Dag 32 tot en met 35. 23 juli tot en met 27 juli. Vakantie.

Na de toch wel doorwaakte nacht en alle indrukwekkende ontwikkelingen hadden we een uitgebreid ontbijt van Britney gekregen. Don had ons voorgesteld aan John, zijn stiefvader, maar ik kon me heel goed voorstellen dat hij voor de kleine Don zoveel meer was geweest dan dat. Ik vond hem buitengewoon aardig en was blij dat Britney in hem haar grote liefde had gevonden na de ellende met William. Craig had na het ontbijt met mijn telefoon naar Malcolm gebeld om te informeren of er nog bijzonderheden waren. En om te zeggen dat we mijn huurauto in Inverness bij de vluchthaven zouden inleveren, want twee auto’s waren niet nodig. Op de laatste zaterdag van de maand was er in de pub altijd een muziekavond en dit keer zou er een trio spelen, een pianist, bassist en drummer maar na wat heen en weer gepraat zou Craig als speciale gast er aan toegevoegd worden. “Dan kan Pat je ook een keer horen spelen.” zei Don tevreden. Dus we namen hartelijk afscheid met de wetenschap dat we elkaar allemaal zaterdag hier weer gingen treffen. Craig en ik reden achter elkaar naar Inverness waar ik de Fiësta door een wasstraat haalde, alle mijn spullen er uit nam en hem toen met een lichte spijt achterliet. Ik had veel kilometers gereden en het was echt mijn autootje geworden. Daarna gingen we naar de cottage waar onze vakantie begon. We maakten een lange wandeling, hand in hand, in de zon en het groen met alleen het geluid van de vogels boven ons en de kruidige geur van varens en kamperfoelie. Craig zwom in het meer, ik had stokbrood met paté, kaas, aardbeien en een flesje rosé meegenomen en we genoten van de rust, de schoonheid om ons heen en van elkaar. Meer had ik niet nodig om me volmaakt gelukkig te voelen.

Dinsdag aan het einde van de middag gingen we naar Edinburgh waar ik in Craigs bestaan werd opgenomen. Zijn appartement was precies zoals ik had verwacht, een reflectie van zijn levenslustige, georganiseerde en hartstochtelijke persoonlijkheid. Het was eenvoudig maar chique en doelmatig ingericht. Een zachte bank, een mooie fauteuil, een wand vol boeken en muziek. Een kleine strakke houten eettafel met vier comfortabele leren stoelen en aan de muur een collage van zwart wit foto’s van tal van oude jazzmuzikanten. Een glanzend diepzwarte vleugel. Een keuken met weinig tierlantijnen maar met alles wat een klein huishouden nodig had. Openslaande deuren. Vanaf het smalle balkon was in de verte de blauwe streep van de Firth of Forth te zien. Met zijn armen om me heen sprak ik mijn bewondering uit. “Wat een heerlijk huis. Zo anders dan mijn rommelige, oude etage in Amsterdam. Hier leeft een tevreden mens.” Hij kuste me. Natuurlijk kuste hij me, we leken vrijwel niets anders te doen bij alles wat we deelden. “Een tevreden mens, ja, lieverd. Die leefde hier. Maar nu niet meer. Nu staat hier een gelukkig mens.” We bleven op het balkonnetje staan. Ik hoorde het gedruis van de stad onder me. Zag hoe een topdeckbus vol toeristen door de straat manoeuvreerde. “Ik hoop jouw rommelige etage ook te zien.. Ik hou van rommelige etages.” Zijn stem zong, zoals gewoonlijk. We brachten de avond door in elkaars armen op de zachte bank, met de balkondeuren open, met muziek om ons heen en alle oude jazzmuzikanten op ons neerkijkend. Mijn verliefdheid was over gegaan in iets anders.

Woensdagochtend opende ik mijn ogen in een zonnige, lichte slaapkamer terwijl zachte pianoklanken door de ruimte zweefden. Mijn kleren hingen netjes over een stoel en ik greep naar het shirt dat over de andere stoel hing. In de huiskamer zat Craig in een badjas achter de vleugel en speelde Brahms. Wat kon hij eigenlijk niet? Het geurde naar verse koffie. Ik sloeg mijn armen om hem heen en snuffelde in zijn hals, rook zijn aftershave. “Craig Lockhart. Ik hou van je.” verklaarde ik.

We wandelden later op de dag naar het park, slenterden wat rond, gingen de oude straten in en eindigden bij het kasteel. De stad maakte zich aan alle kanten op voor het jaarlijkse culturele festival dat een week later zou losbarstten. “Wij spelen vanaf de eerste tot de laatste dag, het wordt razend druk. in 24 dagen hebben we 32 optredens. Ik zal echt niet naar Amsterdam kunnen komen, deze weken.” bereidde hij me voor. “Ik zal de dagen aftellen. Maar ik beloof je, ik zal niet twijfelen en zeuren.” zei ik. Ik had hem verteld dat ik me akelig en een beetje afgewezen had gevoeld. Wat hij op zijn Craigs had weggezoend. Om me vervolgens serieus op mijn hart te drukken dat hij dat zo niet bedoeld had.

Na onze omzwervingen door de stad gingen we terug naar zijn huis waar we iets eenvoudigs aten en waar hij zich douchte en omkleedde voor het optreden in Stirling dat dit keer niet in een pub was maar voor een publiek van 500 man in een klein concertzaaltje. We gingen er bijtijds heen voor de soundcheck. Craig vond een plaats voor me in het midden van de zaal naast de geluidstechnicus. “Dit is mijn Jaimie.” stelde hij me aan hem voor. Hij begroette me enthousiast. “Hallo Jaimie van Craig. Leuk om je erbij te hebben!” Het concert was geweldig. De band speelde een aantal nummers die ze op het feest in Cannich ook hadden laten horen. De avond vloog voorbij. Na afloop haalde Craig me uit de zaal op en nam me mee het toneel op, waar zijn collega’s stonden na te praten nadat de instrumenten waren ingepakt. “Mannen, ik wil jullie voorstellen aan mijn meisje. Jaimie zal hopelijk vaker mee komen.” Hij klonk jong, blij en trots. De bassist kwam op me af en gaf me een ferme hand. En de trombonist deed er nog een schepje bovenop en gaf me een kus op mijn wang. “Welkom Jaimie. Wat fijn voor Craig! Goed dat je er bent.” zei hij vriendelijk. Er werd nog een drankje in de foyer genuttigd met de hele groep. Ik voelde me thuis tussen deze bevlogen muzikanten. “Zijn alle dagen samen met jou zou heerlijk?” vroeg ik later, toen we in elkaar genesteld in zijn bed lagen. “Ik hoop het, mijn lief. Dat al onze dagen en weken en maanden en jaren samen zo heerlijk zullen zijn..”

Donderdag reden we terug naar de cottage. Ik had me voorgenomen dat ik Mick zou bellen, ik wilde hem op de hoogte brengen dat ik Donald had ontmoet en hem bedanken voor zijn hulp en gastvrijheid. Craig, zielsblij dat hij weer was herenigd met zijn telefoon, ging met de pianist van het trio het repertoire voor zaterdag doorpraten. Ondertussen begon ik een deel van mijn spullen in te pakken. Ik nam mijn nieuwe jurk van het haakje en wilde hem voorzichtig in een van mijn koffers doen, toen Craig de slaapkamer binnen kwam. “Wil je hem nog een keer dragen? Ik vind je er zo verschrikkelijk mooi in..” “Lieverd, ik ga hem echt niet in de pub dragen, ik zou behoorlijk uit de toon vallen.” lachte ik. “Nee, niet in de pub. Maar ik zou het zo fijn vinden als je mijn ouders zou ontmoeten en ik jullie mee kan nemen voor een diner. Ik geef er niet zoveel om, maar ik weet hoe ze van een beetje luxe kunnen genieten en dat zou ik ze heel graag willen aanbieden, om te vieren dat ze de leukste en de liefste vrouw leren kennen. In die oogverblindende jurk.” De jurk ging weer terug aan het haakje, omdat ik de leukste en liefste man niets kon weigeren.

De dag erna ging hij in de ochtend naar Inverness om met het trio een paar nummers te repeteren. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om met Malcolm de laatste afspraken te maken. Omdat ik met Craig naar zijn ouders zou gaan had ik bedacht dat ik de boot vanuit Newcastle zou nemen, in plaats van het vliegtuig. Marianne wilde me in IJmuiden ophalen met mijn bagage die door de weken heen tot een koffer extra was aangegroeid.

Vroeg in de middag reden we voor de laatste keer de mooie rit naar Guisachan. In Cannich was de tent weg en het terrein weer sportveld voor de jeugd. En in Tomich zagen we nog maar een enkele Golden Retriever. Toen we langs het beeldje kwamen zag ik dat er een bos bloemen lag en iemand had een gewonnen rozet achter gelaten. We liepen het pad over. Het was weer kalm, alsof er vorige week geen 360 honden hadden gelopen. Ik keek rond of ik ergens de landrover van Don zag staan, maar hij was waarschijnlijk op een ander stuk van het landgoed aan het werk. Het zware houten hek was dicht. Craig hielp me eroverheen. Het “Huis” lag grijs en groen in de zon te glanzen en ik nam het beeld diep in me op met de wetenschap dat het er bij een volgend bezoek vermoedelijk anders uit zag. “Zo bijzonder dat hier jullie oorsprong ligt.” memoreerde ik. We gingen om het gebouw heen en hervonden onze plek onder de oude boom. Ik sloeg mijn armen om mijn knieën en liet de stilte en de schoonheid op me inwerken. Craig leunde tegen de dikke stam. “150 jaar Lockharts. 150 jaar Golden Retrievers.” zei hij zacht. We bleven ieder in onze eigen gedachten weg dwalen. Toen kwam hij naast me zitten en trok me tegen zich aan. “Misschien moeten we er ooit ook eentje nemen. Als we gesetteld zijn.” opperde hij ineens. “Wat? Een Golden Retriever?” vroeg ik. “Ja. En een kleine Lockhart. Om de traditie voort te zetten.” Ik keek hem aan en zag een paar lach-glinsters in zijn ogen. Het was een interessante gedachte. Craig rommelde wat in de zak van zijn jeans. “Als we gesetteld zijn.” herhaalde ik. “Ik hou van je, Jaimie. Ik denk dat dit het is. Ik wist niet goed wat het was, wel wat verliefd zijn was. Maar zo graag uitkijken naar lang en veel samen zijn lijkt mij echte liefde te zijn. Is dat niet een goed begin van settelen?” Ik zoende hem en voelde zijn kus terug, innig vertrouwd. “Ik weet bijna zeker dat dit het begin van settelen is. En dat dit houden van is.” Hij pakte iets glinsterends uit zijn broekzak. Nam mijn hand in de zijne en kuste traag elke vinger. Schoof toen een ringetje om een ervan. “Wil je deze dragen? Om te voelen dat ik van je hou, ook als we niet samen zijn door Edinburgse festivals of buitenlandse tournees?” Ik keek naar het gouden sieraad, elegant, eenvoudig met een enkel diamantje in een stervormige zetting, zo mooi en ontzettend lief. “Ik doe het nooit meer af, lieveling.” zei ik ontroerd. Hij boog zich naar me over.. “It had to be you..” zong hij zacht in mijn oor.

Toen we later over het pad terug liepen schoof ik ongezien het pinkringetje van Raff af en liet het onder de hondsroosjes vallen. Het hoorde niet meer aan mijn hand. Het hoorde niet meer in mijn leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *