Maandelijks archief: september 2015

Eind september. Dromen.

Het is duidelijk dat de afgelopen indrukwekkende dagen niet zomaar naast me neer gelegd kunnen worden. In de nacht droom ik heftig, helder en kleurrijk en wordt dan diepmoe wakker. Een van de dromen is een repeterende illusie: ik droom hem al meer dan dertig jaar en merkwaardig is het, dat hij mee lijkt te groeien met mijn leven.  Het gaat over een gebouw dat ik al ken vanaf het ogenblik dat de bouwput gegraven was op het Waterlooplein in Amsterdam. De entree, waar altijd in mijn dromen dezelfde man zit, de gang met de liften, links naar de kleedkamers, rechtdoor naar de achterkant van het toneel, het gekleurde trappenhuis in. Boven is een etage waar kantoren en directiekamers gevestigd zijn. Zoals altijd loop ik in mijn droom bovenlangs en ga dan een kleine deur door, die er in werkelijkheid niet is, maar die me aan de zijkant van het toneel hoog boven de speelruimte brengt. Herhaaldelijk vervolg ik in mijn droom die weg, om in een grote ruimte terecht te komen waar de schijnwerpers, kabels, snoeren, kratten, stukken decor taan. Vanaf dit moment gaat mijn droom afwijken en al naar gelang ik iets moet verwerken verschuiven de panelen en kom ik in een mensenmenigte terecht, wat gezien mijn verleden alleen maar publiek kan zijn, of loop ik door, of moet ik iets doen. 

Deze keer lijkt de droom op een die ik de laatste maanden vaker in de nacht tegenkwam.. ik loop door naar een voorgebouw met veel glas en grijze inrichting, dat niet anders is dan een ziekenhuis. Daar is het publiek, bestaande uit mensen met weggeteerde gezichten, ledematen, zonder haar, holle ogen. Mensen als Gijs in zijn laatste dagen. Ik moet er van alles doen. Ben ik er om te helpen? Ben ik er om hen te bezoeken? Ben ik verdwaald en moet ik eigenlijk in het theatergedeelte van het pand zijn? Aan deze kant lijkt het in niets meer op de Schouwburg zoals aan het begin van mijn droom of zoals ik in de werkelijkheid ken.

Theater wordt ziekenhuis, wordt theater, wordt opnieuw ziekenhuis. Gebouwen, mensen, specifieke geuren, geluiden en beelden. Een beklemming maakt zich van me meester als ik terug wil gaan naar het toneel, de kantoren, de entree met de kleedkamergang. Ik kan de weg niet meer terug vinden, ook de man in het kamertje, die er als portier zat, is verdwenen. Ik schijn  in die glazen gevangenis met zieke mensen te moeten blijven. Waar ik niemand ken. Maar ondank dat het in het theatergedeelte bekend terrein is en ik er mijn weg goed kan vinden, ken ik daar ook niemand.

Ik mis mijn theaterleven soms. En dat van Gijs en mij samen. Misschien is dat het…….

DSC_0081

Een van de ochtenden word ik opnieuw beroerd wakker, maar dan merk ik dat ik lichamelijk werkelijk beroerd ben en het niet slechts door een droom is. Ik voel me ziek als een hond en kan de eerste uren alleen maar op het toilet zitten, tussen de bedrijven van honden verzorging en puppen uitlaten door. Ik kan niet veel meer dan op de bank met een dekbed hangen, wegdommelen wanneer de pupjes slapen en de uren voorbij laten gaan. Af en toe ben ik suffig wakker als ik iets moet doen voor de dieren. Lizzie heeft een lange schooldag en stuurt me een berichtje. Vanwege het grote, jaarlijkse dorpsfeest, wil ze bij een vriendinnetje eten omdat ze in de avond bij een concert de garderobedienst draait, ten bate van World Servants. Het komt me goed uit… ik heb geen energie om aan eten te denken of het voor haar te bereiden. Tussen de waakmomenten door val ik in diepe slapen en droom weer…maar het kunnen ook zomaar koortsachtige gedachten zijn. Hebben de meisjes werkelijk tegen me gezegd dat ze achter me staan, als ik zou willen emigreren? Heb ik er echt al over nagedacht? 

Aan het einde van de middag wil ik wakker blijven, want Lizzie komt zich wel even omkleden. Ik ga als in een roes op mijn kleine laptop naar een huizen-verkoop-site in Engeland. Klik regio’s aan, laat de meest goedkope woningen aan me voorbij trekken. Zie dat er een beeldige cottage op het eiland Skye te koop staat, waar ik met zeven honden gemakkelijk alleen zou kunnen wonen. En wat een kleine tearoom en souvenirwinkeltje heeft op een toeristische, adembenemend mooie plek. Het aankoopbedrag is ongeveer wat ik nu nog aan mijn huis moet betalen…en wat ik vermoedelijk volgend jaar om deze tijd niet meer kan betalen….

Ik kijk nog even verder. Kleine eenpersoonshuisjes in kleine, pittoreske, onbekende dorpjes. Ik dut weer in boven de laptop, droom half half dat ik het best zou willen: ik moet hier toch weg dus en nieuwe start kan overal zijn, als het maar met de honden is. Voor mijn dochters hoef ik niet meer hier te blijven, zoals Gijs en ik vroeger wel moesten. Het zijn jonge vrouwen die weten wat ze willen en goed in het leven staan. Me graag ergens in Engeland komen opzoeken. Dan moet ik toch minstens een tweede slaapkamer hebben. 

23DDay8

Ik schrik wakker omdat mijn maag zich als een pijnlijke bal van kramp samenknijpt.  Ik weet eigenlijk niet waar de dromen en de werkelijkheid gescheiden worden. Maar ik ben vandaag tenminste niet in het theater, noch in een ziekenhuis. Ik ben in een cottage in Somerset met vijf teven en twee reuen. En een nestje pups, dat om aandacht en vlees roept.

barra7weken1

Eind september… tijd…

Dat tijd heelt, is in zekere zin wel waar, merk ik in deze periode. Tijd verzacht en kleurt bij. Maar dicht geen gaten.

We vliegen deze maand door, Lizzie en ik. Met school, met de puppen, met toekomst. De momenten die ons deze maand doen stilstaan in onze vaart naar een ander later, geven de snelheid een kleur. Die schrijnt en die ons doet beseffen dat het gat in ons bestaan ondanks de vele bruggen, niet dicht is.

Er zijn een aantal dagen geweest waarop ik me gelukkig voelde. Gelukkig met de mogelijkheden die ik aangeboden krijg, en die ik ook durf te nemen. Het zorgt voor een balans.

Ik noem de zonovergoten zondag, waarop we een puppenmiddag hadden met de fijne mensen die uit dit mooie nest een pupje krijgen. Omdat de heide in bloei stond en ik de hondjes zo fotogeniek vind, opperde ik: “Waarom pakken we de pups niet op en gaan met zijn allen naar de hei?” Iedereen was in voor dat plan en wat hebben we het allemaal intens goed gehad: in de warme zon, met spelende hondjes in de natuur, de kruidige geur van de bloeiende hei… de mensen onderling hadden plezier, de vertedering was groot en vanzelfsprekend waren de foto’s die ik hoopte te krijgen ware voltreffers. Het reutje dat bij ons blijft, werd door vriendin L. zo treffend op de foto gezet, dat het me steeds opnieuw vertederd. Niet alleen omdat het “Gijs zijn hondje” is geworden, maar omdat ik in zijn hoofdje meer dan alleen zijn ouders zie.

barraheide

Of de andere puppenmiddag, waarop zomaar, spontaan een grote wens van me uitkwam: opnieuw een onverwachte actie, waarbij ik iedereen mee kreeg. Met de pups naar een nabijgelegen buitenzwembad, waar ze de laatste seizoensdag vieren met een vrij zwemuurtje voor baas en hond. We reden met drie auto’s achter elkaar en we hebben de pups even laten kennis maken met water. Ze hebben vrijwel allemaal gezwommen als echte waterhondjes en het was zo aandoenlijk om mee te maken. Ook omdat de pupkopers niet meer individuele personen zijn, maar een groep hebben gevormd, die allemaal hetzelfde gemeen hebben, liefde voor hun door mij gefokt hondje en genegenheid voor elkaar omdat we dit soort acties met zijn allen hebben kunnen doen.

zwem

En dan het weekend waarop M. uit Schotland en F. uit Engeland onze gasten waren. Lieve schat A. bracht hen vanaf Schiphol helemaal naar het kleine, Friese dorpje, waar net alle zeven pups flink door de modder hadden gespeeld en een paar flinke diarree hadden gehad, waardoor ze tot op hun huid zo vies waren. Lizzie en ik waren wanhopig bezig dat kleine spul toonbaar te krijgen, maar niets mocht baten omdat het regenachtige weer het niet toeliet dat ze droog en schoon werden. 

Koffie en taart, even naar elkaar kijken, wie was je ook alweer, na vier maanden? Je knuffels vertellen me dat we elkaar meer dan goed kennen…dat we vrienden zijn. En dan stappen de beide gasten met hun laarzen aan in het zwembad, waar een bodem regenwater en afgevallen bladeren een troosteloze aanblik bieden van wat een zomerfeest was. Ze hozen enthousiast al het water eruit, ontdoen het bad van blad en schrobben het schoon terwijl ik de ezels verzorg en de pups eten geef. Het zwembad wordt van binnen helemaal gedroogd, de zon begint te schijnen en er gaat puppenspeelgoed in: het wordt een nieuwe speelplaats. Dan neemt M. het voortouw om alle pups van modder en vuiligheid te ontdoen.

Een afwasbak met shampoo en een pup. Een afwasbak om een pup te spoelen. Een stapel handdoeken om een pup te drogen en dan gaat er een naar Zwitsal geurend hondje in het schone, lege zwembad. 

295

We praten veel. We lachen veel. M. voelt zich genoeg thuis om languit op de bank een kleine siësta te houden, terwijl F. en ik met de hondjes bezig zijn want tenslotte moet ze vandaag haar keuze maken. De zon schijnt, we gaan met zijn drieën naar de supermarkt. Ik zie ons dorp door hun ogen en moet lachen om hun verbazing over het aanbod in broodversiering, dat zij niet kennen. Ze kopen een paar flessen wijn voor in de avond, we vormen een drie-eenheid.  Ik schuif een voorbereide lasagne in de oven en ik hoor Lizzie lachen om een filmpje dat M. haar laat zien. De grote honden liggen om ons heen. Het oude dametje Noël dat bij ons logeert vertedert hen, evenals onze Jane. M. is verrukt van Islay en biedt me mogelijkheden voor haar aan. De zondag besteden de dames aan het onkruid,- en bladvrij maken van mijn terras waardoor het enkele meters groter wordt, terwijl Lizzie en ik ons eerste pupje uitzwaaien. En ik zo afschuwelijk de arm van Gijs om ons heen mis.. de tranen die we alledrie plengden als we weer een pup het pad af zagen gaan… M. deelt met F. en mij haar stille verdriet en zorgen. Ik sla een arm om haar heen; ik weet na vanmorgen weer al te goed hoe het voelt als je het nodig hebt.

Na een intens warme en toch ook vrolijke avond is het weekend bijna over. Maandagochtend ontbijten we met toast en jam, nog eenmaal worden de pups op tafel gezet voor de statie-foto’s en dan breng ik de vriendinnen naar het station en zwaai ze uit. We huilen alledrie. We hebben iets gemeenschappelijks en dat is onze vriendschap.

Diep onder de indruk ga ik naar huis. Ik mis hen al voordat ze op Schiphol zijn. Hoe is het mogelijk dat je zo verbonden kunt raken met mensen, die je een tijd terug nog nauwelijks kende. Zo verbonden dat het lacherige: “Waarom kom je niet bij ons in de buurt wonen?” niet eens ondenkbaar is. Al zou het een emigratie naar een ander continent betekenen. Een emigratie, die Gijs en ik ooit samen ambieerden maar vanwege onze jonge kinderen niet ten uitvoer wilden brengen. 

In de middag worden er twee pupjes opgehaald en het roedeltje volwassen honden van vriendin E.  Geen tijd om stil te staan.

Lizzie en ik zijn te moe om echt te eten en we voeden onszelf met een boterham. Zoveel om over na te denken. Die vermaledijde tijd toch ook…

Vorig jaar doken we in deze dagen de hel nog dieper in. Iona was gedekt met angst in ons hart…. Gijs, die zijn strijd had verloren en “terminaal” was. Nu er een jaar verstreken is, realiseer ik me dat ik hem toen al verloren had. Hij was- door de medicatie en door de verschrikkelijke wetenschap- niet meer Gijs. Het feit dat hij zich zo terug trok, zo boos naar mij was, zo in zijn verleden naar antwoorden begon te zoeken, geobsedeerd raakte om zijn voorouders op papier te zetten, strijd met zichzelf voerde om deze dingen af te maken, zo intensief met zijn eerste vriendin naar iets zocht wat hij verloren had…hij was eigenlijk bij ons weg. En ik wilde dat wanhopig niet zien. Ik wilde hem, ons, vasthouden en op mijn manier vocht ik net zo hard tegen die fatale afgrond als dat hij het deed. Nu pas zie ik dat. Maar door onder andere de confessies van M. zie ik ook dat- hoe kort het is geweest- ons huwelijk goed was, voordat hij bij ons weg was. Dat we van elkaar zijn blijven houden. Dat we een team waren, samen en met de kinderen. En dat dit gegeven niet vanzelfsprekend is bij veel mensen die zoeken naar dat wat wij hadden.

Gijs zou deze week zestig zijn geworden. Weer zo’n dag die tijdsgebonden is. Die pijn doet. Die zenuwen bloot legt. De dag waarvan ik wist dat hij nooit zou komen toen de arts ons vertelde dat Gijs ziek was. Lizzie krijgt het niet voor elkaar om naar school te gaan. Er is een excursie gepland en ik bel af.  De dame aan de andere kant van de telefoonlijn begrijpt het zodanig dat ik mijn eerste huilbui van de dag om acht uur punt negen te pakken heb.

Laura komt naar huis. We gaan een uurtje in het weiland zitten met twee puppen. In de zon. Natuurlijk memoreren we vorig jaar, waarop ik niet “Lang zal hij leven” kon zingen. Kijk eens naar ons, Gijs! We hebben laten zien dat we het kunnen, doorleven zonder jou. Je kan nu weer terug komen, we hebben het voor elkaar. Op de dag dat jij hoorde dat je nog maar een paar weken zou leven, komt M. een jaar later ons gezamenlijke nestje bekijken, dat jij toen hoopte mee te maken. Het is gelukt. Je reutje is er. Tijd om naar huis terug te keren…..

In de avond gaan we met zijn drieën een pizza eten in een restaurant dat “nieuw” voor ons is. Om nieuwe herinneringen de oude te laten overschaduwen. En als we thuis zijn en alle dieren zijn verzorgd, plannen we de reis in December. Het laatste wat we moeten doen, Gijs, het laatste wat we aan je beloofd hebben. Het laatste van het jaar nadat…. We zullen je wegbrengen naar de plek waar je wilde blijven. We kunnen die reis maken omdat jouw puppen zijn geboren. We kunnen onze beloften aan jou afronden. Met hulp van lieve mensen om ons heen, met hulp van mijn nieuwe vermogen om hulp te durven vragen.

We hebben veel geleerd, de afgelopen tijd. We zijn verder afgehard. We hebben nog beter lief. Nu mag je terug komen, we zijn niet boos meer.  We houden van je.

2mei2

10 september. Grenzen en gelukzoeken.

De exodus van de vluchtelingen uit Syrië is nog steeds niet ten einde. De trieste, haveloze kampen die ik zag, toen ik in Mei van Calais naar Dover ging, waren een regendruppel vergeleken bij de enorme olievlek die inmiddels over heel Europa is ontstaan. 

Er worden grenzen overschreden. Geografische grenzen. Overal waar landen grenzen aan zee is een kolkende massa angst, wanhoop en woede. Van vluchtelingen, van tegenstanders, van hulpverleners. De grenzen van machtswellustelingen en uitbuiters hebben geen drempel, noch die van de ophitsers en aanstichters. Met de laatsten bedoel ik de media. 

Een situatie die mij, als toeschouwer met een huis, een bed, een nestje puppies en relatief kleine zorgen, boven het hoofd groeit. Natuurlijk zie ik dat de zorg voor mijn dementerende vader abominabel slecht is en natuurlijk ben ik bang dat ik mijn huis verlies omdat ik als middelbare vrouw met een arbeidsverleden van 34 jaar geen werk kan vinden vanwege het schrijnende tekort aan banen.

Maar ik heb mijn vrienden om me heen. Mijn kinderen. De herinneringen aan mijn goede, liefdevolle huwelijk. Mijn persoonlijke grenzen zijn afgebakend door de jaren heen, ik weet wat ik kan en vooral wat ik niet kan. Ik weet wat ik wil en vooral niet wil. En die grenzen bewaak ik.

Door de globale problematiek lijken mijn grenzen overschreden te worden door mensen die niet weten dat ze het doen.

Het grote gevaar van de sociale media kruipt ook mijn ziel binnen. En dan heb ik het niet over een in scene gezette foto van het na zijn dood beroemd geworden jongetje, dat een monument voor medelijden moet zijn om ons over de grenzen van ons humanisme te duwen.

Ik heb het niet over de foto’s die mijn computerbeeld bevuilen, van boterhammen in een vuilnisbak en stukgesneden stoelen in een bus, van rommel, achtergelaten tijdens de trek naar een paar stappen verder. Foto’s die me ervan moeten overtuigen hoe ondankbaarheid eruit ziet. Ik zie weer de beelden van de vernielingen voor me die de Nederlandse voetbalsupporters achterlieten nadat de wedstrijd in Rome niet ging zoals ze wilden en besef me dat overal waar groepen en mensenmassa’s zijn, er rotzooi gemaakt wordt. Nee, over die zaken heb ik het niet eens.

Ik heb het over de vele uitspraken en berichtjes op de sociale media, waar iedereen zijn mening mag geven, ongeacht of het kwetsend of pijnlijk is voor anderen. 

Ik word verdrietig, ik schrik, ik word boos als ik mensen zwart op wit uitspraken zie doen over “die lui…,” “gelukszoekers,” “ze vermeerderen zich…” alsof ze praten over een andere levenssoort. Een heel volk dat op de vlucht is wordt met enkele venijnige zinnen gedegradeerd tot “die lui…”

Het maakt me misselijk. De onwetendheid, de felle overtuiging, de manier waarop men zich boven “dat vluchtende volk” durft te stellen maakt me opstandig en ja, zelfs mijn bloed kolkt van woede en ik zou hen van alles willen toeroepen, hen ontvrienden en hen willen laten zien dat ze niets meer of minder zijn. Dat ze alleen het geluk hebben om in een land te zijn geboren waar ze dit mogen roepen zonder van hun bed gelicht te worden. dat ze in een land wonen waar sinds 40/45 geen oorlog meer was.

Mensen, waarvan ik dacht dat ik iets gemeenschappelijks mee had, onze liefde voor onze kinderen, onze honden, onze huizen, de schoonheid van onze omgeving, de lucht die we inademen. Ik dacht dat we daarom elkaar begrijpen. Maar helaas is dat niet zo. Ik voel me lijnrecht tegenover de mensen staan die hun patriottisme zo ventileren dat het me schokt. 

En toch is het ook begrijpelijk. Ze zijn niet anders dan de mensen die vluchten naar een betere wereld. Want ze proberen door hun onmacht en onzekerheid hun wereld, zoals ze die kennen, veilig te stellen door de grenzen van hun tolerantie te sluiten. Ze zijn bang om hun veilige bestaan te verliezen. En dat maakt hen niet anders dan het wanhopige volk dat op de vlucht is.

Een foto van een willekeurige, kapotgeschoten straat, ergens in Syrië liet me zien wat het moet zijn om geen thuis meer te hebben. Een straat vol gebouwen, waarvan de lege ramen holle ogen zijn. Achter elk raam heeft iemand gewoond, heeft iemand lief gehad en angst gevoeld. In elk tot krot gevochten gebouw hebben stemmen geklonken en is adem gehaald. Een foto als dit verontrust me. Roept een wilde angst in me op. Om geen warmte meer te kunnen bieden aan mijn kinderen, mijn vrienden, mijn honden, de herinneringen aan mijn liefdevolle huwelijk, dat is toch afschuwelijk?

Ik blijf vechten voor mijn eigen huis binnen de grenzen van mijn eigen mogelijkheden. Voor mijn eigen bestaan. En dat doen alle mensen die zich op wankele bootjes laten praten door anderen, die zich boven hen verheven voelen omdat ze die mogelijkheden bieden.

Ik ben dus in feite net als “dat volk.” Een gelukszoeker…..

11988184_10154217059737222_6497064430455278380_n

25 t/m 28 augustus. Gemengde week.

Dinsdagochtend komt A. al zeer bijtijds om haar lieverds Happy en Sam te brengen en natuurlijk om de pups te knuffelen. Gevoelsmatig zijn ze toch ook een beetje “van haar,” want ze waren er nooit geweest als we niet samen die fantastische road-trip hadden beleefd. We drinken even wat, maar omdat de tijd zeer beperkt is, kunnen we het bijpraten beter voor een ander moment bewaren. Misschien voor de keer dat ze de honden weer komt ophalen of als we samen naar Engeland gaan om het kleine “export-teefje” naar haar baasje te brengen.

Het is goed weer en daardoor kunnen de pups de hele dag naar buiten. Ik geniet daarvan; ze hebben zoveel meer vrijheid en ruimte in de grote ren. 

Een van de zwaardere teefjes heeft natte, bruinige pootjes en het blijft moeilijk om te zien wat het nu werkelijk is. Als ze keurig op de grasmat plast, zet ik haar meteen op een stukje keukenpapier om te zien of ze erg na druppelt. Tot mijn verbazing is dat niet het geval en ik vraag me af waar de kleverige vloeistof vandaan komt. Ze zijn vijf weken precies en dat houdt in dat ze vanaf volgende week hun drukke tijd in gaan waarin er wel elke dag iets gebeurd; van chippen tot enten tot dagelijkse bezoekjes van mensen die ze allemaal willen zien voordat ze het nest verlaten. En ik zal mijn keuze moeten gaan bepalen. Wie wordt Gijs zijn hondje?

Woensdag krijg ik de schrik van mijn leven als ik een van de pups ijselijk hoor jammeren en zie dat het  pupje “pastel” is. Het lijkt wel alsof plassen haar heel erg pijn doet. ook al weet ik niet exact wat er gaande is, gevoelsmatig merk ik feilloos dat het niet goed is. Ik bel met de dierenkliniek en ik leg de problemen uit. Pupje mag wat van de pijnstillers die ik in mijn honden-apotheek-laatje heb en ik overleg met de arts zelf wat de verstandigste stappen zijn. In ieder geval moet er een echo gemaakt worden, ik wil zeker weten dat het is wat ik vrees dat het is. We maken voor de dag erna een afspraak als alles blijft zoals het nu is. Pupje lijkt baat te hebben bij de pijnstiller. 

Als Lizzie van school is, vertel ik het haar en ze krijgt een verdrietige huilbui, want ook zij begrijpt dat we opnieuw een pupje gaan verliezen. Ze heeft geen trek in eten en ik maak een paar tosti’s. Lizzie neemt het pupje mee in de hangmat en koestert het dicht bij zich. We laten haar wat spelen buiten, ik maak een foto van een mooi, beeldig, leuk, levendig hondje dat onder dat knuffelige uiterlijk hoogstwaarschijnlijk erg ziek is.

suzy pastel2

“Ze heet Suzy.” zegt Lizzie. Het hondje mag niet anoniem de wereld verlaten. “Suzy Pastel.” Ik knuffel mijn dochter en de pup en kan van binnen nog veel harder huilen dan Lizzie eerder op de avond deed. Lizzie kan niet meer leren, alhoewel ze morgen een Duitse schriftelijke overhoring heeft. De woordjes krijgt ze er niet ingestampt en ze besluit de wekker op 5 uur te zetten om dan in ieder geval nog wat te proberen. Zo verdrietig dat we nu alweer met een moeilijke start beginnen.

Inderdaad komt de donderdag als een onherroepelijke, koude ochtend. Nadat alle honden gewandeld hebben en de pups verzorgd, met volle buikjes schoon in de ren liggen, stap ik met Suzy Pastel in een mandje bij de buurvrouw in de auto.

Om er een tijdje later met een leeg mandje en een zwaar hart weer in te stappen. Suzy Pastel had een nierprobleem dat al in de baarmoeder verkeerd was gegaan. Omdat ze zo sterk was, heeft ze het tot haar vijf weken volgehouden. Een minder krachtig wezentje was al voor de geboorte afgestorven geweest. 

M. in Schotland vloekt en huilt met me mee. Waarom moet dit ons weer overkomen, hebben we al niet genoeg hoge prijzen betaald voor onze stukjes geluk? Waarom zien we om ons heen het ene nest na het andere volledig blijven, zonder enig probleem, zelfs bij fokkers die hun teefjes en pups een veel minder goede start geven dan wij? Waarom zij wel en is het voor ons zo zwaar en verdrietig? Maar dan zeg ik tegen M: die fokkers hebben niet deze prachtige, zo innig gewenste Iona/Jock pups. En het was goed om onze lieve  Suzy Pastel te kunnen vasthouden en te zien opgroeien tot haar vijfde week. Ze hoeft niet te lijden. Het was mooi dat ze er was.

Vrijdag is stralend weer en H. komt in de middag om samen met mij wat boodschappen te doen, hooi en stro voor de ezels te halen en om wat bij te praten. 

Als we terug komen met volle tassen, zien we de buurvrouw op haar knieën in de voortuin met het onkruid bezig.  We besluiten spontaan wat te drinken buiten en ik haal de pups er ook bij zodat ze heerlijk op het pad kunnen spelen. S. zet haar tuintafeltje op het pad en neemt een fles wijn mee, ik haal wat hapjes erbij. Lizzie komt aangefietst en lijkt te stralen. Dat is ook zo: ze heeft voor haar Duitse overhoring  een 8.8 gehaald en dat is het eerste cijfer van het schooljaar. Dat ondanks de verdrietige omstandigheden zo goed is geworden. Ik knuffel haar, haal ook voor haar iets lekkers te drinken.

28aug3

We beleven een genoeglijk, spontaan, zonnig uurtje met zijn allen en ik raak ontroerd als de buurman erbij komt en languit op de grond gaat liggen, zodat de pups naar hem toe springen en hem in zijn neus bijten. Mijn Hemel, Gijs had dit precies zo gedaan… we hebben wel eens gehad dat Gijs en D. samen op hun buik tussen de kleine hondjes lagen. Grote, stoere mannen, gevloerd door minihondjes.

28 aug1

Door het uitgebreide borrel-uurtje heb ik geen zin om te koken en heeft Lizzie ook geen trek, dus we nemen een boterham met kaas en tomaatjes. Een gemengde week is uiteindelijk zonnig afgesloten.26aug1

24 augustus. Taal.

De maandagen zijn met het rooster van Lizzie niet lang. Alhoewel ze de gewone tijd de deur uit moet; kwart over zeven, is ze vroeg in de middag al weer thuis. Wel met huiswerk, maar zoals altijd heeft ze daar een goede balans in gevonden. Eerst even wat lekkers eten of drinken, wat lezen of feesboeken, knuffelen met de pups en dan aan de slag.

Ze vertelt me, dat ze voor haar kunst-werkstuk de periode van het expressionisme centraal moet laten staan. We praten daarover en tot mijn verbazing haalt ze in haar verhaal Strawinsky’s “Sacre Du Printemps” aan. Tot mijn nog grotere verbazing is net op dat moment op BBC radio 3 dit muziekstuk te horen en Lizzie herkent het feilloos. Wat een bizar toeval en wat heeft hun docent kunst hen er goed naar laten luisteren. Lizzie heeft als kind altijd al een uitstekend muzikaal gehoor gehad. iets waar Gijs buitensporig trots op was. Het kleine meisje hoefde maar twee keer een muziekstuk te horen en ze wist precies wat het was. Dat ze de niet al te toegankelijke “Sacre” zo goed kent, is helemaal in deze lijn.

Eer ik het in de gaten heb, vraagt ze me naar de dansstijlen van Martha Graham, Rudolf Laban, Mary Wigman. Namen, waarmee ik tijdens mijn schooltijd ben opgegroeid. Stijlen die ik moest leren beheersen en waarvoor ik examencijfers moest behalen. 

Het ontroert me dat mijn dochter kennis heeft opgedaan wat bij mij hoort en dat ze er zo’n belangstelling voor heeft, zonder dat ik haar er ooit mee vertrouwd heb gemaakt of haar heb gestimuleerd dat deel van mij te begrijpen.

Ze vertelt dat ze het zo leuk vindt dat alles wat ze geleerd heeft over schilderkunst, muziek en schrijvers, voor haar zijn gaan leven en dat het allemaal op een logische en harmonieuze wijze samenkomt. Dat ze het daardoor begrijpt en zich flarden van muziek en gesprekken tussen Gijs en mij kan herinneren, als we het over een componist of een boek of een schilder hadden.

Ze doet me nog meer versteld staan, door te vertellen dat ze haar werkstuk aan de danser Nijinsky gaat wijden. Ik vul aan dat ze wellicht voor haar literatuurlijst het boek van Arthur Japin kan lezen: Vaslav, dat over deze legendarische danser gaat. Ze raakt helemaal enthousiast. Dan heeft ze twee vliegen in een klap. Als we het samen hebben over de beroemde impresario Diaghilev met zijn “Ballets Russes,” waar allerlei disciplines uit het expressionisme samenkwamen en ik een boek laat zien dat over deze magische man en magische tijd gaat, word ik even gepassioneerd omdat ik met haar op hetzelfde niveau over kunst kan praten.

Wat een bijzonder mens is het toch. Ze heeft zoveel moois van haar vader meegekregen, maar hieraan merk ik dat ze de culturele interesse en bevlogenheid die ik op haar leeftijd had, ook in zich draagt. Ze legt me het volledige idee voor haar werkstuk uit: ze wil een kartonnen trekpop maken die Nijinsky moet voorstellen om zo te laten zien wat de “ausdruckstanz” inhield en om de kleuren en de lijnen van het expressionisme te schetsen. Ik ben daar werkelijk van onder de indruk. En merk dat we weer een stap verder in de toekomst hebben gemaakt.

Tegenover me zit een jonge vrouw, die een brede belangstelling heeft voor literatuur, schilderkunst en zelfs dans en die het verschil tussen de romantiek van Tsjaikovski, het impressionisme van Ravel en Debussy en het expressionisme van Strawinsky kent. Die ineens de taal van mijn ziel spreekt.

Diepe liefde speelt krijgertje met een diepe bewondering voor dit mens. Kind van haar vader. En van mij.

022