23 mei. Kijken op mijn rug.

Alhoewel het maar niet echt lekker lente wil worden, hebben we eigenlijk hier in Friesland vandaag niet eens te klagen. Waar het elders in het land echt grijs is en er zelfs hagelbuien gesignaleerd zijn, heb ik al vroeg van een woest aantrekkelijke wolkenlucht kunnen genieten. Dat is iets wat me vroeger in de stad niet zo opviel. Die stapels wolken, dat brede gewelf boven ons waar zich van alles afspeelt wat wij als nietige kleine mensjes niet in de hand hebben. We sturen mannetjes naar de maan, we kunnen heel veel manipuleren en we kunnen voor een groot deel beslissen over leven en dood, maar we kunnen Godzijdank nog niet de natuur onze wil op leggen. Als de zon schijnt, dan is dat zo, zijn de seizoenen in de war, dan heeft niemand daar wat over te zeggen. De adembenemende vergezichten in de lucht krijg je gratis. Als je het wilt zien.

DSC_1979 (2)

Vandaag wilde ik het zien. Ik wilde stilstaan bij alles wat puur is en ons omvat, waar we geen grip op hebben. Want we hebben de ziekte van Gijs die ons omvat en waar we geen grip op hebben, maar die is vals en gemeen. Dat wil ik vandaag even niet zien.

Samen met één van de honden ga ik naar het veld vol boterbloemen. Ik ga languit op mijn rug liggen. Liggen kijken. Naar een schouwspel dat nooit kan vervelen omdat het voortdurend in beweging blijft. Botergele bloemen op dunne steeltjes die dansen op het meest kleine briesje. Wolken trekken over alles heen. Witte wollen watten. En grijze bergen van dreigementen. Toch blijft het blauw blijft zegevieren met het geel eronder.  Primaire kleuren.

DSC_1991 (2)Het gras heeft het meest heerlijke aroma. Omdat ik het kneus door erop te gaan liggen. Ook zoiets gemeens; het ruikt zo heerlijk omdat het breekt en knakt. Moet het dan werkelijk zo? Iets moet kapot wil je iets moois terugvinden? Ik voel warmte van de zon die tussen de watten doorbreekt. Het is rustig om me heen, het hondje knaagt op een tak. Ik word zelf ook rustig, zink weg in het zonnige gele bloembed. Mijn gedachten stoppen met even jagen en zeilen kalm langs de blauwe hemel mee met de witte, grijze, zachte wolken. Kon het maar zo blijven. Maar de donkere lucht omklemt de wereld en het wordt kil. Ik sta op, roep de hond. We gaan naar binnen. Daar is Gijs en daar zijn de andere honden. En het is er warm.

DSC_2001 (2)

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *