Maandelijks archief: mei 2015

20/21 mei. Highlands bedevaart.

Voor ons tripje naar de Highlands pakken we een kleine tas in met wat spullen voor een overnachting. Het is ruim vijf uur rijden, maar omdat Iona mee gaat en we onderweg zoveel mogelijk willen zien, gaan we ervan uit dat we pas tegen de avond in een plaatsje aankomen waar we een Bed and Breakfast zullen gaan zoeken.

M. wijst ons op de kaart van Gijs de route die misschien niet de snelste, maar zeker wel de mooiste is. Ik pak het gidsje erbij en er valt een opgevouwen briefje uit. Daarop staan plaatsnamen geschreven in het handschrift van Gijs, met een deel van de route die we nu gaan rijden. Alleen komen wij vanaf het zuiden van Schotland en had Gijs de reis vanaf Newcastle uitgeschreven. Toch zie ik aan de uitroeptekens dat er een aantal plaatsen zijn waar hij vermoedelijk had willen stoppen. Wanneer heeft hij dit zo bedacht? Ver voordat we vermoedden om er met een hondje heen te gaan? Ver voordat hij ziek was? In de tijd dat hij de atlas kocht? We hebben destijds wel samen gedroomd over een rondreis door Schotland en dat hij het bedevaartsoord voor de Golden Retriever ooit wilde bezoeken was al vrij snel duidelijk nadat we de eerste keer samen in Edinburgh waren. Zo wilde hij ook het plaatsje Kinross aandoen, waar onze Golden liefde Duffy was geboren…. Hoe dan ook, het ontroert me bovenmate dat we vandaag een deel van zijn reis gaan volgen. Niet verwacht, maar door Iona’s lange cyclus toch mogelijk.

Gewapend met kaarten en Tomtom rijden we via de Tesco in Castle Douglas voor broodjes en wat te drinken rond een uur of elf weg. Het eerste deel van de reis hebben we eerder gereden met M. toen we naar Perthshire en Crieff zijn geweest en via Edinburgh terug.

Het is niet druk op de weg en we schieten lekker op. Na anderhalf uur ongeveer, komen we langs een mooi, helderblauw meer waar Iona een half uurtje geniet van het water en allerlei spannende luchtjes. Uitgerust, A. in dit geval, en opgefrist, Iona, gaan we verder naar het Noorden. Inderdaad ligt aan onze rechterkant Kinross, maar dat is toch nog een flink aantal mijlen, dus daar gaan we niet doorheen. Duffy’s fokker woont daar al lang niet meer.

highlands206

Het decor begint langzaam te veranderen van de glooiende, intens groene heuvels naar naaldbossen en meren en bergen met besneeuwde toppen.  Het wordt nog minder druk op de wegen en net terwijl ik met het thuisfront telefonisch contact heb omdat een van de hondjes van A. niet lekker was, valt de verbinding weg en rijden we in een uitgestrekt landschap van kleine beekjes, heidevelden en woeste, koud aandoende bergen met slechts hier en daar een wit gepleisterde cottage.

highlands211

Ook nu stoppen we om Iona lekker te laten zwemmen en door de heide te laten rennen. Ze kan gewoon los, er is in de wijde omtrek geen huis of auto te zien en opnieuw zie ik wat een heerlijke omgeving dit is om met een hond te zijn.

stroll4

Iona gaat in en uit het stromende beekje, duikt naar keitjes en steentjes die ze onder het wateroppervlak ziet spiegelen en komt proestend met haar koppie onder een watervalletje. Ze rent door de hei en ik laat haar een paar keer haar konijnendummy apporteren, zodat ze lekker kan uitrusten als we weer verder trekken.

stroll2

Achter elke berg schuilt een adembenemend uitzicht: niet vast te leggen op foto’s. A. en ik merken op dat er veel is wat we in ons hoofd moeten opslaan, we kunnen het niet tastbaar maken. Maar het prachtige plaatje van de Dalwhinnie whisky distilleerderij is wel iets waar ik een foto van wil maken. Omdat Gijs dat zeker ook had gedaan en we vanaf dit gedeelte zijn route volgen.

highlands210

highlands 208

Tegen vijf uur arriveren we in Fort Augustus. Een lieflijk toeristenplaatsje aan het Loch Ness, waar sluizen en bruggetjes een speciale sfeer oproepen en waar we op zoek gaan naar een Bed and Breakfast. Zo vlak voor de Pinkstervakantie zou het moeilijk kunnen zijn, zeker met een hond, maar de eerste de beste gelegenheid wijst ons op de goede weg. Want hun eigen hondvriendelijke kamer is net bezet, maar twee adressen later hebben we al geluk.

highlands201

Het is een elegant landelijk hotel en de fraaie lambrizering, het glanzend gepoetste koperwerk, de statige, houten trappen, het donkergroene tapijt en de mooie glas in lood deuren lijken de achtergrond van een sfeervolle Britse detective als Lynley of Morse. Hier branden open haarden in de lounge en dit is bij uitstek de plek waar Gijs zijn “Wee Dram Dalwhinnie” zou drinken. 

Nadat we zijn ingecheckt en onze spullen hebben opgeruimd gaan we naar de pub waar Iona welkom is en waar we de weg naar dit hotel gevraagd hadden. We gaan aan een klein tafeltje zitten, Iona krijgt een bak water en we bestellen de pubmaaltijd van de dag. Hoe kan het ook anders: verse, ovengebakken Schotse zalm. Ik drink er een heerlijke, frisse Italiaanse Pinot Grigio bij en de vis wordt geserveerd met een kleurig palet van beetgare groenten en een verrukkelijk romig aardappeltaartje.

highlands205

Het smaakt ons zo goed dat ik – tegen mijn principe in – geen dessert neem. Zelfs geen Sticky Toffy Pudding of de typische Cranachan (geroosterde havervlokken met whisky, honing, room en fruit.)  

De pub is duidelijk een etablissement waar de locale bevolking ook graag komt. Er staat een televisie aan die een voetbalwedstrijd laat zien en een rijzige man in kilt, met gymschoenen, komt aan de bar een pint drinken. Hij heeft een linnen tas van de Tesco bij zich. 

De avondwandeling is schitterend. We lopen door het mooie Fort Augustus dat er feestelijk uitziet met allemaal kleine lampjes langs de kaden en we spenderen flink wat tijd in een park dat ingeklemd ligt tussen een groots landgoed met een kasteel-achtig hotel en het Loch Ness.

highlands202

Een witgepleisterde vuurtoren geeft de punt van het dorp aan.

highlands204

Iona geniet zichtbaar van haar wandeling, vooral de vele konijntjes die tegen de schemer voor ons uit springen, maken haar avond helemaal goed.

highlands203

Donderdagochtend gaan we in de intieme eetzaal ontbijten met een krant, ontbijtgranen, geroosterd brood met frambozenjam. Ik sla het “Full breakfast” over, wetend dat Gijs dat zeker niet had overgeslagen. De worstjes, spek en eieren, de “baked beans,” het gaat allemaal langs mijn neus voorbij maar de geur roept wel weer een inmiddels bekende vertedering op bij de herinnering aan Gijs, als hij van zo’n ontbijt genoot.

Ook nu gaan we weer naar het park langs het meer. Helaas zijn de kleine souvenir winkeltjes, waar we graag willen rondneuzen, nog niet open, dus we besluiten te gaan rijden en op de terugweg hier nog langs te gaan. Ik wil dan ook de whiskybrouwerij in, want wellicht hebben ze kleine flesjes Dalwhinnie, die voor de liefhebbers thuis leuke souvenirs vormen.

Het is nog een beetje nevelig met een licht regenbuitje als we Fort Augustus verlaten maar naarmate we in het komende half uur hoger komen, klaart het op.

082

Tegen de tijd dat we het zes huisjes grote dorp inrijden en een oprijlaan zien met hekken waarachter we denken dat het Guisachan House te vinden is, schijnt de zon door de wolken.

008

We komen langs het pas in november 2014 opgerichte standbeeld van een Golden Retriever met de bijbehorende plaquette,

guisachan house 6

maar moeten toch nog even zoeken en de weg vragen aan een uiterst charmante Schot, die al vermoedde waar we naar op zoek waren door de aanblik van Iona. 

Hij wijst ons de goede richting en dan rijden we stapvoets op een klein,   hobbelig weggetje, tot we niet verder kunnen vanwege een gesloten vee-hek zoals ik thuis inmiddels voor de ezels heb.

017

We laten de auto achter en gaan door het hek, lopen langs een modderig pad dat door weilanden slingert en een klein, helder riviertje naast zich heeft en ineens ligt voor ons de ruïne die ik alleen maar van plaatjes in handboeken over Golden Retrievers ken. Ik herinner me de foto van een groep mannen bij een bordes, met een aantal honden, waaronder hoogstwaarschijnlijk de eerste Goldens. 

keepers-and-dogs-at-guisachan

Het raakt me bijzonder: zeker nu ik zie dat het bordes er nog steeds is, maar anno 2015 helemaal met mos en groen gestoffeerd. Het heeft iets aandoenlijks. Vergane glorie. Leven op oude stenen.

Vanwege instortingsgevaar mogen we er niet te dichtbij, maar ik wil er toch graag een foto van Iona maken.

guisachanhouse3Zo speciaal. Hier sta ik met ons zelf gefokte teefje, terug naar de oorsprong van dit prachtige ras. De fascinerende omgeving in combinatie met de krabbels van Gijs op het oude, verkreukelde velletje papier, maakt dat ik deze indrukken diep op zuig en een zekere emotie tot in mijn ruggenmerg voel.

guisachanhouse

We dwalen rond en het lijkt bijna voelbaar dat dit vervallen bouwwerk ooit bruiste van levenslust.

guisachan1890s2

Hier werd geleefd, hier woonden en werkten mensen.

Ik hoor het gekwetter van de kokkinnen, die in de grote keukens voor dag en dauw bezig zijn om gistbroden te kneden, scones en cakes te bakken, groenten in te leggen. Zalm, gevangen in de nabij gelegen meren wordt gerookt en koperen pannen vol fruit staan te pruttelen tot jam en marmelade.

Ik zie de knappe, joviale mannen die het landgoed beheren, de stallen uitmesten en met hun laarzen vol modder in de bijgebouwen de rijtuigen, tractors en auto’s schoon maken.  En de geweren voor hun bazen oppoetsen.

Er zijn in alle vertrekken haardvuren, die knetterend branden als het buiten koud en nat is.

Een huishoudster beweegt zich bijna geruisloos door de gangen, met wapperende rokken. Ze maant de kamermeisjes tot spoed en zorgt ervoor dat de jongste bedienden het zilver glanzend opwrijven voor het diner in de eetzaal. Een rustige butler vouwt de kranten tot een overzichtelijke bundel voor op de leestafel. Ook zet hij de laarzen van zijn meester klaar naast de deur van diens kamer, schoon en tegen de regen ingevet.

De vertrekken geuren behaaglijk naar turf en haardvuur en geroosterde havermout en gebakken spek. Binnen is het warm. Fluwelen gordijnen omlijsten de ramen, die uitzicht bieden op het toen nog helder groene gazon en de fruitbomen. 

Het vee graast rondom het landgoed in de helder groene weiden en staat met de poten in de beken als de sneeuw is gesmolten en de zon hun glanzende vachten verwarmt.

019

Er worden puppies geboren, de landheer heeft een eigenzinnige combinatie bedacht. Zijn Tweed Water Spaniël teefje Belle heeft hij door Nous laten dekken, een reu die hij op een van zijn reisjes naar Brighton gekocht heeft. De drie teefjes Ada, Primrose en Cowslip en het reutje Crocus, speelden ze op de binnenplaats? Buitelden ze over het bordes? Joegen ze, met zwiepende priemstaartjes, achter muisjes en vogeltjes aan op het erf? Zwommen ze in het beekje dat langs het toegangspad loopt? Gingen ze braaf achter een dummy aan tijdens de training met een van hun opzieners en renden ze elkaar achterna door de grote tuin achter het huis, onder de bomen, tussen de bluebells, in het gras?

020

Later gaan ze mee met de jagers om de aangeschoten vogels uit de meren rondom het huis op te halen. Met een zachte bek geven ze het wild af, zodat het door de kokkinnen voor de maaltijden klaar gemaakt gaat worden. Voor de landheren, voor de adellijke gasten, voor de dames in hun fraaie japonnen en de heren die in de bibliotheek bij de haard hun whisky drinken. Het vuur in de haard laait op, het zilver glanst en de geroosterde eenden en fazanten liggen als smakelijke trofeeën op de schotels tussen de gesauteerde pastinaak, wortelen en bieten en met geglaceerde vruchten als zoet garnituur.

De honden in de kennels krijgen de resten van het vlees. En vooruit… ook een zalmkop. Omdat de kokkin van hun zachte, vriendelijke, vrolijke karakter houdt en de jachtopziener trots is op hun stabiele werklust.

Ik wordt wakker uit mijn overpeinzingen doordat Iona op een omgevallen boomstam is gaan zitten.

guisachanhouse4

Op de achtergrond de boeiende, tot de verbeelding sprekende, romantische bouwval, de basis van de Golden Retriever.

064

Ik hou nog meer van ons ras, als we over het pad weer terug naar het kleine dorpje gaan.

Achter ons komt een landrover aangereden.  Een jachtopziener sluit het hek, zwaait naar ons en lacht naar Iona.

guisachanhouse5

19 mei. 3.3.

Als ik Iona voor haar ochtendwandeling mee heb genomen over het hele veld en we daar zo’n 20 minuten over doen, komt M. me tegemoet lopen met een paar van haar teefjes en een jongen, die twee keer per week bij haar de dag doorbrengt bij wijze van dagbesteding. Hij stelt zich voor als “hondenverzorger voor M.” en ik kijk in een lief, open, maar getroebleerd gezicht. We maken de wandeling met zijn allen af en als we binnen zijn en aan de eerste kop koffie en thee van de dag, komt A. naar beneden. 

We ontbijten en gaan dan op pad. De mooie, gedetailleerde auto-atlas van Gijs bij de hand voor het geval we de TomTom niet kunnen vertrouwen, Iona op haar kleedje achterin. We gaan eerst langs de grote supermarkt in Castle Douglas waar we wat voor de lunch halen en dan gaan we via Dumfries dwars door het zuidelijke puntje naar de westkust. 

loch19.2

Vlak voordat we het plaatsje Ayr in rijden en we van de snelweg af gaan, moeten we enkele heuvelachtige weggetjes nemen. Als we Ayr naderen, zien we in de verte de zee en een grote visserstrawler voor ons liggen.

052

Het hele merkwaardige, en eigenlijk bijna onbegrijpelijke, is dat we de trawler boven ons zien. Heel vreemd is het, dat de zeespiegel boven ons is. We bedenken dat, als er iets gebeurd, de hele vallei onder water kan raken. Het is een wel heel wonderlijk beeld en we raken er niet over uitgepraat hoe zoiets kan bestaan. Maar naarmate we dichter bij Ayr komen, lijkt de zee zich te verlagen en als we dan aan de kade zijn, is alles gewoon op het juiste oppervlak.

051

Het is geen gezichtsbedrog, er is eenvoudig een stuk weg dat helemaal aan de onderkant van een heuvel ligt.

Ayr heeft het eerste zandstrand dat we zien. Het waait hard, we zetten de auto dichtbij de opgang van het strand en laten Iona los, die in een rechte lijn het zand over vliegt naar de zee. Maar door de wind zijn de golven hoog en ze gaat direct in de remmen als ze door een golf overspoelt wordt, terwijl ze net lekker wilde gaan liggen in de branding.

loch19.15

We spelen samen wat met haar vuurtoren en ze gaat uiteindelijk steeds verder de zee in. Wat is het toch leuk om met een hond op stap te zijn, je ziet alles door heel andere ogen. Ayr lijkt op het Scheveningen van Schotland, met dien verstande dat  de omgeving ook hier adembenemend mooi is. De heuvels, de honinggele en roodbruine bakstenen huizen met een Victoriaanse slag zijn van een consistente orde. Hier geen vanillekleurige, pistachegroene of poederroze gevels. Het heeft iets van een vergane glorie die me sterk doet denken aan de sfeer die ik in jaren 80 proefde op het Lido, het eiland bij Venetië. Terwijl Ayr niet de helft van de grandeur daarvan heeft.

loch19.14

We rijden door naar een naburig dorpje aan de zee, Troon, wat een stuk minder mondain is en zeker zo charmant. Ook hier laten we Iona in de branding van het zandstrand spelen en omdat hier de baai wat meer beschut ligt, durft ze meer de zee in.

loch19.8

Ondertussen zien we de visserstrawler die boven ons lag, samen met twee anderen in de verte al gelang de windrichting draaien. Het is een schitterend gezicht om de zee te zien met aan de horizon geen leegte maar bergen. Ierland is wel erg dichtbij.

loch19.6

We nemen dezelfde weg terug. Een regenbui, een regenboog, we krijgen het allemaal mee. We komen tegelijkertijd met S. thuis, op tijd voor het eten.

M. heeft een telefoontje van de laboratoriumarts gehad. Iona’s progesteron is nog bedroevend laag. 3.3. terwijl een dekadvies in NMol minstens tussen de 30 en 50 wordt gegeven. Iona heeft duidelijk nog geen ovulatie gehad. 

Ik ben teleurgesteld, ondanks dat we het hier zo heerlijk hebben. A. en ik willen M. niet tot last zijn, we spelen met de gedachte om dan toch maar ergens een Bed and Breakfast te gaan zoeken, want deze lage waarde kan zomaar betekenen dat we nog wel een week hier moeten zijn. M. wimpelt dat idee met een ongeduldig handgebaar van tafel. We zijn haar gasten en dat blijven we. Al zal Iona’s progesteron er nog weken over doen. Bij wijze van spreken.

Het is gruwelijk dubbel, want het is zo’n heerlijke tijd, we beleven het zo optimaal en toch willen we ook wel weer een indicatie voor onze terugtocht. Maar: ik heb twee weken geleden de regie in Iona’s poten gelegd en dat moet ik blijven volgen.

Ik haal de spullen uit de auto, geef Iona te eten en leg de kaart op tafel omdat ik M. wil laten zien welke weg we gereden hebben. De grote atlas van Gijs valt open bij een bepaalde kaart. Ik kijk ernaar en zie een dunne, groene lijn van een stift, die een route aangeeft naar een heel noordelijke plek in de Highlands. Een route, die Gijs blijkbaar ooit heeft uitgestippeld in de tijd dat we nog zorgeloos dachten een Schotse vakantie te kunnen gaan vieren.

De route leidt naar “Guisachan House,” het landgoed waar in 1868 de Golden Retriever ontstond. Het is een bedevaartsoord geworden voor Golden Retriever liefhebbers en het heeft Gijs altijd bovenmate geïntrigeerd.

Ik opper: “Nu we toch tot vrijdag moeten wachten voor de volgende keer bloedprikken, zou het misschien een idee zijn om de Highlands in te gaan. Naar het Guisachan Estate… bij wijze van bedevaart… We kunnen een Bed and Breakfast daar in de buurt zoeken. Een betere kans om Guisachan House te gaan beleven is er niet, we moeten toch twee dagen wachten en geduld bewaren.”

A., lieve avontuurlijke A, is er onmiddellijk voor. Het lijkt ons ook voor M. wel prettig als we twee dagen de hort op zijn, zodat ze haar huis weer even voor zichzelf heeft.

En zo gaat het gebeuren. ik ga dan toch die magische plek zelf ervaren, samen met Iona en A. Deze vakantie kent geen grenzen.

loch19.2

18 mei. Voor een prikje…

Ook vandaag gaan we nog een keer progesteron prikken bij Iona. M. is met haar spanieltje Suzie in de vroege ochtend naar de dekreu en heeft voor ons een afspraak gemaakt om half een. Dat maakt dat we in de ochtend rustig aan doen. We lezen wat, ik neem Iona voor een lekkere lange wandeling mee en we doen wat boodschappen. Het prikken gaat niet zo gemakkelijk en er wordt een stukje haar geschoren van Iona’s voorpootje. Dan lukt het wel en we kunnen het bloed in een al door M. voorbereid pakketje eerste klas versturen naar het laboratorium, waar een Golden Retriever fokker het bekijkt en de waarde ervan morgen door gaat bellen.

In de middag ga ik met M. mee als ze met drie van haar werkhondjes gaat trainen.

the boys

Een van de twee cocker spanieltjes, haar jonge Springer Spaniel en haar werk Golden laten alledrie fraaie staaltjes van apporteren zien.

104

Ze worden door M. op grote afstand gedirigeerd en brengen steevast hun dummy’s binnen.

rosco

A. blijft thuis om haar boek uit te lezen, als ik met M. na het eten naar het bos van Laurieston ga met Iona en alle teefjes van M. Een omgeving die Iona nog nooit heeft meegemaakt en ik in feite ook niet. Opnieuw waan ik me in een sprookjesboek, het Alice in Wonderland effect.

172

Dichte, donkere dennenbossen, afgewisseld door een glooiend zacht landschap. Paadjes, omzoomd door kruidig geurende, kant-achtige varens en velden vol paarsblauwe “bluebells” en witte, wilde knoflook.aan de voet van eeuwenoude eikenbomen die nog niet in hun volle tooi zijn, maar al wel een tipje van hun schoonheid ten toon spreiden.

forest bluebells

Watervallen die in kristalheldere beekjes uitmonden en een groot, feeëriek meer, een zg. loch, als spiegelend hart van het met zacht lentegroen beklede bos.

forestloch2

We dwalen bijna twee uur door dit verrukkelijke paradijs, pratend, elkaar wijzend op de capriolen van de honden die om ons heen dansen, achter konijntjes aan rennen, beek in, loch uit, spetteren en over de smalle, soms rotsachtige paadjes balanceren.

forest6

Als ik naar Iona’s gespierde lijfje kijk, als ze sierlijk over een omgevallen boom springt, weet ik zeker dat ze in een uitmuntende conditie is. Beter voor een mogelijke dracht kan bijna niet.

forest1

Ook al zou ik dit allemaal pijnlijk graag met Gijs willen delen, de intensiteit van de gesprekken en passende stiltes met M. vormen een goed equivalent.  Opnieuw zie ik dat we veel gemeen hebben, iets wat wonderlijk genoeg ook voor A. en mij opgaat. 

forest4 Thuis, valt Iona zielstevreden in een diepe slaap, terwijl ik A. de foto’s van de wandeling laat zien. Ze vindt het bijna jammer dat ze niet is mee gegaan, maar ze heeft haar boek uit. We maken plannen voor morgen om een trip te maken naar de westkust. Dan zijn we in de namiddag terug en zal de uitslag van Iona’s progesteronwaarde wel binnen zijn.  A. gaat bijtijds naar haar slaapkamer, omdat ze met een collega een en ander voor volgende week moet doorspreken, omdat we zeker niet terug zijn op de dagen dat ze weer zou gaan werken.

M. schenkt voor ons beiden een gin-tonic in en het is bijna een dagelijks ritueel geworden: we zitten tegenover elkaar aan tafel met onze lap-tops, de nieuwtjes in onze honden-kennissenkring met elkaar delend, filmpjes over en weer bekijken en dan gaan we mooie Golden combinaties verzinnen. Dit alles zorgt voor een extra dimensie aan deze wel heel erg unieke vakantie. Het is een vreemd idee dat we morgen hier al een week zijn. Als Iona’s progesteron goed gestegen is sinds donderdag en we aan de taak toekomen waarvoor we hier zijn, zal ik deze momenten nog gaan missen.

home

17 mei. Zondag in Schotland.

M. is al heel vroeg de deur uit voor de jachtproeven want ze wil er om acht uur zijn en het is toch zo’n twee en een half uur rijden naar Perth. In feite gaat ze dezelfde weg opnieuw, die ze woensdag met ons reed en die we naar de show bij Edinburgh reden. A. en ik beseffen dat “even” naar een bezienswaardigheid in dit uitgestrekte land enkele uren duurt. En dat is precies waarom we tijdens de ochtend koffie de kaart van Gijs op tafel leggen en de rondtrip uitstippelen die M. ons gisteren heeft geadviseerd. A. wil graag het uiterste puntje van Schotland zien, dus we gaan met Iona, nadat ze heeft gerend op het veld, bijtijds op pad. 

Na een kleine twee uur naderen we Port Patrick. Als we de snelweg verlaten en een kleinere weg nemen, begint het wat te regenen. We rijden op een slingerend weggetje door een heuvelachtige omgeving op het stadje aan.

17.6

We laten Iona even aan een kiezelstrand spelen, ze wil wel de zee in maar er heerst een stevige bries dus ze is wat huiverachtig voor de hoge, aanrollende golven. Uiteindelijk is ze er doorheen als ik haar vuurtorendummy het water in gooi. Dan kan ze er geen genoeg van krijgen. We worden gezandstraald door de wind en het zand, maar het is heerlijk. Als Iona uitgezwommen is gaan we terug in de auto naar  “Mull of Galloway” waar een vuurtoren staat die de punt van Schotland markeert. 

17.10

We lopen er wat rond en willen iets gebruiken in het “Visitors Centre” maar dat is een van de sporadische plekken waar een hond niet welkom is, dus we maken nog een paar foto’s en kiezen ervoor om terug naar Port Patrick te gaan omdat het zo’n charmant havenstadje is.

17.11

Het is buiig en af en toe zonnig, door de wind komen we door alle weersomstandigheden, maar in Port Patrick is het droog. Het is eb, Iona kan zwemmen in de kleine baai. Als ik naar haar kijk, met het achterdoek van zoet gekleurde huisjes, een slaperig havenhotelletje en de gebruikelijke pub en ik snuif de specifieke geur van een plaats als dit op, overvalt me een diep inwendig verdriet. Dit is een plek waar Gijs gelukkig zou zijn. Waar we met de armen om elkaar heen zouden slenteren, het gekrijs van de meeuwen zouden we samen horen en Gijs zou zeggen dat de lucht naar whisky ruikt door het zilte van de zee, het droge wier en een stevige ondertoon van brandende haardvuren, gestookt met turf.

17.13

We zouden in de pub gaan zitten en ons laten verwarmen door een clubsandwich of een steak and kidney pastei. Ons geluk zou zich in elkaar kringelen als de rook van de open haard.

Maar ik verman me. Gijs is er niet. Ik ben hier. Met Iona, voor onze missie. Met A. die dit allemaal mogelijk maakt door me als een lieve compagnon alles te laten beleven op mijn eigen manier, zonder druk op me te leggen en me te vergezellen bij elke stap die ik verder weg van mijn verleden maak.

We drinken een kop koffie in een klein strandcafeetje, met een zachte, kruimelige, verrukkelijke scone erbij. Hier mag Iona wel binnen en ze ligt voldaan aan mijn voeten. 

We aanvaarden de terugreis, die ons weer door een schitterend decor voert en we komen tegelijkertijd met M. aan. 

De avond is kalm. Ik maak een simpele pasta met verse tomaat, rode ui en munt en lekkere Italiaanse ham en A. gaat vroeg naar bed. Ik zit samen met M. aan de tafel, ieder achter onze laptop op Feesboek, terwijl S. naar de televisie kijkt. Alle honden slapen tevreden. We nippen aan een gin tonic en M. laat me af en toe een foto zien van een hond die ze mooi vindt, een pup uit een bepaalde combinatie,wijst me op een reu die mogelijk heel goed bij een van mijn teefjes kan passen, gezien zijn gezondheidsuitslagen. We bediscussiëren sommige honden en laten over en weer pups zien die in onze kennissenkring zijn geboren. 

Na het laatste slokje sluiten we de dag af met een wandeling met de hondjes. Het regent. Als laatste gedachte denk ik aan het schommelende bootje in Port Patrick, wat Gijs ongetwijfeld ook op de foto had gezet.

17.12

16 mei. Pipers.

De progesteron-uitslag die gisteren tijdens de show naar M. werd doorgebeld, geeft aan dat Iona nog lang niet zo ver is om samen met Jock dat te doen waarvoor we gekomen zijn. Het advies is om maandag opnieuw te prikken. Het verbaast me, maar als ik naar haar kijk, zou ik het eigenlijk ook wel kunnen weten. De reuen tonen niet de minste belangstelling en alles wijst erop dat Iona haar tijd neemt. Terugdenkend aan de vorige keer, in de periode dat Gijs zich zo verheugde op dat laatste nestje pups in zijn leven, realiseer ik me dat het wel eens zo kan zijn geweest dat Iona helemaal niet een gespleten loopsheid heeft gehad, maar dat ze gewoon heel erg laat ovuleert en de eerste dagen nauwelijks waarneembaar vloeit. Ik herinner me dat ze toen maar liefst zeven keer geprikt is voor de progesteronbepaling en dat zo langzaam steeg, zelfs met een dip erin, dat de spanning torenhoog opliep. Want Schotland/Friesland was een enorme afstand.

106 Toch ben ik er nu geen moment rouwig om dat Iona de vorige keer niet drachtig is geworden. De combinatie van een stervende man en een barende teef was vrijwel onmogelijk geweest.En dan hadden we nu niet onder heel andere omstandigheden hier gezeten.

Omdat we toch moeten wachten en daar geen bezwaar tegen hebben, gaan A. en ik vandaag het dichtstbijzijnde stadje Dumfries ontdekken.

071

Een half uurtje rijden, A parkeert de auto achter een laag flatgebouwtje in het midden van de stad. Ik heb voor het eerst mijn in de haast aangeschafte tweedehands regenjas aan, maar dat blijkt eigenlijk overbodig. Als we richting de markt lopen is het alweer droog. Er zijn maar enkele kraampjes: groenten en fruit, allerlei broodjes, cakes en koekjes, een kraampje met vlees en twee of drie met kleding en huishoudelijk textiel. 

In een van de nauwe straatjes vinden we een winkel die talloze soorten whisky verkoopt en daar willen we voor het thuisfront wat aanschaffen. In mijn achterhoofd speelt zich een film af, van Gijs als hij hier zou zijn. Hij zou me op van alles wijzen, zou ongetwijfeld een gesprek aangaan met de vriendelijke verkoopster en zou doeltreffend de whisky meenemen, die hij, dromend van een open haardvuur, met kleine slokjes genietend zou drinken als we weer thuis zijn.

Als we op zoek gaan naar een grote supermarkt, -ik kook vanavond en morgen,- lopen we het marktje weer op en komt er een band van doedelzakspelers het plein op paraderen.

064

Het specifieke geluid over het oude pleintje, de mooie, groen geruite kilts en het glanzende koper van de overige instrumenten, de patronen van het marcheren, het mistroostige gezang van de doedelzakken, de oudere mannen en de jonge meisjes in de band, dat alles maakt het onverwachte cadeautje een lust voor oog en zeker ook oor.  A. en ik schieten snel een paar foto’s, de band groepeert zich in een cirkel en speelt nog een traditional alvorens ze uitwaaieren en in alle kleine straatjes de groene kilts verdwijnen. 

066

Ook dit was een “Gijs” moment.. wat had hij dit fantastisch gevonden. Het was zeker een reden geweest om de, door hem ooit in Edinburgh aangeschafte, CD van doedelzakmuziek thuis weer eens af te spelen.

We vinden in een snoepwinkel de roze en blauwe snoepjes waar mijn buurvriendin om vroeg, dus die kleine taak is van mijn lijstje. En als we even later in de enorme Marks and Spencers rondlopen, moet ik moeite doen om niet van alles aan te schaffen om mee naar huis te nemen. Ik zie Gijs en onze beide meisjes hier ook lopen. Gijs ongetwijfeld bij de afdeling kazen en spek en worstjes, de meisjes bij alle andere schappen, van bakproducten tot desserts en ook de kledingafdeling zou door hen niet voorbij gelopen worden.

Na de boodschappen halen we Iona op van “thuis” en gaan naar een baai, waar we haar willen laten zwemmen. Maar ook hier is het getijde een belangrijke factor: het is zo laag dat we bijna de hele baai kunnen overlopen.

120

Iona niet kan zwemmen maar alleen een beetje kan “pootje-baaien” in het skelet van een ooit gestrand schip.

110

S’avonds maak ik een schotel van geroosterde groenten; pastinaak en wortel, met jonge aardappeltjes in een vinaigrette met dille en gesauteerde champignons in pesto, omdat M. vegetarisch is. 

M. moet erg vroeg op voor de -door haar mede georganiseerde- jachtproeven en “mijn” catalogi worden nog in elkaar geniet en op een grote stapel in een doos verpakt. Na een heerlijke wandeling tegen zonsondergang en opnieuw een hoofd vol indrukken, gaan we bijtijds naar bed.  Wachten op Iona is zo erg nog niet.

115

15 mei. Showtime.

M. heeft twee honden ingeschreven voor de show van de Schotse Kennel Club en heeft me gevraagd mee te gaan. Het voelt als “met de neus in de boter vallen,” want zo.n evenement is wel heel erg leuk om mee te maken. A. blijft thuis: na de afgelopen indrukwekkende dagen vindt ze het heerlijk om rustig achter te blijven met het boek wat haar nog steeds intrigeert. Zij zal vandaag voor Iona en voor het eten zorgen.

We moeten dezelfde route rijden als afgelopen woensdag, naar Edinburgh, want de show is in een grote hal naast het vliegveld. Dat houdt in dat M. al voor zes uur in de ochtend weg wil, omdat we misschien in een stuk ochtendspits terecht komen. Ik realiseer me dat zulte afstanden rijden naar een show gewoon is. In ons kleine landje vinden wij twee en een half uur rijden al heel erg lang, maar in een uitgestrekt land als hier is het niet eens zo’n verre reis.

We vertrekken op tijd. We keuvelen wat, M. luistert naar het ochtendnieuws op de BBC radio en inderdaad komen we in een stukje drukte rondom Edinburgh. Maar voordat we de rondweg op gaan, kunnen we al afbuigen naar de vluchthaven en rijden we een parkeerterrein op. Het gaat allemaal accurater dan ik gewend ben. Nog buiten worden de toegangsbewijzen al gecontroleerd en op de weg naar de ring levert M. een strookje van het formulier in voor een catalogus. Bij de ringen zijn lange paden met een soort open benches waar per groep de honden zijn ingedeeld. Toch hebben de meeste exposanten een eigen bench bij zich en wordt er al snel een kamp opgezet van meerdere fokkers bij elkaar. M. stelt me voor aan een vriendin van haar, die een zoon van Jock mee heeft om te showen. Ook andere fokkers met hun honden voegen zich bij ons. M. helpt een vriendin de halslijn van haar hond bij te trimmen en eer ik het in de gaten heb, wordt er aangekondigd dat de tentoonstelling begint.

Het is een andere manier van keuren dan bij ons. Er zijn veel meer klassen en dezelfde hond kan ook in meerdere klassen zitten. Als je geplaatst wordt in de ene klas, kun je doorgeschoven worden naar een klas hoger. Er zijn drie plaatsen, een reserveplek en een zogenaamd “VHC” te behalen. Het keurverslag ontbreekt, waardoor er sneller gekeurd wordt, want dat kost bij ons altijd behoorlijk wat tijd omdat de keurmeester het verslag dicteert en een schrijver dat moet optekenen. Ik hou de catalogus bij, zodat M. kan zien wat de resultaten zijn, tussen haar bedrijvigheden door.

005

Als een van haar vriendinnen de ring in gaat en ik in het boekje kijk naar de naam van de hond, zie ik dat het een fokster is wiens naam op Gijs zijn lijst stond, die hij had aangelegd toen hij zich met een eventueel Schots avontuur bezig hield. Net zoals hij alle kaarten en gidsen al op een stapel klaar had gelegd, zo had hij een handgeschreven opsomming gemaakt van kennels en fokkers die hem erg aanspraken vanwege hun website, de foto’s van hun honden of vanwege de stambomen.

031

Even “praat” ik met hem. Hier staan de fokkers waar we vanuit de verte tegenop keken, net zoals we dat bij M. voelden, toen ik haar voor het eerst aanschreef om de mogelijkheden voor een combinatie te onderzoeken. “Kijk eens, Gijs, die is er ook, en dat is de fokker die de reu had die jij zo mooi vond en waarvan je de naam altijd herinnerde omdat het een naam was die je zelf ook had willen gebruiken…”

Als ik later op de dag iemand spreek die een volle nestzus van mijn geliefde Duffy heeft gehad, bedenk ik me voor de zoveelste keer hoe bijzonder het is dat ik hier ben en me kan bewegen tussen de fokkers, waarvan de kennelnamen voor ons uitsluitend voorbeelden waren en waar we samen grote bewondering voor hadden. 

Ik praat een tijdje met een keurmeester, die nu zelf met haar hondje in de ring staat en meerdere malen mijn honden heeft gekeurd, al dan niet met succes. Ze was verrast me hier te zien en ik leg haar uit wat het doel van mijn bezoek is. Ze wenst me succes. 

Beide honden van M. krijgen vandaag een reserve-plaats. Ook valt de prachtige Tom niet in de prijzen als hij later op de middag nog een keer in de Kampioensring moet verschijnen. Hij legt het af tegen een reu, die ik alleen maar van stamboomnaam ken en die ook diverse nazaten in Holland heeft.

Als we in de auto terug zitten, vraagt M. me, wat ik van de kwaliteit van de geshowde honden vond. Ik zeg haar dat ik geen enkele hond er met kop en schouders bovenuit vond steken omdat ik het een heel evenredige groep vond. Veel, heel veel honden, waarvan ik het type zo mooi vind. Over de hele linie waren ze prachtig en bij het zien ervan weet ik weer goed waarom Gijs en ik onze weg zijn gegaan zoals we die zijn gegaan.

070

Het is een “Alice in Wonderland” effect. Ik ben het boek ingestapt dat Gijs heeft opengeslagen. Ik heb de personen ontmoet, waarover hij heeft gelezen. Het is een heel boeiend boek en het is nog boeiender dat ik daar sinds deze reis, samen met A, deel van mag uitmaken. En M. me haar huis ons thuis laat zijn.

075

 

14 mei. Hemelvaart en zo.

In Nederland zou ik nu onderweg zijn naar de Clubmatch met Islay waar ze in een open klasse met maar liefst 30 andere teefjes zou staan. Maar in plaats daarvan rijd ik met M. en haar Springer Spanieltje en Iona naar een klein gebouwtje in Castle Douglas, waar de dierenarts resideert. Van beide hondjes wordt een busje bloed uit een voorpoot gehaald voor een progesteronbepaling. We brengen het goedje naar het postkantoor en rijden dan naar huis. M. lijnt alle teefjes aan en ik Iona en we gaan een wandeling maken, die weliswaar ongeveer zo lang is als de wandelingen bij ons in het dorp, maar die een heel ander beeld geeft. Een stuk loopt alles aan de lijntjes, maar dan komen we op een weggetje waar ze los mogen en dat is een groot feest. Iona ligt als eerste in een slootje.

029

Maar zelfs de slootjes hier zijn anders dan thuis met kristalhelder, ijskoud water dat over een schone rotsbodem stroomt. We lopen langs een slaperige boerderij waar een kudde Belted Galloway koeien in het intens groene gras staat te grazen, met hun koddige kalfjes als kleine beertjes om zich heen springend. We lopen door een stukje bos, dat met een heuvel van “bluebells” en het lichte lentegroen op een impressionistisch schilderij lijkt. En ik kijk naar het blijde bekkie van Iona, die zich fantastisch soepel heeft aangepast aan haar nieuwe omgeving en nu met haar rasgenootjes over de heuvels rent.

046

Eenmaal “thuis” ga ik met M. aan een catalogus werken, die ze voor zondag in elkaar gezet moet hebben. Ik typ alle namen van de teams in en kom de meest bijzondere titels en stambomen tegen van Golden retrievers en Labradors. Het kost ons een hele middag en A. heeft zich op de dikke, mollige bank gekruld om een boek te lezen waarin ze zich helemaal verliest omdat het zo aangrijpend is. Iona ligt aan haar voeten. In de middag ga ik tussen het printen en vouwen van de boekjes door met mijn meisje op het weiland van M. een paar apportjes uitwerken, gewoon, omdat het kan.

057

We lopen het hele veld om, langs de stapelmuurtjes die het terrein omzomen en dan realiseer ik me dat dit veld al 20 minuten lopen is als je het helemaal over gaat. Wat een immense ruimte voor de honden! 

039

Het uitzicht verveelt niet, steeds wisselende wolkenpartijen laten de heuvels in de verte verkleuren van staalgrijs naar zachtgroen, naar poederig roze wanneer de avondzon erop staat. En als ze blauwig purper vertinten, dan is er regen op komst. 

040

Het grote loslaten is volop in gang. Ik prijs me gelukkig dat ik hier met mijn hondje mag en kan lopen, ondanks het feit dat ik weet dat er een grote groep honden thuis is, waar ik van hou en die ik mis. Ondanks het feit dat de kinderen heel ergens anders hun eigen ervaringen beleven. Ondanks dat ik voortdurend bedenk dat Gijs dit had moeten meemaken, dat dit de reis is die hij had voorbereid en die zo perfect bij hem gepast had, sta ik hier, hang niet over mijn eigen hek thuis maar over een Schots muurtje en kijk naar de heuvels in de verte.

055

13 mei. Toeristen.

M. moet al vroeg naar een landgoed om de laatste afspraken te maken voor de jachtproeven, die ze voor de Schotse KennelClub op zondag organiseert. Met Iona rijden we met haar mee en ze zet ons af in het naburige plaatsje Crieff, waar A. en ik de tijd stukstaan. Dat is allesbehalve een straf. Als eerste gaan we een kop koffie drinken op een terrasje, maar halverwege onze wandeling daarheen komen we langs het meest schattige snoepwinkeltje dat je kunt bedenken. Achter in de winkel is een bakkerij, althans, zo lijkt het, maar bij nadere inspectie blijkt het de keuken te zijn waar minstens 20 soorten Schotse Fudge wordt bereid. Ik doe inkopen, ik kan niet anders en A. gaat daarna naar binnen. Op een zonovergoten marktplein zitten we even later aan de koffie, ons verwonderend dat we het zo meer dan getroffen hebben met alles, zelfs met het weer waarvan M. had gezegd dat het druilerig en nat zou zijn. 

crieff

Iona heeft het ook naar haar zin. Mensen willen haar allemaal aaien en maken een praatje met ons over haar. Zelfs een oudere dame met een wandelstok komt de straat overgestoken om Iona te knuffelen. Schotten zijn fantastische hondenliefhebbers, dat is wel duidelijk en Iona lijkt harten te veroveren. Dat er een bak met hondenkoekjes op een standaard voor een winkel staat, is natuurlijk helemaal een traktatie. “Waar vindt je dat?” lijkt ze te denken als ze er een paar eet en een slok water drinkt. 

Als we naar de winkelstraat lopen, valt mijn oog op een aanplakbiljet. Er wordt door de plaatselijke toneelvereniging een stuk op gevoerd: “Whisky Galore,” geschreven door Compton MacKenzie. Het lijkt een simpel postertje, maar mijn hart slaat even een tel over: “Whisky Galore” is het laatste boek wat Gijs gelezen heeft. Hij wilde het boek graag hebben, omdat het zich afspeelde op een eilandje in Schotland waarvan hij de naam voor ons zelf gefokte reutje wilde gebruiken. Saillant detail was, dat de schrijver ooit eigenaar was van ons geliefde Herm en ook daar een boek over had geschreven. Dit kleine toevalligheidje laat me zien dat Gijs erbij is. Ja, lieverd, we zijn bezig met jouw reutje uit Schotland….

wg

We laten prachtig Crieff achter ons als M. klaar is en ze rijdt door richting Edinburgh, waar we halverwege de rit de indrukwekkende “Kelpies” gaan bekijken. Metershoge paardenhoofden van stalen segmenten, die al vanaf de snelweg te zien zijn en een bijzondere twist geven aan het prachtige landschap. We drinken er een koffie en maken foto’s van elkaar voor de paarden.

kelpies4 kelpies2 kelpies1

Dan stelt M. voor om door de rijden naar Edinburgh. Het brengt Gijs dichter bij me. Hoe gelukkig waren we hier niet, jaren geleden, vlak voor de Hogmanayfeesten, waar we uren en uren met de armen om elkaar heen rondslenterden, af en toe een pub indoken voor een sandwich of een Mulled Wine. Nu loop ik er met twee vrouwen, waarvan ik een jaar geleden nog niet wist dat ik er de meest bijzondere dagen van mijn leven mee zou doorbrengen. En met Iona, om wie dit allemaal begonnen is.

edin3

We nemen als echte toeristen een open dubbeldekkerbus, die ons langs alle oude gebouwen voert. Die ik weliswaar al gezien heb, maar vanaf de straat. Iona ligt rustig aan mijn voeten als de gids zijn boeiende verhaal verteld over alle grote mensen die hier geleefd hebben, van Robert Burns tot Chopin en Nelson.

edin2

 

Maar ook de eerste man die zich met het ras Golden Retriever bezig hield: Lord Marjoribanks. De hond,die ons nu in deze bus met elkaar verbindt.

edin

Iona weet van niets. In het park is ze hevig geïnteresseerd in een grijze eekhoorn, die zoveel leuker lijkt voor haar dan het hele Edinburgh Castle.

12 mei. Aankomst.

We zijn al vroeg wakker en nadat ik Iona heb uitgelaten, kruip ik nog even in het comfortabele hotelbed. We kletsen een uurtje met een kop koffie en besluiten niet te gaan ontbijten, maar een voor een de grote Sainsbury aan de overkant van de straat aan te doen. A. wil allerlei lekkere dingen inslaan voor het thuisfront en ik heb een mega blaar op mijn hiel ontwikkeld, dus ga op zoek naar pleisters en zomaar rondkijken in een Sainsbury.   

Waarom zijn supermarkten in het buitenland altijd zoveel leuker? Zoals het gras groener is bij de buren. Ik krijg een berichtje van thuis door, waar H. met verve de levende have bestiert, maar waar toch wat kleine probleempjes zijn met een hondje, die we telefonisch proberen op te lossen.

Om tien uur Engelse tijd verlaten we Birmingham voor het laatste deel van onze reis. Naarmate we hoger komen, worden de heuvels voor ons ook hoger.

271

We hebben regen en zonneschijn onderweg en ook dit deel van de reis verloopt uitermate soepel en gemakkelijk. A. is een betrouwbare chauffeur, die zonder enige twijfel haar auto door het Britse verkeer stuurt en het is gezellig en ontspannen.

293

We praten veel, Iona kijkt rond achterin de auto en stapt steeds blij mee als we eruit gaan. En dan, eerder dan we dachten, passeren we de Schotse grens. Opnieuw weet ik Gijs zijn reactie van binnen: “Wat is het goed dat we er zijn…, dit stuk is gelukt, het zal allemaal gaan gebeuren…”  Ook A. is opgetogen. Ze heeft het toch maar voor elkaar gekregen, dat hele stuk links rijden.

321

Het adres van M. is niet in de TomTom in te voeren. De techniek laat ons in de steek als we in de buurt komen en ik haal de goede, oude wegenkaart tevoorschijn. Die Gijs had klaarliggen in onze boekenkast, samen met een gids en de wegenkaart van Engeland. in de hotelkamer had ik via Google Maps al een routebeschrijving “old skool” op papier overgenomen en wonderwel lijkt het te kloppen als we over alle zes de rotondes de route volgen. Dan moeten we rechtsaf en komen in het meest mooie decor terecht. Groene heuvels, wollige schaapjes, hier en daar een dromerige cottage met wit gestuukte muren en adembenemend helder gele brem als pittige smaakmaker in al die zachte romantiek.

313

084

We rijden een half uur zonder iets te vinden wat lijkt op waar we wezen moeten. Maar het deert niet, het is prettig om zomaar wat rond te rijden en mooie dingen te zien. Toch ga ik de auto uit als ik bij een van de huisjes een jongeman een onberispelijk gazon nog onberispelijker zie maaien. Hij vertelt dat we echt uit de buurt zitten. We moeten terug naar de snelweg en doorrijden naar Castle Douglas, de dichtstbijzijnde plaats.

295

Eenmaal daar vraag ik de weg bij een kleine, morsige garage die zo van een foto van vijftig jaar oud lijkt te zijn gehaald. De garagehouder, nauwelijks te verstaan doordat hij een paar tanden mist en zijn zware Schotse accent voor mij weer wennen is, begrijpt eerst niet waar ik wezen moet. Maar als ik aangeef dat ik de loodgieter zoek, breekt zijn tanig gebruinde gezicht in een grijns en met enkele armgebaren wijst hij dat we er heel dichtbij zijn.

We volgen zijn instructies op en draaien enkele minuten later een uitgestrekt erf op, waar we worden verwelkomd door een groep Goldens die vrolijk blaffend over een hek geleund staan. M. geeft een brul vanuit de keuken en de meute is onmiddellijk stil. Ze komt naar buiten en geeft me een woordeloze, warme omhelzing. Bestemming bereikt.

M. laat zien waar Iona haar pootjes kan strekken. Dacht ik dat wij een veld hadden voor de honden, de hondjes hier hebben een weiland tot hun beschikking, omzoomd door de traditionele stenen muurtjes, dat minstens drie keer zo groot is als de weilanden rondom ons huis. Het is een wandeling van 20 minuten rondom en Iona scharrelt blij rond en kan uitgebreide sprintjes trekken. M. brengt ons naar onze kamers. Ik heb een kamer met eigen douche en toilet waar ook Iona kan verblijven. De waterketel gaat op het vuur voor koffie en thee.

De gastvrijheid van M. is minstens zo groot als het weiland voor de honden. Ze schuift een kip in de oven en stelt voor om met een paar van haar honden en Iona naar de zee te gaan. Na de koffie laden we de honden in haar bus en dan rijden we langs de meest pittoreske weggetjes, dwars door een donker woud, waarbij onze Hoge Veluwe een stadsparkje is, naar een plekje aan de zee. Iona is nog nooit aan zee geweest en vindt de golven wat vreemd, maar gaat snel achter haar nieuwe vriendinnen aan en gaat languit in het zoute water liggen.

11107733_869744156430135_5042134707309092499_n

Als de honden tevreden, nat en blij hun uitje hebben gehad, gaan ze weer in de bus en rijden we via een andere weg terug. M. voert ons langs het intiem kleine kapelletje middenin een bos, waar haar ouders getrouwd zijn. Langs het dorpje waar ze geboren is en het stadje waar ze schoolging. Openhartig gunt ze ons een blik in haar leven zoals ik me niet kan herinneren dat ik iemand eerder op deze wijze heb zien doen.

Eenmaal thuis is de kip klaar en komt haar man thuis. We eten met zijn vieren, praten wat en gaan bijtijds naar bed, nadat de honden allemaal op het weiland zijn uitgelaten. Ik sta nog lang voor het grote raam te kijken naar de donkere stilte. En weet dat dit is, wat Gijs hoopte. Nog steeds is er die onwaarschijnlijke rust in me en behalve dat we natuurlijk hopen dat er puppies geboren zullen worden over enkele maanden, is een deel van deze taak al volbracht: ik leer dat Gijs bij me blijft. Want ik denk voortdurend aan hem, zonder pijn. Ik kijk door zijn ogen naar alles wat me nu omringt en ik weet heel zeker dat hij M. en haar man in zijn hart zou hebben gesloten omdat ze zo merkwaardig hetzelfde zijn als wij samen waren. 

351

11 mei. Dag een.

Exact een jaar geleden reisde ik met mijn gezin naar Guernsey. Een schitterende vakantie die we allemaal tot in het diepst van onze vezels beleefden, omdat het de laatste keer zou zijn dat we als gezin naar Guernsey reisden. We beseften ons dat ten volle, alle vier. En als we het even meenden te kunnen vergeten dan maakten de slechtere momenten van Gijs ons het weer duidelijk. Maar dat nam niet weg dat de schoonheid van de eilanden ons helemaal omarmden en we die reis voor de rest van ons leven, hoe lang of kort dan ook, met ons mee namen.

Daaraan denkend, installeer ik Iona in de auto en ga ik naast A. zitten. Ik voel niets van nervositeit of spanning. Zelfs geen opwinding. Alsof deze reis iets organisch is, terwijl ik er toch zo lang naar heb uitgekeken en er zoveel mee gemoeid is. Het lijkt wel alsof de afgelopen dagen een navelstreng hebben doorgeknipt. Het verbaast me wel, want was ik niet altijd degene bij wie de zenuwen door de keel gierden als ik ook maar een halve dag van huis was? En nu laat ik alle dieren achter, in hele lieve, goede handen weliswaar, maar toch. En zijn mijn kinderen ergens in Rome.

314

We rijden precies op de afgesproken tijd bij A. de straat uit en het eerste deel van de reis gaat voorspoedig.

201

Na een stop, waarin we Iona laten wandelen en wat eten en drinken, wordt het rondom Antwerpen een stuk drukker en komen we daarna in een stuk langzaam rijdend verkeer.

209

Als we Calais aangekondigd zien op de grote borden, lijkt het alsof er een Schotse vlag in de lucht erboven hangt. Dat is het romantische beeld. In werkelijkheid zijn het natuurlijk gewoon twee vliegtuigen. Maar het is leuker om er de extra tekens in te zien.

216

Twee uur voordat de boot afvaart staan we in Calais bij de douane. De indianenverhalen over honden die uiteindelijk toch niet mee mochten omdat er een cijfertje in hun paspoort verkeerd was geregistreerd, of hun ontworming net een uur te vroeg of te laat was spoken even door mijn hoofd als de douanier Iona’s paspoort doorbladerd. Maar hij reikt ons door het open raam een chipreader aan, het piepje gaat netjes als ik Iona’s schouderblad bereik en nadat hij het afgelezen heeft, krijgen we de papieren terug en een sticker voor op de voorruit, die aangeeft dat er een “pet”on board is.

229

We zijn de tweede auto in de rij om de boot op te gaan. Ik ga met Iona een stuk lopen langs de haven en geef het stemmetje de ruimte, dat me toefluistert: “Wat zou Gijs dit leuk hebben gevonden.” Hij had als een hond zijn neus in de wind gedraaid om de zeelucht te inhaleren.

11187422_869279246476626_7269174266946938164_o

Hij zou een foto gemaakt hebben van een stuk verweerd touw aan een verroest schip met de hemel als wolkeloos achterdoek. En hij zou, net als wij twee uur later, over de railing hangen wanneer de ferry de haven verlaat. Foto’s gemaakt hebben van witte stoelen op een wit dek, rode reddingsboten, blauwe schoorsteen tegen de blauwe lucht.

237

243

254

Geslikt hebben van ontroering als hij de “white Cliffs of Dover”voor zich zou opdoemen en ja, ik weet heel zeker dat hij zijn armen om me heen zou hebben geslagen en iets had gemurmeld van “fijn he, mooi he..”

252

We ontschepen vlot en komen dan in het rommelige verkeer van de havens in Dover terecht. Alhoewel A. niet gewend is om links te rijden, manoeuvreert ze trefzeker haar autootje de snelweg op en zijn we binnen de kortste keren Dover al weer uit.

262

263

Birmingham is onze bestemming voor vandaag, waar we na een aantal stops en een gezellige reis tegen de vroege avond aankomen. Iona doorstaat de reis tot nu toe prima. Ze is rustig achterin de auto en loopt vrolijk mee tijdens de wandelingen op de diverse plaatsen langs de snelweg. In Birmingham checken we in het eenvoudige, maar zeer doeltreffende hotel in en na twee keer snapt ze dat ze vanuit onze kamer eerst met de lift moet alvorens we naar buiten kunnen gaan. We maken met zijn drieën een wandeling door de straten van Birmingham en vinden een groot veld in het midden van de stad, vol met konijntjes, waar Iona haar neus kan gebruiken en waar ze alle ruimte heeft om haar gang te gaan.

We gaan niet laat slapen, maar worden tegen twee uur wakker omdat Iona onrustig is. Ik schiet in mijn kleren en ga met de lift naar beneden met haar.

Bizar om in het slapende Birmingham over straat te lopen met een vrolijk zwiepstaartend hondje dat wil plassen, maar daarna toch de rotonde nog over wil naar het veld. Want wie weet zijn de konijnen er nog. Maar die slapen. En wij even later toch ook weer na de eerste smetteloos verlopen reisdag.