Dag een, Guernsey.

Als we wakker worden schijnt de zon. Heb is eb en vanuit ons slaapkamerraam zien we Herm liggen. Gijs maakte ooit een foto vanuit een raam van dit hotel van hetzelfde beeld en naderhand kochten we een schilderijtje van exact dit punt af bekeken: alleen was dat in de tijd van de rijtuigen gemaakt. Beide plaatjes hebben jarenlang onze “pub-schilderijtjes-muur” in ons oude huis versierd. Alles hier ademt dat glanzende, zorgeloze vroeger van ons, als pril gezin. Even vraag ik me af of het wel zo verstandig was om naar hier te reizen.. maar dan zie ik Lizzie in het raamkozijn genieten van het uitzicht en dan weet ik dat het verstandig is.

001

Tijdens het ontbijt merk ik dat D. de eigenaar van het hotel, ons af en toe tersluiks opneemt. Vorige vakantie was hij er niet en ik besluit om zijn vraagtekenhoofd een antwoord te geven als we naar onze kamer gaan om het plan-van-de-dag te maken. Ik leg hem uit dat ik samen met Gijs in de zomer van 1995 hier voor het eerst twee weken logeerden. Hij herinnerde zich de grote man nog wel. Ik vertel hem dat Gijs er niet meer is en ik met de meisjes onze eilanden nog een keer willen zien… Hij vindt de meisjes veel te jong om zonder vader te zijn en zegt dat hij in het hotel moet blijven, voor als we volgend jaar weer willen komen… 

We gaan St Peter Port in en vergapen ons zoals altijd aan de mooie etalages en de gemoedelijke sfeer en daar komt de feestelijke Kerstversiering nog eens extra bij. Er is een heel leuk, nieuw winkeltje waar we zeker drie kwartier ronddwalen tussen kaarten, opschrijfboekjes, gekke hebbedingetjes en Kerst-attributen zoals rendierkerstballen, een slingertje van foute Kersttruien en “Gemberkoekmannetjes” voor in de boom. Na dat genoeglijke uurtje slenteren we verder, gaan bij de boekenwinkels naar binnen, neuzen in de etalages van de vele juwelierswinkeltjes met hun fijne sieraden, en lopen dan richting het busstation.

053

Op de bonnefooi kunnen we geen bus nemen, want het is zondag en midwinter, dus we moeten een gericht doel hebben. Een klifwandeling aan de Zuidkust lijkt niet het beste idee, omdat het stevig waait, ondanks het prachtige weer. Dus we nemen de bus naar het Saumarez Park, waar we in de tearoom wellicht iets kunnen gebruiken en waar we eerst een lange wandeling maken. 

Het is er prachtig. Door de vreemd-zachte winter bloeien de camelia’s en andere bloemen, het gras is Engels groen en we genieten alledrie op onze eigen manier van deze serene sfeer, die in niets lijkt op de verwachtingsvolle Kerstachtige drukte in de stad.

126

De tearoom is niet die we dachten, maar we drinken er toch iets fris en Lizzie doet zich tegoed aan een warme applecrumble met ijs, niet slecht voor een eenvoudige lunch. Dan gaan we een stuk wandelen, richting de Westkust. Als we een goed half uur gelopen hebben, zie ik een bordje naar een hotel en besef dat we precies op het midden van Guernsey zijn en helemaal niet binnen loopafstand van de Westkust. Sterker nog, we zijn op deze plek het verst van alle kusten verwijderd.  Dus gaan we naar een bushalte waarvan we denken dat de bus richting de stad komt. We hebben er een een half uur eerder zien rijden en omdat op Guernsey nergens bushokjes met dienstregelingen of busnummers te bekennen zijn, moeten we het op goed geluk doen en hopen dat er tussen nu en een half uur een bus komt. We vermoeden dat het de 67 zal zijn maar, zo geef ik aan de meisjes aan, elke bus gaat uiteindelijk naar het busstation.

We gaan op een muurtje in de zon zitten, bij een witte cottage, waar voor op de straat het woord “bus” gekalkt staat. Laura pakt een boek en gaat lezen, Lizzie en ik kijken wat rond. Een half uur verstrijkt. Een tweede half uur ook. En een deel van een derde. We lopen een paar bushaltes verder maar zien dat het weinig soelaas biedt, dus gaan weer terug omdat er bij het witte huisje wifi leek te zijn en we willen proberen iets van een dienstregeling op te zoeken. Inmiddels moet Laura erg nodig naar een toilet dus na wikken en wegen lopen we terug naar het Saumarez Park, waar we zeker weten dat er elk half uur een bus gaat, al dan niet rechtstreeks naar de stad.  

152

Het begint te regenen en Laura en Lizzie schieten een bloemenzaak in, vragen of ze mogen plassen. Er wordt door drie dames gewerkt aan allerlei kleurige Kerststukken. Ik vraag naar de buslijn en dan krijg ik het antwoord wat ik niet verwachtte…er is helemaal nog geen buslijn, ze hebben alleen de route alvast in orde gemaakt voor als het toeristenseizoen begint er er wel een bus gaat rijden. Geen wonder dat we uren hebben kunnen wachten zonder uitzicht! Een klein half uurtje later springt Laura bijna voor een aanrijdende bus die ons via de Westkust naar de stad brengt… waar alle kerstverlichting ondertussen is ontstoken en St Peter Port een feeëriek aanzicht geeft.

159

 Omdat het nog redelijk vroeg is, gaan we in een traditionele pub wat drinken en we hopen op iets eetbaars, maar verder dan een zakje chips komt de kroeg niet; het is tenslotte zondag en dan worden er na het middaguur geen maaltijden meer geserveerd.

Dan stelt Laura voor om op verschillende plekken wat te gebruiken zodat we uiteindelijk een hele maaltijd hebben. Een goed idee we bevinden ons na het eerste drankje in een roezemoezig Grand Café waar een Kerstreceptie is en waar de voorgerechten heerlijk zijn. Ons hoofdgerecht nuttigen we in een verlaten restaurantje waar de verse Guernsey krab legendarisch is en waar we alledrie iets anders bestellen, zodat we een uitgebreide schotel hebben. De koffie met een nagerechtje moeten we overslaan. We lopen terug langs de kade naar het hotel en gaan nog even langs de plek waar Lizzie en Laura met Gijs op de laatste avond van zijn vakantie vorig jaar, hebben gezeten. Het is donker en te laat realiseer ik me dat Lizzie stil maar hevig huilt. Ze mist hem zo……

In de hotelkamer is ze nog van streek en wil eigenlijk tijdens hoogwater terug naar dat plekje aan de kade. We zoeken de getijden op.. het is om twee uur vannacht hoog water. Ik beloof haar mijn wekker te zetten en met haar daar naar toe te gaan: dit is iets wat Lizzie moet kunnen doen.

Als een dief in de nacht, sluipen we met de sleutel het hotel uit. Het water is inderdaad erg hoog, halverwege de trap stroomt het langs onze voeten. De bootjes, die op een zij lagen dobberen nu rustig in het maanlicht op de golven.

006

We zitten er een half uurtje praten wat en zijn ook stil en dan gaan we terug naar het hotel dat op een lampje in de gang en onze slaapkamer, vrijwel helemaal donker is. Laura is half wakker en ik merk dat Lizzie rustig nu in slaap valt. Ik lig echter uren wakker en hoor hoe de wind aanwakkert….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *