De terugtocht aanvaarden..

Voor 9 uur zoemt de telefoon weer: het bootje vaart om negen uur, maar de latere boten worden om 11 uur aangekondigd want er is opnieuw slecht bevaarbaar weer op komst. Ik maan de meisjes tot spoed: we moeten ervan uit gaan dat we met de eerste boot het eiland af gaan. Als er niets vaart, of alleen om vier uur, hebben we een enorm probleem.

Veel van onze spullen zijn al ingepakt en we maken een verdeling: Laura zorgt voor de vuilnis en haalt de bedden af, Lizzie helpt met stofzuigen en ik maak de keuken op orde. Zo zijn we mooi om elf uur klaar en als we dan om tien over elf horen dat er inderdaad  een bootje vanaf Herm om kwart over twaalf en om half vijf vertrekt, is alles in orde. Dan zijn we ruimschoots op tijd op de vluchthaven. 

Onze bagage wordt door de tractor opgehaald en wij lopen alvast naar beneden om in de pub een laatste drankje te drinken. Het is er rustig: voor twaalf uur wordt er geen alcohol geschonken en er is een enkel gezin, waarvan de kinderen bij het biljart staan. Ik kijk weemoedig naar de vertrouwde omgeving, de open haard, de scheef hangende, oude zwartwitfoto’s van de geschiedenis van Herm aan de muren. Schreef ik hier niet over in mijn boek? Kom ik hier ooit terug?

010

Het bootje vaart af bij Rosaire Steps. We gaan er vroeg heen. Er loopt een eenzame man met onze tassen te sjouwen, van een afstand zien we hoe hij met een schop en een bezem bij de trappen bezig is en hoe hij zand weg schept en op de rotsen gooit. Zand. Op. De. Rotsen. Gooit.

tas

Even ben ik bang: doet hij dat omdat hij ziet dat er iets ligt dat er niet hoort? Maar de meisjes stellen me gerust. Hij is de trappen aan het schoonmaken omdat ze anders erg glad zijn. Als je niet weet wat het is, kan je het zachte, witte stof niet met iets associëren zoals wij dat doen. En het heeft ook iets symbolisch. Wordt er niet zand over een kist gestrooid?  

We zien het bootje aankomen en het is erg druk: er komen toch veel dagjesmensen vanaf Guernsey. Wij zijn vrijwel de enigen en het inschepen gaat snel. De meisjes willen bovenop het dek zitten. We zijn de enigen. Als het scheepje zijn draai maakt en de golven tegemoet gaat, de witte trap, het poortje en de rotsen steeds sneller van ons vandaan gaan, welt er een enorme huilbui in me op. Ik laat Gijs daar achter. Hij huilde destijds ook zo toen het zijn laatste blik op Herm was. Komen we hier ooit weer? De meisjes houden me alletwee vast en huilen mee. Ik voel me verschrikkelijk. Laura zegt: “Mama, Gijs ligt onder het huis van Matthew.. dat is toch ook bijzonder.” Matthew was de mannelijke hoofdpersoon uit mijn roman. De man waar mijn “heldin” verliefd op werd. Hij woonde daar. En inderdaad, vanaf een bepaalde hoek op de zee lijkt het alsof de rotsen de cottage steunen. Het neemt mijn verdriet niet weg.

Als het witte trapje niet eens meer een streepje is, zijn we midden op het water en begrijpen we waarom men zich afvroeg of er wel gevaren kon worden. Het bootje lijkt een speelbal van de golven, duikt, rijst, stampt en ploegt en we moeten ons krampachtig vasthouden. Nu benedendeks gaan is geen optie. Gelukkig is het nauwelijks twintig minuten eer we de haven van St. Peter Port in varen. Als we boven aan de kade zijn, zet ik de meisjes en de bagage bij een bankje en loop ik naar de Boulevard waar ik de taxistandplaats weet. In minder dan een half uur zijn we op de kleine vluchthaven, waar Lizzie in het winkeltje nog een sleutelhanger van Guernsey koopt omdat haar vorige kapot is en waar we anderhalf uur moeten wachten voordat we tegen zonsondergang het vliegtuigje in gaan.

Vreemd genoeg is de onredelijke angst voor het vliegen eigenlijk weg. Ik zit weer alleen en merk dat de benauwende greep om mijn maag en keel er niet is. Ik haal mijn fototoestel tevoorschijn, hoop een allerlaatste blik op Herm te kunnen richten als we net zijn opgestegen en dat maakt dat ik al van te voren naar buiten kijk. Iets wat de afgelopen vijftien jaar onmogelijk was, sinds we ooit als gezin naar Griekenland vlogen en in een storm terecht kwamen waardoor er een noodlanding op een van de eilanden gemaakt moest worden. De heftige vliegangst die ik daarna ontwikkelde, kam rechtstreeks daar vandaan. Na kan ik mijn ademhaling controleren en kijk ik ontspannen naar beneden. Tegelijkertijd ben ik verwonderd, dat het zo plotseling als het gekomen is, ook zo verdwenen is en ben ik boos op de vreemde wendingen van zoiets. Mijn extreme vliegangst heeft ons jarenlang ervan weerhouden om op vakantie te gaan naar hier…en naar elders. Heb ik Gijs misschien wel mooie momenten ontnomen. En opent het nu hij er niet meer is, ineens weer perspectieven.

Door die gedachten vergeet ik bijna waarom ik naar buiten tuur en dan, heel even, zie ik het kleine eilandje onder me door glijden. Nee, de witte trap is niet waarneembaar. Maar de contouren van die geliefde plek worden voor de laatste maal nog even op mijn netvlies gebrand.

hermvliegtuig2

Als de nacht is gevallen sluiten Lizzie en ik de honden weer in onze armen. Skye is heel zwaar geworden in die week, Barra is gegroeid, Iona krijgt haar mooie vacht weer terug, Gigha danst zoals altijd om ons heen en Islay drukt zich tegen me aan.  We zijn na een week vol emotie en ervaringen, thuis.

skye

1 thought on “De terugtocht aanvaarden..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *