Dag 29. 20 juli. Kampioenschapsclubmatch.

Ik vertelde Marianne in het kort wat er gaande was. Ze begreep me omdat ze me al zo lang zo goed kende. “Kan het niet zo zijn dat Craig zelf ook gespannen is, of ongerust? Tot kort geleden was hij alleen maar een flierefluiter, een blije muzikant zonder complexe familie, laat staan met een onderzoekend vriendinnetje. Bekijk het eens van zijn kant. En wat is er nu eigenlijk veranderd? Hij moet 6 uur verderop papieren in orde te maken voor de notaris bij wie hij met spoed ontboden gaat worden. Goed, dat je hem daarop hebt kunnen voorbereiden. En hij moet een optreden afzeggen. Vervelend, maar overmacht. En, o ja, zijn hele leven staat ondertussen op zijn kop. Maar voor de rest gaat het best goed. Als jullie verliefdheid zo diep gaat als je zegt, dan moet je hem laten doen wat hij moet doen. Jullie kennen elkaar alleen nog maar in dat lekkere gevoel van verliefd zijn en elkaars lijf ontdekken. Maar elkaar ontdekken is ook elkaar leren kennen in lastige situaties. En dit is er een.” Ik moest even diep nadenken over haar woorden. Mijn dierbare, altijd wijze vriendin had gelijk. “Maak nu de heleboel af zoals je hebt aangenomen. Die andere leuke vent moet ook je ook nog even vertellen wat hem boven de bol hangt als hij bij die honden vandaan kan, zoek het papierwerk uit en stuur het naar je baas, schrijf dat artikel en kom dan gewoon terug naar huis. De Amsterdamse terrassen zijn minder gezellig zonder jou. Het is hier zomer, toevallig!” Zoals ze het schetste leek het veel te eenvoudig. Want in haar draaiboek moest ik een stuk van mijn hart achterlaten.

Ik zag dat Don en de voorzitter naar het midden van het terrein kwamen met een microfoon. “Ik denk dat de show gaat beginnen.” zei ik door de telefoon. “Jaimie? Maak je niet zo druk. Die ‘hunk’ van je is ook maar een mens. En ik wil over een paar dagen weer lekker op het Leidseplein met je kunnen kletsen, regel het maar. Hier zijn erg leuke jazzbandjes die vast een exoot uit Edinburgh willen hebben.” Ik moest onwillekeurig lachen om haar manier van troosten. “Luf joe.” zei ik. De voorzitter opende de speciale kampioenschapsclubmatch ter ere van 150 jaar Golden Retrievers en stelde de beide keurmeesters voor. Marianne lachte. “Gek gedoe, daar.” zei ze en we braken af.

De regen was overgegaan in een zacht buitje en eigenlijk vond ik het wel fascinerend wat er allemaal in de ringen gebeurde. Een exposant stond klaar met een hond, die werd dan aan alle kanten betast en bevoeld en in de bek gekeken. Vervolgens moest de hond dan keurig een driehoekje lopen en nog een keer op en neer en dan met een grote cirkel terug naar de lijn waar de andere honden opgesteld stonden. Tijdens de laatste cirkel werd de volgende hond alweer in positie gebracht. Als dan alle honden waren geweest, en soms waren het er wel twintig of meer, zocht de keurmeester er vijf uit die ze op volgorde van kwaliteit een plaats gaf met een daarbij behorende kleur rozet. En terwijl de honden dan de ring verlieten en er nieuwe binnen kwamen dicteerde ze een verslag over de eerste en de tweede hond. Don was bij me komen zitten en legde me van alles uit: het opstellen heette een line-up, het driehoekje lopen was zodat de keurmeester dan zag hoe de hond van achter, van opzij en van de voorkant liep. Hij wees me op een hond waarvan het gangwerk niet goed was. “Die gaat in telgang. Dat kan wijzen op een constructie-fout of op luiheid.” Na een paar “klassen” zoals de groepen heetten, vroeg ik aan Don of ik hem even over iets anders kon spreken. “Kom, we gaan een kop koffie halen.” zei hij en we liepen naar het Dorpshuis waar de muffins al bijna allemaal op waren. “Waarom moest Craig nu zo plotseling weg? Hij hoefde toch morgen pas in Edinburgh te zijn?” Hij keek onderzoekend naar me. “Gisterenavond laat werd ik gebeld door Malcolm, mijn opdrachtgever.” begon ik en vertelde de situatie. “Ik ga nu naar Inverness om alle officiĆ«le papieren te halen en als Malcolm dat binnen heeft dan krijgen jullie zo snel mogelijk een oproep, vermoedelijk voor morgen al.” Don was even stil. “Ik ga zo wel even mee, misschien krijg je mijn geboortebewijs niet zomaar als niet-familie-lid. Ik kan er een paar uurtjes tussenuit. Als het in Inverness snel gaat en we zijn nog voor de lunchpauze bij de burgerlijke stand, kunnen we binnen twee uur weer terug zijn, ruim op tijd voor de eindkeuringen.” Ik slaakte een zucht van verlichting. Don maakte het allemaal een stuk gemakkelijker.

Inderdaad waren we iets na half twaalf in Inverness. Don had gelukkig zijn legitimatiebewijs bij zich en kreeg heel vlot een uittreksel uit het geboorteregister, maar ik moest moeite doen om ook de gegevens van William en Craigs vader te krijgen. Met een telefoontje naar Malcolm die een aanvraag van de notaris door mailde, was het uiteindelijk toch sneller gelukt dan ik verwachtte. Er was binnen het gebouw van de burgerlijke stand een internet-plek met printers en scanners, zodat ik meteen alles kon inscannen en doorsturen. Om half een zaten we weer in de auto. En zat mijn taak er op. “En hoe nu verder?” was Don zijn vraag, dezelfde die mij voortdurend leek bezig te houden. “Malcolm gaat nu de afspraak regelen voor jullie. En ik maak dit weekend mijn verslag voor de Gazette af. En zal daarna terug naar huis gaan.” Hij keek voor zich uit en ik zag, net als bij Craig, een spiertje in zijn kaak trillen. Dat moest een Lockhart-trekje zijn ten teken dat ze gespannen waren. “En hoe verder met Craig? Je kunt me niet wijsmaken dat het klaar is tussen jullie.” “Nee. Dat hoop ik van niet..” mijn stem brak en het huilen dat vanmorgen nog inwendig was, klonk nu hardop. “Ach meissie toch..” zei Don en zette de auto stil op een kleine inham. Hij nam me in zijn armen en liet me huilen totdat ik het bizarre van de situatie inzag. “Waar ben je bang voor? Ik heb zo duidelijk gezien hoe stapelgek Craig op je is. Dat was geen flirt of iets leuks tussendoor. Ik ben hem niet, natuurlijk, maar ik kan me niet voorstellen dat hij je nu al wil loslaten. Hij lijkt juist zo blij je te hebben gevonden.” Ik snikte nog wat na toen ik rechtop ging zitten. “Ik ben bang dat deze hele toestand tussen ons in komt te staan. Hij ging inderdaad halsoverkop weg en ik heb geen idee wanneer we elkaar weer spreken.” Don diepte een enorme zakdoek vol hooi op uit zijn bodywarmer. “Natuurlijk zijn hij en ik niet hetzelfde en kan ik ook niet echt voor hem spreken. We kennen elkaar niet eens. Maar ik kan me zo voorstellen dat hij naar Newcastle wilde om ook met zijn vader te praten. Zou dat niet een juiste verklaring zijn? En.. een Lockhart eigenschap is dat we alles zelf willen doen. Zo min mogelijk dingen aan het toeval of aan anderen willen overlaten.” Hij had een punt, dat zag ik ineens. Ze waren beiden zelfstandig. Of, om met Craigs eigen woorden te spreken, hij was een “zelfredzame muzikant.” Don startte de auto weer, aaide me over mijn wang en beloofde me dat het goed kwam. De regen was nu helemaal opgehouden en een vaag zonnetje kwam door het wolkendek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *