18/19 oktober. Tussen,- en eindstations.

De beide meisjes brengen mij met de twee verhuistassen naar de trein. Nu er geen bureau naar Gouda hoeft, kan ik het zelf. Zusje haalt papa uit de kliniek en samen wachten ze me bij het station op zodat we met zijn drieën naar het huisje gaan. Een echte familie-aangelegenheid. Ik blijf de schoonheid van het bizarre ervan inzien: dat we na alle omzwervingen toch weer bij elkaar komen op de basis van ons gezinsleven.

Vanuit de voortrazende trein zie ik de tussenliggende stations aan me voorbij trekken. Stations, die stuk voor stuk een onderdeel van mijn leven waren: Amersfoort, waar Gijs en ik ons gezin oprichtten, wonende in een spoorweghuisje, waarvan je het dak ziet als je de richting van Amsterdam op gaat. Den Dolder, waar we onze eerste kus uitwisselden en waar we onze huwelijksfoto’s op een besneeuwd perron maakten. Utrecht, waar ik jaar in, jaar uit moest overstappen, als jonge balletdanseres en als jonge moeder.

DSC_0073

Maar ook waar ik een lange zomer en herfst dagelijks kwam omdat ik er werkte. Saillant detail blijft dat ook Gijs werkte in hetzelfde theatergebouw als ik. Dat we elkaar best wel groetten, maar niet konden beseffen dat we vier jaar later ons leven samen wilden delen.

DSC_0068

Woerden, waar de kerk met zijn spitse toren een tijdlang mijn dagelijks werk was: ook daar was een theatertje “De Kloostertuin” Samen met een collega waren we de allereerste technici die de openingsvoorstellingen begeleidden. Ook daar heb ik met veel plezier gewerkt.

woerden

Tussen Amersfoort en Gouda is zo ontzettend veel bijgebouwd, dat er maar een kleine groenstrook over is gebleven. Maar dat is dan ook “echt” Hollands en alhoewel ik het honderden keren heb gezien, zie ik het vandaag weer met andere ogen.

ook terug

Het kleine torentje met de “afdruk” van een ander gebouw was een ijkpunt vroeger: bijna thuis. Of: op weg.

heen

Papa zit voorin het kleine autootje van zusjelief en is erg gespannen. Ik leg mijn arm over zijn schouder; hij grijpt mijn hand en houdt die de hele rit van het station naar zijn huisje vast. Dan laden we de auto uit. Mijn tassen, zijn rollator, de reistassen met kleding en spulletjes uit de kliniek. Boven doet hij de voordeur zelf met de sleutel open. Wat moet het vreemd voor hem zijn dat hij twee maanden geleden naar het ziekenhuis gebracht werd met loeiende sirenes en nu zoveel kilometers verderop een nieuw stuk leven moet gaan opbouwen. Dat deze plek zijn eindstation wordt.

Het is met zoveel liefde ingericht en aangekleed dat het me ontroert. Zusje heeft zo keihard gewerkt, tot in de kleinste details heeft ze ervoor gezorgd dat papa zich thuis kan gaan voelen. Zelfs een poes, iets wat hij al zo lang miste in Maastricht, is aan het huishoudentje toegevoegd en ze heeft zelf de taak op zich genomen om voor het dier te zorgen. We drinken een kop koffie met een stuk gebak, ik geef papa een schilderijtje van een uiltje, dat ik vanmorgen voor hem heb uitgeprint omdat hij een grote uilen-beeldjes-verzamelaar was.

10325242_634128336704398_823709782025236828_n

Hij zet het meteen in de vensterbank en steekt een sigaartje op. Het lijkt erop dat hij er gelukkig kan gaan worden maar zijn verwarring en onzekerheid spelen een grotere rol. Hij kijkt steeds rond, zoekt zijn vrouw, zoekt zijn spullen, zijn boeken en ondanks alle mooie, lieve, leuke meubeltjes en dingen die zusje voor hem geregeld heeft, zijn het slechts de handjevol bibelots van uiltjes en prenten van Rotterdam uit zijn vorige leven die als een baken van herkenning belangrijk voor hem zijn.

Het is eigenlijk hartverscheurend; hij is zo dankbaar maar ook zo verdrietig. De jongste zoon van zusje komt langs, op zijn fietsje naar opa, zo mooi kan het zijn. Maar opa voelt dat nog niet. Als de intake van de thuishulp geweest is, gaat zusje naar haar eigen huis om daar voor haar kinderen de maaltijd te bereiden. Ik blijf samen met papa achter en maak een boterhammetje voor hem klaar. Als we wat gegeten hebben, was ik af en moet ik naar de bus. Voor het eerst blijft papa alleen in zijn eigen flatje. Met lood in mijn schoenen loop ik het gebouw uit en op straat kijk ik naar boven. Een klein, breekbaar figuurtje staat voor het raam en zwaait. Hoe verder ik van hem weg loop, hoe heftiger zijn zwaaien wordt; tenslotte zwiept hij met beide armen. Verblind door tranen sla ik de hoek om.

Natuurlijk strand ik met de trein. Ik moet ruim drie kwartier wachten op het station in Amersfoort, omdat er iemand aan de noodrem had getrokken en er dus allerlei aansluitingen niet meer op elkaar passen. Omdat ik de fotocamera bij me had, loop ik het perron de andere kant af: zie een schitterende zonsondergang en sfeervolle beelden. Ze benadrukken de melancholieke stemming die me niet heeft verlaten sinds ik Papa in zijn huisje achterliet.

DSC_0090

DSC_0101

DSC_0104

DSC_0106

DSC_0098

En het reuzenrad, dat op het emplacement een vervreemd beeld geeft, weerspiegeld het voortdurende, onophoudelijk ronddraaien van mijn emoties.

DSC_0082

DSC_0114

Zondag is een natte, grauwe dag. De oude Chico lijkt te reageren op zijn medicatie: hij drinkt nog steeds erg veel en moet ook veel plassen, maar hij is alerter en zijn buik is beduidend minder dik. Zo durf ik zijn vroegere baasjes wel te laten komen. Jonge mensen, die hun geliefde hondje als pup in hun armen sloten en zeven jaar later door omstandigheden verloren. Het meisje was toen een kind van veertien jaar… ze heeft Chico daarna niet meer kunnen en willen zien, bang dat het teveel verdriet deed. 

chico29aug

Dat doet het nog: bij het zien van die markante, lieve, grote, oude hond barst de jonge vrouw in tranen uit. Chico, onze “Grand Signore” is zichzelf. hij komt knuffels halen, scharrelt wat op het erf rond en als het hard begint te regenen, sjokt hij op zijn gemak mee naar binnen, waar koffie en appeltaart wachten. Ondanks het verdriet, zijn beide “baasjes” blij dat ze hem nog gezien hebben. Geaaid hebben en weten hoe hij bij ons leeft. Wat zijn eindstation is.

Het is fascinerend om te zien hoe de oude hond op hen reageert; er is wel degelijk iets van herkenning want het is niet zijn gewoonte om zo dicht bij visite te willen zijn, maar als ze weg gaan en we samen met hen mee naar de auto loop, draait hij zich om en loopt gedecideerd, op een sukkeldrafje terug naar huis. Af en toe omkijkend naar mij: “Kom je?” Hij is zo aandoenlijk als dat hij bejaard is. 

We eten een Belgische stoofschotel. Gijs heeft zich daar al een paar dagen op verheugd, door de medicatie is eten zo mogelijk nog belangrijker voor hem geworden en leest hij zelfs kookboeken en kijkt naar kookprogramma’s op TV.  

Om zeven uur staan we weer op het station, nu om Laura na te zwaaien die terug naar huis gaat. En gaat de zon weer spectaculair mooi onder.

DSC_0078

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *