augustus 2017

Ik ben boos op je geweest, Gijs. Boos dat je er niet was tijdens deze ingrijpende fase in het leven van je dochter. Ooit een verhuizing met een koffer, een bakkerskar en vier zware tassen met het openbaar vervoer gedaan? Op een dag dat Prorail besloot het hele tussenstation plat te leggen, zodat er met snelbussen via notabene “Kampen-Zuid” gereisd moest worden? Met een van de spanning bijna huilend kind? Laura maakte het wat gemakkelijker voor ons door naar Almere te komen, waar ze haar zus met tassen, pakken en koffer overnam zodat ik weer terug kon gaan reizen, omdat ik alle honden niet een dag alleen wilde laten; via Kampen-Zuid met de bus, die vanwege een ongeluk op zich liet wachten. Om er achter te komen dat ik mijn fietssleutel verloren had. Een verhuizing waar we later met een grijns op kunnen terug kijken (Hebben wij weer gehad.. het zal eens makkelijk gaan, maar het is gelukt.. ook zonder vader-die-zijn-kind-naar-haar-eerste-studentenkamer-brengt)  Maar nu was het eigenlijk alleen maar zwaar en zelfs verdrietig.

verhuizing bed af

In een koortsachtige drang om te ontsnappen uit het mausoleum van mijn huwelijk, ben ik gaan schuiven met meubels, met herinneringen, met illustraties van wat eens was. De hoek in de tuin waar talloze spullen staan “voor de stort” wordt per dag groter. Zakken vol materiële zaken, die ik nu als “rommel” aanzie. Kopjes zonder oor en schoteltjes met scherven eruit, serviesgoed dat we ooit samen kochten toen we een espresso-apparaat aanschaften. Het apparaat hebben we een twee jaar later, nauwelijks gebruikt, weer door verkocht. Het kostte meer tijd om daar twee kopjes koffie in te maken dan een hele maaltijd te koken voor drie personen. In deze tijd is het de beurt van het koffieservies, dat definitief een plek in een vuilniszak vindt. Inclusief de koffiepot die nauwelijks gebruikt is maar wel een landkaart aan scheuren vertoonde. Een doos vol glaswerk dat niet gebruikt wordt: “leuke” likeurglaasjes uit alle windstreken, verzamelen was een hobby. En al die boeken die gekocht werden op een rommelmarkt, nadat we zelf dezelfde boeken op een rommelmarkt probeerden te verkopen. Ze gaan echt weg. Ik reduceer twee kasten vol CD’s en boeken en een niet meer gebruikte geluidsinstallatie tot een kast waar alles in past; CD’s die ik misschien zelf nog wel draai, boeken die ik misschien zelf nog wel inkijk en ik haal de MD speler tussen de apparaten uit. Er zijn geen MD’s meer waar ik ooit naar zal luisteren. Het geeft ruimte.

Ik ga verder met ruimte creëren. Het zware eiken bureau wordt verruild voor een jaren zestig schooltafeltje met dito draaistoel dat ooit in het “hoofdenkamertje” van mijn moeder stond toen ze “Hoofd ener B.L.O. school was.” Smal, eenvoudig, doeltreffend. Het hoge ladenkastje wat Gijs en ik op de kop tikten in een tweedehands winkel en op de lijst stond om bij de stort gedaan te worden, de laden allemaal al leeg, zet ik toch weer in de kamer neer. Naast een bureau heb ik wel laden nodig. De eettafel krijgt een plek voor het raam. Als ik alleen eet, hoeven er geen zes stoelen omheen te staan. En voor de sporadische keren dat we met een groot gezelschap aan tafel gaan, nog altijd niet meer dan zeven of acht personen beslaand, kunnen we stoelen bij zetten en de tafel een stukje opschuiven. Het scheelt meters.

Van mijn verjaardagsgeld van een vriendin en mijn schoonmoeder bestel ik een aantal proefbusjes verf van het merk waar ik eerder mijn slaapkamer mee heb geschilderd. Anders dan anders… blauwtinten. Kleuren die niet eerder in ons leven pasten en die wel passen bij de grijsgroene tint van het houtwerk, dat we bijna tien jaar geleden hier zelf aanbrachten. Ik schilder een kozijn in: “Greek Blue,” nadat ik de ramen heb gezeemd en de braamranken die tot de bovenste plinten waren gegroeid met grof geweld heb gekapt, alsof ik de prins was op zoek naar het overwoekerde slot van Doornroosje. Greek Blue bevalt me. Ik schilder het hele busje leeg.

voor na

Om niet in de ontstane stilte te verdrinken, blijf ik doorgaan met schoonmaken, schuiven, schilderen, weggooien en leegmaken. Tot diep in de avond, alleen onderbroken door de noodzakelijke wandelingen en verzorging van het roedeltje honden dat -naast mijn eigen groep- hier logeert. Het is goed weer, ze zijn de hele dag buiten als ze moe zijn na hun uitjes en liggen loom op het terras in de zon.

De donkerrode bakstenen muur weerspiegelt de voortdurend dreigende somberheid in mijn hart. Pijn doet het om te denken aan wat Gijs erover zei, toen we hier kwamen wonen. Hoe opgetogen we waren dat het zo’n mooie oude sfeer gaf. Ik kijk in mijn proefbusjes naar een lichte, zonnige kleur. En begin alles van de muur te halen. De spiegel, de fraai ingelijste, maar somberdonkere Degasdanseressen die ik kreeg na 12 jaar dienst in het theater, de collage die Lizzie’s vriendinnetjes maakten na het overlijden van Gijs, de laatste gezinsfoto op hout van onze “Stichting-Golden-Age vrienden” de dure, originele Toulouse Lautrec-prent die ik voor Gijs uit Amerika had laten overkomen, alles dat een spoor zeer doet gaat eraf. En er gaat een okerkleurige verf op. Plaats voor andere platen, die weliswaar uit een nog verder verleden komen maar die meer bij mij horen dan bij mijn gestorven huwelijk.

muur voor muur na

Ook de houten keukenkast – op een brocante in Frankrijk samen gekocht en door Gijs met liefde op een aanhangertje naar Nederland gereden, door een loogbak gehaald waardoor hij voorgoed zijn luister verloor- de kast die ik niet weg kan doen, krijgt een derde leven in het klompenhok, waar hij past alsof hij er hoort. De kale keukenwand krijgt ook een proefblikje verf: Duck Egg Blue, een kruising tussen het blauw van de kozijnen en het groen van het hout. De werkbank met hondenvoer gaat er tegenaan, de gezinsfoto met al de blauwe kleuren hang ik erboven en kijk.. weer een andere sfeer.

keuken

En dan is de verf op, mijn opruimwoede op, de meubels en versieringen op, het geld op en overvalt de afwezigheid van Lizzie en Gijs me zo hard dat er een avond is waarop ik niets anders kan doen dan huilen. In mijn eentje. De ruimte om me heen klinkt hol. Mijn hoofd zit vol en mijn leven is leeg, ondanks de vele honden en alle lieve mensen op afstand. Ik moet wennen aan mijzelf. En mijn eigen slingers ophangen…

032

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *