht ademhalen. Mijn irritatie is niet weg en ik weet dat het komt, doordat het allemaal de laatste dagen toch wel erg indrukwekkend is geweest. Ik kan het niet goed in het juist perspectief zien.

DSC_0048

Lizzie wordt om half negen opgehaald om voor World Servants bij een tentfeest de garderobe-dienst te draaien. Laura is niet helemaal lekker, ook voor haar is alles allemaal wat teveel aan het worden en ondanks dat we het doorgaans heerlijk vinden om een avond-lang te kletsen en samen te zijn, nu houden we ons allebei kalm. De tranen zitten erg hoog en die willen we niet loslaten. 

Om kwart voor twee in de nacht stapt Lizzie het huis weer binnen. Op de rand van mijn bed praat ze na en drinkt een kop thee. Gaat dan naast Laura liggen om morgen een gat in de dag te slapen.

In de nacht hoor ik een paar keer dat een van de meisjes wakker is en in de ochtend begrijp ik dat het Laura is, die steeds moet overgeven. Ze is flink ziek geworden en kan niets binnen houden. Ze wil op deze manier niet terug naar huis met de trein en spreekt met haar vader af, dat hij haar morgen komt halen. Hij zou graag de elektrische zaag van Gijs willen lenen; ik Laura’s naaimachine, dus ik ga op zoek naar het gereedschap, terwijl hij in Amsterdam zoekt.

De meisjes kijken wat televisieserie’s, het is zo’n dag waarop we niets uit handen krijgen en we eigenlijk alle drie niet in een goed vel zitten. Het is een grauwe dag en als ik met de honden van buiten kom zijn binnen alle lampen aan, terwijl het nog vroeg in de middag is.

Laura heeft geen trek en ook Lizzie is niet op haar best. Ik maak een snelle pasta voor het eten, die we geen van drie”een eer aan doen.

Voor het naar bed gaan, krijgt Lizzie dan toch de verwachte,onbedaarlijke huilbui. Ik neem haar mee naar mijn slaapkamer en laat haar vertellen wat dit verdriet is. Ook al weet ik het antwoord, Lizzie moet het zelf verwoorden. Ze snikt, dat ze zich niets meer kan herinneren van de tijd dat Gijs nog niet ziek was. Dus alles wat ze van hem denkt te weten, staat in het teken van die versluierde tijd. 

Ik leg haar uit dat de periode daarvoor alles ” gewoon” was en je als dertien jarige niet elke dag die goed is, te hoeven proeven. Maar dat er zoveel momenten waren die goed, leuk, mooi waren zonder dat daar de nadruk op was. Ik haal kleine, lichte herinneringen op: Lizzie en Gijs samen elk jaar naar het Wintercircus. Samen naar muziek luisteren in de auto. Ik beloof haar een opschrijfboekje te kopen, waarin ze trefwoorden en korte zinnetjes kan noteren, die allemaal iets aangeven wat van Gijs en haar samen was. In de hoop, dat ze die herinneringen wat levendiger kan terug halen. Met de EMDR zou het traumatische deel van Gijs zijn ziek,- en sterfbed moeten vervagen, maar tegelijkertijd is het belangrijk om de vage “niets aan de hand herinneringen” op te halen en te kleuren. 

kleur2

Ook Laura komt nog even er bij en beaamt dit. Uiteindelijk gaan we slapen met het vooruitzicht, dat we met zijn drieën Gijs zullen gaan herinneren van ver voor die zwarte kraai het erf op kwam…. al duurt het tijden.

vorst