Dag 39. 31 juli. Newcastle. Afvaart.

De dagen na Craigs optreden in de pub waren omgevlogen. Ik had met veel moeite afscheid genomen van Donald, Britney en Pat en vooral van Don. Die had Craig op zijn hart gedrukt om goed voor me te zorgen, anders zou hij me komen halen. Ik had door mijn lach heen moeten huilen, dikke tranen die hij onhandig had proberen weg te vegen. “Kom snel een keer terug. Met mijn neefje. Mijn huis staat altijd voor jullie open.” waren zijn afscheidswoorden.

De laatste keer dat ik de deur van de cottage achter me dicht trok, was ook een moment dat ik liever wilde overslaan. Ik maakte nog snel een foto van het uitzicht op het meer en “mijn” bergen, om het vast te kunnen houden.

In Edinburgh haalde Craig een deel van een garderobekast leeg. “Om je mooie jurk uit te hangen. En daarna blijft deze helft voor jou. Voor als je hier bent.” Zijn nette pakken werden achteloos aan de kant geschoven. Ik haalde wat van mijn kleding uit het koffer en hing het in de kast. Het rode rokje dat ik gekocht had op de dag dat we elkaar ontmoetten en de bijbehorende dunne trui. Een andere jurk en een wat dikker vest. Nog een trui. Een jeans. En mijn leren jasje dat ik droeg toen ik in juni naar hier was gevlogen. Ook de sjaal die hij mee naar Engeland had genomen hing ik erbij. En schoof toen zijn kostuums er weer ruimer in. “Zo. Dan weet ik in ieder geval dat je weer terug komt en dat we een stel zijn.” lachte hij vergenoegd.

“Pap, Mam, hier is ze dan, mijn Jaimie.” stelde Craig me een dag later verrukt voor. Hij sprankelde van trots en zijn liefhebbende uitstraling deed me slikken. Zijn ouders omhelsden me spontaan en we mochten elkaar meteen. Het waren warme en sympathieke mensen. Craig’s vader was zichtbaar geroerd geweest toen ik hem tijdens een aperitief het fotootje van het jonge meisje liet zien dat Don senior altijd had gekoesterd. “Mijn moeder toen ze nog jong was. En niet mijn zuster..” zei hij met een dikke stem. Craig beloofde zijn vader om er een kopie van te laten maken. We hadden een heerlijke avond met elkaar. Het diner was in een prachtig restaurant en het was een zalig menu dat Craig had uitgekozen. Hij vertelde zijn ouders over de erfenis en er ontspon zich een interessante discussie tussen vader en zoon over hoe een ruim 50 jaar oude whisky zou smaken. Craigs moeder keek vertederd naar haar mannen die het over kleur, neus en afdronk hadden. “Een van de flessen gaan we wel proeven, Pap,” hoorde ik Craig zeggen. “Een fles van 7000 pond. Ik dacht het niet.” vond zijn vader.

Dinsdagochtend maakte Craigs moeder een ontbijt voor ons. Ik hoorde Craig ergens in het huis zingen terwijl ik de tafel dekte, nadat ik had gevraagd waar ik alles kon vinden. “Jaimie, hij is zo blij met je! We hebben ons wel eens afgevraagd waarom onze vrolijke zoon alleen bleef, we verweten het zijn werk, het reizen, zijn grote liefde voor zijn muziek. Maar nu begrijpen we dat hij gewacht heeft op jou. Je maakt hem gelukkig.” Ze knuffelde me hartelijk en zette een schaal met warme broodjes op de tafel. “Jullie lieve, knappe, vrolijke zoon maakt mij gelukkig. Ik ben diep dankbaar dat ik hem mijn geliefde mag noemen.” zei ik uit de grond van mijn hart. Het onderwerp van ons gesprek kwam de keuken binnen en sloeg zijn arm om zijn moeder. “Mijn twee favoriete vrouwen. En mijn lievelingsbroodjes. Beter kan het niet worden.”

Toen hij me aan het einde van de middag naar de haven bracht, waren we allebei stil. Craig liet een hand op mijn knie rusten en ik had mijn hand op zijn been. Elkaar niet aanraken kon niet. Hij liep met me mee naar het gebouw waar ik moest inchecken. “Dit wordt een verschrikkelijk lange maand.” prevelde hij terwijl hij mijn gezicht vast hield. “Maar na het laatste concert kom ik zo snel mogelijk naar Amsterdam. Dan heb ik een paar weken vrij.” zei hij, positief als altijd. “Ja, maar dan moet je daarna naar Japan.” dacht ik er achter aan maar ik zei het niet. Ik wilde zijn werk niet tussen ons in laten komen. Nu niet en later ook niet. We kusten elkaar bijna wanhopig. Ik speldde hem de kleine dasspeld uit Guernsey op. “Ik zal hem alle 32 optredens dragen.” beloofde hij. Toen werd er omgeroepen dat de laatste voetpassagiers aan boord moesten gaan. “Ik hou van je. Bel me als je morgenochtend thuis bent.” zoende hij in mijn oor. “Ik beloof het. Dag lief.” zoende ik terug tegen zijn lippen. En toen draaide ik me los en liep naar de balie.

Ik was een van de laatsten die aan boord was gegaan en nadat ik mijn koffers in de hut had gezet ging ik aan dek. Er klonk een lange toon van de scheepshoorn en stipt op tijd zette het schip zich in beweging. Op de kade zag ik hem staan. We zwaaiden. Ik gleed langs hem heen, in een mist van tranen, steeds verder van hem weg totdat er nog maar een klein stipje waarneembaar was.

Mijn Schotse avontuur was ten einde. Ik was op weg naar huis. Met een diamantje aan mijn vinger dat nieuwe belevenissen beloofde. En in gedachten een melodie: “It had to be you..”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *