Dag 36. 28 juli. Afscheid in Fort Augustus.

In de ochtend stuurde Malcolm me een berichtje dat er een hut op de ferry van Newcastle naar IJmuiden voor me was gereserveerd voor dinsdagmiddag. 1 augustus was ik weer thuis, na zes weken. Met gemengde gevoelens. Ik pakte zoveel mogelijk alles in, we maakten samen de cottage schoon en behalve het beddengoed en de handdoeken die ik na onze laatste nacht in de wasmachine zou doen, was alles vrijwel klaar om achter gelaten te worden. Ik vond het een bizar idee dat de cottage binnen een paar dagen weer aan vakantiegangers verhuurd zou zijn. Mijn huisje, waar onze liefde was ontstaan. Het stemde me behoorlijk melancholiek.

Craig nam nog een duik in het meer alvorens we aan het begin van de avond naar Fort Augustus gingen. Daar was Don bezig een klein podiumpje op te bouwen. Britney schreef op het schoolbord een speciaal menu en we ontmoetten ook Daniel die met zijn vrouw mee was gekomen. “Op de muziekavonden is het altijd stampvol, dan hebben we alle handjes nodig.” verklaarde Don. De andere drie muzikanten waren ook gearriveerd, dus Craig gaf me een kus en verdween naar een gebouwtje achter de keuken. “Ik ga nog even een wandeling maken.” zei ik tegen Don, want ik wilde hen niet in de weg lopen. Toen ik de straat overstak richting de sluizen zag ik Donald aan komen. Dit keer had hij Larry niet bij zich. “Je bent vroeg.” constateerde hij. “Ik ga naar de vuurtoren. Heb het nodig om Loch Ness nog even te bewonderen.” “Mag ik mee lopen?” vroeg hij. “Natuurlijk! Je moet de groeten van Mick hebben.” zei ik terwijl we langs de rondvaartboten liepen. “Ach, dat is leuk. Ik zal hem een keer gaan opzoeken. Het lijkt alsof ik er onverwacht heel wat kennissen bij heb gekregen.” Ik keek hem van opzij aan. Het klonk niet bitter maar ik had het idee dat Donald een eenzaam mens was. Het ging me vanzelfsprekend niet aan maar mijn nieuwsgierigheid zat me weer in de weg. “Heb je een partner?” vroeg ik op de man af. “Nee, niet meer. Ik heb een lange relatie achter de rug. Maar ik functioneer beter alleen. Ik heb als kind nooit hoeven delen en kan dat blijkbaar nog steeds niet, volgens mijn ex geliefde.” Hij was onverwacht openhartig. We gingen op een bankje bij het witte torentje zitten met het Loch Ness uitgestrekt, zacht spiegelend voor ons. “Delen kan op zoveel manieren.” probeerde ik hem op te beuren. “Don en Craig zijn geweldige mannen die werkelijk kunnen delen. Het feit dat ze mij willen opnemen in hun familie en zelfs een deel van hun erfenis met mij en de andere nichtjes willen delen, is onvoorstelbaar. Dat is een manier van delen die velen hen niet na zullen doen.” Hij keek van me af. “Ze zijn heel speciaal, allebei. Maar dat ben jij ook. Ik weet het zeker.” hoorde ik mezelf zeggen en ik meende het. “Dat is lief van je, Jaimie.” zei hij zacht. We keken een late rondvaartboot na die traag het Loch op gleed. De avondzon wierp lange schaduwen over het water en kleurde de bergen donker. In de verte pinkelden de eerste lampjes. Weldra zou de vuurtoren zijn bundel over het meer laten flitsen. Vanaf een grasveld achter ons klonk geritsel en ik zag een groepje konijnen achter elkaar aan rennen. Een klein speedbootje scheerde langs. Bijna tegelijkertijd stonden we op. Het werd sneller donker nu en ik huiverde even. “Je hebt het koud.” constateerde Donald en sloeg zijn jasje zorgzaam over mijn schouders. “Zie je wel dat je deelt?” Hij keek vragend. “Je colbertje.” zei ik. Hij grinnikte en dat klonk leuk. “Jij bent gemakkelijk om iets mee te delen. Misschien is het dat.” voegde hij aan zijn grinnik toe. Opgewekt liepen we terug naar de pub.

Pat stond met een paar mannen aan de bar en het was enorm druk. Ik keek even rond of we ergens konden zitten maar alles was bezet. Don kwam vanuit de keuken met een blad vol borden. Hij knikte naar me. Nadat hij de maaltijden had uitgeserveerd verdween hij door een klapdeur en kwam terug met een paar stoelen. Daniel liep er achter aan met een groot stuk boomstam dat als bijzettafeltje moest dienen. Zodra we zaten en Donald onze drankjes had gehaald, ging Don achter de bar staan en bediende van daar een paar lampen die het podium aanlichtten. De vier muzikanten kwamen naar binnen en er werd geklapt. Ze begonnen met een jazzy nummer als opwarming. Er was een gezellige sfeer, heel anders dan op het diner in Cannich of in het concertzaaltje. Hier werd niet gedanst, maar gewoon door de muziek heen gekletst, er werd gelachen, gedronken en gegeten. Iemand floot een stukje van een melodie mee. Craig soleerde regelmatig en dat leverde hem steeds een geestdriftige bijval op. Britney laveerde met een blad vol lege glazen langs ons heen. Ze bukte om die van ons ook mee te nemen. “Wat is hij goed!” zei ze enthousiast. Ik voelde me groeien van trots. Ik merkte dat Craig het met deze drie mannen erg naar zijn zin had. Toen de pianist samen met de drummer speelde gaf hij al vingerknippend de maat aan, swingend met zijn hele lijf, geconcentreerd opgaand in de muziek. Ik boog me naar Donald toe. “Kijk, ik zal mijn vriendje altijd met zijn muziek moeten delen.” Hij klopte bemoedigend op mijn hand. “Jij kunt dat. Want je hebt hem lief.” wist hij.

Na een korte pauze waarin er veel gasten naar buiten gingen en Craig een paar slokken van mijn wijn had gestolen, kwam Pat bij ons zitten. “Leuk is het! Ik hou van de muziekavonden, ben er vrijwel elke maand bij. Wat een fijne muzikant is jouw vriendje.” zei hij waarderend. “Fijn dat ze hem vandaag met ons wilde delen.” vond Donald ad rem. Ik moest lachen en blijkbaar werkte dat aanstekelijk, want Donald en Pat gingen met me mee. Het leek alsof de muziek vanaf het podium ook moest lachen. Britney had een schaal met allerlei hapjes op het bijzettafeltje neergezet. “Als ik dan toch aan het delen ben, dan dit ook maar.”

Het laatste nummer was mijn geliefde “Stardust.” Craig speelde de eerste maten en ik voelde de tranen over mijn wangen gaan, toen de piano en de drums invielen. “Sometimes I wonder why I spend the lonely night dreaming of a song.” Zijn ogen waren over zijn instrument heen op mij gericht. En nu danste ik niet in de armen van Don. Na een lang applaus en een “we want more” zette de pianist een snel nummer in. De hele kroeg leek mee te stampen en te zingen, toen Craig, de bassist en de drummer invielen. Het leek op het collectieve “Walking de Dog” gejuich. Het was heerlijk om zijn succes mee te beleven. Na een zoveelste heftig applaus liep hij naar de pianist en fluisterde hem iets toe. Die zette een langzaam nummer in wat ik in de eerste instantie niet kende. Maar toen Craig de melodie overnam wist ik het. “It had to be you..” Opnieuw liet hij zijn blik over het instrument naar mij toe dwalen. Hij lachte terwijl hij speelde, ik zag het aan het kuiltje in zijn wang en zijn wenkbrauwen dansten mee. Ik hief mijn hand op en kuste mijn ring terwijl ik zijn blik beantwoordde. We converseerden over de melodie heen en vertelden elkaar: “jij moest het zijn.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *