Tweede tournee naar toen.

Enkele maanden geleden merkte ik dat ik loodrecht in een depressie terecht was gekomen. Ik kon niet meer ontroerd raken, zelfs de twee weken in mijn dierbare Schotland lieten me niet voelen wat ik hoopte, ik had voortdurend een conversatie in mijn hoofd:

Kijk, lieverd, ik kan het al een paar jaar zonder jou, met hulp van al die lieve mensen die me opvangen als ik dreig te vallen.. Ik onderneem zelfstandig van alles, ik ben in staat om voor mezelf en de honden te zorgen, de kinderen zijn uitstekend op hun pootjes terecht gekomen, ik heb zelfs op een Schotse bruiloft gedanst.. hoeveel meer moet je zien om terug te komen?

En toch nam ik die opdracht aan om met mijn hervonden jeugdvriendin op tournee te gaan. Maar het deed me in de eerste instantie nog niet warm lopen. Het voorbereidende dagje werken in mijn oude theater bracht me niets, ondanks dat het leuk was om oude collega’s en vrienden weer eens te spreken. En ik ontdekte dat kennis niet verloren gaat. Maar na een aantal uren merkte ik dat ik de magie, zoals ik me het herinnerde van “vroeger” niet voelde. En ik ging halsoverkop naar huis, naar de merkwaardige mengeling van isolement, hondengebeuren, afgewisseld met de contacten met mijn zo onontbeerlijke, lieve vrienden.

Want: ik had jou er niet mee terug. Was ik daar heimelijk naar op zoek geweest? Was dat hele plan om als belichter te fungeren alleen maar om jou dichterbij te halen?

Eigenlijk begon ik met een zwaar hart aan dit avontuur. De honden werden tijdens mijn afwezigheid fantastisch verzorgd, ik had een persoonlijk reisschema en ging zonder verwachtingen naar het eerste concert waar ik de kunst van mijn voorganger zou afkijken. Met de ervaring van mijn lege gevoel tijdens de vakantie, het wat sombere Flint-gebeuren en de afschuwelijke decembermaand, stelde ik me er niet erg veel van voor.

Toen ik voor de eerste keer het lege toneel opliep, mijn “collega’s” B. en M. begroette en de belichter een hand schudde, brak er iets van mijn vage weerstand af. Ik herkende de man. We hadden ooit samen aan een dansvoorstelling gewerkt. De technici van het theater waren niet bepaald onder de indruk dat ik er zolang uit was geweest. Ik kreeg onvoorwaardelijk het voordeel van de twijfel en kon wat acclimatiseren zonder dat ik me ongemakkelijk voelde. De spots, de afstopping, de lichtcomputer, dat allemaal was niet anders dan dat ik gewend was en het was precies zoals mijn dierbare oud-collega me had weten te voorspellen: “Als je het lichtplan voor je hebt liggen, weet je weer precies wat je er mee kan..” Daardoor begon ik me opvallend prettig te voelen en merkte dat ik zelfs het ”oude-jongens-krentebrood-jargon” van technici onderling oppakte. Waardoor er ogenschijnlijk tientallen jaren wegvielen. Want dat bleek allemaal nog hetzelfde.

De ontmoeting met de muzikanten was eenvoudig. Vriendin en collega M. stelde me aan hen voor en  zij leken niet verbaasd dat er een vrouw van vergevorderde middelbare leeftijd plaats zou gaan nemen achter de lichttafel. Ze legden hun licht zonder enige zorg in mijn handen.

Tijdens het concert zat ik met B en M en de belichter in de zaal, iets wat ik voorheen vrij weinig gedaan had. Licht,- en geluidstechnici hoorden in de regiecabine in mijn tijd en de voor mij niet gewone interactie met het publiek was iets waar ik aan moest wennen.

Tegelijkertijd bedacht ik me, terwijl B. mijn belichtende collega af en toe een cue gaf, dat dit soort samenwerking me verliefd deed worden op jou. Samen zij aan zij, ieder met een mengtafel voor ons en over en weer elkaar cues gevend welke muzikant of zanger een extra versterking of speciale spot nodig had. Zo samen.

Bij die herinnering kreeg ik kippenvel. Het was een onverwacht sterke emotie, sterker dan ik in tijden gevoeld had.

Het concert ontroerde me. De muziek maakte dat ik een enthousiaste kriebel bespeurde. Dat waar ik vroeger intens van genoot: musici, toneelspelers, cabaretiers, zangers, dansers die  onveranderlijk gepassioneerd hun talenten tonen, dat zag ik zich nu weer ontrollen. Muzikanten die plezier hebben in wat ze doen. In combinatie met de kwikzilverachtige en uiterst getalenteerde zanger en zijn pianist was het geweldig.

Na afloop, nadat we met de “technici van het huis” alles hadden afgebroken en het toneel net zo leeg was als in de ochtend toen ik binnen kwam, (iets wat me altijd heeft ontroerd, theaternomaden die een sprookje bouwen en afbreken..) werd ik uitgenodigd om mee te gaan eten. Er waren een paar bandleden die in de buurt woonden en zo bevond ik me later in een typisch Indisch eethuisje, waar felle TL lampen de make-up van de Indonesische dametjes verdiepten en waar de formica tafels met papier bekleed waren. Ook dit bracht me wonderlijk terug naar vroeger. Een nog vroeger vroeger. Van toen ik met collega’s mee ging eten na een voorstelling.

Een vroeger van ver voor jou…

Ik at lekkere dingen. Ik dronk een glas wijn. Ik luisterde naar mensen die ik enkele uren daarvoor niet  kende. Ik genoot van de maaltijd en de humor. Ik lachte, hardop, bevrijdend. En zonder enige reserve stapte ik in een oude Citroën naast een muzikant met wie ik- zo bleek uit ons ontspannen gesprek – decennia terug mijn opleiding heb gedeeld.

De rommel in de auto had de jouwe kunnen zijn, lieverd. Zijn levenslust ook. Je had hem gemogen.”

Vier dagen later was het zware hart er niet meer. Integendeel, ik reisde luchthartig naar Hoorn en verheugde me erop om de mensen weer te zien, het licht te doen en zo als vanouds deel uit te maken van een concert waar het publiek van zou genieten.

Opnieuw was ik verrast door het gemak waarmee ik me tussen de technici voegde, hoe eenvoudig het  was om de lichtstanden in de computer te programmeren en om te weten dat er ergens een thuis was met een roedel honden. Ver van het toneel waar ik met nieuwe collega’s me de komende uren met muziek en licht moest bezig houden.

Het ging goed. Het concert was mooi. Het publiek was enthousiast. Tevreden verliet ik in de nacht het theater. Een klein stukje knagend gemis wat ik onmiddellijk herkende als “het zwarte gat,” reisde met me mee.

Halverwege de week die tussen de concerten lag, kreeg ik een berichtje van M. Ze stuurde me filmpjes van het optreden en dat vond ik heerlijk. Want ik kon er naar luisteren, ik kon het bestuderen om te zien waar ik de lichtstanden kon verbeteren. Ook kon ik de muziek mee zingen. Hardop en vrolijk. Nieuw en tegelijkertijd bekend. In het berichtje schreef ze: “Een van de muzikanten vroeg me om je te zeggen dat hij blij was met jouw licht. Hij vindt het mooi..” Dat maakte me nog vrolijker. Het gaf me inspiratie en zorgde ervoor dat ik met veel plezier het lichtplan voor het volgende concert ontwierp. Met een zingend hart reisde ik er naartoe.

Naar de Schouwburg waar jij en ik, lieverd, op zijn zachtst gezegd bijzondere herinneringen aan hebben. Waar wij samen iets beleefd hebben wat niemand ons heeft kunnen nadoen. Een ervaring waar onze mooiste productie ooit uit voortkwam.

Elke stap die me dichter naar dat theater voerde bracht me dichter bij die herinneringen. Een bijzondere confrontatie.

En hoe merkwaardig was het dan dat ik tijdens het gebruikelijke voorstelrondje de handen schudde van mannen waar zowel jij als ik destijds mee hebben gewerkt? Hoe toevallig was het dat ze mij nog kenden, als vrouw van jou? Het zette me op een andere plaats. Niet zomaar een anonieme middelbare vrouw die het licht van de band doet.. nee, jouw weduwe die haar oude werk tijdelijk oppakt waar ze  ooit als “meisje van de Arri” naam mee had gemaakt. Nieuwe ervaringen in een oude setting.

Weer was het “onder ons” louterend. Als een warm bad.

Tijdens het concert ontdekte ik dat ik – dankzij de filmpjes – echt ingespeeld raakte op de cue’s van mijn geluidscollega en vooral op de muzikanten zelf. We hadden van tevoren met een groepje gegeten en tijdens de sound-check had ik genoten van hun slappe muzikantengrappen.

Die humor van jou. Waar ik zo lang niet meer om heb gelachen.

De dag na dit concert kwam er een dimensie bij die ik niet had zien aankomen. We stonden in een prachtig theatertje waar een heel andere manier van belichten gevraagd werd omdat er niets van spots conventioneel was en waar ik dus niet eerder mee gewerkt had. Gelukkig wist ik dit niet van tevoren, anders had ik er tegenop gezien want belichten met ledlampen en een daarbij behorende computer was een uitdaging. Maar de technici van het theater waren trots op hun materiaal en namen alle tijd om me goed te instrueren. Ik verbaasde mezelf door het zo interessant en leuk te vinden dat ik in mijn handen kneep van blijdschap. Het lichtplan was totaal anders dan wat we oorspronkelijk hadden ontworpen en in combinatie met het charmante halfronde toneel en een opstelling zonder zanger en pianist, was het helemaal nieuw. Tijdens de soundcheck kwam de muzikant/manager naast me zitten en vroeg me of ik bij hen wilde blijven als er weer een belichter nodig was. Want ze waren blij met me. Ik weet niet wat ik gestameld heb, het overviel me. Vooral het lichte gevoel in mijn hartstreek.

We gingen naar een Italiaans restaurantje met de hele groep. Ik zat tussen bij de mannen met wie ik een klik had vanaf het begin. Zoals gebruikelijk werd de maaltijd gekruid met sterke verhalen, flauwe gein en bijbehorende lachsalvo’s. Maar ineens kwam het gesprek op “dromen najagen.”

En ineens, lieverd, was jij daar.

 Ik schetste een droom van een opname-studio in een Franse watermolen. Over gevolgde cursussen, hoe een bestaan op te bouwen in het buitenland. Over plannen om een huisje te verbouwen voor muzikanten en bands die daar hun CD’s zouden opnemen, hun concerten konden voorbereiden, hun nieuwe materiaal konden repeteren. Ik vertelde en vertelde. De sfeer aan tafel leek te veranderen, werd ingetogen, werd vreemd vertrouwelijk.

Ik vertelde over jou. Over onze dromen. Aan hen.

 Ze luisterden. Om in belichterstermen te spreken, het voelde alsof de bundel om ons heen  kleiner werd, warmer en intenser. Een spotje op ons groepje, terwijl de mensen om ons heen allemaal zaten te eten en het geroezemoes door ging. Ik gaf na mijn verhaal het stokje door aan mijn buurman en met een kwinkslag ging de lichtstand terug naar de eerdere helderheid. Want hij illustreerde zijn droom die voornamelijk over muziekmaken, reizen en meisjes ging, met een geestige toon. Toch was mijn verhaal blijkbaar blijven hangen. De muzikant tegenover me keek me zo intens en onderzoekend aan toen hij vroeg of ik spijt had dat onze droom nooit was uitgekomen, dat ik naar adem moest happen en me bijna verslikte in een stuk pizza.

Want ik was even alleen met jou, met hem en deze herinnering.

Deed het pijn om onze droom zo in deze tegenwoordige tijd te integreren?

Deed het pijn om te praten over jou?

 Ik weet het eigenlijk niet. Ik weet alleen dat ik diep ontroerd was.

Bij de volgende voorstelling was het opbouwen opnieuw buitengewoon gezellig en het verliep allemaal heel vlot. We hadden veel tijd over zodat we uitgebreid konden eten in het theater zelf, waar voor ons gekookt werd en een grote tafel was gereserveerd. Vanzelfsprekend zat ik in hetzelfde groepje als de vorige malen waardoor onze gesprekken zich leken te vervolgen en we gemeenschappelijke voorkeuren bleken te hebben die we met elkaar deelden. Maar ook de afwisseling van gekke anekdotes en bijzondere herinneringen deelden we, net als het stokbrood en het karafje water. We konden uitgebreid natafelen en ik genoot van hun gezelschap.

Het “zwarte gat” van “na de productie,” een bekend theaterfenomeen, ligt op de loer en ik kijk niet naar het laatste concert uit. Geen lichtplannen meer intekenen, geen reis naar een andere stad, geen leeg toneel dat we gaan bevolken, geen gezellige etentjes in leuk gezelschap, geen luchtige sfeer van saamhorigheid, geen eigen plek in een technische mannenwereld. Het is altijd pijnlijk, dat gat en wat heb ik dat vaak met weemoed overleefd. Ik besef dat dit een periode is geweest om met warmte op terug te kijken. Het heeft me meer moois gebracht dan ik voor mogelijk achtte. Het afscheid ervan doet al bij voorbaat pijn.

In zekere zin heb ik je  weer even kunnen “aanraken” door hetzelfde te beleven wat we in onze theatertijd samen zo intens beleefden. En waardoor we verliefd op elkaar werden. Ik heb iets hervonden wat ik dacht voor altijd kwijt te zijn.

Het heeft me tegelijkertijd een vorm van angst gegeven. Angst om opnieuw iets goeds te verliezen, angst om iets goeds op te bouwen. Ik voel weer. Ik ga met nieuwe herinneringen terug mijn leven in. En laat iets van mijzelf achter. Achter een lichtcomputer. In een schaterlach. Op een toneel. In mijn huidige “verleden.”

Onherroepelijk was “de laatste” aangebroken. Ik moest ervoor een dag eerder overnachten omdat ik anders nooit op tijd zou komen. Hoe merkwaardig is het om in een luxe hotelkamer in de ochtend in bed koffie te drinken, kijkend naar het nieuws op TV, als een totaal ander mens dan de vrouw die ’s morgens door een luid geeuwende hond wordt gewekt die daarna met een slof in zijn bek de dag kwispelend voor geopend verklaart.

Het was fris, lente-achtig zonnig toen ik voor de laatste keer naar het theater liep, door een nog slapend stadje waar de kerkklokken zongen. Binnen in mij zong het ook lente, terwijl ik niet uitkeek naar het einde van de dag… naar het afscheid dat zou gaan komen.

B. en M. waren er al en na het gebruikelijke voorstelrondje dronken we koffie met de theatertechnici. Ik kreeg het lichtplan toegeschoven maar haalde uit mijn koffertje het al ingetekende en voorbereidde exemplaar, wat duidelijk waardering oogstte van de toneelmeester.

Omdat het een matinee was hadden we minder tijd dan de voorgaande keren. Het inhangen en stellen van de lampen ging echter naadloos en snel, dus toen de muzikanten binnen druppelden was ik aan hun “speciaaltjes” bezig. Dat leverde een andere dynamiek op. Het toneel was nog van mij en zij plaatsten hun instrumenten tijdens mijn “Tikkie op, wat kleiner, beetje onscherp op de lens, toch nog iets duiken. Vast. En 195 erin..”

De beide theatermannen gingen naar het kantoor nadat alle spots gesteld waren en ik achter de lichtcomputer gesetteld was. Nee, ik had geen hulp nodig. Ja, daar waren ze blij mee, want zodoende hadden ze de tijd voor hun lunch. En omdat het programmeren soepel en snel ging, kon ik zelf ook bij hen een broodje eten.

En opnieuw kwam jij langs in mijn gedachten. En in het gesprek. En opnieuw was dat niet raar, sterker nog, het riep een anekdote op waaruit jouw humor sprak en waar we hartelijk om moesten lachen. Ik zag hun grijns om jouw grappen. En daardoor jouw grijns.

Het concert werd een mooi einde van het tournee. De zaal was goed gevuld en de muzikanten leken onderling afgesproken te hebben dat ze met veel enthousiasme diverse improvisatiemomenten zouden aangrijpen om zich van hun beste kant te laten horen. Daardoor moest ik ook improviseren en hen van hun beste kant laten zien. Uiterste concentratie, geen andere gedachten mogelijk. Voortdurend bleef ik met hen mee ademen zodat ik kon anticiperen op elke nieuwe verrassing die ze brachten en hen daardoor individueel tot hun recht kon laten komen. De chemie die er tussen de muziek en het licht ontstond, golfde over het publiek heen als een intiem gesprek. Zodra er een solo ingezet ging worden zag ik dat door hun lichaamstaal aangekondigd worden zodat ik al voor de eerste noten het licht mee kon laten groeien. Dit was de magie waarnaar ik had gezocht. Dit was het innerlijke juichen. Ik had het terug gevonden.

Nadat we hadden afgebroken en het voorlopige afscheid van de muzikanten een feit was, stapte ik bij B en M in hun kleine autootje. We hadden besloten om met zijn drieën de dag samen te rekken, nog even ergens te gaan eten om dit avontuur af te sluiten. En om onze verwondering aan elkaar uit te kunnen spreken van hoe bijzonder het allemaal gegaan is. We wandelden wat door een charmante stad en streken uiteindelijk neer in een gezellige eetgelegenheid waar onze vriendschap steviger gesmeed werd omdat we elkaar zo veel te vertellen hadden en zoveel raakvlakken ontdekten.

Het is geen afscheid. Er is geen “laatste” voorstelling geweest. Het zal geen 18 jaar duren eer ik weer in een theater een lichtplan ontwerp. En B. en M. gaan mee naar wat volgt.

Ik mis je, dat is niet veranderd. Ik hou zoveel van je dat het pijn doet. Maar ik heb een deel van mezelf hervonden, het deel dat ik verloren ben geraakt ergens op de weg naar onze toekomst samen. Het deel van mijn persoonlijkheid wat me vormde tot theaterdier. Er is weer angst voor verlies en afscheid. Zoals voordat ik jou verloor. En er is vertrouwen terug gekomen in mijn huidige vriendschappen. En in nieuwe. Dat samen maakt me meer compleet dan ik was.

2 thoughts on “Tweede tournee naar toen.

  1. Esther

    Lieve Myr, wat fijn dat je ook hier weer schrijft. ♡
    Jouw lezen voelt alsof je er zelf bij bent. Zo puur, zo mooi..
    Fijn dat je ook hier weer terug bent. Xxx

  2. Marianne

    Wauw Myr wat kun jij schrijven zeg!!
    Het was gisterenavond al laat toen mijn I-pad leeg viel en haar oogjes sloot.
    Ik heb gelezen en gelezen tot het zwart werd letterlijk.
    Het voelde net alsof ik erbij was heel bijzonder!
    De avonturen in Schotland met Iona afgelopen jaar. Heel mooi om daar bij te zijn geweest al was het op papier.
    Dikke knuffel ik hoop dat je blijft schrijven en dat er voor jou vele mooie avonturen mogen komen waar wij deel van uit kunnen maken op papier.
    Tot heel snel xxx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *