Feest op Herm.

Van het schitterende weer op Guernsey is niet veel meer over vandaag. Grimmige wolken jagen de blauwe hemel weg en het ochtendSMSje illustreert dat. Harde wind en grote getijdenverschillen omdat het morgen volle maan is. Lizzie, Laura en ik hebben besloten dat we Gijs morgen, op eerste Kerstdag, “wegbrengen”  dus vanmiddag gaan we naar het strand om te kijken welke plek het meest geschikt is. We ontbijten uitgebreid en op ons gemak en gaan dan, gewapend met onze camera, naar buiten.

24122

 

Het is eb als we beneden komen, zo laag zelfs, dat we de verlaten oesterbanken kunnen waarnemen en dat de meisjes een piepklein vogeleilandje willen beklimmen, wat doorgaans alleen een topje boven de zeespiegel is. Een van de trappetjes naar het strandje is afgesloten, dus we gaan via de haven naar de onderlaag van Herm en lopen over de stenige bodem richting strand. We moeten een beetje klauteren over de rotsen, roestige kettingen zijn stille getuigen van wat eens een drukke aanlegplaats was. Hier te lopen met de meisjes, maakt me weemoedig. Ik zie de beelden van mei 2014, toen Gijs hier met zijn camera aan het struinen was, op zoek naar mooie, fotogenieke dingen, hijgend en benauwd, maar gelukkig. De meisjes lopen door en gaan hun klim naar het rots-topje maken en ik ga zitten tegen een grote kei, waar ik destijds ook zat. Toen met een zonnetje in mijn gezicht. Gijs, die met een slok water zijn chemo-tabletten naar binnen werkte en daar commentaar op leverde: “Ik heb op de meest vreemde plaatsen mijn pillen ingenomen, maar dit is toch wel de mooiste plek…” Als ik mijn ogen even dicht doe omdat de herinnering te fel wordt, zie ik hem staan: een grote man, topzwaar aan de voorkant, met dunne benen en een dunne hals, getekend door de ziekte, holle ogen… maar de zwakke glimlach om zijn lippen liet zien dat hij het fijn vond om hier moe te zijn, om hier zijn medicijnen te gebruiken, om hier naar adem te snakken…

2412birds1

 We zijn een half uur verder en ik krijg het koud, want de wind wakkert flink aan. Heel in de verte zie ik twee kleine puntjes, ik zie dat Laura vervaarlijk hoog is en met haar armen zwaait. Uitbundig, overmoedig, jeugdig. Ook zie ik dat de zee het grootste gedeelte van de stenen onderaan het bergje aan het opsnoepen is. Golven beginnen te slaan. Ik wuif naar mijn dochters. Wil dat ze terug komen: je kunt met dit weer overvallen worden door het getijde en we zitten er niet op te wachten dat ze gevangen worden op de rots. ik begin te lopen, richting het Noorden, om ze te laten zien dat ik niet meer kan blijven zitten. Een kwartiertje later zijn ze alweer een stukje lager en nog twintig minuten later staan ze met rode wangen en verwarde haren naast me. Achter hen omsluit de zee de rots. Het stukje zand dat op een paadje lijkt is inmiddels helemaal overstroomd. Een half uur later en ze hadden door de zee moeten waden. We lopen terug naar de haven en eer we goed en wel boven zijn, zijn er enkele meters van het strand verdwenen.

We lopen door naar het strandje waar ik dacht Gijs te kunnen gaan laten verwaaien. Lizzie klint wat over de stukken rots, die hier ook veel aanwezig zijn. Er is weinig zand. Laura lijkt sceptisch. In haar beleving is het niet de meest bijzondere plek. Er is wat begroeiing dat mooie plaatjes oplevert van planten die door de wind gezandstraald zijn tot oude, transparante schoonheid.

24125

Maar de plek heeft niet iets speciaals. Toch lijkt het vooralsnog de beste plaats voor ons doel. Ik probeer me het moment van onze huwelijksreis voor de geest te halen, waarop Gijs hier met zijn lange grijze jas en een kleine, grijze muts liep. Een vreemd beeld, want hij leek zelf wel uit een rots gehouwen. Een analoge foto daarvan zit in het album van ons trouwdag. Ook toen was het koud, grauw winterweer.

24129

Om zes uur is in het kleine kapelletje een samenkomst, waarbij Christmas Carols worden gezongen en een paar preken voorgelezen worden door inwoners van Herm. Het kerkje is tot aan de nok gevuld met eilandbewoners en het handjevol bezoekers. iedereen is feestelijk gekleed en er heerst een vrolijke, bijna verwachtingsvolle sfeer. De meisjes en ik kunnen gelukkig nog wel een plaatsje bemachtigen aan de zijkant van het gebouwtje, zodat we goed zicht hebben op de mooie, eenvoudige preekstoel. 

2412tuguals

De dienst is maar kort. We hebben allemaal meegezongen. Lizzie vond dat ik vals zong maar ze moet zich vergist hebben, het was een van de Carols die ik goed kende en ik kan me niet voorstellen dat het vals klonk. Maar ze vond het sowieso raar om mij te horen zingen, ik denk dat het dat was… (zeg ik hoopvol.)

We worden allemaal uitgenodigd om op het kasteel een drankje te drinken met de eigenaar van het eiland. Dat is iets heel bijzonders natuurlijk en dat is niet een evenement wat in de zomer zal plaatsvinden als er een drievoud van het aantal inwoners is en het hotel en de kampeerplaatsen vol met gasten zitten.

Echter, de ontvangst is niet op het kasteel zelf maar in het huis van de eigenaar en zijn vrouw, een gebouw dat grenst aan het kasteel. We drommen met zijn allen, toch zo’n slordige vijftig man, een smal, laag gangetje door naar een wasruimte, waar iedereen geacht wordt zijn schoenen uit te doen. Op een wasmachine leggen we onze jassen neer. Het heeft iets kneuterigs en hilarisch tegelijkertijd als iedereen in zijn mooie, feestelijke Kerstkleding op kousevoeten de keuken in gaat. Een keuken uit mijn dromen, met een grote, rode, warme, knorrende AGA, met een granieten werkblad in het midden en rijen vol koperen pannen en potten op eenvoudige planken naast de schoorsteen. 

De vrouw des huizes blijkt gewoon de rondborstige, goedlachse receptioniste te zijn die ons op de eerste dag warm welkom heette. En de eigenaar van het eiland is de man die ik met zijn sterke kuiten complimenteerde, toen hij ons tijdens een van de eerste klimpartijen naar de huisjes inhaalde en ons toevertrouwde dat het nooit zou wennen; die steile wandeling. 

We gaan een grote huiskamer binnen, waar een haardvuur en en enorme Kerstboom de sfeer domineert. Mollige bloemensofa’s en schilderijen met jachttaferelen en zeegezichten geven het geheel een heel Brits aanzien. Overal staan groepjes mensen te praten en even voelen we ons verloren met ons glaasje wijn in de hand, rondkijkend naar het indrukwekkend eenvoudige interieur. Maar dan wordt ik gewenkt door het vriendelijk echtpaar dat we op de boot met hun kinderen en honden waren tegengekomen. We raken in gesprek, natuurlijk als eerste aanknopingspunt de honden – en het gesprek wordt zo geanimeerd dat we ons door de gastheer nog eens van een drankje laten voorzien. Er komt een stel bij ons staan en zij begrijpen uit onze gesprekken dat wij de Hollandse vrouwen zijn die hier met een missie zijn. Omdat Herm voor ons belangrijk is. Dat maakt, dat  ons glas voor de derde keer wordt gevuld en we bijna de laatste gasten zijn, die via het washok weer de koude, donkere avond in stappen. Een vrijwel volle maan beschijnt het pleintje dat we moeten oversteken.

192

Thuis schoppen we onze nette schoenen opnieuw uit, verwisselen onze Kerstpakken voor iets comfortabelers en gaan dan een soupertje klaarmaken. Zo is het dan ineens Kerstavond. 

Vlak voordat ik ga slapen krijg ik op mijn telefoon een berichtje van J. die op de hondjes past. Of ik nog wakker ben. Ze belt me op en vertelt dat Islay erg ziek is, niet meer op har poten kan staan en dat ze zich ongerust maakt. ik ook. Ik raadt haar aan om haar een pijnstiller te geven en zo snel mogelijk morgenochtend de dierenarts te bellen… op eerste kerstdag. De Kerstnacht wordt onrustig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *