Dag 29. 20 juli. Middag, Shinty Field, Cannich.

De knoop in mijn maag bleef onopgelost maar desalniettemin vond ik het hele showgebeuren interessant. Ik had aan Don gevraagd of hij al die honden ook persoonlijk kende. “Nee, alhoewel er een aantal zijn die ik qua stamboom ken. En sommigen herken ik wel aan hun hoofd of bouw, maar ik ken ze echt niet allemaal. Ik heb een idee wie er gaat winnen, maar dat is voornamelijk een kwestie van exposanten kennen. Het zou me dan ook niet verbazen als een van de buitenlandse honden het gaat worden, ik durf je bijna aan te wijzen wie.” Ik was verbaasd. “Hoe zit dat dan? Als je al van tevoren kunt zeggen wie er gaat winnen? Dat klopt toch niet?” Don lachte zijn leuke grijns die me rechtstreeks in de lach van Craig voerde. “Een prestigieuze hondenshow als deze is heel veel meer dan louter honden showen. Het is een soort jurysport waar erg veel passie mee gemoeid is. En vooral die passie kan tot minder sierlijke situaties leiden. Zie het zo: fokker A heeft een gerenommeerde kennel en een flink aantal goede kampioenen gefokt. Fokker B koopt een hond bij die kennel en dan is er al iets wat hen bindt. Ze vallen voor hetzelfde type. Gevolg is dan dat fokker B met haar hond naar de keurmeesters gaat waarvan ze weet dat ze van de honden van fokker A. houden. En voilà. Een volgende generatie kampioenen kan gaan ontstaan.” “Maar de anderen van het alfabet dan, met hun honden? Komen zij dan niet aan bod? Ze staan hier wel met een dikke tweehonderd.” Don haalde zijn hand door zijn stugge haren. “Ja, het is best ingewikkeld. De meeste exposanten willen winnen. Dat is onderdeel van dit soort sporten. Maar uiteindelijk zijn het toch voornamelijk de grote spelers die de hoge plaatsen krijgen. Als een hond internationaal heel hoog scoort zal hij dat blijven doen, er zijn dan weinig keurmeesters die om hem heen kunnen of willen. De sociale media hebben er ook debet aan, de wereld is klein. Als jij met je hond de hoogste plaats wint, dan ziet de hele hondenwereld dat. Niet alleen mede-exposanten en eventuele concurrenten, maar ook keurmeesters, die net als honderden anderen “vriendjes” zijn. Het is er niet leuker op geworden, zeg ik als ouwe mopperaar, maar we hebben het er mee te doen. Vaststaat dat de hond die vandaag zal winnen, ook echt wel een schitterend exemplaar is, ongeacht of het “terecht en zuiver” is, of niet. De hondententoonstelling is eigenlijk ontstaan om het publiek te laten zien wat de goede rasvertegenwoordigers waren om als ouderdieren te fungeren. Men kwam naar een tentoonstelling om kennis te maken met het ras en de fokkers. Nu is het een prestige-kwestie geworden, men wil zijn hond minstens tot kampioen maken want dat lijkt op een ticket naar naam en roem en goed verkoopbare nesten. Onder het mom van “het ras verbeteren.” Maar zeg nu zelf, je kent de geschiedenis misschien al beter dan veel mensen die hier aanwezig zijn en je weet waarvoor mijn oudoom Donny de Gele Retrievers fokte.. hoeveel moet er werkelijk verbeterd worden aan de hond die Sir Dudley voor ogen had? Door de huidige verbeteringen gaan we juist steeds verder van zijn ideaalbeeld af. Toch is dat natuurlijk niet allemaal zo zwart wit. Ik vermoed dat vandaag ook genoeg exposanten zijn die alleen al blij zijn om hier te kunnen staan. Die trots zijn op hun lieveling en hun honden graag laten zien. Ook al heeft hij zijn staart en zijn oren aan de verkeerde kant zitten. Maar lieve schat, ik ga je hier niet een hele lezing geven over wat een goede en geen goede hond is. Geniet van wat je ziet, de honden die hier zijn ingeschreven zijn stuk voor stuk honden waar de eigenaren in ieder geval gelukkig mee zijn en trots op zijn. Hier is een catalogus. Kijk ook eens naar de fraaie stamboomnamen. Alleen dat is al een genot om te zien!” Hij gaf me een klein boekje en ik bladerde het even door, zag inderdaad de meest klinkende namen. Ik zag ook de namen van de exposanten erbij en zocht chauvinistisch naar de Nederlanders. Er waren een stuk of tien. Een van hen was de jarige vrouw met de rollende hond. Hopelijk deed hij dat nu niet in de ring. De winnaar van de veteranenklasse in de reuen-ring was ook een Hollandse exposant. Ergens vond ik dat als medelander wel leuk.

De lunchpauze was voorbij en er waren nu wat grotere klassen aan de beurt. Ik had mijn stoeltje van de teven naar de reuen verplaatst, omdat ik die eigenlijk mooier vond. Imposanter, met brede koppen en stevige lijven. Als ik dan toch van Golden Retrievers moest houden omwille van mijn artikel, dan moesten het maar reuen zijn. Ik keek in het programma-boekje, of de catalogus, zoals Don het noemde, en zag dat we aan de “Mid Limit klasse” waren. Ik had geen idee wat het betekende, maar er was een reu die ik met mijn lekenogen prachtig vond. Een diep glanzende, goudkleurige vacht, een gangwerk waarvan Don het zeker goed zou vinden en een heerlijke kop. Een knuffelhond met allure en kracht. Zijn baas of zijn “handler” zoals Don het noemde, was een elegante man die opviel, omdat er niet heel veel mannen showden en als ze er al waren waren ze een stuk ouder. Deze handler had een strak gesneden colbertje aan en liep het driehoekje, het op en neertje en de cirkel als een danser zo lichtvoetig. De manier waarop hij zijn hond neerzette was ook iets anders dan wat ik tot nu toe gezien had. Hij hield de hond niet bij de kop en de staart vast zoals de meesten maar stond ervoor, zodat de hond hem aankeek en bleef kwispelen. Ik vond dat er veel natuurlijker uitzien. Hij leek niet met zijn blik te communiceren met de dame die keurde, iets wat me was opgevallen dat sommige mensen deden als ze achter hun hond geknield zaten. Alsof ze haar om goedkeuring vroegen. Wat in zekere zin ook zo was. Deze man leek op te gaan in het samenspel tussen hem en de mooie hond. Ik wilde aan Don vragen of ik daar gelijk in had toen ik zag dat hij de tweede plaats kreeg. Hij knuffelde de hond en liep ermee naar de zijkant van de ring. Ik zocht in mijn catalogus het nummer op wat hij op zijn jasje droeg, daarmee kon ik zijn naam en dat van de hond vinden. Het was bizar. “D. Macallister. “Driftwood Laird of the Royal Oak.” Ik pakte mijn catalogus op en haastte me naar de tent, waar Don bezig was met het herinrichten. Er stonden aan alle kanten stoelen en rennetjes en er waren overal honden, maar op de plek waar het podium van de band had gestaan een paar dagen terug, werden weer tafels geplaatst. “Een etentje als afsluiting voor het ringpersoneel en de organisatie.” legde hij uit. “Don, kun je even kijken naar deze naam. Hoe moet ik dat lezen?” Hij keek mee. “De exposant is D. Macallister. Zijn kennel heet Driftwood. Dat is een kleine kennel met in mijn ogen knappe honden. De reu heet Laird of the Royal Oak. Vind je het een mooie hond?” hij leunde tegen de tafel aan. “Ik vind het een prachtige hond. Maar die naam. D. Macallister. Die naam had ik ook in de eerste instantie op mijn werklijstje staan. Er is een Donald Macallister van de radar verdwenen. Zoon van Ivy Macallister. En Ivy Macallister was de dochter van Don Lockhart die tijdens de ramp op de Royal Oak het leven liet. Zoon van William Lockhart uit Carluke. De tweelingbroer van Donny.”

“Dat zou wel heel toevallig zijn. Juist nu. Ik kreeg net een telefoontje van Malcolm dat er morgen inderdaad een bijkomst gepland is in het ziekenhuis in Birmingham met een notaris, hemzelf en de oude man. En met Craig en mij.” Ik huiverde. Noch Malcolm, noch Craig hadden het me doorgegeven. “Als deze exposant werkelijk de zoon van Ivy is, dan is hij niet de kleinzoon van Don senior. Dus zal niets veranderen aan jullie situatie. Maar het is wel erg frappant dat we hem hier moeten tegenkomen.” Don schudde zijn hoofd. “Zo frappant is dat niet. Guisachan was de basis van de Lockharts. En hoe bijzonder is het om een kennel te hebben met de wetenschap dat je voorvaderen ten tijde van de eerste Golden Retriever op Guisachan leefden? Ik vind dat niet vreemd. Ik heb zeker wel eerder van de Driftwood kennel gehoord, de stambomen van zijn honden gaan terug naar prachtige rasvertegenwoordigers.” “Ik zou graag een praatje met hem willen maken. Om er achter te komen of hij inderdaad de zoon van Ivy is. Maar ik heb ook nog mijn afspraak met Jack staan.” Don pakte me even bij mijn arm. “Vind je het vervelend dat de afspraak bij de notaris al is vastgelegd?” Hij sloeg de spijker op zijn kop. “Ik vind het vervelend dat Malcolm het me niet heeft doorgegeven. En ik heb ook niets van Craig gehoord. Dat vind ik nog vervelender. Maar hee! The show must go on. En zie daar, de laatste “lost person” staat zomaar zijn hond te showen.” Ik hoorde mijn stem schriller klinken dan gewoonlijk. Don trok me broederlijk tussen zijn knieën en hield me bij mijn schouders vast zodat ik hem moest aankijken. “Jaimie. Geef Craig de kans om uit te zoeken wat er voor hem en zijn familie gaat veranderen. Hij is nog niet eens in Newcastle, het is zo’n rot eind weg. En ondertussen, ja, waarom zou je niet een praatje maken met een exposant omdat je zijn hond mooi vind en hij misschien, heel misschien familie is.” voegde hij er aan toe. Hij had me zonder onaangenaam te zijn op mijn nummer gezet. Ik schaamde me een beetje dat ik me zo onzeker voelde over Craig. Ik trok me los uit Don’s grip. “Oké. Ik ga Driftwood Laird of the Royal Oak maar eens aaien.. Mag ik straks hier een plaatsje aan tafel pakken als ik met Jack ga praten?” Hij gaf me een kus op mijn wang. “Natuurlijk mag dat. Als je lief bent voor mijn muzikale neefje.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *