22 mei. Een oud recept.

Nog eens een lekker verhaaltje op herhaling: 

Roly Poly
13 maart 2009

Deze week wilden de kinderen een echte “sticky toffee pudding” als nagerecht. Een verschrikkelijk lekkere stroop-dadelcake met warme toffeesaus overgoten. Daar hoort dan eigenlijk nog custard of vanille-ijs bij, maar dat is optioneel. Dus tijdens een van deze druilerige middagen dook ik op de bank in mijn “Farmhouse Cookery” kookboek. De kachel wat hoger, de lichten al om half twee aan. Modder, zand en nattigheid bleven zoveel mogelijk buiten bij de ezels voor zover ze niet aan de hondenbuiken kleefden.

DSC_2048 (2)
Ik heb het Farmhouse kookboek jaren geleden ergens in een antiquarische boekhandel in York gekocht en zo nu en dan sla ik het open als ik een traditioneel Brits recept zoek voor bijvoorbeeld Lemon Curd, Plum Pudding of Hot Cross Buns. Talloze jams, chutneys en marmelades staan erin omschreven, de fijne kneepjes van allerlei soorten deeg worden uitgelegd. Kortom; dit boek is een stoere aanvulling op de verfijnde Franse kookboeken met sfeervolle kleurenfoto’s. Van een stuk brood op een houten plank met een heuvel vol wijnranken in de gouden namiddagzon op de achtergrond. Of een frisse waterkerssalade in een sierlijke brocante schaal. Naast een koel beslagen karaf sprankelende rosé op een eenvoudig gedekte schragen tafel in een bloesemende boomgaard.

100_4483 (2)Die beelden zijn ver verwijderd van de huidige realiteit, die meer doet denken aan de eeuwig natte winters op het Engelse platteland. Waar rubber laarzen, wollen truien en oliejassen onontbeerlijk zijn. En je wel een “Flap Jack” móét eten om je innerlijke motor te laten draaien.

Tijdens het zoeken, bladeren en genieten van de robuuste recepten kom ik ook de poëzie van de Britse keuken tegen. Want geen enkel andere natie heeft zulke klinkende namen voor zijn gerechten. Dat komt vast doordat het hele gezin in de middag of vroege avond al aan tafel schuift om de kou en nattigheid te trotseren. Geen lichtvoetige, elegante gerechtjes die buiten op het terras genuttigd worden, nee, iedereen zit aan een gedekte tafel en smult van “The Gwendoline Roberts Cabbage Soup” of “Welsh Granny’s Broth” en “Bangers and Mash.” Of van een goeie “Toad in the Hole,” “Chicken in the Basket” of een lekkere “Bubble and Squeak.” Maar ook de “Cock a Leekie,” de “Star Gaze Pie,” de “Welsh Faggots” en de “Likky Pie Leeks” mogen in dit rijtje heerlijkheden niet ontbreken. Laat staan de “Devil on Horseback” en de “Forfar Bridies.”
 Als toetje wordt er dan ongetwijfeld een “Roly Poly” geserveerd, of anders een “Spotted Dick.” Misschien een “Clooty Dumpling,” wat ”Red Flannel Hash,” “Clogged Arteries” of wat Trollins. En dan kom ik natuurlijk bij de eerdergenoemde Sticky Toffee Pudding. 

Ik ben na het lezen van al deze zaligheden weer helemaal verkwikt en brouw de stroperige dadelcake. Komaan, dan ook maar een Oudehornse variatie op een Irish Stew in de kookpot. Het hele huis wordt behaaglijk warm door de pruttelende vleesschotel en de zoete geuren uit de oven doen me bij voorbaat watertanden.
 Als ik later op de middag in de gestaag neerdalende regen de stal ga uitmesten en de honden over het erf laat rennen, heerlijk door de plassen spattend, zie ik opnieuw het Britse eiland voor me zonder dat er foto’s in het kookboek staan.

Ik ruik de heerlijke lucht van dadelcake, warme stroop en suddervlees vanuit het keukenraam. En dan gaat er, in de stromende regen van gedachten, ineens een lichtje branden. Ik ga een nieuw recept ontwikkelen dat geïnspireerd is op al deze overpeinzingen. Het moet vullend en warm zijn, een maaltijd waarin zacht, zoet en ondeugend met elkaar om de eer strijden. Het moet bij ons passen zoals we leven en zijn. Als ik alles op een rijtje heb, zal ik op een vroege zondagavond, nadat de ezels op stal staan en de honden op hun kleedjes slapen, de tafel dekken. En dan komt daar dat verrassende gerecht uit de oven. Dampend, geurend en aanlokkelijk. Een stevige korst, gevuld met licht gestoofde groenten, romige feta en een hint van mint. Een rasterwerkje van knapperig deeg maakt het af. En als ze vragen: “Wat is het?” Dan zal ik zeggen: “Kijk eens! Een authentieke, Oudehornse “Pup in the Bench!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *