Dag 11. 2 Juli, 12.00 uur, Falkirk Wheel.

Nauwelijks een half uur nadat ik mijn laatste telefoontje had gepleegd liep ik door een grote “Zara,” snel op zoek naar iets nieuws en leuks dat ik voor vandaag nodig had. Ik had er niet op gerekend dat ik een dag langer in Edinburgh zou blijven en ik had er zeker niet op gerekend dat ik op stel en sprong een afspraakje zou hebben met een aantrekkelijke, Schotse muzikant. Toen ik hem sprak hoorde ik wie het was want hij had een aankondiging gedaan voor een door hem gearrangeerd nummer. Ik herinnerde me de donkerblonde, knappe verschijning in zijn goed gesneden colbertje en toen ik naar de foto op het kaartje keek en het gezicht bij de naam ontdekte, was ik een beetje onder de indruk. Hij moest minstens zo nieuwsgierig zijn geweest naar mijn verhaal als ik naar het zijne, want hij had meteen voorgesteld om elkaar te treffen. De ontmoetingsplaats was wat merkwaardig. We hadden afgesproken bij de Kelpies, de enorme kunstwerken van paardenhoofden die elke toerist gezien moest hebben, een uurtje rijden van de stad. Maar van daar kon ik rechtstreeks doorrijden naar Mick, dus op zich was het voor mij gunstig.

Ik koos een simpel rood rokje tot net over mijn knie met een soepele zomertrui erover en was blij dat ik mijn sneakers had meegenomen voor in de auto. Mijn hooggehakte korte laarsjes leken me onder deze nieuwe outfit niet zo geschikt. Nadat ik me in het toilet van een grote Marks en Spencers had omgekleed en met een snelle haal wat mascara en een vleugje lipgloss op had gedaan, haalde ik de Fiësta uit de garage en was op weg naar Falkirk. Ik zou eindelijk een Lockhart gaan spreken die ik zelf gevonden had. En wat voor een.

Het was druk toen ik op de parkeerplaats bij The Falkirk Wheel aankwam. Het pad naar de immens grote stalen paardenhoofden voerde over allerlei houten bruggetjes en op sommige plekken waren ze zo smal dat de drommen toeristen in rijen achter elkaar liepen. Ik wilde er langs, op mijn horloge kijkend als het witte konijn uit Alice in Wonderland, maar er was geen doorkomen aan. Eenmaal op het terrein leek de drukte zich wat op te lossen. Hele groepen mensen gingen naar de waterkant waar narrow-boten lagen, maar ook de tearoom werd druk bezocht omdat er veel kinderen waren en er ijs verkocht werd. Onder een van de gigantische paarden zag ik hem al staan, Craig Lockhart. Hoe was het mogelijk dat hij me gisteren nauwelijks was opgevallen? Ik liep op hem toe omdat ik hem wel herkende maar hij mij niet en moest even naar adem happen toen ik zijn hand schudde. Want hij was meer dan aantrekkelijk. Hij was waanzinnig knap. En had de meest overrompelende lach die me rechtstreeks verleidde. Dat was niet volgens plan.

Hij loodste me langs de jengelende kinderen en vermoeide grootmoeders naar een soort houten huisje waar het opvallend leeg bleek. “De gemiddelde bezoeker wil eigenlijk niet eens weten waarom de Kelpies hier staan, dus deze informatiekiosk is lekker rustig. Thee?” vroeg hij terwijl we aan een tafeltje gingen zitten. “Liever koffie.” stotterde ik. Hij grijnsde een charmante grijns. “Natuurlijk! Ik ga het even halen.” Ik keek hem na terwijl ik een verdacht bekend gebons in de buurt van mijn hart voelde. Mijn hemel, dit was echt niet wat ik nu kon gebruiken. Ik dwong mezelf serieus te blijven en niets van mijn verwarring te tonen, toen Craig terug kwam met een blad met twee grote koppen koffie en twee stukken van een soort dikke mueslikoek. “Flapjack.” verklaarde hij. Even dacht ik dat het een raar scheldwoord was, maar toen begreep ik dat de koek zo heette. Hij ging tegenover me zitten, keek me onderzoekend aan met een paar prachtige diepblauwe ogen en vroeg: “Wat kan ik voor je betekenen?” Ik was even van mijn stuk gebracht door de vraag, maar hernam mezelf. Ik was aan het werk, hield ik me in stilte voor. Hij hoefde niets voor me te betekenen.

Ik legde mijn missie uit. Ik gaf aan wat ik had gevonden en vooral, wat ik nog niet had gevonden. Ik vroeg hem of hij familie had die uit Cannich kwam, of er Donalds bij waren en terwijl ik het zo vertelde vond ik het erg onnozel en onsamenhangend klinken. Ik leek wel een bewonderaarster die een smoes had bedacht om haar idool te spreken in plaats van een zelfverzekerde buitenlandse journaliste die een privé-detective-opdracht had. Craig nam een slok van zijn koffie, beet met zijn mooie, regelmatige gebit een stuk van zijn flapjack af en bleef me zo intens aankijken dat mijn knieën onder de tafel knikten. “Nou, Jaimie (dat is een Schotse naam, overigens) ik zou je graag willen helpen, maar ik ben niet van een Lockharts-tak uit Cannich. Mijn vader is geboren in Newcastle, dus eigenlijk ben ik niet eens een Schot. Ik ben een Geordie.” Hij lachte zijn ongelooflijk leuke lach en zijn ogen lachten mee. “En je grootvader?” probeerde ik nog. “Hmm, geen idee. Vast ook uit Newcastle. Ik wil het met alle plezier voor je navragen aan mijn vader. Eigenlijk heb ik me nooit zo bezig gehouden met onze genealogie, misschien zou ik het eens moeten doen. Het lijkt best interessant. Als er zulke leuke genealogen zijn.” Weer viel ik voor zijn lach. Ik haastte me te zeggen dat ik alles behalve interesse had in genealogie in het algemeen, maar dat deze familie in het bijzonder slechts mijn opdracht was. “Oke, Jaimie, ik plaagde je maar. Toch denk ik niet dat je wat mij betreft op het goede spoor zit, alhoewel ik natuurlijk best zou willen weten wat het is, dat “jouw” Lockhart junior gaat krijgen.” “Ik weet het ook niet. En, hij is niet van mij.” verbeterde ik hem. Hij gaf me een knipoog. “Dat weet je niet. Misschien wordt hij het wel. Dat zou wel jammer zijn..” Hij leek me opnieuw te plagen en ik voelde me steeds meer een tienermeisje dat voortdurend bloosde. Voor Craig leek het hiermee klaar, althans, zijn aandeel in de Lockhart-affaire, zoals hij het noemde. Hij ging over op andere zaken, vroeg me naar mijn leven in Amsterdam. “Ik heb er ook wel eens gespeeld, in het “Concertgebouw” vertelde hij en zoals hij het woord “Concertgebouw” uitsprak deed mijn knieën weer knikken. Ik was blij dat ze onder de tafel zaten. Ik vertelde wat over Amsterdam en mijn vrienden daar maar verzweeg wijselijk de aanwezigheid mijn hippie-achtige ex. Ik begreep dat Craig al sinds zijn kindertijd klarinet speelde, zijn opleiding aan The Royal Conservatoire of Scotland in Glasgow had genoten en in Edinburgh was neergestreken waar hij voor verschillende bands speelde. En inderdaad leek hij absoluut niet op de man waarnaar ik op zoek was, bedacht ik me, zonder precies te weten hoe de man was naar wie ik zocht. ” Wat denk je, Jaimie? Laten we het hierbij? Of zullen we nog een toeristische wandeling onder de paardenhoofden maken? Gaan we elkaar nog een andere keer zien, ook al ben ik niet “jouw” Lockhart?” Ik begon zijn manier van plagen te begrijpen. Keek tersluiks op mijn horloge, de afspraak met Mick had ik niet afgezegd. “Laten we de paarden gaan bekijken, dan is het in ieder geval allemaal niet voor niets geweest.” schertste ik terug. Craig lachte zijn ontwapenende lach weer en daardoor merkte ik dat ik de juiste toon gevonden had. We slenterden naast elkaar naar de immense kunstwerken. Er was een rondleiding aan de binnenkant van de paarden mogelijk maar we waren net te laat en ik had te weinig tijd om te wachten voor de volgende. Craig stond erop dat we een foto lieten maken door een voorbijgaande toerist; “Voor als je jouw Lockhart hebt gevonden en mij vergeten bent.” zei hij en vroeg me naar mijn telefoonnummer zodat hij het kiekje kon doorsturen. We liepen naar de parkeerplaats en ik klikte de Fiësta open. “Dank je voor je tijd en de koffie.” zei ik stijfjes, terwijl we tegenover elkaar stonden omdat ik niet wist wat ik anders moest zeggen. Craig had in de eerste instantie minder woorden nodig. Voor ik het wist bevond ik me in een spontane omhelzing. “We gaan elkaar zien, want je gaat me op de hoogte houden van je zoektocht. En mocht je nog een keer een moppie muziek willen horen, bel me en ik vertel je waar ik speel.” Hij boog zich naar me over voor een doeltreffende kus op mijn wang. “En, ik wil je graag nog wat advies geven. Pas op voor de midges met je blote benen.” en toen draaide Craig Lockhart zich om en liep naar zijn auto, mij ademloos achterlatend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *