Maandelijks archief: april 2015

27 april. Koningsdag.

Dat is wat er vandaag gevierd wordt. Ik vraag aan Lizzie of ze zin heeft om naar Heerenveen te gaan, wat langs de kraampjes te slenteren, maar dat ziet ze helemaal niet zitten. Het liefst blijft ze thuis om wat te lezen, een serie te bekijken en wat huiswerk te doen. Dat is goed, ik merk dat ik zelf ook niet bepaald in een feestelijke stemming ben. Ik doe braaf de hondenrondes en besluit dan om de ramen van binnen te zemen. Nu E. zoveel gesnoeid heeft en de bramenstruiken niet meer langs de ruiten tot de dakgoot reiken, kan er ook een zeem van buiten overheen gehaald worden, maar de regenbuien van vandaag nodigen niet bepaald uit tot die actie.

Even later sta ik op een keukentrapje om onze raamversiering eraf te halen en besluit het wat extra te verstevigen bij de ophangpunten. Want ik zou erg verdrietig zijn als er iets mee gebeurde, omdat ook dit ornament weer allerlei herinneringen kleurt. 

DSC_0265 (2)

Halverwege het grote raam voel ik dat mijn rug heel andere plannen voor vandaag had. Ik maak de ramen af, haal Henri nog door de huiskamer en hou het huishoudelijke gebeuren dan voor gezien. Er zijn allerlei andere dingen die ook de moeite waard zijn om vandaag te doen. Zoals een telefoontje met mijn schoonmoeder. Ook zij heeft het grote gemis van haar zoon nog steeds om zich heen en ondanks de aanwezigheid van haar partner merkt ze dat het allemaal niet meevalt. Ze wil graag een keer naar ons toe komen, dus ik kijk op de kalender naar de komende tijd en bedenk dan met een schok dat Lizzie en Laura volgende week al naar Rome gaan.

Ineens vliegt de tijd harder voorbij dan dat we er naar uitkijken.

DSC_8629 (2)

25/26 april. Even stilstaan…

De afgelasting van de workshop is niet overbodig, deze zaterdag komt met regen en kou. Waren Lizzie en ik gisterenavond nog blij met de zwoele lente-avond, nu is het geen weer om naar buiten te gaan. Althans, voor ons mensen. De ezels staan te roepen dat ze uit de stal willen en de honden hebben geen last van de kou, hun wandeling is altijd goed.

Ik kijk naar mijn “dingen-doe” lijstje voor de komende dagen. Alhoewel ik vandaag “erbij” heb gekregen omdat ik niet weg ga, kan ik het toch niet helemaal als zodanig zien. In de middag komt een goede kennis even kijken naar de tuin, waar de schuttingdelen gezet kunnen gaan worden, die nog uit Den Haag gehaald moeten worden. Een spontaan gemaakte afspraak, het kwam nu zo uit.

25 April. Onze Noddy, onze allereerste golden, zou vandaag 13 zijn geworden. De knappe clown, de hond die ons leven verrijkt heeft. Vanaf de eerste maand dat hij bij ons was, deed hij alles mee. Pupje in Frankrijk, pupje dat samen met Lizzie opgroeide tot een Gouden gezinslid. Net als zijn vader hebben we van Noddy nooit een grom gehoord, hij heeft nooit een lip opgetrokken, nooit een confrontatie aangegaan. Wat hadden die twee reuen een geweldig, betrouwbaar en innig lief karakter… en wat missen we ze nog zo nu en dan.

jonge noddy

Maar ook voor Noddy, die we vorig jaar al hebben moeten afgeven vlak voor zijn twaalfde verjaardag, geldt de “regel” die ik mezelf heb eigen gemaakt: de mooie tijd die hij ons gegeven heeft, wordt niet teniet gedaan door het gemis. Misschien moet ik er zo ook naar kijken als de pijn om het verlies van Gijs weer aan mijn gemoed knaagt. denk ik hoopvol.

Bizar eigenlijk, dat Lizzie en ik binnen tien maanden niet alleen onze Gijs, maar ook alledrie onze reuen, Noddy, Chico en Baloe hebben verloren door een ziekte. Blij zijn dat we ze in ons leven gehad hebben, is dan wel erg moeilijk. Want het verdriet is echt nog groter.

Ik mail een berichtje naar A. met wie ik de Schotland-reis ga maken. Tegelijkertijd dat ik ermee bezig ben, springt een berichtje op het beeldscherm op: het is A. die naar mij mailt. Toevallig allebei met hetzelfde bezig. We maken nog wat verfijningen in onze plannen, ze stuurt me een link door van een huisje wat we mogelijk in die periode kunnen huren. Vlak bij Iona’s lover en vlakbij “sandy beaches, rocky coves, green forests and Castle Douglas, the Food town..”  Ik droom even weg bij de foto’s. En die steek door mijn hart…ach Gijs… dit had jij moeten beleven…. druk ik met een boze snik weg. 

Lizzie gaat samen met Laura naar de sauna in Soesterberg. Daarom dat de wekker op zondag al zeer bijtijds afgaat voor haar. Ze neemt mijn badjas mee, maar ruilt hem toch liever om voor die van Gijs, waarin ze zich helemaal kan wentelen. Ik zwaai haar uit, opnieuw koud, nat, regenachtig. De ochtendwandel met de hondjes maak ik korter dan anders. Mijn rug doet pijn, ik voel me neerslachtig en ga nog even een uurtje terug naar bed in de hoop dat mijn humeur daarna wat beter is. Want ik moet het vandaag toch met mezelf eens worden. Het heeft geen zin om te vluchten, om weg te gaan. Dit soort momenten moeten doorleefd worden en zijn de minst fraaie.

Later gaat het beter. Ik neem moeder en dochter-hond Islay en Gigha mee naar het voormalige maisveld en laat de beide dames lekker aanrommelen samen. Ze duiken de sloot in en het maakt niets uit… het regent toch.

Ik maak wat foto’s. Vergeet mij niet in de regen… 

DSCN0263 (2)

Kou en nattigheid verdrijf ik door met een pijnstiller in een warm bad te gaan. Vreemd zo, midden op de dag, maar waarom niet? Een tijdschrift erbij en een glas sap.. mijn eigen wellness-middag.

Veel te lang duurt de rest van deze zondag, waarin ik echt genoeg te doen heb. Het berichtje van Laura, waarin ze aangeeft hoe laat Lizzie de trein weer terug heeft, komt gelukkig net voordat ik echt geen zin meer in vandaag heb.

Als ik met Iona nog even een klein uurtje wat apportjes ga doen en zij zich helemaal in de verse gier rolt zodat ik haar thuis echt moet afspoelen, zie ik dat de sporthal oranje kleurt. Ik realiseer me dat het morgen Koningsdag is en Lizzie dus nog vrij heeft.

DSCN0281 (2)

Ik herinner me dat de Koningsdag vorig jaar voor Gijs niet leuk was, omdat hij totaal geen kracht had om langs de markt te slenteren, iets waar hij altijd zo’n plezier in had. Hij zette Lizzie en mij af en bleef in de auto zitten lezen… het Koningsfeest was voor ons snel over. Want het was niet leuk zonder hem. Toen al niet.

Ik loop terug met Iona, Lizzie komt zo met de bus en ik wil niet dat ik weg ben als ze thuis komt. Dan zie ik dat de sporthal niet door kunstmatige belichting oranje is, maar puur door de ondergaande zon, die na een grauwe dag toch even van zich laat weten.

Het kleurt mijn grijs. Net als het stuk oranje worteltaart ook, dat Lizzie voor me heeft meegenomen.

DSCN0288 (2)

24 april. Afgelastingen en Omah.

De “oude” Max zou vandaag geopereerd worden aan de kwaadaardige bult in zijn nek, maar omdat hij al een paar dagen niet lekker is,diarree heeft gehad en daardoor weer is afgevallen, laat ik hem van tevoren toch weer goed nakijken. 

De uitslag van de bloedonderzoeken van vorige week zijn binnen en vertonen afwijkende waardes. Heel waarschijnlijk zijn er toch uitzaaiingen en die kunnen we wel opsporen, maar eigenlijk wil ik Max daar niet mee belasten. Hij staat slechter, hij beweegt moeizaam alsof hij goed moet nadenken wat de volgende stap gaat zijn en als er iets gaande is, waardoor hij onrustig is, lijkt hij moeilijk te slikken. Een stevige pretnisonkuur is wat er nu aangeraden wordt. De operatie wordt afgelast.

De workshop waterwerk, die ik morgen zou gaan doen, samen met een leuke groep Goldens en hun baasjes, heb ik zelf gisteren afgezegd. Mijn rug is er niet klaar voor: de pijn is niet verminderd en extra pijnstilling, foto’s en een afspraak bij de fysiotherapeut zijn de volgende stappen. Daar hoort een dagje in de regen en het water helaas niet bij. Later zie ik op FeesBoek dat de hele workshop is afgelast vanwege het slechte weer dat is voorspeld.

We kunnen het ons niet voorstellen want vandaag is het schitterend, zacht lenteweer. Vriendinnetje J. komt uit Amersfoort met haar beide honden en een bus, omdat we de eerste hoeveelheid rommel naar de stort zouden gaan brengen, maar ook weer vanwege mijn rug worden die ritjes afgelast. 

In plaats daarvan gaan we naar de OMAH, de alles-en -nog -wat- winkel, waar je voor weinig veel kan kopen. Een van de lievelingswinkels van Gijs was dit en als ik er nu doorheen loop en het door de ogen van J. bekijk, begrijp ik weer helemaal waarom de schuur van Gijs zo vol is geraakt. Ons winkelwagentje ook. 

We rijden door naar de boeren-super, waar tot mijn grote plezier ons merk hondenvoer in de aanbieding is, samen met het zaagsel dat ik tegenwoordig bij gebrek aan vlas voor de ezelstal gebruik. Ik neem een extra baal mee en ook een liksteen voor de ezels. Dat kan er vandaag wel van af.

Het meisje aan de kassa vraagt of ik een klantenkaart heb. Ik kijk in mijn portemonnee waar ik meestal dat soort dingen bewaar maar ik kan hem nu niet vinden. Wel een cadeaukaart van de zaak, waarvan ik vermoed dat die leeg is. Het meisje scant hem in en ziet dat er nog een aardig bedragje op staat. Mijn aankopen zijn inclusief de aanbiedingskortingen dus prettig geprijsd. Dat is een meevaller!

Thuis eten we een broodje en drinken we koffie in de zon, terwijl er al een deel van het hekwerk wordt gebracht. Genoeg werk te doen; de poortjes wil ik met het zware, zwarte gaas dichtmaken zodat de honden er niet doorkomen en het er toch aantrekkelijk uit ziet. Gijs heeft vast in zijn schuur de nodige materialen ervoor.

J. gaat na een kop thee weer verder, ze heeft nog een hele route op haar planning vandaag. Het was fijn om samen te shoppen en te kletsen in de zon.

Het is fijn dat ze er is.

In de avond besluiten Lizzie en ik, omdat het zacht en vooral windstil is, de vuurton vanaf het veld naar de voortuin te brengen. We stoken een vuurtje en er gaan in ieder geval al drie bergen snoeiafval in vlammen op.

Een welbestede dag, ondanks alle afgelastingen.

DSCN0216 (2)

23 april. Over kringetjes en ringetjes..

Lizzie is vrij vandaag en het is heerlijk, zonnig lenteweer. Die combinatie is goed voor een ochtend bijtijds opstaan en languit in de hervonden tuin op een kleed liggen luieren, lezen, iets lekkers te eten erbij en hopelijk een zonnig kleurtje opdoen.

Mijn rugpijn is niet minder geworden en de pijn zeurt door naar mijn bil en mijn rechterbeen. Af en toe vlamt er een scherpe steek door en alhoewel de wandelingen met de honden geen problemen opleveren omdat ik dan rechtlijnig loop, het opsluiten van de ezels is een ander verhaal, omdat ze nu de balk helemaal vernield hebben. Ook vandaag laat ik ze maar scharrelen op het erf en tot mijn verbazing hebben ze zelfs het balkje van het veld weten te verschuiven, zodat ze de hele dag aan het jonge gras eten. Op zich geen probleem, ware het niet dat ze er erg dunne mest van krijgen. Wat weer een extra delicatesse voor de honden schijnt te zijn. En dat wil ik niet. Dus houd ik de beide diersoorten zo zorgvuldig mogelijk van elkaar gescheiden, zeer tot misnoegen van de blonde hangoren.

Nu de EMDR van Lizzie is afgerond, heb ik per ommegaande de eindafrekening van de psychologe gekregen. Mijn “Schotse spaarpot” zit erin, dus het is belangrijk dat ik er meteen maar achter aan ga om het vergoed te krijgen. Er zijn sinds  januari nieuwe regeltjes en een daarvan is dat psychologische hulp aan jeugdigen onder de 18 niet meer door de zorgverzekeraar wordt vergoed, maar door de gemeente. Ik kom er echter achter dat onze gemeente geen idee heeft waar en hoe dit uit betaald moet worden. Ik voldoe aan alle voorwaarden, compleet met verwijzing van de huisarts en gecontracteerde psycholoog, maar na anderhalf uur en vijf “loketten” verder, weet nog steeds niemand hoe dit nu vergoed gaat worden. Uiteindelijk kom ik terecht bij een zg. “omtinker” die hierin hulp moet gaan bieden en daarbij zelf de hulp van een schoolverpleegkundige gaat inroepen. Ik heb het idee alsof ik in een kringetje draai.

kringetje

Het lijkt allemaal erg vaag en ik begin er een hard hoofd in te krijgen. Word er zelfs boos om. Want we hebben het niet over een bedrag dat gelijk staat aan een zak patat.

Een heel ander telefoontje vertelt me dat de beide ringen van Lizzie en mij klaar zijn. Ik spreek af dat we ze vanmiddag nog gaan halen, het heeft lang genoeg geduurd dat we ze niet hebben gedragen. 

Lizzie wilde haar ringetje met het granaatje en de beide diamantjes iets veranderen, zodat het nog meer een symbool voor haar herinnering aan Gijs zou zijn. Het ringetje kreeg ik van Gijs voor mijn verjaardag, toen we vijf jaar samen waren en ik heb het aan Lizzie gegeven toen ze 12 werd, net zoals ik aan Laura op haar twaalfde de ring gaf die ik van haar vader kreeg.

Omdat Gijs zo veel van zwaluwen hield en zelfs een zwaluw op zijn bovenarm had laten tatoeëren, (alhoewel het meer leek op een meeuw) wilde Lizzie “iets met een zwaluw.” We hebben het aan de juwelier voorgelegd en een oud gouden ringetje ingeleverd dat Lizzie ooit gekregen had als klein peutertje, van een tante. Van het geld dat we van de verkoop van allerlei spullen in februari overhielden, besloten we iets “onnodig maar durend” te doen. Een zwaluw laten zetten op een granaat. 

De goudsmid heeft de wens van Lizzie glansrijk begrepen en haar stralende ogen vertellen hem dat het precies is als ze gehoopt had….

DSCN0146

 Mijn wens lag iets anders: ik wilde mijn trouwring blijven dragen en die van Gijs ook. Maar omdat ze beiden vrij breed waren, was het niet zo heel prettig om ze samen aan een vinger te hebben. Dus heb ik een beetje aangegeven aan de goudsmid wat ik mooi vond en ook daarin heeft hij me begrepen. Dat ik een kleine rookkwarts erin wilde, was wel een voorwaarde, omdat ik dat een mooie, goed draagbare steen vind en ik niet de zwaarte van een “verbouwde” trouwring om mijn vinger wilde dragen.

De man heeft mijn trouwring in tact gelaten, alleen iets ruimer gemaakt en de ring van Gijs bewerkt tot een fantasiering met een facet geslepen rookkwarts. Maar hij heeft het zo weten te creëren, dat ze in elkaar kunnen vallen tot een geheel, terwijl ik ze zeker ook afzonderlijk kan dragen. Op het moment dat ik mijn trouwring weer om mijn vinger schoof, voelde het goed. Eigen. Zoals het hoort. Want ik blijf getrouwd, ook al ben ik weduwe.

ringen

 En tot slot werd Laura’s hangertje, dat ik haar voor haar verjaardag heb gegeven, vakkundig gevuld met een klein beetje as. Zo hebben we alledrie onze eigen manier om Gijs dagelijks met ons mee te dragen. En dat is een prettig idee.

10658625_861236990614185_7861656624778604512_o

Later op de dag kwam ik erachter via Google dat rookkwarts “de steen van het verdriet” wordt genoemd, omdat het helend werkt en kracht geeft in zware tijden. Is het daarom dat ik deze steen zo mooi vind?

22 april. Een begin en een einde.

Toen Gijs nog bij ons was in een dusdanig redelijke doen dat hij nog met smaak at, hadden we allerlei dingen in huis die Lizzie en ik nu eigenlijk nooit meer kopen. Het potje Sambal Badjak staat eigenlijk nog puur uit sentimentele overwegingen in de inmiddels nieuwe koelkast omdat we het geen van beiden lusten maar omdat Gijs het ergens vroeg in september nog zelf had gekocht op een van de dagen dat het hem lukte om zelf iets te kopen.

Wat we toen bij vlagen veel in huis hadden, was “cruesli.”  Soms moest er al een nieuwe zak gekocht worden als de eerste nog niet op was, om maar niet zonder te komen zitten. Andere keren werd het muf en oud omdat de trek erin helemaal verdwenen was. Maar Lizzie at het ook en tijdens een van die ontbijtjes brak er een stukje van een kies af. Tijd ging voorbij en alhoewel ik steeds achter het adres van een nieuwe tandarts aan wilde gaan, de onze was gestopt met zijn praktijk, kwam het er niet van. Toen Lizzie in november pijn in haar kaak had door een gewrichtsontsteking en ik met haar daarvoor naar de huisarts ging, heb ik Gijs beloofd dat ik ervoor zou zorgen dat ik een goede, nieuwe tandarts voor Lizzie zou zoeken.

Vandaag gaan we voor het eerst samen naar die nieuwe tandarts. Voor mij een nieuwe ervaring, omdat Gijs dat altijd samen met Lizzie deed. Dat was een vader-dochter-ding, net als zwemlessen en schoolmusicals. Alhoewel ik ook in het zwembad heb staan juichen en “het licht en geluid” heb “geschoven” voor het jaarlijkse optreden, waren dat toch momenten die echt van Gijs en Lizzie waren.

We moeten de bus van half acht hebben, de afspraak is om tien over acht. In de vroegte lopen door een voor ons onbekende wijk van Heerenveen. Het is een van de vele vreemd-confronterende situaties die zich zo snel ontwikkelen en de afstand tussen ons leven met Gijs en deze nieuwe periode zo scherp onderstrepen. 

Als we de praktijk binnenlopen, vraagt de dame achter de balie al direct of het Lizzie is, bij wijze van een soort welkom. Een dikke twintig minuten later ligt mijn kind in de stoel en kijkt een vreemde man in haar mond. Het begin is er. Snel en accuraat maakt hij een foto van haar gebit en alhoewel de gewrichtspijn in haar kaak niet direct met de kapotte kies te maken heeft, behoeft die wel behoorlijke aandacht. Sterker nog, de kies is diep afgebroken en is een van de achterste kiezen, dus de arts besluit hem te trekken. Er wordt een afspraak voor gemaakt, en ook voor het vullen van een paar kleine gaatjes en een bezoekje aan de mondhygiëniste. 

Voordat Lizzie naar Rome gaat, is ze helemaal weer klaar. Gijs zal blij zijn.

We lopen meteen door het wijkje naar de psychologenpraktijk. Dat was in Januari al zo’n “nieuwe-levensfase-plaats.” We zijn er een tijdje niet geweest omdat onze begeleidster geen zittingen had, maar ik heb sterk het idee dat Lizzie het eigenlijk ook niet meer nodig heeft. 

Als we even later tegenover de jonge vrouw zitten, hoor ik het Lizzie ook zelf zeggen: ” het verdriet is er nog, maar ik weet dat er niets meer aan te doen is, dat het zo is gegaan allemaal. Ik voel me niet meer schuldig, maar mis papa nog wel.”

We constateren met ons drieën dat we nu op de weg zitten van een normaal, gezond rouwproces waarin ruimte is voor verdriet en intens missen, maar dat niet meer overschaduwd wordt door de trauma’s van die afschuwelijke paar dagen en Gijs immense lijden.

Zelf voel ik me er ook beter bij. Mijn grote zorg om mijn verdrietige, getroebleerde meisje is verminderd en ik zie steeds vaker hoe blij ze weer kan zijn. Natuurlijk zullen er nog huilbuien komen en momenten waarop we het liefst willen wegkruipen onder een deken en niets van de wereld willen weten. En het deel van ons dat geamputeerd is, zal nooit meer aangroeien of helen. Maar de EMDR heeft Lizzie duidelijk goed gedaan en met een licht hart trekken we na een uur de deur achter ons dicht.

We hebben samen iets tot een goed einde gebracht. dat is een troostende gedachte.

roos in lucht

21 april. Beelden in de nacht.

Er hangt een koude mist over de wereld, als ik om half zeven met het logeetje buiten loop. Mijn rug voelt dreigend strak, zeker na mijn fietstocht van gisteren. De frisheid van de vroege ochtend wordt vrij snel warm en tegen de tijd dat ik met het tweede groepje teefjes op pad ga, is de zon doorgebroken. Ik neem de camera mee die me in bruikleen is gegeven door  Top Deals voor de illustratie van mijn reisblog naar Schotland. Dan kan ik alvast oefenen, om er zoveel mogelijk uit te halen.

11150886_858940514177166_7855870286290506950_n

Islay en Iona zijn gewillige fotomodellen, helemaal als ze merken dat we naar de eendenkooi gaan waar ze naar hartelust kunnen poedelen. Ik schiet plaatjes met de camera, leg beelden vast om ze later thuis met een kritisch oog te bekijken. 

11146329_858940517510499_2983320588750040760_n

Terwijl de honden aan het spetteren zijn, zit ik op een bankje en denk terug aan de vreemde nacht. Nog steeds word ik steevast rond vier uur wakker. De ene keer slaap ik vrij snel weer in, de andere keer lig ik te woelen tot een half uur voor de wekker gaat en dan word ik door de zoemer met veel moeite wakker.

Ik was gisteren vroeg naar bed gegaan, heb nog wat gelezen en exact om 12 uur knipte ik het lichtje boven mijn bed uit. Maar om ongeveer half drie was ik klaar wakker en voelde me onrustig en onprettig. Een nachtmerrie had me naar de werkelijkheid gevoerd en dat was maar goed ook want ik had er niet in willen blijven. Spoken bestaan. Dus ik heb zachtjes de radio aan gezet voor wat afleiding, heb nog een lettertje gelezen en ben in slaap gevallen, terwijl ik vaag op de achtergrond van de slaapnevelen de “Carmen” van Bizet waarnam.

Tegen vier uur was ik dus weer bij mijn positieven. Vaste tijd. Ondertussen was de radio blijven spelen en was de opera op het punt aangekomen, waarop Carmen neergestoken wordt door haar vroegere geliefde Don Jose. (Dit deel is eerder in deze blog beschreven op 7 februari 2014, “Kolkend bloed”) Ik luisterde intens, raakte heftig ontroerd en huilde daardoor onverwacht een gat in de nacht. Dat ik Lizzie om kwart over zes wakker heb kunnen maken, is me een raadsel.

De sfeer van de nacht met de melodieën van Don Jose als refrein in mijn hoofd, blijft me eigenlijk de hele dag bij en dat maakt dat ik mijn draai niet goed kan vinden vandaag. Dat mijn rugklachten niet over zijn, helpt ook niet. Maar het tere plaatje, dat ik met de camera van TopDeals schiet, is dan wel weer een fijn iets. En Lizzie is vroeg thuis, zodat we samen nog een uurtje in de zon op het zitje van E. kunnen doorbrengen voordat ik het eten ga klaarmaken.

11169863_858940464177171_1295693720485589161_n

Lizzie moet in de avond op haar oude basisschool een presentatie over de World Servantsreis naar Bolivia geven en gaat om acht uur de deur uit. 

Ik ga met een pijnstiller in een warm bad in de hoop dat mijn rug zich wat kan ontspannen. Morgen zal het beter zijn….

20 april. Website maken.

Bij een nieuw bedrijf hoort ook een nieuwe website en dat is waar ik me de komende dagen mee ga bezig houden. De naam van mijn kleine onderneminkje is First Footer en dat vraagt om enige uitleg. 

“Headers en Footers” zijn begrippen in de wereld van de tekstverwerking, dus op zich is dat niet een heel bijzonder gegeven. Maar de First Footer is ook de zeer welkome gast die tijdens het Schotse Oud en Nieuwfeest “Hogmanay” als eerste binnenkomt en diverse gulle gaven meebrengt, zoals kool, vruchtenbrood, zout, het zg. “shortbread” en natuurlijk whisky. 

De legende wil dat deze figuur zwart haar heeft, in tegenstelling tot de blonde Vikingen die doorgaans niets goeds in de zin hadden, als zij aanklopten. En dat hij geluk brengt.

Voor mij is de First Footer dus een Gijs en dat was hij al vanaf onze trouwdag, die plaatsvond tijdens, jawel, Hogmanay 1996. Hij had toen zwart haar dat in de loop der tijd zilver is geworden. Dat hij het verloor in het laatste stuk van zijn leven, maakte hem niet minder tot een First Footer. Omdat ik symboliek niet uit de weg ga, zie ik het schrijversbedrijfje als een stap over een drempel, een nieuw begin.

Met de First Footer als geluksbrenger.

per sempre

Terwijl ik me door allerlei “templates” en “menu’s” heen worstel, gaat de telefoon en is het een goede kennis van me, die me op te hoogte brengt van het feit dat hij naar het ziekenhuis moet met vermoedelijk een klaplong. Zijn Golden Retriever, ooit door Gijs en mij bij hem geplaatst, is thuis en we hebben altijd de vaste afspraak dat ik voor haar zorg als hij het niet kan.

Ik beloof hem dat het goed komt met zijn hondje en begeef me op het Sociale Medium, waar ik aan de groene bolletjes kan zien wie er thuis is. Kennisje M, ook een kennis van de onfortuinlijke Goldeneigenaar, heeft me vaker aangegeven dat ze voor de Stichting wil helpen, maar mij persoonlijk ook. Dus ik vraag haar of ze eventueel het hondje zou kunnen ophalen. Dat kan ze en nauwelijks twee uur later stapt Kyra uit de auto en gaat naar het veldje, alsof ze er gisteren nog was.

Inderdaad wordt haar baas dezelfde dag nog geopereerd aan een klaplong en dar houdt in dat Kyra een tijdje bij ons zal blijven. Ik ontdooi haar vlees voor de avondmaaltijd en ga even apart met haar wandelen, zodat ze weer aan mij gaat wennen. 

Tijdens de introductie op mijn nieuwe website vertel ik dat ik samenleef met een “steeds wisselend roedel Golden retrievers..” Dat wordt vandaag weer eens flink onderstreept!

18/19 april. Zonnig weekend.

Dit weekend staat er niets gepland, behalve dat de drie logeerhondjes worden opgehaald. Ik heb inderdaad ook vannacht op de bank geslapen vanwege het kleine puppetje. Het indrukwekkende concert van gisterenavond heeft me de nachtrust gekost, want op de een of andere manier hebben ontelbare herinneringen zich als fragmentarische films in mijn hoofd afgespeeld en was het pas drie uur eer ik wegdommelde met Skye op mijn knieën. Het pupje moest er bijtijds uit en gaf dat ook perfect aan; maar het was slechts enkele uren nadat ik met zware ogen en een huil-hoofdpijn in slaap was gesukkeld.

Ik krijg een berichtje dat de baasjes van de logees al onderweg zijn en tegen 12 uur arriveren. Dat geeft me de tijd om op mijn gemak alle honden van hun wandeling te voorzien en ook nog even met het kleintje een paar apportjes uit te proberen. Laura is om tien uur beneden en gaat vrijwel meteen aan het werk: haar stageverslag moet geredigeerd worden. Ze wil dat nu doen zodat ze halverwege de middag “vrij” kan nemen. Lizzie slaapt nog wat uit.

tessa4

Als de baasjes van de honden nemen is de zon inmiddels goed doorgebroken en drinken we uitgebreid koffie op het terras, terwijl hun honden om ons heen spelen. Nadat ze uitgezwaaid zijn, ga ik met Laura naar het dorp om onze fietsen op te halen die nog bij de bushalte staan. We kregen gisterenavond vanuit Leeuwarden onverwacht een lift omdat ook een lieve kennis bij het concert aanwezig was. We doen meteen de boodschappen voor de komende dagen.

Ik doe de zaterdagse was terwijl Laura met frisse moed weer achter haar laptop gaat en Lizzie lekker in de grote stoel met een koptelefoon op naar Blof luistert en een boek leest. De honden liggen languit op het pleintje in de zon, juist voor de oude mannetjes is dit een uitstekende temperatuur.

Om vijf uur klapt Laura haar laptop dicht. Het is klaar voor vandaag. We gaan met een drankje buiten zitten, het “zitje van E.” wordt ingewijd met een glas witte wijn en crackers met een lekker kaasje.

DSC_0050

De zon is warm, we zitten in de dode hoek van de wind, zodat het heerlijk is. Zo lekker, dat ik na ruim anderhalf uur ineens helemaal geen zin heb om te koken. Maar wel om te spijbelen. Lizzie en Laura stappen op de fiets en gaan friet halen in het dorp, terwijl ik de honden voer.

In de avond spelen we Cluedo en ik win. En slaap in mijn eigen bed.

Zondag is met recht een zon-dag. Een mager zonnetje probeert door de grijze watten te breken, aan de vogels hoor ik dat het gaat lukken. Het klinkt lente-achtig en ijl. Ik ben op e gewone tijd beneden en laat de honden groepsgewijs uit, de ouwetjes mogen op het veld. Bij het optillen van de oude reu die niet uit zichzelf kan opstaan, schiet het ineens in mijn rug. Dat is alweer een tijd geleden, maar twee nachten op de bank waarvan er een heel erg kort en het voortdurend moeten bukken om de hond op de poten te helpen, eist zijn tol. Het is nog vroeg in de ochtend, ik ga terug naar bed met een pijnstiller in de hoop dat het weg trekt.

Dat doet het niet en als ik later op de ochtend de ezels buiten zet, lukt het me niet goed om de balk te stutten. Ze hebben die al in het begin van de week vernield en alhoewel E. eerste hulp heeft verleend, hebben ze de balk opnieuw vertrapt. Ik besluit ze maar op het erf te laten scharrelen. Er komt niemand vandaag en mijn rug weigert dienst. Ze mogen doen wat ze willen.

Ook vandaag heeft Laura zichzelf een aantal werkuren opgelegd en Lizzie heeft huiswerk. Maar we spreken af dat we weer vanaf 5 uur allemaal klaar zijn met wat we moeten doen. Dus ook vandaag gaan we “borrelen” op het zitje van E. Ditmaal heeft Laura voor prosecco gezorgd omdat ze de taak af heeft gemaakt waar ze al zo lang mee bezig was.

We zitten zorgeloos in de zon, we zijn samen en we praten luchtig over Gijs. Over wat zijn muziekkeus was, over wat hij van het concert van vrijdag had gevonden. We halen herinneringen op aan de zomervakanties in Frankrijk. We denken hardop aan die mooie man, die leuke vader, die lieverd die er nooit meer bij is. Maar we moeten ook erg lachen om zijn gekke invallen, om zijn humor en om de bizarre situaties waarin we ons soms bevonden door zijn koppigheid. Ik kijk naar mijn dochters en stroom over van liefde voor hen, ik weet de honden tevreden achter me op het plein, mijn gezicht is warm, ik knabbel op een toastje en nip aan een wijntje.  

“Wat hebben we het goed..” 

Terwijl ik het zeg, schrik ik. Dit heb ik heel lang niet gezegd. Ik kan me bijna niet meer herinneren dat ik het gezegd heb. Of zo gevoeld heb. Maar het is wel zo. En dat is eng.

zon

17 april. In het midden van alles…

Gisterenavond zijn er drie logeerhondjes gekomen, waarvan de jongste nog maar tien weken is. De beide oudere teefjes waren hier enkele weken geleden ook al voor een langere periode, maar nu blijven ze twee tot drie nachtjes slapen. De kleine pup wond Lizzie onmiddellijk rond haar pootje en het is grappig om weer zo’n ukkepuk in huis te hebben. Ondanks dat ze thuis niet meer in een bench slaapt, heb ik hem toch maar opgezet en klik ik het show-rennetje er ook aan. Want zo’n kleintje tussen mijn grote, lompe roedel en bij de twee oude, dove en onhandige mannetjes is geen optie. Ik moet haar af en toe, als mijn aandacht even op iets anders gericht is, veilig apart kunnen zetten. Omdat ze nog een beetje in de zindelijkheidstraining zit, heb ik besloten dat ik de paar nachten op de bank doorbreng.

tessa

Lizzie, Laura en ik hebben maanden geleden al kaartjes gereserveerd voor een concert in het theater in Leeuwarden van de Zeeuwse band Blof. Alhoewel ik niet zo’n populaire concertganger ben, kan ik hun muziek heel erg waarderen en voor Lizzie is het een verbintenis die ze met Gijs had… hun gemeenschappelijke muziekkeuze. Ik heb in mijn vroegere werk ook wel voor deze band en hun technici de catering gedaan en het is een uitje waar de meisjes zich al langer op verheugden.

Vanwege de kleine pup moet ik het een en ander organiseren, dat ze halverwege ons avondje uit nog wel even naar buiten gelaten wordt en we moeten proberen de eerste trein na het concert terug te nemen. een bus gaat er dan niet mer, dus een NS taxi wordt besteld. Lizzie en ik eten vroeg en we zorgen dat alle dieren zodanig uit zijn geweest en verzorgd, dat we strak om tien over half zeven de deur uit kunnen. Puppenkind heeft lekker gegeten en een wandeling gemaakt, waardoor ze al in de bench in slaap is eer wij weg zijn.

Op het station horen we dat ook vandaag weer de trein naar Leeuwarden tien minuten vertraging heeft. Even mopper ik en schiet in de stress: komen we dan nog wel op tijd? het is toch nog even lopen naar het theater en ik weet als geen ander hoe vervelend het is als er mensen na aanvang pas binnen komen vallen.

We treffen Laura in de trein. Ze heeft een groot koffer bij zich en we moeten lachen bij het idee dat ze met een koffer naar een concert gaat.

In Leeuwarden komen we om vijf over acht aan en moeten we flink doorstappen om op tijd binnen te zijn. maar het lukt en als we eenmaal hoog op het balkon onze plaatsen hebben ingenomen zijn er nog minstens twee minuten over. Gelukkig heb ik een nieuw horloge!

Het concert, “In het midden van alles” is akoestisch en dat maakt het intiem en sterk. Er is een mooie mix van oude en nieuwe nummers en het klinkt goed. Bij sommige nummers houd Lizzie mijn hand vast en dat is niet overbodig want af en toe schiet ik vol bij het horen van de soms wat heftige, maar heel poëtische teksten. Daar hield Gijs zo van.

Om me te vermannen kijk ik naar boven en zie de loopbruggen met de vaste theaterspots. De “snijders.” Maar dat helpt niet tegen de golf van enorme heimwee en ander verdriet. Want woonde ik niet zo ongeveer ooit op zulke loopbruggen, tussen de spots? Heb ik niet een groot deel ziel en zaligheid gegeven aan een theaterzaal als dit? Was ik niet meer dan dertig jaar vertrouwd met alles wat in een schouwburg gaande is? En, vooral, werd ik niet reddeloos verliefd op die jongen met zijn zwarte haren en zijn blauwe ogen en zijn lange benen, die samen met mij de lampen stelde, het geluid inhing, de balletvloer legde en al die dingen die dagelijks op een toneel gebeuren? Vergeet ik ooit dat ik op de zaalbrug stond om de schijnwerpers te kleuren, terwijl ik hem beneden over het toneel zag lopen en wist dat ik er alles aan zou doen om hem tenminste een keer te kunnen vasthouden?

Blof zingt zijn mooie liedjes. Naast me zingen mijn dochters luidop mee, dansend. Een hele nieuwe ervaring voor mij, als theaterbeest, om te zien en te merken dat ook dat kan in een schouwburg. Lizzie straalt nog meer dan de schijnwerpers boven onze hoofden. De mannen beneden op het toneel vervagen en krijgen kleurige contouren vanwege het tegen,- en toplicht en vooral door de tranen die niet weg te vegen zijn.

In het midden van alles. Dat kun je zeker zeggen. Deze belevenis ontroert me bovenmatig. Om wat was, om wat is, het midden van alles en om wat allemaal gaat komen. En dat ik niet alleen ontroerd kan raken door mijn “eigen” klassieke muziek maar dat Blof me ook zo kan raken, maakt dat ik me op een andere manier nog meer verbonden voel met mijn kinderen en de mooie man die hun vader was.

11080601_849249611812923_4718655976477608549_o

16 april. Bij de tijd in Leeuwarden.

Een afspraak bij de Kamer van Koophandel in Leeuwarden kondigt een nieuwe stap in ons leven aan. Om later tegen betaling te kunnen bloggen en schrijven is het belangrijk dat ik “zelfstandig” ben en een BTW nummer heb. Na de tragische ondergang van mijn eenvrouwsbedrijfje “Moeder Fourage” – voor catering op kleine schaal,-  ga ik het opnieuw proberen. Ditmaal met een andere insteek. Voorlopig zal het een bijverdienste zijn en niet, zoals ik destijds noodzakelijk vond, een vast inkomen. Vanuit de uitkering die ik nog een ruim jaar krijg zolang Lizzie nog geen achttien is, kan ik het allemaal gaan opbouwen in de hoop dat ik per augustus 2016 zoveel uit het schrijversonderneminkje kan genereren, dat ik ook dan kan blijven bestaan. Hier, op de boerderij. Want het hele merkwaardige is gebeurd, sluipend, in de afgelopen maanden. Zo’n blok aan ons been als het huis was in de laatste maanden van Gijs zijn leven, zo’n zwaarte als het was met de enorme geldlast, zo innig wil ik het nu behouden en zo hard wil ik ervoor blijven werken dat het mogelijk is om hier te blijven zolang het mij uitkomt.

DSC_0017boerderij

Als Lizzie naar school is, maak ik met twee groepjes honden twee lange wandelingen. Ook zij springen slootje in en uit nu en gaan tevreden liggen slapen, terwijl ik mijn hondenkloffie omruil voor een iets zakelijker outfit. 

Op tijd gaat de bus, op tijd kom ik op het station aan maar de trein heeft ruim tien minuten vertraging. De tien minuten die ik nodig heb om van het station naar de K.v.K. te lopen. Het dreigt mijn humeur te beïnvloeden, maar dan kijk ik naar wat er op een tweetal meters afstand plaats vindt. En dat houd me in het opgewekte humeur waarmee ik de dag begonnen ben. Want een vrouw die met een veiligheidsjasje aan de prullenbakken op het perron leeg maakt en een kar voortduwt met allerlei schoonmaakartikelen, wordt aangesproken door een oudere vrouw, die vraagt of de -ook al vertraagde trein naar Zwolle- wel om elf uur daar aankomt. Want, zo voegt ze er aan toe,” ik heb een afspraak met mijn zoon en wil niet te laat komen.” 

De “perronverzorgster” haalt haar mobieltje tevoorschijn en zoekt de gevraagde informatie op. Er ontspint zich een geanimeerd gesprek, waarbij ook een man zich aansluit. De vrouw laat haar schoonmaakwerk voor wat het is en gaat voor de man allerlei reisopties uitzoeken op haar telefoontje, omdat ook zijn trein vertraging heeft. Ik hoor haar zeggen: “Als u dan in Amersfoort overstapt op de trein naar Utrecht, dan bent u maar een half uur later in Rotterdam..” 

 Met een glimlach stap ik in mijn trein. Ik heb iemand gezien die met veel plezier en zelfverzekerd hulp biedt, terwijl ze daar vermoedelijk niet voor betaald wordt!

Anderhalf uur later reken ik mijn registratie af bij de K. v. K. en krijg ik een hand van de dame die me heeft ingeschreven. “Gefeliciteerd en veel succes!”  zegt ze. Met een licht gevoel stap ik zonnig Leeuwarden in.

Om te vieren dat ik besta, ga ik naar een klein, donker, ietwat stoffig winkeltje dat op de gracht geklemd zit tussen een “lifestyle-store” en een trendy kapper waar ze roze en paarse extensions etaleren. De eigenaar van het zaakje zit achterin, half verscholen achter een rommelige houten tafel met een grote verzameling ondefinieerbare instrumenten. Gijs heeft hier ooit een uitgebreide rondleiding gehad en alles geleerd over millimeterdunne tangetjes, meetapparatuur, vergrootglazen om minuscuul kleine schroefjes te kunnen waarnemen. Het ruikt er ook naar een zaakje waar Gijs zich goed voelde. Iets met olie, leer en oudheid.

Ik laat de man mijn “schatten” zien. Drie horloges die geen van drieën doen waarvoor ze gemaakt zijn. Omdat ze de tand des tijds niet hebben doorstaan. Althans, zo lijkt het voor mij. De man schuift een bril met enorme glazen over zijn eigen bril, knipt een scherp lampje naast zich aan en tuurt naar de drie uurwerken. Onwillekeurig komt de associatie met de oogspecialist van de honden bovendrijven. Helemaal omdat hij ook niets zegt maar in stilte keurt.

Dan legt hij het brilletje naast zich neer. ” Ik neem ze alledrie.” Zegt hij. “Ik ga ze repareren, doe er een nieuw bandje om en dan zijn ze prima voor de liefhebber.” Ik kijk nog een keer naar de drie klokjes op de rommelige tafel. Een horloge, dat ik ooit voor Gijs gekocht had. Het was toen al een “vintage” model uit de art nouveau-periode. Gijs was er verrukt van, alleen heeft het klokje niet lang zijn erk gedaan en was het te kwetsbaar om tijdens het erk te dragen. met als gevolg dat Gijs het nauwelijks droeg. Zo ook het klokje dat ik een tijdje gedragen heb. Mooi, dat wel, maar nauwelijks functioneel. Het derde klokje was van Gijs zijn vader. Gijs kreeg het na zijn overlijden en heeft het direct onder in een la gelegd en er niet meer naar omgekeken want de omstandigheden waarin hij het van zijn stiefmoeder kreeg, verdienden geen schoonheidsprijs.

De man trekt een la open van zijn bureau en tot mijn enorme verbazing haalt hij er een heel assortiment ultra moderne, fraaie klokjes uit met klinkende namen als “Pulsar, DKNY, Tommy Hilfinger.” ” Misschien ziet u hier iets bij wat u wel zult dagen?” vraagt hij terwijl hij de lamp zodanig draait, dat de horloges schitteren in het licht. Ik kijk naar een Pulsar met een goedkeuring, geweven bandje. Hij ziet het en haalt het uit het doosje, vraagt mijn pols en klikt het aan. Een klassiek, eenvoudig, mooi model. Ik neig er erg naar, kijk tersluiks op het prijskaartje. ik zal er vermoedelijk wat bij moeten leggen. Een dun, gouden kettinkje hangt er als veiligheid aan. Dat is in mijn dagelijks leven wel een kwetsbaar punt… ik blijf ongetwijfeld achter edelhekken of hondentanden haken.

Dan pak ik een modern klokje van DKNY. Een zilver en goudkleurig bandje, gedraaid met schakeltjes en een langwerpig klokje. Minder klassiek. Maar ik zie het me wel dragen. Ik moet er negentien euro bij leggen. dat is te doen. ” Ik doe het..” zeg ik, nadat ik ernstig getwijfeld heb tussen het klassieke klokje en dit strakkere model.

images

Oud wordt ingeruild voor nieuw. Bijtijds ben ik thuis.