Maandelijks archief: maart 2015

27 maart. Geen nieuws, goed nieuws?

Ik merk dat ik de hele ochtend een knoop in mijn maag heb: ik verwacht een bevestigingsmail van de bank dat ze de papieren binnen hebben en vooral, wat ze ermee gaan doen. En de dierenarts zal vandaag bellen over de uitslag van het weefselonderzoek van Max, de oude hond die zo’n vreemde  – maar voor mij bekende- bult in zijn nek heeft. Zoals zo vaak heb ik voor vandaag ook een lijst gemaakt met dingen die er vandaag toe doen en die ik moet doen; een Golden Age hond heeft ook een onderzoek nodig en ik wil er bij het pleeggezin op aandringen dat ze het ook snel doen. Nu is het oude dametje nog redelijk te pas en kan er met wat ondersteunende medicatie mogelijk wat aan haar ongemak gedaan worden. Ik kijk even naar de gegevens die de dierenarts naar me heeft toegehaald. Inderdaad gaat het hier om leeftijd gerelateerde klachten en dat houdt in dat ik in overleg met haar verzorgers kijk naar het kostenplaatje. Afhankelijk van wat er uit het onderzoek komt, kan ik medicatie naar hen opsturen of een bijdrage doen voor een deel van de rekening. Dat is per hond, per gezin, per dierenarts en per situatie verschillend. Dat maakt het “werk” ook zo boeiend. Bovendien leidt het af van die maagknoop.

DSC_5210

Telefoontje van de dierenarts komt na het middaguur. Geen goed nieuws, Max heeft – dat wat ik al verwachtte, omdat ik het herken – een kwaadaardige tumor in zijn nek. Ik weet dat het goed kan gaan als het ruim weg te nemen is, als de hond in een goede conditie is en als er rondom ook genoeg weefsel weg kan. Vaak zijn het grote japen, die ze moeten maken. Maar ik weet ook dat het in deze vorm veel uitzaaiingen naar de organen kan krijgen: longen, milt, lever, nieren… Dat maakt dat ik opnieuw een knoop in mijn maag krijg, een nieuwe, nu, want wat is in Max zijn geval wijsheid? Zit het al in zijn longen, hijgt hij daarom zo veel tijdens een kort stukje lopen? 

Is zijn conditie al zodanig dat hij een eventuele, zware operatie al aankan? Mag ik in deze omstandigheden deze stap maken, zowel voor het kostenplaatje van de stichting als voor Max zelf. Want, als hij goed is opgeknapt zou hij in aanmerking kunnen komen voor een definitieve herplaatsing. Maar, zal ik dat wel doen?

DSC_0069

Van alle ruim 80 Golden Age hondjes die door mijn “handen” zijn gegaan heb ik deze vragen nog niet aan mezelf hoeven stellen. En weer is daar dat gat, die leegte. Want dit was nou precies zoiets wat ik met Gijs besprak en waar hij steeds zijn vaste mening over gaf. Want een hond als Max zou zijn volledige aandacht hebben gehad. Net als zijn “broer” Balou, die nog steeds niet kan opstaan en nog steeds incontinent is. Maar wel blij.

De bank blijft stilzwijgend op de achtergrond.

26 maart. Naweeën.

Het is laat geworden, gisteren. Alweer. Lizzie was nog op toen ik thuiskwam en we hebben eerst alles aan elkaar verteld wat we beleefd hadden. Ik uiteraard over de bevalling van Ninthe, maar zij over haar toetsen en hoe ze de overdracht van twee logeerhondjes had gedaan. Ook wat ze voor zichzelf gekookt had, dat ze dat wel leuk vond en ze besloot haar verslag met: “Dit was een goede oefening voor als jij naar Schotland bent..” 

De adrenaline zat nog tot achter mijn oren en het uurtje bijpraten met Lizzie zorgde voor een warm, heel trots gevoel, want wat is ze stoer dat ze het zo heeft opgepakt! Op die manier heb ik er vertrouwen in dat ze – met de nodige hulp – de boel hier thuis kan bestieren als ik inderdaad een tijdje weg ben.

Daarnaast ontstaat het onverwachte vertrouwen in een mooie dracht en goede bevalling van Iona. Dank zij het twaalftal van Ninthe voel ik me er klaar voor, omdat we het hebben gedaan zonder de stabiele factor van de aanwezigheid van Gijs.

En dan zijn er de lijfelijke naweeën. Zo weinig slaap in twee dagen resulteert in nog minder slaap. Alles speelt zich in mijn hoofd af als een film, met daarbij alle emoties die nogmaals de revue passeren. 

DSC_0032

De honden zijn uit geweest en liggen languit over de huiskamer verspreidt, de ezels hebben nog een handje hooi gehad ondanks dat Lizzie ze uitstekend heeft verzorgd. Maar zomaar, als extraatje. De papegaai zit te dutten met zijn snavel in zijn veren. BBC radio 3 laat het Requiem van Faure horen. 

DSC_2020 (2)

Geliefde muziek. Onlosmakelijke beelden van het zo kortgeleden “toen.” Toen Gijs en ik er, dicht tegen elkaar aan gedrukt, met de armen om elkaar heen, naar luisterden. Het was een rechtstreekse uitzending van de Promenade Concerten uit de Royal Albert Hall in Londen. Ver voordat we wisten dat we nooit samen naar de Proms in Londen zouden gaan. Ver voor dat we wisten dat Gijs een eigen requiem voor zijn eigen uitvaart zou gaan samenstellen. We luisterden ernaar en ervoeren de schoonheid van de muziek als intimiteit, die dieper ging dan een lijfelijke omhelzing. 

DSC_0071

En met deze naweeën ga ik dan toch slapen.

24/25 maart. Geboorte van een “oma.”

In de vroege ochtend komt het verwachte berichtje dat Ninthe wel erg onrustig aan het worden is. Ik overleg even: moet ik er direct naar toe, of kan ik hier thuis nog eerst van alles regelen? Ik wil de honden allemaal een flink stuk laten lopen en dan op het veld laten spelen zodat ze lekker rustig zijn in de middag, ik heb dringend een aantal papieren te scannen en op te sturen voor de bank, want dat moet binnen 2 dagen en ik moet met Lizzie het een en ander doornemen. Dat is geen probleem: J. voorziet niets binnen enkele uren, maar vindt het wel prettig als ik later op de dag bij haar ben.

Als Lizzie terug is van haar toetsen, ben ik met de hondjes klaar. Ik vul alle 13 etensbakken voor de avond met briefjes erin met hun namen, zodat Lizzie dat alleen maar hoeft te verdelen, ik geef iedereen zijn medicatie alvast, ik pak een logeertas in met daarin ook Gijs zijn “rode vriend,”  het tabletje waarmee ik eventueel met de bank kan corresponderen, mocht dat noodzakelijk zijn.

Samen met Lizzie ga ik naar de supermarkt, zodat zij boodschappen kan doen voor zichzelf voor de avond. Ze wil zelf taco’s maken en ze haalt daar de ingrediënten voor. Dan zwaait ze me uit als ik op de bus stap: niet wetend wanneer ik weer terug zal zijn.

Het is 1 uur als ik bij J. de kamer binnenstap. Ninthe begroet me, is erg zwaar en hijgt inderdaad voortdurend, onrustig. Het zijn echter geen weeën maar het is duidelijk dat ze zich geen raad weet met haar gewicht en wat er allemaal van binnen gaande is. Ik voel onder mijn handen de pups levendig bewegen, dat is een heerlijk, geruststellend gevoel. We drinken koffie, ik had gebakjes meegenomen en zoals het meestal gaat in deze fase, is iedereen nog opgewekt en verwachtingsvol.

Maar J. is erg moe, ze is al vanaf half vijf vanmorgen klaar wakker. Ik stel voor dat ze even een uurtje gaat slapen, Ninthe is sowieso onrustig, of J. er nou bij is of niet. Mocht er iets gebeuren, dan maak ik haar direct wakker. 

Ninthe probeert zo heel af en toe haar eigen rust te nemen, maar dat valt niet mee. De andere honden spelen in de keuken en daar wil ze naar toe, maar als zij even in de kamer zijn, dan lijkt dat toch ook niet prettig voor haar. Bovendien moet ze vaak naar buiten voor een plas. Ze drinkt heel veel en spuugt het dan ook in grote golven weer uit: echt een moeder die zich op een zware taak aan het voorbereiden is.

We eten, we drinken koffie, we kijken wat televisie, we kletsen wat en Ninthe begeleidt al die zaken met een constant gehijg. Toch heb ik het idee dat het hijgen heel af en toe overgaat in iets diepers. Het zijn absoluut geen weeën die met persen te maken hebben, maar lichte ontsluiting-contracties zijn het zeker wel. Tegen twee uur in de nacht knapt J. een beetje af. Ook nu laat ik haar naar bed gaan voor een paar uurtjes met de belofte dat ik haar roep als er iets veranderd in het gedrag van Ninthe. Het regent als ik met haar voor het zoveelste rondje de straat op ga. Zelf dut ik ook een half uurtje in. Ninthe ligt met haar kop op haar roedelgenoot, de grote, vriendelijke reu. Maar ze kan haar draai niet vinden. Steeds als ze even een kwartiertje ligt, moet ze weer overeind en gaat ze weer banjeren, heen en weer lopen, op en neer. De weeën zijn al uren duidelijk. Maar bij lange na geen sterke persweeën.

Ik mis Gijs in de nachtelijke uren. zijn stem, ons overleg samen, als een van onze teefjes in deze omstandigheden was. Ik mis hem lijfelijk. Zijn armen om me heen: “Het komt wel goed, lief..” zou hij gezegd hebben. Dat gaf me kracht om door te gaan, mee te puffen met het hondje.

DSC_0003

J. komt in de vroege ochtend weer naar beneden, eet een broodje en dan maken we een plan. Ninthe is nu ruim 28 uur aan het rommelen en is heel erg moe. J. belt met de dierenkliniek om te informeren er iets is wat we kunnen doen. “Kom maar naar hier..” zegt de arts, na overleg. Ik hoop dat Ninthe door het autoritje wat meer “beweging” krijgt, dat is vaker zo.

Om iets over half negen helpen we Ninthe in de auto. ik ga bij haar zitten om haar te helpen als er iets gaat gebeuren. Nauwelijks vijf minuten op weg, verliest ze een plas vruchtwater. alleen dat al is het ritje waard.

Als we bij de kliniek zijn, overvalt me een oneindig heftige emotie. Hier was het, waar Gijs, Lizzie en ik onze grote wens in zoveel tinten grijs zagen vervliegen. Hier was het, waar Gijs zijn hoofd op het stuur van de auto legde om te gaan huilen, vanuit zijn tenen. Hier was het, waar hij de hoop ooit nog nieuw hondenleven te zien, volledig verloor. Hier stap ik binnen met een door hem mede gefokt hondje, dat haar pups op de wereld gaat zetten. Dubbel.

De arts toucheert een beetje en constateert dat er nog geen volledige ontsluiting is. Maar nu het vruchtwater wel stroomt, zal een en ander niet lang meer kunnen duren. J. is enigszins gerustgesteld en we gaan terug naar huis. Als we in de auto zitten en even op J. wachten, die nog in de kliniek is, zie ik Ninthe naast me kijken naar een man die met zijn labrador langs de auto loopt. En dan zie ik de eerste, onmiskenbaar duidelijke perswee; oogjes staan in zichzelf gekeerd en het hele lijfje golft zich om een kramp heen. Ik kijk op mijn klokje, het is voor half tien. 

Thuis zijn de weeën steeds dichter op elkaar. Heftig, maar niet krachtig genoeg. Ninthe lijkt er niet geconcentreerd genoeg voor, als ze perst. Zodra ze iets van een geluid hoort, -regen tegen de ramen, een buurman die langsloopt, de postbode, spelende honden in de keuken, haar jammerende roedelgenootje, die duidelijk voelt dat er iets gaande is en steeds bij haar wil zijn, – spitst ze alert haar oortjes en lijkt te vergeten waarmee ze bezig is. Toch heb ik goede hoop dat de krachten van haar weeën de zaken over gaan nemen. Maar dat is niet het geval en na meer dan vier uur hard werken lijkt er nog niets te gebeuren. Ik verlang naar die ene kramp, waardoor ze zich zal moeten strekken, de wee die tot aan haar staartpunt zo sterk zal zijn. Af en toe voel ik, maar ik voel nog geen pup. Geen vlies. Ik stuur nog een mail naar de bank, de twee dagen zijn bijna voorbij en ik heb nog niets gehoord maar wel alles binnen de tijd naar hen toegestuurd.

J. zet een hulplijntje in. Een zeer ervaren fokster had eerder aangegeven dat ze ten alle tijden mocht bellen als ze ergens aan twijfelde en J. belt haar nu inderdaad. Dat is mooi; de kennis wordt doorgegeven. De fokster geeft aan wat ik ook al dacht: toch nog maar weer een ritje in de auto, naar de kliniek. Want dit persen duurt wat te lang.

Opnieuw lijkt de autorit iets teweeg te brengen; Ninthe kruipt tegen me aan, probeert wat te slapen want ze is werkelijk intens moe, maar terwijl ze ontspannen probeert te liggen, komt er wat meer lichtgroen vruchtwater op de schone lakens en glijden er meer krampen door haar heen. 

In de spreekkamer van de kliniek is een bedje opgemaakt, een zachte, afneembare matras, een lekker wollig vetbed. De dierenarts toucheert Ninthe, net iets beter en meer ervaren dan ik dat kan, en zij voelt dan eindelijk wel een pupje in het geboortekanaal. Ze geeft aan dat het – nu het zo ver is- echt binnen het halve uur geboren moet worden. We gaan zitten en kijken naar Ninthe, die eerst nog heen en weer aan het lopen en hijgen is en dan keurig na 20 minuten, gaat zitten en dan eindelijk die diepe wee krijgt die zo nodig was. Diep geconcentreerd. Dan staat ze weer op en gaat lopen. We zien ineens een pupje tevoorschijn komen. Ik lok Ninthe op het kleed en dan vang ik het kleine pupje op, spartelend in het vruchtwater. Een stevig teefje is de eerstgeborene met onmiddellijk de placenta erachter aan.

DSC_0026

Ninthe wil er niets van weten, loopt van dat kleine gedrocht weg. Net als we bezig zijn met het kleintje en de dierenarts een couveuse installeert, volgen er weer enkele diepe weeën en wordt Ninthe’s tweede pup geboren.Eeen prachtige, diep donkere, even stevige reu. 

We besluiten terug naar huis te gaan, maar voordat we alles hebben ingepakt en geregeld, bevalt Ninthe van een derde pup. Nog voordat ik het vliesje van het neusje heb kunnen halen, zie ik dat het hondje levenloos is; zijn tongetje hangt uit zijn bekje. We roepen de dierenarts erbij, die datzelfde probeert te doen als waar ik al mee bezig was, hard droogwrijven, een beetje “rammelen”… maar de pup is niet tot leven te wekken. 

“Blijf maar hier totdat de volgende pup wordt geboren, we willen eerst weer een levende pup zien..” stelt ze voor. Die komt er, in minder dan een kwartier tijd. Weer een prachtig teefje, waar J. onmiddellijk een grote liefde opvat, omdat ze lijkt op Ninthe zelf als pup. Heel bijzonder is het, om te zien dat Ninthe nu wel aandacht heeft voor het kleintje. Ze wast het, helpt met het vlies, bijt het navelstrengetje door en eet de placenta op. Als we het pupje aanleggen gaat ze er voor liggen en is ineens, van de ene minuut op de andere, een oermoeder.

DSC_0030

Ook de daaropvolgende pups zijn springlevend, maar ze komen zo snel achter elkaar, dat we in de kliniek blijven. Daar ben ik wel blij om: Ninthe heeft hier heel duidelijk de concentratie en kalmte die ze nodig heeft om haar pups ter wereld te brengen. En wij zijn daardoor ook wat sterker gericht op alles wat er gaande is.

 Na zeven kinderen neemt moeder werkelijk de rust en valt in slaap. Inmiddels is de dienstdoende arts naar huis en is de arts gekomen, die de avond,- en nachtdienst op zich neemt. 

Na een verkwikkende slaap van ongeveer drie kwartier, leggen we de pups bij Ninthe aan. Alle zes op een rijtje. Dat het zogen onmiddellijk een hormoon vrij maakt is duidelijk te zien: Ninthe’s lijfje krult zich opnieuw om de weeën heen en er wordt opnieuw een grote reu geboren. Binnen drie kwartier komen er nog twee goede, volvette pups en dan lijkt het helemaal klaar. Er is nog een placenta achtergebleven, maar die kan ook in de auto of thuis “geboren” worden. 

De avondarts palpeert Ninthe’s buik zacht. Tien levende pups zijn er, eentje levenloos, we zijn ervan overtuigd dat ze klaar is. Ze lijkt zelf er ook klaar mee, is voortdurend gefocust op haar pups en volgt ons bij alles wat we met de kleintjes lijken te doen. Maar de arts is er niet zeker van. Hij meent hoog tegen de maag aan nog een pup te voelen. Maar Ninthe vertoont niets van weeën meer. We gaan naar huis met een spuitje “piton,” dat J. haar zal toedienen als we Ninthe en haar kinderen goed geïnstalleerd hebben. Zodoende zal in ieder geval de placenta nog kunnen komen die er nog is. 

Thuis leggen we Ninthe in de nog schone werpkist. J. geeft haar het spuitje en dan gaan we alle pups hun wollen “bandjes” om doen. Terwijl we daarmee bezig zijn, bevalt Ninthe snel, accuraat en zonder enige moeite van een kerngezonde reu. Dan breek ik. Ik knuffel het moedertje, voel het zachte, warme lijfje van het twaalfde pupje en mijn tranen vermengen zich met vruchtwater.

DSC_0061

Intens moe, maar heel blij kom ik om half 11 weer thuis. Ik ben op de kop af 35 uur van huis geweest. En Ninthe is een roedeltje van 11 prachtige pups rijker. J. heeft er een heel intensief zware taak bij gekregen, maar ze is er zo gelukkig mee! Thuis heeft Lizzie alles tot in de puntjes verzorgd. Ze is opgewekt, voelt zich stoer en ik kan haar niet genoeg bedanken.

Het was het allemaal waard. Ook het gemis van Gijs.

23 maart. Suffen.

Lizzie heeft deze week haar toetsen, dus haar rooster is heel anders. Vandaag heeft ze een enkel uur en is tegen 11 uur al weer thuis. Zodra ze weg is en ik alle dieren heb verzorgd -de vroege wandeling enigszins wankelend, want ik ben nog steeds niet in orde- ga ik toch weer terug naar bed en val in een diepe, droomloze slaap. 

Alhoewel Lizzie inderdaad vroeg thuis is en moet gaan leren voor de toetsen van morgen, ben ik nog veel boven en kom er alleen voor de meest noodzakelijke dingen uit. Een van die noodzakelijke dingen is, om mijn berichten op FaceBook bij te houden. Het door ons gefokte hondje van vriendinnetje J. staat op het punt van bevallen en omdat ik daar bij zal zijn om te helpen, hebben we een paar keer per dag contact. maar als de dag in de avond verglijdt is het allemaal nog rustig genoeg om thuis te blijven. 

Mijn hoofd is nog steeds vol watten en dat maakt dat ik nergens aan kan denken. Op zich ook niet verkeerd, voor een keer. Als ik voor de laatste keer voor de nacht op FaceBook kijk, popt er een persoonlijk berichtje op uit Schotland. Daar is een indrukwekkend verdriet ontstaan en dat houd me toch ook weer bezig. ik realiseer me, dat het een jaar geleden is dat we intensief over en weer van alles zijn gaan delen en dat er een dusdanige vriendschap is ontstaan, dat we elkaar steeds tegen komen als er iets bijzonders is. Immers: ik sprak M. enkele uren voordat Gijs stierf, van alle mensen die op dat moment om ons heen stonden. Soms gaan dingen zo.

Lizzie en ik gaan beiden vroeg naar bed. Zij om te slapen en ik om te suffen. Want mijn lijf heeft blijkbaar weer genoeg slaap gehad in de afgelopen dagen. Is niet gewend om nachten van meer dan zes uur aan een stuk te maken. Maar met de radio zacht aan, een klein lampje en een boek is het suffen niet onaangenaam. Als mijn hoofd,- en rugpijn maar beter wordt!

21/22 maart. Geveld.

Midden in de nacht droom ik dat ik onder een struik lig en aan het stikken ben in mijn eigen slijm. Gijs komt bij me en begint aan me te trekken, maar ik moet steeds meer naar adem happen. Dan loopt hij van me weg, heeft een kind op zijn arm. Ik probeer me om te rollen en voel steken in mijn buik. Iets sluit mijn ademhaling af. 

Als ik wakker word, zijn de steken in mijn buik werkelijkheid. Ik moet zo snel mogelijk naar het toilet.

Dan weet ik niet waar ik het zoeken moet, ik ben misselijk en moet spugen tegelijkertijd. Mijn ogen branden, ik sleep me even later terug naar bed, om binnen het kwartier opnieuw terug te gaan naar het toilet. Als ik even later mijn gezicht met koud water spoel, verlang ik ineens ontzettend naar de koele hand van Gijs op mijn hete voorhoofd tijdens de weinige keren dat ik echt ziek was. zoals nu.

Hij zou een washandje hebben gehaald. Ik voel me te gammel om naar beneden te gaan om een washandje te halen en een glas, dus maak een kommetje van mijn handen en drink gulzig van het koude water. Om het met een golf weer eruit te gooien. De krampen in mijn buik hebben zich verspreidt naar mijn maag. 

In de vroege ochtend blijft het aanhouden en ik besef dat ik zo onmogelijk naar de ledenvergadering van de Golden Retriever Club kan. Trillend op mijn benen laat ik de honden op het veld, ik krijg het niet voor elkaar om nu met ze te gaan lopen. Het deert hen niet. gek doen, achter elkaar rennen en molshopen uitgraven is voor de ochtend ook niet verkeerd. Terwijl zij zich amuseren zet ik de ezels buiten, halverwege dat ritueel een tussenstop naar het toilet. Als ook de beide oude mannen hun uitje hebben gehad ga ik naar binnen, geef iedereen zijn ontbijt, maak een kruik en bel M. af, met wie ik zou meerijden.

Met een bonzende hoofdpijn kruip ik terug in bed, nadat ik Lizzie heb verteld dat ik niet wegga. 

De rest van de dag blijf ik zoveel mogelijk in bed. Ik suf en ik slaap, ik spuug en probeer toch paracetamol in te nemen, want de hoofdpijn is echt heel akelig. En ik weet waartoe het bij mij kan leiden, ik heb ooit een bacterie op de hersenstam gehad, waarvan de gevolgen soms nog steeds de kop op kunnen steken. Compleet met draaiduizeligheid, scheel zien, kleurflitsen en lichte uitvalverschijnselen. Dat wil ik niet riskeren, ik kan het me op geen enkele manier permitteren nu zo ziek te worden dat het in een ziekenhuisopname resulteert. 

Dus ik blijf zo veel mogelijk liggen. Lizzie staat op en gaat beneden huiswerk maken, ze laat de honden buiten in de tuin. In de avond maakt ze een hapje pasta met een salade voor zichzelf en zet de ezeltjes binnen. Ik ben even beneden om de honden hun avondeten te geven, maar kruip dan weer groen van ellende mijn bed in. Nog eenmaal ga ik eruit om de hondjes voor de nacht nog een keer op het veld te laten, die dat in het donker wel heel erg leuk lijken te vinden.

Ook de zondag blijf ik me zo rustig mogelijk houden. Alhoewel ik een minder innige relatie met het toilet heb, is de hoofdpijn onverminderd ondanks mijn dieet van water, geroosterd brood en paracetamol. Ik verkeer het grootste deel van de dag in een halfslaap en ben alleen beneden voor de honden en om te zien hoe Lizzie zich staande houdt. Ze gaat in de middag even naar de supermarkt voor wat witbrood voor mij om te roosteren en een pizza voor zichzelf.

Dit weekend is volkomen langs me heen gegaan.

20 maart. Zonsverduistering.

De opgewonden spanning over  de reis die ik hoop te kunnen gaan maken, is me bij gebleven en lijkt het zo, of heeft het me de nacht van angstige dromen behoedt? Ik was weliswaar wakker, rond de tijd waarop ik steeds wakker schrik, zo rond half vier, maar ik ben in gedachten met mijn ogen stijf dicht de kaart van Engeland gaan bekijken om een ruimte uit te stippelen. Omdat mijn topografische kennis om vier uur niet echt bijster geweldig is, ben ik in slaap gevallen. Schapen tellen was er niets bij.

Het is grauw en bewolkt als ik met een groepje honden over de Wijk loop. De zonsverduistering van 20 maart 2015 lijkt op te lossen in een dikke mist van wolk. Terugkomend met de tweede groep honden merk ik dat het donker is in huis. Ik doe de lampen aan en zet water op voor koffie.

11054378_842419955829222_6175670420847337963_o

Ik ga achter de computer zitten en vervolg de route die ik gisteren in Harwich achter liet. Daar kom ik met Iona om half acht Engelse tijd aan. Mooi zou het zijn als ik met haar wat kan wandelen en dan ergens een bed and breakfast kan opzoeken, waar zij geaccepteerd wordt. Ik zoek de website op die zich gespecialiseerd hebben in vakantie met de hond door heel Europa. In Harwich, niet ver van de havens, zijn maar liefst drie mogelijkheden tot logies en ontbijt met een hond. Dat is geruststellend, alhoewel dat onmiddellijk weer een kleine zorg oproept. Want is er wel plaats in de herberg als ik een paar dagen van tevoren boek? Ik maak een lijstje van de mogelijkheden en besluit ze alledrie aan te schrijven om te inventariseren hoe druk ze het meestal hebben in die tijd.

Vervolgens bekijk ik het reizen per rails door Engeland. Van Harwich is er natuurlijk geen rechtstreekse mogelijkheid naar Dumfries en Galloway. En de meeste treinen gaan allemaal via Londen. Maar ik zie het niet zitten om met Iona in Londen over te moeten stappen naar een ander station met de Underground. Liever kies ik een kleinere, langzamer route die direct “omhoog” gaat, richting Doncaster. Daar kan ik overstappen op de Transpeninne Express, die me in zes uur naar Dumfries zal voeren. 

Mits zowel de “Virgin East Coast-line” als de Transpeninne Express honden toelaat, is dat een optie. Maar dan wel een gebroken rit, want het moet voor Iona en voor mij wel een beetje aangenaam zijn. Dus hak ik de reis in twee delen: Van Harwich gaat elk uur een trein naar Doncaster. Die doet er vier uur over. Mooi is dat, want dan kan kik met Iona eerst nog een lekkere, lange wandeling maken in Harwich en dan kan ze rusten in de trein. Die inderdaad “well behaved pets” gratis vervoert. Als ze maar geen zitplaats in beslag neemt. Iona kennende doet ze dat niet, die ligt het liefst in de trein op een kleedje onder mijn benen.

In Doncaster kan ik twee dingen doen: of nog een anderhalf uur doorrijden en dan halverwege het traject uitstappen, een bed and breakfast nemen zodat we weer heerlijk buiten kunnen zijn, rustig een nacht kunnen doorbrengen en de volgende dag het laatste stukje reizen dat deels per trein, deels per bus zal gaan.

DSC_0092

Of ik blijf in Doncaster en maak de volgende dag de rit verder af. Ook dat is nog uit te zoeken; waar de meeste overnachtingsmogelijkheden met een hond zijn, zal het beste zijn.  

Uiteindelijk zullen we met bus 81 vanuit het plaatsje Lockerbie, jawel, dat kleine Schotse plaatsje waar ooit een ramp plaatsvond, een eind richting onze bestemming komen. Een wandeling van anderhalf uur voert ons dan van het ene bus station naar het andere (dat kan opgevangen worden door een tussenbus, die er maar vijf minuten over doet, maar het lopen daar zal geen probleem zijn. Iona is ook dat gewend. En dan komen we bij het zwembad in het stadje aan, waar Jock woont.

De eclips is in heel Nederland nauwelijks waarneembaar. Hij was op het hoogtepunt toen ik de lampen moest aandoen en de koffie maakte. 

Bikkel wordt weer ter logeren gebracht en A. en ik drinken samen koffie. Ik ga met de oude honden hun dagelijkse oefeningen doen en ben met mijn hoofd voortdurend bij de reis, die me zo bijzonder lijkt. 

Als ik het aan Lizzie vertel, kijkt ze me met grote ogen aan: “Dat meen je niet! Ik vind het een belachelijk idee. Waarom zou je drie dagen reizen? In je eentje?” 

Dat was mijn zonsverduistering.

DSC_0015

19 maart. Vooruit kijken.

Vandaag is Lizzie wel naar school. Ik ben om negen uur al aan de tweede kop koffie; het was koud en mistig vanmorgen vroeg toen ik met de honden buiten was, maar ook vandaag is de zon de winnaar van de nevelstrijd en ik wil eerst van alles gedaan hebben, voordat ik de zon tegemoet ga.

Een van de dingen die me in deze dagen wat onrustig maken, is de vacht van Iona, die weer mooi vol aan het worden is. Dat geeft me aan dat haar loopsheid binnen een week of acht te verwachten is: ik moet echt hard gaan werken om alles op de rails te krijgen.

Op de rails? Die gedachte laat me niet los als ik alle lieve vriendennamen langs ga, die me hun hulp hebben aangeboden. Ik besef dat het haalbaar moet zijn. Op alle gebied haalbaar moet zijn en ik wil niet dat vrienden zich verplicht voelen tot iets wat tot op het laatst onduidelijk blijft. Want: Iona kan in de eerste week van Mei loops gaan worden, waarschijnlijker in de tweede, maar ook in de derde..of vierde… of zelfs eind April. In principe moet ik een periode van tenminste vijf weken ” hulp” inroepen en dat is geen gemakkelijke opgave. 

Mijmerend over de nieuwe blog die ik in April voor een bedrijf ga verzorgen, en bij het zien van de reisspulletjes die ik voor Iona kreeg van een ander bedrijf, dat me om een geschreven test hierover heeft gevraagd, blijft de uitdrukking me in mijn hoofd zoemen..”het op de rails zien te krijgen…” 

DSC_0077

En dan, na nog een kop koffie, snap ik die tinteling in mijn ruggenmerg. Ik moet eens gaan kijken of ik Iona en mij samen op de rails krijg. Waarom zou ik het hele plan niet over een andere boeg gooien? Schrijven moet ik toch, in de periode. Waarom niet een verslag van een reis met de trein, dwars door Engeland, naar Schotland? Het enige is dat ik dan wel op de plaats van bestemming mijn weg moet zien te vinden van de kennel naar de dierenarts, omdat ik niet wil dat de lieve mensen daar zich verplicht voelen om mij met de auto van hot naar her te vervoeren.

Allereerst ga ik uitzoeken of je als voetpassagier wel met een hond Engeland in komt. Niet met de Eurostar, niet met de ferry van IJmuiden naar New Castle. In de Eurostar door de tunnel zijn honden verboden. En op de ferry mag een hond alleen mee in een eigen voertuig. Die vallen af. Ik ga verder zoeken, pleeg enkele telefoontjes. De bootdienst van Hoek van Holland naar Harwich heeft wel kennels voor voetpassagiers. En prettiger nog, ze hebben ook een dagelijkse middagdienst. Wat voor mij kan betekenen dat ik geen hut hoef te boeken voor die 6 uur en bij Iona kan blijven, die wel verplicht in een gehoorde kennel moet. Maar er is een uitlaatplek op het schip en daar mag je gebruik van maken, met een persoonlijke code krijg je toegang tot die plek. want als Iona net loops is, zal ze wat vaker moeten plassen.

Vanuit dit punt ga ik verder voortborduren op de gedachte, die per minuut duidelijker vormen begint aan te nemen. Ik herken ineens een stuk van mijn oude “ik” terug. Als ik iets een kans van slagen geef, dan is het dat wat me kan ontroeren, wat goed voelt. En… ineens voelt het vooruit kijken zonder Gijs goed. Ik krijg het echt wel op de rails!

In de middag zit ik in de zon, met buurvriendin. Ik heb foto’s van haar New Foundlander teefje gemaakt en we drinken koffie terwijl mijn Gigha met haar Berner Sennen pups speelt.

DSC_0178

De lichtheid die ik voelde vanmorgen, bij het uitstippelen van een mogelijke reis, zet zich door. Lizzie vindt een vrolijke moeder op het erf, als ze thuis komt van school.

DSC_0050

18 maart. Door de ogen.

Ondanks dat Lizzie ook vandaag niet naar school gaat- ze lijkt koortsig en ziek- is er toch iets lichts in de atmosfeer, dat rechtstreeks te maken heeft met de krachtige zonnestralen die door de ochtendnevel zijn gebroken.

Als ik alle honden, zowel de ouwetjes, mijn eigen groepje, als de logees van wandelingen en ontbijt heb voorzien, pak ik de oude Nikon van Gijs om wat rond te kijken. Door zijn ogen. Dat is een van de dingen die me op de een of andere manier een vorm van troost geven.

” Kijk, lieverd, de meesjes hebben een terras gebouwd..”

DSC_0066

“De strip die je op de balk van het ezelhek hebt gezet, wordt mooi schoon door de dauw…”

textuur

“De hortensia van vorig jaar is nu filigrain-kant geworden.

DSC_0024

En de krokusjes zijn er weer, ooit in een pot gekregen als welkomstcadeautje van de overburen, toen we hier net een maand woonden..” 

DSC_0031

Woensdag in de middag loopt de buurvriendin naar me toe als ze me met de oude hond bezig ziet. Ze stelt voor om samen even boodschappen te gaan doen in Gorredijk en hem dan te gaan scheren… zijn vacht is te slecht om ook maar te proberen er een schaar in te zetten. Ik maak Lizzie wakker en zeg dat ik een paar uurtjes weg ben. Ze draait zich om en ik zie dat ze nog steeds rode blosjes op haar wangen heeft. 

Het boodschappen doen eindigt op een terrasje in de zon. We vieren de lente met een stuk taart en ik stop de herinneringen aan juist dit terrasje diep weg. Want die zijn onlosmakelijk met Gijs en vertrouwen en hoop verbonden. Nu moet ik het zien als zomaar een terrasje in de zon, waar ik met buurvriendin koffie drink. Er moeten nieuwe herinneringen gemaakt worden en dat is zo moeilijk.

Als we thuis zijn en beiden aan onze eigen kant van de muur de boodschappen hebben opgeruimd en de honden naar buiten hebben gedaan, treffen we elkaar een goed half uur later opnieuw, ditmaal op ons veld met de oude hond en haar scheergerei.

balou4

Er lijkt geen beginnen meer aan, dikke plakkaten vilt hangen aan zijn huid en zelf de zware tondeuse, die toch de dikke vachten van een New Foundlander kan verslaan, heeft moeite met de klitten van deze oude man. Maar na bijna drie uur ligt er een volledige vacht op het zeil.

DSC_0043

De oude hond staat als een puppy te kwispelen.. het lijkt hem niet te deren. Integendeel, we vermoedden dat hij het zelfs prettig vindt. In ieder geval kunnen de wondjes op de huid genezen en kan alles ademen. Wassen is nu ook een heel stuk gemakkelijker. En hopelijk kunnen we nog zien hoe hij is, als zijn vacht weer gezond is aangegroeid.

DSC_0047

16/17 maart. Dweilen met…

… de kraan open. Mijn gezicht trekt en mijn kussen is nat als ik wakker word. Zoals Gijs er vannacht in mijn droom uitzag, maakt dat het huilen wat ik in mijn slaap blijkbaar gedaan heb, sporen heeft nagelaten die me een flinke tijd in de ochtend kosten. Lizzie staat ook niet gemakkelijk op, maar omdat ze het eerste uur vrij heeft, is dat niet zo heel erg. 

Beneden kom ik erachter dat het steenkoud is.Van boven hoor ik gesputter, Lizzie roept dat het water niet warm wordt. Ik herinner me de combiketel, waarvan ik dacht dat hij bijgevuld moest worden maar wat eigenlijk nog niet nodig leek. Toch ga ik kijken: het indicatielampje flikkert: “Fill” en ik zie dat de druk tot 0.2 is gezakt. Ik kan niet wachten tot J. weer hier is en bel met het installatiebedrijf in het dorp of ze kranen verkopen. Even nog geen waterslot, dat kan wanneer J. er is, maar nu moet ik echt een kraan hebben. De vriendelijke jongeman die me enkele weken geleden liet zien hoe ik zelf de afvoer van het toilet kon repareren, laat me nu zien hoe ik het beste een kraan kan vervangen, compleet met isolatiestripje. Als hij vraagt of hij de ketel even voor me moet vullen, wijs ik dat af. Dat moet ik nu zelf kunnen. Ik sluit braaf eerst de watertoevoer af en vul de ketel bij tot 1.9. Onmiddellijk geven de blauwe letters “Good” aan. Dat is dan toch wel weer fijn. Dat ik in de middag een was kan draaien is een extra prettige bijkomstigheid. De machine is met genoeg water in zijn buik ook weer tevreden.

Ik besteed de rest van de dag aan mijn lijstje. Oogonderzoek Iona moet afgesproken worden. Ik wil het ANWB lidmaatschap van Gijs toch nog weer proberen af te zeggen. Eerder werd me te verstaan gegeven dat het niet mogelijk was omdat ik het niet voor 15 november had stopgezet. Maar ik blijf het grote onzin vinden om te betalen. Nu krijg ik een dame aan de telefoon, die het begrijpt. Per direct haalt ze Gijs uit het systeem en de aanmaning die ik binnen ga krijgen, mag ik verscheuren. Hehe! 

Ook een paar andere punten weet ik van mijn lijst af te strepen voordat Lizzie thuis komt van school en het lijkt erop dat we alles bij elkaar een rustige avond zullen hebben. Dat is ook zo, maar Lizzie is niet lekker. Ze heeft niet echt trek in eten en ik vind dat ze er slecht uit ziet. “Zo moe” zegt ze, als ik vraag wat er scheelt. “Moe” is voor haar het equivalent van zich helemaal onbehaaglijk voelen.

Ik sla mijn armen om haar heen en weet voor de zoveelste keer niets te zeggen of te doen om haar zich beter te laten voelen. Ze gaat vroeg naar bed. Ik heb een wel heel rustige avond.

Dinsdag kan Lizzie niet opstaan. Ze voelt heet aan, haar ogen staan niet goed en als ze klaagt over keelpijn en hoofdpijn, neem ik een besluit. Dat wordt weer een dagje thuis blijven, het kan niet anders. Ze zit al een paar weken tegen een griep aan te hangen, nu moet het er maar echt uit. Ik breng haar wat te drinken met een paracetamol en stop haar nog eens goed in. Rust, rust, en nog eens rust. 

Pas tegen de avond komt ze even naar beneden en zit wat teruggetrokken in de grote stoel van Gijs. Ze wil niet eten, maar ik maak toch een geroosterd boterhammetje voor haar klaar. We kijken samen naar GTST en dan gaat ze wat lezen. Maar ik zie dat ze helemaal niet leest. Snikkend geeft ze aan dat het weer zover is, dat ze Gijs zo ontzettend mist. De griep pakt het verdriet over. 

Ik breng haar naar bed en blijf boven totdat ik merk dat ze slaapt. Mijn meisje.

14/15 maart. Volle bak.

Vandaag komen er maar liefst vijf logeetjes, bestaande uit twee roedels. Gelukkig zijn de dames niet loops meer en de beide oude heren al wat gewend, alhoewel ik merk dat elke onrust nog echt onrust is. Omdat de oudste incontinent is en steeds door zijn poten zakt, is het nog niet mogelijk om hem bij de grote groep te laten. Speelse, jonge honden lopen hem acuut omver en zodra hij zijn urine laat lopen in de mandjes en op de kussens in de huiskamer heb ik een probleem, want dat zal onmiddellijk andere honden uitnodigen om ook te gaan plassen op die plekken. En mijn wasmachine werkt momenteel niet optimaal.

Later op de dag komen H. en J. even langs, ze zijn een paar dagen in Friesland. J. zal me helpen de combi-ketel bij te vullen. Want dat is precies zoiets wat ik niet aan Gijs heb kunnen vragen en wat toch regelmatig moet gebeuren.

Maar eerst krijg ik een berichtje dat de beide hondjes die om half elf gebracht gaan worden, er pas om 12 uur zullen zijn. Voor mijn eigen honden eigenlijk wel een feestje, want na het gewone ochtendritueel had ik ze al op het veld gezet om de beide vriendjes te verwelkomen… onze protest gaan ze dus nu weer terug naar binnen, om later weer opnieuw op het veld te kunnen spelen.

Laura en Lizzie gaan samen met de bus naar Heerenveen en vertrekken als de auto het pad op rijdt. Met heel veel drukte en geblaf laat ik alle honden bij elkaar, hoe eerder ze door de ” hallo wie ben jij, mag ik even ruiken” rituelen heen zijn, hoe beter. Dansend en blij en springend gaat alles de tuin in. Behalve Skye. Ik moet de dames die hun vriendjes brengen, achter laten in de tuin met de hele groep om Skye te gaan zoeken, die onder veel blaffende belangstelling van de buurhonden de mesthoop achter hun erf heeft gevonden. Blijkbaar is buurmans’s mesthoop groener, want ze weigert met me mee te komen. Pas wanneer ik haar een koekje beloof, keert ze zich naar mij, met een blij, maar o zo smerig snoetje.

DSC_0087

Een van de logee’s is behoorlijk gefixeerd op de papegaai en dat maakt dat ik weinig gelegenheid heb om zijn vrouwtjes uit te zwaaien: ik kan me niet permitteren dat ik met hen mee loop naar de auto en dat ik terug kom en de hond in de kooi vind.

Nauwelijks een half uurtje later verwacht ik het andere groepje, maar zij zijn ruim drie kwartier later, waardoor ik snel H. een berichtje stuur… handiger is het, als zij ook later komen want anders loopt alles wel erg door elkaar.

En druk is het, als de drie nieuwelingen geïntroduceerd moeten worden. Maar het gaat, zoals verwacht, uiteindelijk prima en na de tweede ronde thee en even bijpraten en de laatste dingen doornemen, stappen ook Laura en Lizzie weer binnen. Dat is prettig, want nu kan ik – met het oog op de papegaai en zijn obsessieve  bewonderaar- wel mee naar de auto.

Als de beide dames goed en wel zijn uitgezwaaid, stappen J. en H. binnen. We gaan meteen maar naar de combiketel. Die kan wel bijgevuld worden, maar heel urgent is het nog niet en tot mijn verbazing blijkt dat de waterkraan van de wasmachine lek is. Nu snap ik waarom de wasmachine niet goed lijkt te werken. Er komt te weinig water in, terwijl het meeste zo het putje in gaat. Het is letterlijk dweilen met de kraan open! J. kan de slang van de ketel er niet op aansluiten om te vullen, dus we spreken af dat ik een nieuwe kraan en waterslot koop en dat hij de volgende keer wanneer hij weer in Friesland komt, een en ander komt vervangen. Op zich is de druk in de ketel nog ruim binnen het toelaatbare.

Na weer een kopje thee en een knuffel zwaai ik hen uit. En dan is het al tegen vijven en ga ik met de meisjes de rest van de dag doorpraten. De dieren hebben hun verzorging nodig. Laura maakt een lekkere pasta met gegrilde courgette en we kijken met zijn drieën  naar een film. Die we alledrie leuk vinden.

Doodmoe rol ik na de laatste avondwandeling in bed, in de hoop dat het vannacht gaat lukken om door te slapen.

DSC_0122

Laura en ik zijn bijtijds op, dat kan ook niet anders met een groep van 12 honden, twee ezels en een papegaai. Ik ben al vroeg bezig met het beantwoorden van mails die in de avond zijn binnen gekomen. Ik telefoneer even met een van de bazinnetjes, om te vertellen dat haar hondje een goede nacht heeft gehad (hij wel!) en dan bakt Laura croissantjes, zet koffie en haalt Lizzie uit bed.

Ontbijten met zijn drieën, ook dat is iets wat niet vaak voorkomt, maar nu dekken we de tafel en nemen er de tijd voor. Want daarna moeten we allemaal aan ons ” huiswerk.” Lizzie worstelt zich door een verplicht Engels boek dat op de literatuurlijst staat en ik leg de laatste hand aan het manuscript van het vorige blog. Maak een lijst met dingen die ik volgende week echt moet doen. En die ik wil doen. Na al het harde werk ontspannen mijn dochters zich met een spelletje, wat ze als kind op een van de eerste computers samen met Gijs heel veel gespeeld hebben. de bekende geluidjes, stemmetjes en muziekjes roepen een val in het verleden op.

We eten vroeg, ik breng Laura om kwart over zes naar de trein met het ouwetje dat zijn spieren moet trainen. Hij stapt aardig mee en krijgt het voor elkaar om het hele stuk te lopen. Dat we in het bushokje even moeten wachten, is voor hem prettig genoeg om daarna weer naar huis te kunnen.

Het weekend is voorbij gevlogen: om half een stap ik de nieuwe week in.

DSC_2101bew