19 juni. Im Abendrot…

Als ik naast Lizzie’s bed sta, kijkt ze me vermoeid aan: “Ik heb eigenlijk het eerste uur vrij…”zegt ze zacht. Ik realiseer me dat ze meestal in haar vrije uren wil leren, maar ik denk dat het nu beter is als ze dat uurtje blijft slapen. Ik ga de honden verzorgen, want ik moet bijtijds met het logeetje klaar staan. We gaan met de voorlopige eigenaren naar een specialist, die misschien kan onderzoeken waarom het dier zich zo gedraagt als dat het doet. Gijs en ik hebben daar wel een idee over… maar wij zijn geen dierenarts.

Gijs slaapt nog als ik de deur achter me dichttrek, ik hoop van harte dat hij rustig kan blijven liggen. Ik verwacht een postpakketje voor mijn stichting maar met een beetje goede wil komt dat pas wanneer ik weer terug ben. Het regent, dus ik laat ook de ezels nog op stal staan. De honden zwaaien ons na.

DSC_8805 (2)

 De specialist begint aan een blanco blad en heeft nog geen enkel inzicht in de klachten en de eerdere onderzoeken. We doen ons verhaal, elkaar afwisselend. Zij over de eerste levensperiode van de hond, ik over wat ons is opgevallen sinds het dier bij ons is gekomen. Als ik een bepaalde omschrijving geef, zie ik de arts verrast opkijken. Het lijkt erop dat dat wat ik zeg exact past in een duidelijk beeld. Hij onderzoekt dat wat ik hoopte dat hij zou onderzoeken en als de hond een schreeuw van pijn geeft, lijkt het ons duidelijk. Met de juiste medicijnen en een groot vertrouwen dat het goed komt, gaan we de spreekkamer uit… lief logeerhondje van ons; vermoedelijk wordt je nu snel beter!

DSC_2052bew

Thuis is Gijs wakker. Hij ziet er slecht uit, alsof de nacht hem niet gunstig gezind is geweest. De mensen blijven nog even om wat dingen te bespreken over het hondje, we drinken koffie, maar Gijs is daarbij wat afwezig. ik herken dat: mijn lieve echtgenoot heeft iets in zijn hoofd waarover hij veel en lang nadenkt en daar moet ik niet over gaan vragen want dat werkt niet. ons hele huwelijk lang al niet. Hij komt er vanzelf mee wanneer hij het de moeite waard vind om te delen.

Hij komt er inderdaad mee, later op de avond, als hij tot mijn verbazing de CD van de Vier Letzte Lieder van Richard Strauss opzet. Voor mij heel dierbare, heel erg belangrijke muziek die me steeds opnieuw tot in het diepst van mijn wezen kan ontroeren en zoveel troost biedt. Gijs had er eigenlijk nooit iets mee. Nu luistert hij ernaar alsof hij het door mijn oren hoort. En dan begint hij ineens te praten. Over wat hem bezig houdt. Over dat nabije later van ons, zo niet samen. Over waarom hij naar deze muziek wil luisteren. Het wil begrijpen. En vooral over het genoeg hebben aan zichzelf. Door de louterende klanken, de helende melodieën en de warme woorden snap ik wat hem bezig houdt. Maar dat, wat ik begrijp, kan Gijs me niet vertellen omdat het pijn doet. De tekst van het laatste lied vertelt het wel. Zonder pijn.

DSC_2053bew

Im Abendrot.

Wir sind durch Not und Freude
gegangen Hand in Hand;
vom Wandern ruhen wir
nun überm stillen Land.

Rings sich die Täler neigen,
es dunkelt schon die Luft.
Zwei Lerchen nur noch steigen
nachträumend in den Duft.

Tritt her und laß sie schwirren,
bald ist es Schlafenszeit.
Daß wir uns nicht verirren
in dieser Einsamkeit.

O weiter, stiller Friede!
So tief im Abendrot.
Wie sind wir wandermüde–
Ist dies etwa der Tod?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *